Skip to main content

Kroniek van een Nederlandse Rabbijnenfamilie in de 20e eeuw

 

Families Dasberg en De Vries

 

 

 

Kroniek van een Nederlandse Rabbijnenfamilie in de 20e eeuw

 

 

voor en na de Shoa

 

 

Simon Philip de Vries (1870-1944)

 

Noach Benninga, Oorlogsherinneringen. Met achtergrondinformatie door H. Hamburger en J.C. Regtien (Bedum 1997) 15.

 

Simon Philip de Vries is de zoon van Manuel de Vries, veehandelaar en wever (huisindustrie), en Rosette Spier. Hij werd geboren op vier oktober 1892.

Hij is op 7 maart 1894 gehuwd met Judith de Jong. Uit dit huwelijk werden 6 zoons en 3 dochters geboren.

 

In Neede was geen joodse gemeente. Daarom gingen Simon en zijn broer Nathan voor godsdienstonderwijs te voet naar Borculo, een afstand van ruim vijf kwartier. De onderwijzer S. Schaap ontdekte de bijzondere aanleg van deze leerling, wat ertoe leidde dat deze op dertienjarige leeftijd leerling werd van het Nederlandsch Israëlitisch Seminarium te Amsterdam, waar hij de opleiding voor rabbijn volgde. Hij legde staatsexamen A af en behaalde in 1892 de graad van maggied. Kort tevoren was hij benoemd tot leraar-secretaris van de joodse gemeente te Haarlem. Persoonlijke omstandigheden beletten de voortzetting van zijn studie voor de moré-titel (vereist voor benoeming tot opperrabbijn). Opperrabbijn Dünner gaf hem evenwel het recht zich rabbijn te noemen.


Rabbijn Simon Philip de Vries Privé-collectie

 

Naast deze hoofdfunctie werkte hij later ook als geestelijk verzorger van joodse patiënten in Meerenberg (toen een psychiatrische inrichting) en van gevangenen.

Zijn grote bekendheid, ook buiten Nederland, verwierf hij op ander gebied. Voor hem gold het Zionisme als vervulling van het profetisch ideaal, in tegenstelling tot de grote meerderheid der Nederlandse joden, die het aanvankelijk als utopie beschouwde. Het bracht hem in conflict met orthodoxe tegenstanders, die het politieke Zionisme afwezen, met uitzondering van een kleine groep, de Mizrachie, waarvan hij in Nederland de leidende figuur werd. Dat verwikkelde hem in een polemiek met opperrabbijn L. Wagenaar, die zijn denkbeelden bestreed in een brochure Lema an Ziyyôn ('s-Gravenhage, 1905), waarop rabbijn De Vries antwoordde met Ma anë Le Ziyyôn, met als ondertitel: Een betoog voor het zionisme van joods-traditioneel standpunt.

 

 

Rabbijn Simon Philip de Vries sprekend tijdens een bijeenkomst van de Nederlandse Mizrachi in Amsterdam 1934 Mozes Heiman Gans, Memorboek. Platenatlas van het leven der joden in Nederland van de middeleeuwen tot 1940 (6e bijgewerkte druk; Baarn 1988) 614


 

Talrijke artikelen over diverse onderwerpen publiceerde hij in joodse couranten en periodieken, o.a. in maandbladen als Achawah (orgaan van de Ned.-Isr. godsdienstonderwijzers), Mizrachi bulletin, enz. Ook was hij geruime tijd vaste medewerker van het Centraal Blad voor Israëlieten in Nederland. Ook andere publicistische arbeid had zijn aandacht. Jarenlang lichtte hij het niet-joodse publiek in over joodse problematiek met een 'Joodse Kroniek' in de Oprechte Haarlemsche Courant. Zijn boek Joodsche riten en symbolen (Zutphen, 1928-1932. 2 dl.; [Nieuwe uitg.] Amsterdam, 1968) is nog steeds een vraagbaak voor velen.

Toch vond deze noeste werker tevens nog tijd voor wetenschappelijke arbeid. Hij werd ook leraar in het Hebreeuws aan drie scholen, wat tot samenstelling van een leerboek leidde.

 

In december 1940 nam de rabbijn afscheid van zijn gemeente, ter gelegenheid waarvan een keuze uit zijn publicaties en preken verscheen. Reeds hadden de Duitsers Nederland bezet. Hoezeer de joden in bange onzekerheid verkeerden, van wat werkelijk te wachten stond had men nog geen idee. In 1942 verhuisde hij naar Amsterdam. In 1943 werd De Vries naar Westerbork gevoerd, waar hij, ongebroken van geest, voortging anderen moed en vertrouwen in te spreken. Op 11 januari 1944 werd hij met zijn vrouw naar het concentratiekamp Bergen-Belsen gedeporteerd, waar hij kort na de dood van zijn echtgenote stierf.

 

 

 

 

Rabbijn de Vries wordt herdacht op twee gedenktekens in Haarlem.

 

Samuel Dasberg (1872-1933)

 

Rabbijn van de Dordtse joodse gemeente Samuel Dasberg ca 1905 http://beeldbank.regionaalarchiefdordrecht.nl)

 

Samuel Dasberg werd op 31 maart 1872 geboren in de Sleutelsteeg te Rotterdam. Hij was de jongste zoon van Isaac Dasberg en Jette Dasberg-Lutraan en had zes broers en twee zussen. Zijn vader was een koopman en handelde in touw en scheepsbenodigdheden.
 

Al op jonge leeftijd werd duidelijk dat Samuel een intelligente en goede leerling was. In de zesde klas probeerde de leraar zijn vader duidelijk te maken dat Samuel door zou moeten leren. Hij had er immers de capaciteiten voor. Zijn vader Isaac Dasberg was het hier niet mee eens, met zijn bescheiden inkomen en zijn grote gezin zou hij dit met geen mogelijkheid kunnen betalen. Net als alle joodse jongens volgde Samuel vervolgens de joodse school. Ook op deze school bleek al snel dat hij een buitengewoon goede leerling was en weer werd er op aangedrongen Samuel door te laten leren. Zijn meester nam samen met een aantal bestuursleden van de joodse gemeente in Rotterdam de beslissing om Samuel Dasberg naar het Nederlands Israëlitisch Seminarium te sturen. Hier ontstond een vriendschap met Philip de Vries, een studiegenoot. Samuel leerde Philips zusje, Dina de Vries, kennen en zou later met haar trouwen.

 

Dina de Vries, vrouw van rabbijn van de Dordtse joodse gemeente Samuel Dasberg ca 1905 (http://beeldbank.regionaalarchiefdordrecht.nl)

 

Nadat hij de rabbijnenopleiding had afgerond, was in Dordrecht vraag naar een leraar in de joodse gemeente. Hoewel hij zelf helemaal niet solliciteerde, werd hij voorgedragen door de opperrabbijn van Rotterdam, dr. Ritter. Zo kwam Samuel Dasberg in Dordrecht terecht en op 31 augustus 1894 werd hij officieel de Rabbijn van deze stad.
Het huis waarin Dasberg ging wonen stond schuin tegenover de synagoge. Het was Varkensmarkt nummer 7 waar hij in 1895 introk. Dit huis was sinds 1872 al de ambtswoning van de joodse gemeente en het was dan ook vanzelfsprekend dat Dasberg hier zou gaan wonen. Samen met zijn vrouw Dina de Vries verhuisde hij naar dit adres.

 

Achterzijde van een huis aan de Varkenmarkt bij de Knolhaven in dit huis woonde voor WO II rabbijn Samuel Dasberg van de Dordtse joodse gemeente (http://beeldbank.regionaalarchiefdordrecht.nl)

 

Dina de Vries en Samuel Dasberg ca 1895 (http://beeldbank.regionaalarchiefdordrecht.nl)

 

Het echtpaar kreeg zes kinderen waarvan één dochter Rosette en vijf zonen, Manuel, Simon, Nathan, Eliazar en Isaac. Het was een groot huis met drie verdiepingen en het zou dan ook niet lang duren voordat ook zijn ouders bij hen introkken.

Samuel Dasberg was tijdens zijn periode als rabbijn van Dordrecht zeer geliefd. Hij zou de joodse gemeenschap hebben geïnspireerd en overkoepelde alle joodse activiteiten in Dordrecht. Hij speelde een belangrijke rol in het sociale leven van Dordrecht want hij bekleedde naast zijn functie als rabbijn ook tal van andere functies.

Om maar even een beeld te schetsen van zijn functies: hij was o.a. godsdienstleraar bij de hulpstrafgevangenis en het huis van bewaring, bestuurslid van de godsdienstige onderwijsvereniging Achawah, medewerker aan Tals scheurkalender en leraar Hebreeuws aan de gymnasia van Dordrecht, Rotterdam en Gorinchem, secretaris van de commissie van toezicht op lager onderwijs, medeoprichter en bestuurslid van de Openbare Leeszaal en Bibliotheek, bestuurslid van de Vereeniging Kindervoeding en –kleding, lid van het De Ruytercomité en bestuurslid van de plaatselijke vereniging Oranjedag. Hij zette zich dus niet alleen voor de joodse gemeenschap maar ook voor de gehele bevolking van Dordrecht in. Samuel Dasberg was tevens een goed redenaar en werd regelmatig uitgenodigd om lezingen te houden. Hij bleef gedurende zijn hele leven leren en studeerde soms met rabbijnen uit de buurt.

 

Dagelijks bestuur van de joodse onderwijzersvereniging Achawah ca 1920 zittend 3e van links de Dordtse rabbijn Samuel Dasberg (http://beeldbank.regionaalarchiefdordrecht.nl)

 

Dagelijks bestuur van de joodse onderwijzersvereniging Achawah in 1912 Geheel rechts (nummer 7) de Dordtse rabbijn Samuel Dasberg (http://beeldbank.regionaalarchiefdordrecht.nl)

 

In 1932 kreeg rabbijn Dasberg te maken met enkele gezondheidsklachten en ziet zich genoodzaakt rust te nemen. Om deze reden moet hij zijn ambt en nevenfuncties neerleggen. Hij is van plan om zich in Amsterdam te vestigen zodat hij daar in alle rust de Thora verder kan bestuderen. Voordat hij Dordrecht verlaat wordt hij eerst nog door de burgerlijke gemeente gehuldigd in Hotel Ponsen. Dit gebeurde op 31 maart 1931, precies op zijn zestigste verjaardag.

 

Groepsportret van de aanwezigen bij het afscheid van rabbijn Samuel Dasberg in hotel Ponsen op 1 april 1932 (http://beeldbank.regionaalarchiefdordrecht.nl)

 

Burgemeester de Gaay Fortman onderscheidt hem tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Daarnaast ontvangt hij een bedrag om te besteden aan zijn nieuwe studeerkamer in Amsterdam. Tot slot krijgt Dasberg van opperrabbijn A.B.N. Davids de Morétitel. Dit is een hoge religieuze onderscheiding. De onderscheidingen en het hoge aantal bezoekers tonen wederom de waardering voor de rabbijn.

 

Met het aftreden van Samuel Dasberg als rabbijn brak ook een nieuw tijdperk in de geschiedenis aan. Er was een opkomst van het nationaalsocialisme waar te nemen. De nieuwsberichten over het lot van de joden in Duitsland bereikten in deze periode ook Nederland. Deze berichten grepen Dasberg enorm aan. In 1933 deed hij mee aan een protestactie in de Amsterdamse Rai. Men demonstreerde hier tegen het opkomend nationaalsocialisme en de anti-Joodse campagne. Enkele dagen later overleed hij. Wellicht als gevolg van deze emotioneel zeer zware periode. Hij werd op 4 april 1933 begraven in Dordrecht. Honderden joodse en niet-joodse aanwezigen bewezen de geliefde rabbijn nog een laatste eer bij zijn begrafenis.


Van zijn vijf zonen overleefden er drie de oorlog. Ook zijn vrouw en zijn dochter overleefden. Bijna allemaal vestigden zij zich na de oorlog in Israël. In Dordrecht is nog een straat te vinden die is vernoemd naar rabbijn Dasberg. Dit is het Samuel Dasberg-hof. Deze straat bevindt zich vlak achter de Varkensmarkt, waar vroeger de synagoge stond. Daarnaast herinnert het gedenkteken aan het stadhuis van Dordrecht aan rabbijn Dasberg. De tekst ‘Je moet het je kinderen vertellen' komt uit de Exodus en was tevens de lijfspreuk van Dasberg.

Gravenstraat. De zijstraat Samuel Dasberghof, leidt naar een binnenplaats. De nieuwbouwflat staat aan de Grote Markt (http://beeldbank.regionaalarchiefdordrecht.nl)

 

Gravenstraat. De zijstraat Samuel Dasberghof, leidt naar een binnenplaats (http://beeldbank.regionaalarchiefdordrecht.nl)

 

In  1989 werd het monument onthuld ter nagedachtenis aan de vermoorde Joodse Dordtenaren.  Het monument in de hal van het Stadhuis bevat 221 namen van gedeporteerde Dordtse burgers en de tekst “Je moet het je kinderen vertellen”.

 

Foto: http://rtvdordrecht.nl)

Thora met jat, mappa, thoramantel en siertoren uit de synagoge 1988

 

Synagoge Israëlitische gemeente 1905

 

De Synagoge a.d. Varkenmarkt in 1931. Fotoverz. W. Meijers

 

 

Interieur van de synagoge aan de Varkenmarkt

Synagoge aan de Varkenmarkt Interieur synagoge vlak voor de sloop februari 1965

 

Noordzijgevel van de synagoge aan de Varkenmarkt vlak voor de sloop 8-2-1965

 

Voorzijde van de synagoge aan de Varkenmarkt vlak voor de sloop februari 1965

Voorzijde van de synagoge aan de Varkenmarkt voor de sloop april 1960

 

 

Poort aan de achterzijde van de synagoge aan de Varkenmarkt

 

Voormalige synagoge aan de Varkenmarkt in gebruik als magazijn van een confectiebedrijf, 1960

Achterzijde van de ruïneuze synagoge aan de Varkensmarkt met rechts de bijbehorende school

 

Rosette Dasberg (1897-1975)

 

Rosette Dasberg is geboren op 11 september 1897 in Dordrecht. Rosette is het eerste kind en tevens enige dochter uit het huwelijk tussen Samuel Dasberg en Dina de Vries.

Rosette is getrouwd met Abraham Hartog Nijstad en zij kregen samen vier kinderen.

Rosette Dasberg is op 78-jarige leeftijd, op 6 december 1975 in overleden in Amsterdam.

 

Manuel Dasberg (1899-1943)

 

Manuel Dasberg is geboren op 22 jun 1899 in Dordrecht. Manuel is getrouwd met Sidonie Rieck en zij kregen twee kinderen. Manuel is op 19 november 1943 in Auschwitz, Polen overleden. Hij was handelsagent.

 

Isaac/Jitschak (Ies) Dasberg (1900-1998)

 

Isaac Dasberg is geboren op 10 december 1900 in Dordrecht.

In 1927 trouwde hij met Bertha Nijstad en ze kregen drie dochters, Dina, Lena en Rosette. Lea (Lena) is de bekende pedagoge.

Isaac werd huisarts in Amsterdam en was daar ook mohel sinds 1924. Sinds 1934/35 was hij lid van de Amsterdamse Vrijmetselaars Loge "La Charité. Van 1954 tot 1970 was hij voorzitter van het NIK.

Hij schreef artikelen voor de illegale krant Hasjalsjéelet (Bussum). Hij vertaalde de Torah (1970) en tal van andere belangrijke Joodse boeken, zoals Gebeden voor het Nieuwjaarsfeest (1981), de Pentateuch met Haftarot (1986), Gebed van Jitschak: Siddoer - De geordende gebeden voor het gehele jaar en dergelijke.

 

 

In 1965 kreeg hij de onderscheiding Officier in de Orde van Oranje Nassau en in 1971 kreeg hij een Zilveren medaille van de stad Amsterdam.

Isaac  overleefde de oorlog. Na pensionering ging hij op alija. Isaac is overlden op 29 april 1998 in Jeruzalem, Israel.

 

Simon Dasberg (1902-1945)

 

Portretfoto van Simon Dasberg uit 1934 (www.beeldbankgroningen.nl)

 

Simon Dasberg werd geboren op 13 november 1902 in Dordrecht en overleed op 24 februari 1945 in Bergen-Belsen.

Op 27 december 1928 trouwde Simon Dasberg met Isabelle Franck, uit Altona in Duitsland. Uit dit huwelijk werden twee zoons en twee dochters geboren.

 

In 1928 genomen verlovingsfoto van de laatste opperrabbijn van Groningen (1932–1943)

Simon Dasberg en Isa Franck (Foto: J. van Gelder, Terug van weggeweest, p. 180)

 

Dasberg werd geboren in een orthodox-joods rabbijnengezin. Door zijn aanleg en karakter was hij voorbestemd om in de voetsporen van zijn vader te treden. Na de openbare lagere school in Dordrecht zou hij dan ook naar het Nederlandsch-Israëlietisch Seminarium, het opleidingsinstituut voor joodse geestelijken, in Amsterdam zijn gegaan. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verhinderde dit echter. Hij bezocht daarom het Dordtse gymnasium en werd door zijn vader in de Hebreeuwse en rabbijnse wetenschap opgeleid.

Hoewel het gezin Dasberg vasthield aan de orthodox-joodse traditie, stond het niet afwijzend tegenover het zionisme. Simon Dasberg had een leidinggevende rol in de plaatselijke zionistische jeugdorganisatie en bleef de Mizrachie, de organisatie die de zionistische idealen wilde verwezenlijken met inachtneming van de joodse religieuze traditie, zijn leven lang trouw. De waarborg voor het geluk van het joodse volk lag in het nationaal herstel en de omvang van de joodse vestiging in Palestina, zo schreef hij later.

Simon werd in 1920, dank zij zijn studie onder leiding van zijn vader en eigen begaafdheid, direct toegelaten tot de hogere afdeling van het Nederlandsch-Israëlietisch Seminarium te Amsterdam.

 

Hij kreeg er les van een van de meest vooraanstaande leerlingen en opvolgers van de legendarische rector J.H. Dünner: L. Wagenaar. Als bij deze opleiding verplicht universitair studievak aan de Universiteit van Amsterdam koos Dasberg, in plaats van de voor joodse prominenten gebruikelijke klassieke letteren, semitische talen.

Hoewel de kerkorde dit toestond, stuitte deze keuze op verzet, omdat de hoogleraar H.J. Elhorst een bijbelkritisch standpunt innam. Simon legde het kandidaatsexamen Semitische talen aan de Universiteit van Amsterdam af op 5 juni 1924. Tijdens zijn studie gaf Simon al les aan een school voor godsdienstonderwijs in Amsterdam-zuid. Hij bleef dit doen nadat hij in december 1927 zijn studie afgesloten had met het behalen van de morétitel.

Een legaat maakte het hem in 1928 mogelijk een studiereis door Duitsland te maken. Hij hospiteerde aan de universiteiten van Bonn en Würzburg en bezocht Berlijn, Frankfurt en Hamburg. Deze reis verbreedde zijn visie, ook die op het Jodendom.

Op 26 september 1928 werd Simon benoemd tot opperrabbijn van het kleine ressort Friesland. De hem eveneens aangeboden functie van rabbijn van Amsterdam nam hij uit drang naar zelfstandigheid en liefde voor het provinciale Jodendom niet aan.

 

Installatie Opperrabbijn S. Dasberg te Leeuwarden in 1929 (Sal de Jong, Joods leven in de Friese hoofdstad. 1920-1945 voltooid verleden tijd)

 

In zijn op 6 januari 1929 te Leeuwarden uitgesproken installatierede Mozes en Aron bij den Choreb (Amsterdam, 5689 [=1929]) zette hij zijn ideeën uiteen. Hij nam zich voor een voorman in zijn ressort te zijn en wilde het godsdienstig bewustzijn wekken. Handhaving van de joodse wet en traditie waren hierbij onmisbaar. Inziend dat de omstandigheden en ontwikkelingen in zijn tijd velen deden vervreemden van het traditionele Jodendom, wilde hij deze afgedwaalden met liefde en begrip benaderen en terugvoeren naar de geestelijke bron. Ook vroeg hij om invloed op de opvoeding van de joodse jeugd. Ten slotte riep hij op de beweging voor volksherstel in Palestina te steunen.

 

Derde van links achter de tafel Simon Dasberg bij zijn installatie in 1929 tot opperrabbijn van Friesland (Mozes Heiman Gans, Memorboek. Platenatlas van het leven der joden in Nederland van de middeleeuwen tot 1940)

 

Drie jaar later verruilde Dasberg Friesland voor het grotere ressort Groningen. Op 20 maart 1932 werd hij te Groningen geïnstalleerd. In de hierbij uitgesproken rede De eenheidsgedachte. De centrale gedachte van het Jodendom (Groningen, [1932]) herhaalde hij zijn eerder genoemde ideeën, die hij zowel in Friesland als in Groningen poogde te realiseren. Zo gaf hij les aan de hoogste klassen van de joodse scholen, organiseerde cursussen over het Jodendom en stichtte in Groningen een jeugdsynagoge. Geloofsgenoten die problemen hadden met de handhaving van de joodse traditie in de moderne tijd konden rekenen op zijn steun en hij onderwees aanstaande echtparen in de joodse huwelijkswetten. Ook de kleinste gemeenten in zijn ressort hadden zijn aandacht. In dit geestelijk leiderschap ligt zijn voornaamste betekenis. Daarnaast poogde Simon kennis over het Jodendom in niet-joodse kring te verspreiden. Ten slotte had de Mizrachie zijn aandacht en medewerking: hij leidde jeugdkampen en sprak op propagandabijeenkomsten.

In 1938/1939 maakte hij een studiereis door Palestina, en in de bezettingsjaren gaf Simon meermaals te kennen zich na de oorlog daar te willen vestigen.

Spoedig na de Duitse inval in mei 1940 zag hij, juist voor het traditionele Jodendom, een ernstige bedreiging in het groeiend aantal anti-joodse maatregelen.

Religieuze plichtsvervulling was daarom in zijn overtuiging een zo mogelijk dwingender noodzaak dan vroeger, als een garantie voor het voortbestaan van het joodse volk. Zolang hij nog als joods leider kon functioneren was zijn toekomstvisie optimistisch. Het joodse volk zou, zoals in het verleden, ook deze donkere tijden te boven komen en het zou dan een toekomst vinden in het oude stamland. Dasberg onderhandelde met de bezetters, was lid van de Joodsche Raad, organiseerde cursussen voor ontslagen joodse werknemers en bemoedigde de inwoners van zijn ressort. Op 6 december 1942 werd hij, na de deportatie van L.H. Sarlouis, tot plaatsvervangend opperrabbijn van Amsterdam benoemd.

 

 

Toespraak van opperrabbijn Simon Dasberg te Winschoten (Het Joodsche Weekblad, 6 maart 1942)

 

 

Aankondiging van een toespraak van opperrabbijn Simon Dasberg (Het Joodsche Weekblad, 1 mei 1942)

 

Na een verblijf van drie dagen in Westerbork vestigde hij zich op 29 mei 1943 in Amsterdam, waar hij zich nauwelijks meer heeft kunnen ontplooien. Op 29 september 1943 werd het gezin Dasberg naar Westerbork gedeporteerd.

 

Het kwam, door het bezit van buitenlandse paspoorten, in aanmerking voor de Palestina-Austausch. Daartoe werden Dasberg en zijn gezin op 11 januari 1944 naar Bergen-Belsen gedeporteerd, waar bleek dat rabbijnen niet werden uitgewisseld. Dasberg kon in het kamp geen leidersrol meer vervullen en verloor zijn hoop en optimisme. Hij overleed er, twee dagen na zijn vrouw, aan uitputting en een hartaanval.

 

Eliazar (Eli) Dasberg (1904-1989)

 

Eli dasberg werd geboren op 6 september 1904 in Dordrecht, Nederland.

Hij was getrouwd met Bertha de Vries.

Hij was verzekerings deskundige. Daarnaast was hij een vooraanstaand Mizrachist (hij was lid van het hoofdbestuur), voorzitter van Dath Wa’arets te Deventer, directeur van het JNF-bureau te Amsterdam en lid van het bondsbestuur NZB. Later maakte hij propeganda voor Collectieve Israel Actie (CIA).

 

In Bergen-Belsen schreef hij sonnetten. Eli Dasberg had kamp Bergen-Belsen overleefd, maar werd niet bepaald vriendelijk ontvangen in Nederland. Hij kwam met zijn familie op het station van Breda aan en werd daar al meteen valselijk beschuldigd van collaboratie.

Er was in Breda sprake van een goed georganiseerde dienst, die controleerde, voedsel- en kledingbonnen verstrekte en groepen indeelde voor verder transport. Eli Dasberg werd er uitgepikt:


‘De controlerende beambte, semi-militair gekleed, gelastte mij aan de kant te gaan staan. “Een familie met man, vrouw,drie kinderen en een moeder, dat moest een collaborateur zijn.” Ik was niet in staat te praten en te weerleggen. Ik had al mijn zelfbeheersing nodig de man niet aan te vliegen.
Maar mijn vrouw vocht met alle kracht der overtuiging tegen de vreselijke beschuldiging en nadat hij, op haar eis, bij leden van onze groep naar mij gevraagd had en inlichtingen kreeg, maakte hij zijn verontschuldiging. Een zo complete familie was zeer ongewoon.’
De dag erop ging de familie Dasberg verder. Ze kwam op een ongelukkig gekozen plek terecht:


‘In Amersfoort reden we prompt naar binnen in de poort van het voormalig concentratiekamp Amersfoort. We dachten terug aan de verschrikkelijke transporten van mishandelde mensen, die uit Amersfoort in Westerbork kwamen. Het bevrijde Nederland verwelkomde zijn rest van terugkerende ballingen op deze manier.
Bep kreeg een woedeaanval en wilde beslist niet in deze barakken overnachten. Ze ging demonstratief op een stoel zitten vóór de barak en wilde haar hoofd niet buigen. Maar er was geen transport meer naar Amsterdam en we moesten wel toegeven.’
 

 

Eli Dasberg schrijft, terug in Amsterdam, in juni 1945 een gedicht waarin hij het gevoel van veel lotgenoten verwoordt, waaruit hieronder een fragment:
'Ik dwaal door Amsterdam. Het is gestorven,
Mijn oude vrienden lopen niet met mij,
Een donk’re schaduw schuifelt somber mede,
De doden lopen mee, in eindeloze rij.’

 

Eli schreef  ook de biografie over zijn oom: Rabbijn Simon Philip de Vries, Neede 1870 - Bergen Belsen 1944. De geschiedenis van zijn leven (Lochem 1973).

 

In 1950 ging hij op aliyah. Eli is op 30 augustus 1989 overleden in Herzliya, Israel.

 

 

Nathan Dasberg (1907-1992)

 

Nathan werd geboren op 14 oktober 1907 in Dordrecht, Nederland.

Op 17 januari 1935 trouwde hij met Elisabeth Prins in Amsterdam. Ze kregen acht kinderen.

Het gehele gezin heeft WO II overleefd. In de oorlogsjaren heeft het gezin in Amsterdam gewoond, maar na de oorlog keerde het gezin weer terug naar Hilversum waar het ook voor de oorlog had gewoond.

Nathan was lid van het eerste naoorlogse bestuur NZB.

Na de tweede wereldoorlog bood hij samen met zijn vrouw onderdak  aan ca. 25 wezen in het Dasberg-huis.

Net als zijn oudere broer Isaac was hij betrokken bij de  illegale krant Hasjalsjéelet (Bussum). Nathan was chazan en onderwijzer in Hilversum (sinds 1935) en bestuurder van Le-Ezrath Ha-Jeled (1946). Op 1 oktober 1947 was hij spreker voor Wereldomroep radio Nederland (over Soekkoth).

In 1947 ging hij op aliya. Hij werd directeur van jeugddorp Kfar-Batya (Raanana) en was medeverantwoordelijk voor de overbrenging van het interieur van de synagoge in Leeuwarden naar Kfar Batya.

Nathan is overleden op 6 december 1992 in Beeroth Yithzak, Israel.

 

 

 

Deportatie-kamp Westerbork, Noord-Nederland. Het eindstatation van 110 000 Nederlandse Joden die in Auschwitz, Bergen-Belsen of Sobibor eindigden en vernietigd werden. We moeten hier spijtig vaststellen dat vele Nederlanders met de Nazis collaboreerden en voor deze ongelofelijke hoge percentage van Shoah-slachtoffers zich schuldig gemaakt hebben. Negentig procent van het Nederlandse Jodendoim was vernietigd en dit was het hoogste percentage van West-Eurpa, alleen in Oost-Europa (Polen) waar de vernietigingskampen zich bevonden, hebben we een vergelijkbare percentage.

 

 

 

Schouwburg in Amsterdam, een van de beroemdste culture attracties van Amsterdam. In dit gebow hebben de Nazis een i’nferno’ aangericht waar duizenden van Amsterdamse Joden hier verzameld werden om naar Westerbork  gedepoteerd te worden en vanaf daar naar de vernietigingskampen in Oost-Europa getransporteerd te worden. Absurd is voor mij altijd hoe men zo’n mega cultuurcentrum in een massadepottatie-centrum veranderen kan.

 

Waarlijk vele religieuze Joden hebben recht aks ze zeggen dat cultuur totaal heeft verzaakt en bankroet is en dient  alleen als een masker voor de dierlijke kant van de mens. De enige waarborg dat zulke gruwelijk daden niet meer vorkomen, is het waarlijke Geloof iin Hashem en de humanistiche waarden die in het Jodendom zeer hoog aangeschreven staan.

 

Colofon

 

Prof. Rabbijn Ahron Daum, Emeritus Opperrabbijn van Frankfurt am Main

10 Chesvan 5774/ 14 oktober 2013

 

Maria-Tamar Harrabi, Haarlem, Nederland

Research en het verzamelen van materiaal (inclusief foto’s)

 

Matittyahu Akiva (Matthijs) Strijker

Eindredactie en correcties

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We danken de onderstaande websites, die ons daadkrachtig geholpen hebben, om dit essay over belangrijke Nederlandse Rabbijne familie uit de twintigste eeuwse nu aan het grote publiek ter beschikking te stellen.

 

Zonder hun bijdrage kon dit essay niet tot stand worden gebracht.

 

Velen dank namens alle lezers!

 

Bronnen:

http://www.joodsmonument.nl/person/383468

http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn2/vriessp

http://www.4en5mei.nl/herinneren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/508

http://www.joodsamsterdam.nl/rotterdam/persdasbergsamuel.htm

http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn3/dasberg

http://www.joodsmonument.nl/person/459070

http://www.jodeninnederland.nl

http://stenenarchief.org/genealogy/devries/58.htm

http://levie-kanes.com/humogen/family/humo_/F56316/I150092/

http://www.joodsamsterdam.nl/persisaacdasberg.htm

http://beeldbank.regionaalarchiefdordrecht.nl

http://deoorlog.nps.nl/page/personen/780107/Eli%20Dasberg?afl=8

 

Share this

Counter