Skip to main content

Chinuch (Dutch)

 

‘Chinuch’= Joods Religieuze Opvoeding voor Kinderen en Jeugd

 

 

שאל אביך ויגדך זקניך ויאמרו לך

Cultureel-historische Schoolreis met mijn Leerlingen van de Yavne Middelbare School in Antwerpen naar de Wieg van het Ashkenasische Jodendom in Worms en Michelstadt.

Chinoech = Religieus Joodse Opvoeding van Kinderen en Jongeren

Inclusief: Voorbereidingsprogramma voor Gioer van Kinderen in de Leeftijd van 3 tot 18 jaar

 

1.      Definitie van Chinoech

Het is waarschijnlijk het Festival van Chanoeka dat het woord Chinoech in het Jodendom heeft geïntroduceerd. Chinoech betekent een kind introduceren in de wereld van het religieuze Jodendom en hem/haar inwijden in en toewijden aan de praktijk van de Mitswot. De ouders, zowel moeder als vader, zijn de belangrijkste personen in de Joods religieuze opvoeding van een kind. De plicht tot religieuze opvoeding begint al gedurende de zwangerschap. Het kind wordt dan gevormd en wij moeten dit proces beïnvloeden door geen lelijke woorden te spreken, niet te schreeuwen, niet naar slechte muziek te luisteren etc., maar juist de vorming te ondersteunen in een rustige, vreedzame en harmonieuze sfeer. Na de geboorte begint het kind al met de eerste stappen in Kasjroet, doordat het gevoed wordt met melk van de moeder of met kosjere baby flesvoeding.

 

 

De Midrasj vertelt dat toen het Joodse Volk bij de berg Sinaï stond om de Tora te ontvangen, zij door G-d gevraagd werden om een garantie dat zij inderdaad de Tora in de toekomst zouden naleven. De enige borg die G-d bereid was te aanvaarden, concludeert de Midrasj, waren de kinderen van Het Joodse Volk. Dit benadrukt het overweldigende belang van Chinoech.

De plicht om kinderen te trainen in het onderhouden van de Mitswot is Rabbijns in achtergrond. Ouders zijn volgens de Rabbijnen verplicht ervoor te zorgen dat hun kinderen de Tora zullen naleven, zodat zij eraan gewend zullen zijn wanneer zij de leeftijd van volwassenheid bereiken.

Er is geen uniforme tijd aan te geven voor het tijdstip waarop de plicht begint om een kind te trainen om de Mitswot na te leven.

Gemiddeld genomen zijn kinderen die de leeftijd van 5 of 6 jaar hebben bereikt oud genoeg om Mitswot Assee (de positieve geboden) te begrijpen en uit te voeren. De verplichting van de ouders is echter altijd afhankelijk van de specifieke naleving en de intellectuele vaardigheden van het betreffende kind.

Over het algemeen wordt de leeftijd voor Mitswot Lo Ta ´assee (verboden, de negatieve geboden) eerder bereikt. Het enige wat nodig is, is dat het kind in staat is te begrijpen dat een zekere handeling verkeerd is.

Naast het garanderen dat hun kinderen de Mitswot nakomen wordt van de ouders geëist dat zij hun kinderen onderwijzen in het juiste religieuze gedrag en goede karaktereigenschappen. Deze training hoort op een zo vroeg mogelijke leeftijd te beginnen.

De Talmoed bepaalt dat ouders nooit een kind iets moeten beloven en dat dan niet nakomen, omdat dit een kind slechts zal leren om in het latere leven te liegen. De training voor ethisch leven moet in de kinderjaren beginnen.

 

Geloften en eden:

De Tora moedigt het op zich nemen van geloften of eden zeker niet aan. Normaal gesproken zijn kinderen beneden de leeftijd van Bar- of Bat-Mitswa niet persoonlijk gebonden om de Mitswot na te leven. Geloften zijn op deze regel een uitzondering. Al gedurende een jaar voor de volwassenheid, dus voor jongens boven de 12 en voor meisjes over de 11 jaar, zijn kinderen onder bepaalde omstandigheden gehouden de geloften die zij hebben gemaakt uit te voeren, net zoals volwassenen. Ouders moeten hun kinderen dus helpen het bindende karakter van geloften of eden te begrijpen.

 

 

2.      Kasjroet

Kinderen moeten de verschillende wetten kennen, zoals de basis van de Kasjroet,  de scheiding tussen melk en vlees, de wachttijd tussen het consumeren van vlees en melk, het zeggen van de correcte Berachot voor en na het genieten van eten (Berachot Acharonot, Birkat Hamazon, Boree Nefasjot), het verschil tussen zachte en harde kaas.

 

        De scheiding tussen melk en vlees

De wetten van de Tora verbieden de consumptie van melk en vlees slechts als zij samen worden gekookt. De Rabbijnen hebben echter bepaald dat het verboden is vlees en melk in welke combinatie dan ook te consumeren. Zij verbieden ook de consumptie van melk na het eten van vlees, zelfs wanneer de twee apart worden gegeten.

 

Er bestaan verschillende meningen over hoeveel tijd er moet verlopen tussen het eten van vlees en melk. Rabbi Yosef Karo (1488-1575 g.j.) heeft in de wetscodex Sjoelchan Aroech bepaald dat een wachttijd van 6 uur noodzakelijk is. De Asjkenasische praktijk in bepaalde West-Europese Joodse gemeenschappen is om 3 uur te wachten (in Duitsland, België en sommige andere Europese landen). De Nederlandse praktijk is om slechts 1 uur te wachten, wat uniek is in Tora-getrouw Jodendom en zelfs in Nederland meestal niet wordt uitgevoerd.

De beste oplossing voor ouders is om te wachten om hun kind melk te geven met tenminste 1 uur na vlees. Dit geldt trouwens ook voor gevaarlijk zieke volwassenen. Wanneer het ten goede van het kind is en het kind nog erg jong is (minder dan een jaar oud), mogen ouders deze Rabbijnse wet overtreden en de melk geven binnen een uur na het vlees. Vanaf de leeftijd dat kinderen naar de kleuterschool gaan zijn ouders verplicht kinderen te leren om de volle 6 respectievelijk 3 uur te wachten.

 

 

Wat is kosjer vlees?

Wij moeten het kind de volgende stadia van kosjer vlees leren:

a.       Kosjere soorten dieren, zoogdieren en vogels.

b.       De grote lijnen van het Sjechieta-proces.

c.       Nikkoer, het verwijderen van de verboden vetten (de Chelev).

d.       Het proces van kasjeren, het verwijderen van de rest van het bloed door zouten of grillen.

e.       Kosjer certificering en het identificeren van het logo en of de zegel en het Kasjroet-certificaat van het Rabbinaat/Bet Dien op de verpakking/het artikel.

 

        Het verschil tussen zachte en harde kaas

Na het eten van zachte kaas, zoals kwark, karnemelk of yoghurt, is het niet noodzakelijk te wachten voordat vlees wordt gegeten, maar na Birkat Hamazon of na de Beracha Acharona, moet men de mond schoonmaken door de mond te spoelen met of door het drinken van water en het kauwen van een stuk brood en na een korte pauze en het wassen van de handen, is het toegestaan vlees te eten.

 

 

Chalav Akoem is melk van een kosjer dier, zoals een koe, schaap of geit, die wordt gemolken zonder Rabbijns toezicht. Vroeger bestond er de serieuze mogelijkheid dat niet-Joden de melk van een kosjer dier zouden mengen met de melk van een niet-kosjer dier, zoals een kameel, paard of ezel. Daarom hebben de Rabbijnen het verplicht gesteld om melk onder Rabbijns toezicht te melken, bekend als Chalav Jisrael

Rav Moshe Feinstein (1895-1986 g.j.) heeft bepaald dat in plaatsen waar de mogelijkheid niet bestaat om Chalav Jisrael (het melken wordt gedaan onder Rabbijns toezicht van een Masjgiach of de melk is van een Joodse boer) te krijgen, men Chalav Akoem mag consumeren, behalve met Pesach in verband met Chamets. De reden is dat onder deze uitzonderlijke omstandigheden de overheidscontrole kan gelden als toezicht. Rav Moshe Feinstein schrijft echter in hetzelfde responsum dat in plaatsen waar Chalav Jisrael verkrijgbaar is, zelfs als het duurder is, moeders die Chalav Jisrael aan hun kind geven succesvol zullen zijn in de religieuze opvoeding van hun kinderen als trotse en geleerde zonen en dochters van Israël.

 

Vragen:

Wat is Parve?

Waarom is het belangrijk alleen wijn of druivensap (ook champagne) te drinken die geproduceerd zijn onder Rabbijns toezicht? Dit heeft betrekking op zowel het drinken van wijn voor de smaak als voor rituele bedoelingen (noem 2 redenen!).

Wat is de Mitswa van het afscheiden van de Challa? (wat is de reden hiervoor, de hoeveelheid deeg, wat doen wij met het afgescheiden deel en waarom even wij het niet aan de Kohen?)

Van kinderen boven de leeftijd van 10 jaar wordt verwacht dat zij weten over de Eroev Tavsjilien.

Op Jom Tov is het niet toegestaan te werken, maar met betrekking tot voedsel voor de ziel (Ochel Nefesj) is de Tora minder strikt in vergelijking tot de Sjabbat. Op Jom Tov is het toegestaan voedsel te bereiden voor die betreffende Jom Tov, als dat gebeurt met een bestaande bron van vuur.

 

 

Wanneer de dag na Jom Tov een Sjabbat is (wat het geval is als de Jom Tov op een donderdag of vrijdag valt), is het ook toegestaan te koken voor de dag na de Jom Tov, de Sjabbat, op voorwaarde dat men op Erev Jom Tov (woensdag of donderdag) een Eruv Tavsjilien heeft gemaakt, wat betekent: een verbinding maken tussen koken voor en koken op Jom Tov. Op Erev Jom Tov steekt men een kaars aan met 72 branduren en neemt men een Matse en een hardgekookt ei (symbolen van bakken en koken) waarover men een Beracha zegt en declaraties voor het toegestaan zijn van Eroev Tavsjilien. Men legt de Matse en het ei terzijde om te eten op Sjabbat, de Matse als Lechem Misjne (het dubbele brood voor Sjabbat). Als men dus begint met het voorbereiden van het voedsel voor Sjabbat voor het begin van de Jom Tov, mag men doorgaan met de voorbereiding op de Jom Tov.

Waarom touwelen (onderdompelen) wij nieuw vaatwerk dat gemaakt is door niet-Joden in een Mikwe , voordat wij ze gebruiken voor het voorbereiden van of het eten/drinken van voedsel?

Wat moet men goed nakijken als men een salade maakt?

Hoe onderzoeken wij slabladeren of groenten?

 

 

3.      Gebeden voor kinderen

Wij bevelen het gebruik van de ArtScroll Children´s Siddur van Shmuel Blitz en geïllustreerd door Tova Katz aan. ISBN 10:1-57819-564-0 of ISBN 13:978-1-57819-564-0.

Deze Sidoer is ideaal om kinderen de gebeden te leren lezen en het is beslist voldoende voor iedere Tora-trouwe Bet Dien die over de kinderen moet oordelen.

De volgende gebeden moeten de kinderen onder de knie hebben:

Sjachariet voor doordeweekse dagen en voor Sjabbat;

Birkot HaSjachar;

Sjema in het geheel (bij voorkeur het eerste deel uit het hoofd);

Sjemonee Esree in het geheel, voor doordeweekse dagen en voor Sjabbat;

Aleinoe in het geheel;

Birkat HaMazon in het geheel (bij voorkeur het eerste deel uit het hoofd).

 

De zegenspreuken voor en na het eten in de opvoeding van jonge kinderen:

Zowel meisjes als jongens moeten onderwezen worden om aan deze vereisten te voldoen. Als de ouder niet van plan is te eten, is het hem/haar toegestaan de zegenspreuk te zeggen met gebruik van de volle naam van G-d en zijn Koningschap wanneer zij dit doen om het kind te leren de Berachot op de juiste manier te zeggen.

De tekst van de Birkat HaMazon moet geleidelijk aan vermeerderd worden totdat de kinderen de complete tekst kennen.

Er bestaan verschillende meningen over de vraag of een jongen die nog geen Bar-Mitswa is meetelt voor de 3 of 10 mannen nodig voor een Zimoen (uitnodiging aan het begin van de Birkat HaMazon om de zegenspreuken in het openbaar te zeggen).

 

Gebed

De Sjoelchan Aroech beveelt aan dat een jongen van ongeveer de leeftijd van 6 of 7 jaar geleerd wordt Sjema te zeggen. Vrouwen krijgen het advies het begin van Sjema te zeggen als een teken van de aanvaarding van G-d´s soevereiniteit in hun levens.

Jongens zijn verplicht Sjemonee Esree 3 maal daags te zeggen vanaf de basisschool.

 

Er bestaan verschillende meningen over het bidden door de meisjes. Maimonides (1135-1204 g.j.) bepaalt dat vrouwen slechts verplicht zijn een bepaald gebed eens per dag te zeggen. De Sjoelchan Aroech bepaalt overeenkomstig Maimonides (dat wil zeggen toegevend). Rabbi Avraham Gombiner (1635-1682 g.j.), auteur van het halachische werk Magen Avraham, adviseert dat meisjes tenminste de Sjachariet en de Mincha Sjemonee Esree moeten zeggen, vanaf de leeftijd van de basisschool.

 

Over de Pesoekee Dezimra (een deel van de Psalmen dat wij zeggen tijdens het Sjachariet), bestaan er verschillende meningen. De juiste beslissing is om dit te laten bepalen door de leeftijd en de mentale vaardigheden van de jongen of het meisje.

 

 

Het Sefardische gebruik is om een jongen ongeveer een half jaar voor de Bar-Mitswa voor te bereiden op het leggen van Tefillien. Het Asjkenasische gebruik is om slechts een maand voor de Bar-Mitswa de Bar-Mitswa te leren om Tefillien te leggen.

 

4.      Sjabbat

De voorbereidingen voor Sjabbat zijn even belangrijk als Sjabbat op zich, bijvoorbeeld het koken en schoonmaken van het huis voor Sjabbat. Een kind kan bij de voorbereidingen betrokken worden door bijvoorbeeld het opruimen en schoonmaken van de eigen kamer, het mooi dekken van de tafel, het nemen van een bad en het vervangen van de doordeweekse kleren door het aantrekken van feestelijke Sjabbat kleren. De Mitswa van Chinoech is met wel een speciale nadruk van toepassing op het naleven van de regels voor Sjabbat, omdat de Sjabbat een teken is van het Verbond tussen G-d en het Joodse Volk. Het is een Heilige Dag.

 

Voorbereidingen voor Sjabbat:

Men moet voor de Sjabbat voorbereiden alsof men zich voorbereidt op de komst van een belangrijke gast, zoals een koningin of een bruid (Sjabbat is een vrouwelijk woord in het Hebreeuws).

 

 

De Sjoelchan Aroech bepaalt dat het een Mitswa is om het lichaam en haar te wassen en de nagels te knippen. Ouders zijn verplicht jongens en meisjes op deze manier voor te beiden op vrijdag, Erev Sjabbat, vanaf de leeftijd waarop het kind kan begrijpen dat Sjabbat een speciale dag is. Het verwisselen van de kleren dient ook op vrijdag voordat de Sjabbat begint plaats te vinden, ook indien de kinderen hun vader niet naar de synagoge vergezellen op de avond van Sjabbat.

Het aansteken van de kaarsen (de Beracha uit het hoofd kennen)

 

Deze Rabbijnse Mitswa is ingesteld om gedurende Sjabbat vrede en harmonie in het huis te bevorderen. Het is geen persoonlijke verplichting, maar de verplichting geldt voor ieder Joods huishouden. Het heeft de voorkeur dat de vrouwen de kaarsen aansteken. Als de vrouw des huizes echter afwezig is, kan een volwassen dochter, dus na haar Bat-Mitswa, deze Mitswa uitvoeren. Als er slechts kleine kinderen zijn, dan voert de man deze Mitswa uit. Hoewel er geen verplichting geldt om de kaarsen aan te steken voor de dochters voor hun huwelijk, zo lang als zij thuis blijven om aan de zijde van de moeder de kaarsen aan te steken en de Beracha te zeggen, is het tegenwoordig een wijdverbreid gebruik, specifiek binnen de Chabad-beweging, dat de dochters zelf 2 of 1 kaars(en) met Beracha aansteken. Ook anderen hebben zich bij dit gebruik aangesloten. Tot de positieve Mitswot (Mitswot Ta´assee) horen ook het zingen van Sjalom Aleichem (het welkomstlied voor de dienstdoende engelen van vrede die ons vanuit de synagoge begeleiden naar de Sjabbat tafel) en het zingen van Zemirot (religieuze liederen ter ere van Sjabbat), in het bijzonder Eesjet Chajiel (een loflied geschreven door koning Salomo ter ere van de vele bijdragen van de Joodse vrouw die het heeft mogelijk gemaakt de Sjabbat te vieren).

Kidoesj (de feestelijke declaratie dat Sjabbat een speciale dag is, een Heilige Dag)

 

Het reciteren van Kidoesj op Sjabbat nacht is een persoonlijke verplichting uit de Tora, bindend voor iedere volwassen Jood (man of vrouw). Het heersende gebruik is dat iedere man in de familie zijn individuele Kiddoesj maakt. Vrouwen en kinderen vervullen hun persoonlijke verplichting door te luisteren. Ouders zijn niet verplicht de jongens en meisjes onder de leeftijd van Bar-/Bat-Mitswa aan hun eigen Kidoesj te wennen, aangezien Chinoech zelf van Rabbijnse oorsprong is. Voor verweduwde of gescheiden vrouwen geldt: een jongen onder de leeftijd van religieuze volwassenheid (dus onder de 13 jaar), kan een volwassene niet bevrijden van een Tora verplichting. Dit geldt ook voor het maken van Havdala (zie hieronder).

Sjabbat maaltijden

 

 

Ieder van de 3 verplichte maaltijden op Sjabbat (Sjalosj Seoedot) begint met Lechem Misjne (bedekt), 2 hele Challot (speciaal gevlochten broden voor Sjabbat en Jamiem Toviem) waarover de Beracha van HaMotsi wordt gezegd. Dit geldt voor zowel mannen als vrouwen. Op vrijdag nacht doet het hoofd van het huishouden dit en antwoorden de aanwezigen Amen of ieder zegt zijn eigen HaMotsi over een individueel stuk Challa. Kinderen moeten eraan gewend worden om deze verplichting te vervullen vanaf de leeftijd dat zij het kunnen begrijpen.

De van de Sjabbat avond afwijkende Kidoesj voor het middagmaal van Sjabbat is een Rabbijns ingestelde verplichting. Ouders moeten erop toezien dat hun kinderen het reciteren van de Kidoesj aanhoren. Kinderen zijn niet beperkt zoals volwassen in het eten voordat deze Kidoesj wordt gemaakt, omdat zij voedsel nodig hebben voor hun gezondheid en het groeiproces. Zij moeten echter van te voren geen Challa eten.

 

Havdala

De verplichting om Havdala te horen of te maken is van toepassing op alle  volwassen Joodse mannen. Vrouwen hebben de plicht om Havdala te horen. Ouders moeten er dus op toezien dat hun kinderen (jongens en meisjes) Havdala horen aan het einde van Sjabbat, wanneer zij in staat zijn om dit te begrijpen.

Verboden arbeid en kinderen

Het werkverbod op Sjabbat geldt creatieve activiteiten: alles was nodig was voor het bouwen en afbreken van de Misjkan (Tabernakel) is verboden op Sjabbat. Er zijn 39 hoofdcategorieën van verboden activiteiten op Sjabbat (39 Avot Melachot), bijvoorbeeld bakken, selecteren, ploegen, planten, oogsten, vuur maken, vuur doven, bouwen, schrijven, malen, dragen. Alle hoofd werkzaamheden die verboden zijn op Sjabbat worden per definitie gekenmerkt door 3 elementen:

a.      creatief werk

b.      creatief denkwerk

c.      expertise

Tweede graads verboden Melachot op Sjabbat worden Toladot genoemd (zij zijn verbonden met de hoofd Av Melacha), bijvoorbeeld, vegen met een harde bezem, planten water geven, bloemen plukken, het gebruik van elektriciteit of voorwerpen met batterijen (bijvoorbeeld een computer, telefoon of auto), het openen en sluiten van een paraplu.

Moektse

(Rabbijnse verboden die verzekeren dat Sjabbat niet overtreden wordt door het gebruik van verboden voorwerpen). Het woord Moektse betekent in een hoek leggen of terzijde leggen.

Voorbeelden van Moektse zijn (terzijde gelegd zodat Sjabbat niet wordt overtreden): bloemen, kandelaars, Sjofar, Tefillien, Loelav, gsm, laptop, afstandsbediening, pen etc. Het is ouders verboden ervoor te zorgen dat het kind de Sjabbat overtreedt. Dit verbod begint al vroeg. Als een kind handelt in zijn/haar eigen belang kan het geoorloofd zijn, maar het dient te worden ontraden.

Het dragen op Sjabbat van Moektse voorwerpen

Hoewel dit een Rabbijns verbod is, geldt dit ook voor het dragen op Sjabbat van een privé domein naar een publiek domein en omgekeerd als er geen Eroev om de Joodse buurt heen is. Vele geleerden staan een kind toe om een Sidoer te dragen op Sjabbat als er geen Eroev is, echter slechts als het in het eigen belang van het kind is.

Spelletjes en speelgoed

Voorwerpen die op Sjabbat Moektse zijn, worden niet aan een kind gegeven om mee te spelen, tenzij die voorwerpen permanent als speelgoed werden gebruikt voor het begin van Sjabbat (zoals speelstenen en stokjes of een open zandbak met alleen fijn zand en zonder water). In dat geval mogen zij door ieder verplaatst worden, zelfs door een volwassene. Het is toegestaan met een bal te spelen binnen het huis of binnen een omheind verhard gebied. Echter geen rollen of schoppen van een bal buiten, omdat dit het maken van gaten kan veroorzaken.

Fietsen zijn Moektse (dit is dragen), kleine driewielertjes in het huis zijn toegestaan. Bouwblokken (Lego of Duplex) zijn toegestaan.

Het spelen van Monopoly kan toegestaan beschouwd worden, net als bord spelletjes, tenzij het gebruikelijk is om de stand bij te houden door schrijven, zelfs als men dat op Sjabbat niet zal doen. Scrabble is ook toegestaan als het niet gebruikelijk is de stand bij te houden, aangezien de letters niet in een raamwerk worden gezet waarin de letters met elkaar worden verbonden, wat als schrijven zou kunnen worden beschouwd. Puzzels met letters zijn verboden (het lijkt op schrijven).

Het klimmen in of leunen tegen een boom of ladder is verboden (boven de leeftijd dat kinderen dit kunnen begrijpen moeten zij door hun ouders hiervan worden weerhouden). Springen en rennen is toegestaan, omdat dit plezierig is voor de kinderen.

Zorg voor het lichaam van het kind op Sjabbat en Jom Tov

Als dit nodig is (wanneer het kind niet op zijn/haar gemak is), is het toegestaan het gehele lichaam van een kind te wassen met warm water dat voor de Sjabbat verhit was. Op Jom Tov (wanneer het, net als op Sjabbat, niet toegestaan is het hele lichaam te wassen), mogen ouders een kind baden als zij de gewoonte hebben het kind elke dag te baden.

Lichte olie, die vrijelijk vloeit, mag op de huid van het kind worden gewreven. Voor een volwassene mag dit slechts gedaan worden als hij/zij ziek is. Een kind wordt als potentieel ziek beschouwd wanneer het zijn/haar legitieme behoeften wordt onthouden.

Voedselbereiding op Sjabbat en Jom Tov

Houders met vloeibare babyvoeding moeten voordat de Sjabbat of Jom Tov begint worden geopend. Hoewel meten op deze dagen normaal gesproken niet is toegestaan, is het noodzakelijke meten van babyvoeding poeder toegestaan, aangezien ieder klein kind beschouwd wordt in de categorie van zieken te vallen.

Op Sjabbat kan de fles voor de baby niet verwarmd worden onder de kraan, maar moet het water uit de elektrische waterverwarmer die voor de Sjabbat in het stopcontact is aangezet genomen worden. Op Jom Tov mag warm water uit de kraan op de gebruikelijke manier worden verkregen.

Kneden (Lisja) is niet toegestaan op Sjabbat. Toch mag een ontbijt graanproduct gemaakt worden voor een baby als dit op een manier wordt gedaan die afwijkt van wat men normaal gewend is te doen (Sjinoei). Op Jom Tov is er geen verbod op kneden.

Transporteren van een kind

Op Sjabbat mag een kinderwagen niet uit het privé domein worden genomen tenzij er een Eroev is rond de Joodse wijk/buurt. Op Jom Tov geldt deze beperking niet. De kap van de wagen moet noch op Sjabbat, noch op Jom Tov worden uitgeklapt of dichtgeklapt. Dit wordt als het opzetten of afbreken van een tent (Ohel) beschouwd en dit is verboden op deze dagen. Als de kap was geopend voor de breedte van een Tefach (handbreedte, ongeveer 10 cm) voor Sjabbat of Jom Tov, mag dit wel geheel geopend worden, sinds dit slecht toevoegen aan een al bestaande Ohel is. Het mag ook gesloten worden, zolang een Tefach van de kap open blijft.

De algemene regel is dat Rabbijnse verboden op Sjabbat overtreden mogen worden als daarmee in acute behoeften van het kind wordt voorzien. De handeling, bijvoorbeeld het dragen van een kind naar de arts, moet dan als dit mogelijk is, op een andere manier dan gebruikelijk worden gedaan (Sjinoei).

 

Medische zorg voor kinderen

De halachische regels voor de zorg voor zieken op Sjabbat en Jom Tov zijn minder strikt voor kinderen dan voor volwassenen. Er zijn op deze dagen 3 groepen zieken te onderscheiden:

1.      Degenen voor wie de ziekte een mogelijke bedreiging voor hun leven vormt. Sjabbat en Jom Tov moeten op iedere voor de verzorging noodzakelijke manier overtreden worden, of zij nu volwassenen of kinderen zijn, zelfs als het gevaar voor leven gering is.

2.      Degenen die niet een ziekte hebben die een bedreiging voor het leven kan zijn, maar die dusdanig ziek zijn dat zij in bed moeten blijven en/of wiens hele lichaam pijn doet. Aan niet-Joden mag gevraagd worden al het nodige te doen. Het is ook toegestaan Rabbijnse verboden te overtreden (bijvoorbeeld Moektse en Sjvoet) om voor hen te zorgen, zo lang is de ondernomen handelingen op een manier worden gedaan die afwijkt van wat gebruikelijk is (Sjinoei)

3.      Voor degene die een ziekte heeft die minder ernstig is dan de 2 bovengenoemde categorieën mogen Sjabbat en Jom Tov op geen enkele manier worden overtreden.

Voor kinderen onder de leeftijd van 9 jaar, wordt al en kleine pijn of aandoening voldoende beschouwd om in de tweede categorie opgenomen te worden, met de toevoeging dat, indien de Sjinoei erg moeilijk of onmogelijk is, de vereiste handeling op de gebruikelijke manier uitgevoerd kan worden.

 

Oppas

Het is een Jood verboden een mede Jood te betalen voor werk op Sjabbat en Jom Tov (ook voor een toegestane handeling op deze dagen), zelfs als de betaling na Sjabbat zal plaatsvinden. Slechts wanneer een oppas tegelijkertijd wordt betaald voor het oppassen op Sjabbat en doordeweekse dagen, wordt dit verbod niet geschonden. Indien slecht een oppas nodig is voor Sjabbat of Jom Tov, kan een niet-Jood aangetrokken worden.

 

Zegenen van de kinderen

Hoewel er geen halachische verplichting is voor ouders om hun kinderen te zegenen, bestaat er sinds lang het gebruik in veel Joodse Asjkenasische en Sefardische gemeenschappen om dit te doen op speciale gelegenheden, zoals de avonden van Sjabbat en Jom Tov voor het maken van Kidoesj en vlak voordat men naar de Kol Nidrei dienst gaat op Jom Kipoer. De zegen voor jongens is die van de Patriarch Ya´acov: “Moge HaSjem je zegenen als Ephraim en Menasse”. De zegen voor meisjes is als die van de bewoners van Bet Lechem die Ruth zegenen met de volgende woorden: “Moge HaSjem je zegenen als Sara, Rivka, Rachel en Lea”.

 

 

Kinderen moeten leren wat er in de synagoge op Sjabbat gebeurt: het lezen van de Parasjat HaSjavoea en van de Haftara. Zij moeten in grote lijnen weten waarover de Parasjat HaSjavoea gaat.

Ouders moeten hun ook leren over de concepten en het functioneren van een Eroev, zoals Eroev Resjoeiot en Eroev HaTserot.

 

Vragen: Waarop moeten wij letten bij het wassen van de handen voor het eten van brood? Chatsitsa, dingen die geen deel uitmaken van de hand, bijvoorbeeld ringen, inktvlekken van het schrijven etc.

Het stuk brood van HaMotsi dat gegeten is met zout, omdat de offers met zout werden gebracht en omdat HaSjem Noach na de Maboel (vloed) beloofde de wereld nooit meer met zout water te straffen. Een andere interpretatie is dat het zout het symbool is van het eeuwigdurende Verbond tussen G-d en Zijn Volk (omdat zout sinds mensenheugenis als een conserverend middel wordt gebruikt).

Naar mijn mening is het ook heel belangrijk kinderen van jongs af aan te leren niet te spreken tussen de Beracha Al Netilat Jadajiem en de Beracha HaMotsi, omdat dit een onderbreking en pauze is, zowel als een verlies aan concentratie, hetgeen een nieuwe Al Netilat Jadajiem vereist, hetgeen dan een Beracha voor niets is. (Ook moeten wij kinderen het verbod om te spreken uitleggen tussen Tefillien shel Jad en Tefillien shel Rosj.)

 

 

5.      Rosj HaSjana (1e en 2e dag van Tisjri, de 7e maand)

Rosj HaSjana is de viering van de Jom Hoeledet (verjaardag) van de wereld en van de mensheid, wat inhoudt dat Rosj HaSjana een duidelijk universeel aspect heeft. In de Tora wordt de dag Jom Teroea genoemd, de dag van het blazen van de Sjofar. De Sjofar wordt op 3 verschillende manieren geblazen: Tekia, Sjevariem en Teroea. Wij moeten deze 3 tonen aan het kind uitleggen. Rosj HaSjana en Jom Kipoer worden ook Jom HaDien (dag van het oordeel) genoemd en wij moeten uitweiden over deze term en de 3 beroemde Boeken uitleggen die op Rosj HaSjana geopend worden.

De plicht om  het geluid van de Sjofar te horen is een positief gebod uit de Tora, dat afhankelijk is van tijd. Vrouwen zijn daarom niet verplicht, maar als zij deze Mitswa vrijwillig volbrengen krijgen zij daarvoor een beloning. Dezelfde regel is geldig voor de Chinoech van jonge kinderen. Als kinderen die de leeftijd hebben bereikt dit te kunnen begrijpen het blazen op de Sjofar in de synagoge hebben gemist, dan moet een volwassene nogmaals voor het kind op de Sjofar blazen. Met Rosj HaSjana horen wij 100 Sjofar tonen, waarvan de 30 voor Moesaf verplicht zijn uit de Tora.

De redenen voor het blazen op de Sjofar is ook belangrijk, zoals: de herinnering aan de Akeda en de (horens van) het ram dat in de plaats van Yitschak werd geofferd, de herinnering aan de Openbaring op Sinai toen het geluid van de Sjofar werd gehoord, en een derde uitleg van Maimonides: het blazen op de Sjofar als een oproep aan ons om ommekeer te doen en onszelf te verbeteren. Sjofar heeft als wortel de letters Sjin, Pe en Reesj, wat betekent zichzelf verbeteren.

Een kind moet de betekenis van Tasjlich uitgelegd krijgen. Dit vindt plaats op de eerste dag van Rosj HaSjana na Mincha, tenzij dit op een Sjabbat valt (in verband met de Eroev), in welk geval het wordt uitgesteld tot de tweede dag van Rosj HaSjana na Mincha. Op Rosj HaSjana zeggen wij de zegenspreuk over een appel met honing. De appel staat voor het zuur, de harde momenten die wij het komende jaar zeker zullen tegenkomen, maar waarvan wij hopen dat zij zo zoet zullen worden zoals honing.

Een deel van de opvoeding is ook om het verhaal te vertellen over Rabbi Amnon van Mainz (9e eeuw G.J.), die een heel belangrijk leider was van de Joodse gemeenschap in Mainz, Zuid-Duitsland gedurende de Middeleeuwen. De aartsbisschop respecteerde hem zeer, maar wilde dat hij een christen zou worden. Steeds opnieuw probeerde hij Rabbi Amnon over te halen om een christen te worden. Na veel aandringen zei Rabbi Amnon tegen hem: geef mij 3 dagen om erover na te denken, maar op de weg naar huis had hij al meteen spijt dat hij dit had gezegd en hij huilde en vastte voor 3 dagen. Toen de aartsbisschop zijn soldaten stuurde om de Rabbijn onder dwang bij hem terug te brengen, zie Rabbi Amnon tegen hem: Ik heb met mijn tong tegenover G-d gezondigd, neem mijn tong eruit. De aartsbisschop antwoordde echter dat zijn voeten geamputeerd moesten worden, omdat zij geweigerd hadden naar hem te komen. De Rabbijn werd gemarteld, maar hij bleef trouw aan zijn G-d. Dit gebeurde allemaal kort voor Rosj HaSjana. Op Rosj HaSjana werd hij op een stretcher naar de synagoge gebracht waar hij om een ogenblik stilte vroeg. Toen sprak hij over de 3 belangrijke dingen die G-d zouden kunnen beïnvloeden en G-d´s oordeel over ons zou kunnen veranderen: Tesjoeva (ommekeer), Tefiela (gebed) en Tsedaka (liefdadigheid voor de armen en gerechtigheid). De beschrijving van de dag van het oordeel in de Hemel door Rabbi Amnon dat in alle Asjkenasy gemeenschappen wordt gebeden in het Moesaf gebed (toegevoegde gebed) van Rosj HaSjana en Jom Kipoer, wordt OeNetenee Tokeef (laat ons de machtigheid en heiligheid van deze dag vertellen) genoemd.

De Sjemonee Esree in Moesaf, die bestaat uit een gebruikelijke Sjabbat en Festival Moesaf van 7 Berachot, is langer op Rosj HaSjana en bestaat uit 9 Berachot (dus 2 extra Berachot worden toegevoegd). De zevende Beracha wordt Malchoejot genoemd (G-d als Koning over de wereld) en de achtste wordt Zichronot genoemd (de dag waarop onze daden herinnerd worden) en de negende wordt Sjofarot genoemd (de dag van het blazen op de Sjofar).

Rosj HaSjana is het enige Festival dat ook in Israël voor 2 dagen wordt gevierd. Toen de Joodse kalender werd ingesteld, werd dit zo bepaald, en omdat het begin van het Nieuwe Jaar van zoveel belang is, hebben we ook in Israël een extra dag toegevoegd, om onvoorziene problemen met het uitroepen van de Nieuwe Maan (Rosj Chodesj) te voorkomen.

Speciaal eten wordt op Rosj HaSjana gegeten als goede voortekens voor een goed Nieuw Jaar. Behalve de appel met honing eten wij ook vis, granaatappel (allebei symbolen voor overvloed en vruchtbaarheid), rode bieten (Selek, wat ook verdwijnen betekent, zoals onze zonden in het diepe water (Tasjlich)) en honingcake.

 

 

6.      Jom Kipoer (10de Tisjri)

De 10 dagen tussen Rosj HaSjana tot aan en inclusief Jom Kipoer worden genoemd: Asseret Jemee Tesjoeva (de 10 dagen van ommekeer). Al vanaf het begin van de maand Elloel onderzoeken wij onszelf en bidden wij om vergeving (Selichot gebeden). Nog meer hiervan vind plaats gedurende de eerste 10 dagen van het Nieuwe Jaar. Wij doen echt Chesjbon HaNefesj (kritisch onderzoek van onze slechte daden gedurende het jaar), zodat wij oprecht Tesjoeva kunnen doen en we mensen kunnen benaderen van wie wij weten dat wij hun verdriet/pijn hebben gedaan en om hun vergeving te vragen. Alleen nadat wij het goed hebben gemaakt met onze medemens mogen wij G-d benaderen op Jom Kipoer en Hem vragen ons onze zonden te vergeven.

Tussen Rosj HaSjana en Jom Kipoer bidden we het gebed Avinoe Malkenoe gedurende Sjachariet en Mincha (er is geen Minjan hiervoor vereist), behalve op vrijdagmiddag en Sjabbat. De oorsprong van dit bekende gebed ligt bij Rabbi Akiva. Het gebed is echter over de afgelopen 18 eeuwen aanzienlijk ontwikkeld. Het behandelt persoonlijke wensen, nationale wensen en ook het vergieten van het bloed van het Joodse Volk gedurende de lange geschiedenis van lijden van ons Volk, bijvoorbeeld gedurende de Kruistochten (11-13e eeuw g.j.), de verdrijving van de Joden uit Spanje en Portugal en de Katholieke Inquisitie (15e-17e eeuw g.j.), pogroms op aanstichten van de Tsaar van Rusland (19e en 20ste eeuw g.j.) en uiteindelijk de Sjoa (het grootste bloedvergieten in de Joodse geschiedenis, in de 20ste eeuw g.j., uitgevoerd door de Nazis en hun Europese collaborateurs). Als Jom Kipoer op Sjabbat valt, wordt Avinoe Malkenoe niet gezegd.

De Sjabbat tussen Rosj HaSjana en Jom Kipoer wordt Sjabbat Sjoeva genoemd. De Haftara van deze Sjabbat is uit de Profeet Hosea, hoofdstuk 14, en het begint met de opmerkelijke zin: Sjoeva Jisrael (keer terug Israël tot jouw G-d). De halachische voordracht van de Rabbijn op deze Sjabbat gaat over Tesjoeva, Halachot van Jom Kipoer (vasten) en Zman Simchatenoe (Soekot).

De 5 verboden uit de Tora voor gezonde volwassenen op Jom Kipoer zijn:

1.      geen eten en drinken gedurende 25 uur;

2.      geen wassen of douchen (alleen de vingertippen in de ochtend en na toiletbezoek zijn toegestaan);

3.      geen enkele mooi makerij, make-up en gebruik van crèmes;

4.      niet dragen van schoenen of sandalen gemaakt van leer;

5.      geen seksueel verkeer (ook geen zoenen, omarming of omhelzing).

Kinderen onder de leeftijd van 9 of 10 jaar dienen toegestaan te worden om zich van eten te onthouden op Jom Kipoer voor een korte tijd (3 uren - een halve dag). Een jaar voor Bar- en Bat-Mitswa zijn de jongen en het meisje verplicht de gehele dag te vasten zodat zij gewend en getraind zijn in het vasten.

Omdat Jom Kipoer een Festival is en geen dag van rouw, zijn ouders niet verplicht om hun kinderen ervan te weerhouden op Jom Kipoer verfijndheden te eten. Dit is anders op de vastendagen van de 9e Av en de 17de Tammoez. Als men eet, geldt zowel voor kinderen als voor volwassenen die moeten eten, dat zij Kidoesj moeten maken en de Berachot voor en na het eten moeten zeggen.

Op Jom Kipoer zijn er 5 diensten in de synagoge: Kol Nidrei, Sjachariet, Moesaf, Mincha en Ne´ila.

Vidoei, het belijden van schuld (Al Chet sheChatanoe) is een centraal deel van de liturgie van Jom Kipoer. Het Jodendom benadrukt sterk de collectieve verantwoordelijkheid en solidariteit met onze mede Joden. Het gebed is in het meervoud geformuleerd. Dit betekent: zelfs als jij zelf niet deze specifieke overtreding genoemd in de Vidoei hebt begaan, ben je toch mede verantwoordelijk. Het Vidoei gebed is alfabetisch; voor elke letter van het Hebreeuwse alfabet zijn er 2 zinnen. Dit gebed wordt 10 keer gezegd: 5 keer in de stille Sjemonee Esree en 5 keer in de herhaling van de Sjemonee Esree door de Chazan.

Volgens Maimonides zijn er 4 beslissende stappen in het Tesjoeva proces.

1.      onderkenning van de zonde en ermee stoppen;

2.      spijt hebben voor het verdriet en de schade die je jezelf en de ander hebt veroorzaakt;

3.      je zonde hardop bekennen (Vidoei);

4.      de zonde niet herhalen als je in vergelijkbare omstandigheden komt te verkeren.

Na Sjachariet, met veel Selichot gebeden, is de Tora lezing uit Vajikra (over de dienst van de Hoge Priester op Jom Kipoer) en de Haftara is van de Profeet Jesjajahoe over de betekenis van en het doel van het vasten op Jom Kipoer: …. en ons gedrag verbeteren door liefdadigheid en zorgen voor het welzijn van anderen.

Een onderdeel van Chinoech behelst ook het vertellen van het prachtige verhaal van de Profeet Jona aan de kinderen. Uit dit boek in TeNaCH leren wij dat HaSjem wil dat ieder mens Tesjoeva doet en terugkeert tot Hem. Zelfs afgodendienaren en zeker niet-Joden en Joden worden door G-d vergeven als zij oprecht Tesjoeva doen. Het boek Jona is de Haftara lezing van de Mincha dienst van Jom Kipoer.

 

De Kapparot dienst dateert van de 8ste eeuw g.j. en is een overblijfsel van de offers die in de Tempel werden gebracht en is ook een hulp bij het doen van verzoening. De bron zou Jesjajahoe 1:18 kunnen zijn, waarin de Profeet zegt dat als de zondenaar Tesjoeva zal doen, zijn zonden wit zullen worden. Volgens Maimonides zijn dierenoffers slechts van voorbijgaande aard, totdat wij HaSjem kunnen dienen zonder het medium van de offers. Als wij echter offers willen brengen, dan moeten wij deze wijden aan HaSjem.

Volgens Nachmanides (1094-1270 g.j.) zijn de offers een substituut voor wat met ons, de zondaren, zou moeten gebeuren. De Sefardiem doen Kapparot met kippen (kippen werden niet geofferd in de Tempel). De kippen van de Kapparot of het bedrag ervan in geld worden gegeven aan de armen. De Asjkenasiem doen Kapparot met geld (Tsedaka). Aan het einde van de Jom Kipoer dienst, in het Ne´ila gebed, zeggen de Chazan en de gemeenschap de Sjemot (de Namen van HaSjem) en verklaren daarbij hun standvastig geloof in de Eenheid en de Uniciteit van G-d. Met de Sjemot verklaren wij gewillig te zijn alles op te offeren, zelfs ons leven, voor deze overtuiging. Het wordt met volle concentratie gezegd. De mannen hebben het hoofd bedekt door de Talliet en de vrouwen bedekken de ogen met hun handen: Het Volk Israël is verenigd met G-d op dit heel bijzondere moment in het Joodse jaar. Hierna wordt de Sjofar nogmaals geblazen als een symbool voor het verwijderen van de Sjechina (de G-ddelijke aanwezigheid), vergelijkbaar met het blazen van de Sjofar na de Openbaring op Sinai, een teken dat de heiligheid van de Berg Sinai niet meer gold. De poorten van Tesjoeva zijn officieel gesloten, maar Tesjoeva is altijd mogelijk en zo bidden wij elke doordeweekse dag 3 keer in de Sjemonee Esree voor Tesjoeva en vergeving.

 

 

7.      Soekot (15-21ste Tisjri)

Dit Feest heeft veel namen: Chag HaSoekot, Chag HaAsif, Zman Simchatenoe, Chag. Vrouwen en meisjes zijn niet verplicht deel te nemen aan de Mitswot van Soeka en Loelav (het zijn tijdgebonden Mitswot), maar zij mogen dit vrijwillig doen. Het is een plicht uit de Tora om de eerste 2 nachten van Soekot in de Soeka te eten, buiten Israël moet men de hoofd maaltijden (met Netilat Jadajiem en HaMotsi) in de Soeka eten. Elke synagoge hoort zijn eigen Soeka te hebben, zodat het ook mogelijk is voor degenen zonder Soeka om de Mitswa te vervullen van het eten in de Soeka, als zij hun eigen eten meebrengen en in de Soeka van de synagoge opeten. Vanaf de leeftijd van 5 of 6 jaar kunnen jongens (en, zo de ouders dit wensen, ook meisjes), getraind worden in het eten van alle hoofdmaaltijden in de Soeka. Zodra een jongen in staat is om de Arba Miniem (Loelav, Egtrog enz) behoorlijk in de voorgeschreven 6 richtingen te bewegen, dienen ouders of grootouders die dit zich kunnen veroorloven, een aparte set voor hem te kopen.

 

Gedurende het jaar kan een minderjarige jongen (dus onder de leeftijd van Bar- Mitswa) nooit opgeroepen worden voor de Tora voor enig andere Alija dan Maftier. Op Simcha Tora is het echter gebruikelijk om Alijot te geven aan iedere aanwezige Joodse man, zodat allen kunnen delen in de vreugde van het voltooien van het lezen van Tora, inclusief alle jongens die gezamenlijk opkomen voor de voorlaatste Alija, voor Chatan Tora. Nadat hun Tora lezing over is, worden zij gezegend met de woorden van Beresjiet (HaMalach HaGo´el) en zij krijgen snoepjes en cadeautjes.

Ouders moeten hun kinderen de Berachot over de Loelav leren en de namen van de 4 planten: Loelav, Etrog, Hadasiem en Aravot, en waarvoor zij symbool staan. De Loelav heeft alleen smaak, de Hadas heeft alleen een goede geur, de Etrog heeft zowel smaak als geur en de Aravot heeft geen van beide. Zij staan symbool voor 4 typen Joodse mensen: degenen die Tora studeren (smaak), degenen die Mitswot doen (geur), degenen die beide doen (Etrog) en degenen die geen van beide doen (Aravot).

Loelav Bensjen is een teken van dankbaarheid richting en vertrouwen in G-d, voor alles dat Hij is en voor wat wij van hem hebben gekregen (voedsel, een huis, verwarming en alle prachtige dingen in het leven). Met de Loelav wordt ook de hoop op regen in het komende winterseizoen uitgedrukt. De Loelav wordt in alle richtingen geschud als teken dat HaSjem overal is. Wij gebruiken de bundel van de Arba Miniem voor en gedurende Hallel en gedurende de processie van Hosjana.

Andere thema´s voor Chinoech op Soekot zijn

1.      Het idee van Oespizien: de 7 hemelse gasten die een uitnodiging krijgen voor de Soeka, als een teken van gastvrijheid. Gastvrijheid moet niet alleen symbolisch blijven, maar moet ook in de praktijk worden gebracht gedurende Soekot. Om die reden moet een synagoge altijd een Soeka hebben. De 7 Oespiziem zijn: Avraham, Jitschak, Ja´akov, Moshe, Aharon, Josef en David.

2.      Een Soeka kan gebouwd worden onbedekt door een dak of boom in de tuin, op het balkon of op een plat dak.

3.      De plaatsen waar een Soeka niet gebouwd mag worden en in welke gevallen de Mitswa van het bouwen van een Soeka niet gedaan mag worden, worden uitgebreid besproken in de Sjoelchan Aroech en de Kitsoer Sjoelchan Aroech

4.      Het dak van de Soeka moet gemaakt worden van Sechach, wat betekent bladeren of iets dat groeit maar los is gemaakt van een boom of struik.

5.      Een Soeka heeft tenminste 3 wanden en de minimum grootte is dat men er een tafel in kan plaatsen en erin kan zitten.

6.      Aan het einde van de synagogendienst wordt een Sefer Tora uit de Heilige Ark genomen en naar de Bima gebracht. De synagogenbezoekers lopen eromheen met hun Loelav en Etrog. Dit wordt Hakafa genoemd (rond de synagoge en Bima). De processie van dit speciale gebed start met het woord: Hosjana (red ons alstublieft). Op de 7e dag van Soekot worden 7 Hakafot gemaakt met een bundel Aravot gedurende Sjachariet. Deze dag wordt Hosjana Raba genoemd. Het is een kleine Jom Kipoer. Het is in feite de dag van het verlaten van de Soeka. HaSjem vraagt ons echter nog een dag bij Hem te blijven: Sjemini Atseret. Na Soekot, Sjemini Atseret en Simcha Tora, duurt het ongeveer een half jaar voor het volgende Festival: Pesach.

 

 

8.      Sjemini Atseret/Simcha Tora (22ste en 23ste Tisjri)

Na de 7e dag van Soekot, volgen nog 2 Festivals. De eerste is Sjemini Atseret (de 8ste dag, maar het is een nieuw Festival, onafhankelijk van Soekot, gedurende welke wij bidden voor regen in Erets Jisrael. In de middag zeggen we een vaarwel gebed voor de Soeka.

 

De 9e en laatste dag is Simcha Tora, waarop wij vieren dat wij gedurende het jaar het voorrecht hadden de hele Tora te leren en opnieuw mogen beginnen op dezelfde dag met het opnieuw lezen van de Tora vanaf het begin. Iedere volwassen man krijgt een Alija. Daarna wordt de Chatan Tora (de bruidegom van de Tora) opgeroepen om het laatste deel van de Tora te lezen. Hij wordt gevolgd door de Chatan Beresjiet (de bruidegom van Beresjiet), die opgeroepen wordt het eerste deel van het hoofdstuk van de Schepping te lezen, inclusief de passage dat G-d het Scheppingswerk beëindigde aan het einde van de 6e dag met daarna de Sjabbat. De Kalla of bruid is natuurlijk de Tora. Kinderen krijgen snoepjes en lollies en in sommige plaatsen zelfs cadeautjes om het voor hen extra aantrekkelijk te maken. Zij moeten de zoete smaak associëren met de Tora. Op Chol HaMo´ed Soekot kunnen wij niet trouwen (omdat het niet is toegestaan privé vreugde te mengen met publieke vreugde), zich scheren of naar de kapper gaan, of de was doen (de reden hiervoor is dat de Rabbijnen wilden dat mensen netjes naar de synagoge zouden komen en genoeg schone kleren zouden hebben voor Jom Tov en niet de was zouden uitstellen tot Chol HaMo´ed).

 

Het grootste verschil tussen Sjavoeot (Matan Tora, het geven van de Tora op de Berg Sinai) en Simcha Tora, is in staat te zijn te studeren en bezig te zijn met Tora gedurende het gehele jaar. Met Simcha Tora danst iedereen met de Tora rollen, en ook kinderen doen mee, maar zij moeten geen Tora rol dragen zodat het niet G-d beware zou vallen en de vreugde van het Festival teniet zou doen.

 

 

9.      Chanoeka (25 Kislev – 2 Tevet)

Net als Poerim is Chanoeka een Feest ingesteld door de Rabbijnen. De wortel van het woord Chanoeka is ook terug te vinden in het woord Chinoech en in het woord Lanoeach (rusten). Ongeveer 167 voor de gewone jaartelling (v.g.j.) heersten de Hellenistische Syriërs over Erets Jisrael. Dit was een spirituele bedreiging voor het Joodse Volk. Veel van hen (de aristocratie en de Priesters) werden gehelleniseerd. Fysieke schoonheid en esthetiek waren de enige belangrijke zaken en veel waarde werd gehecht aan externe schoonheid, terwijl het in het Jodendom juist gaat om spirituele waarden en de binnenkant (denken en leren).

De Griekse Syriërs stonden de Joden niet toe Tora te studeren, om de Sjabbat te houden, om de Briet uit te voeren enz. In Modi´in, een kleine stad waar Priesters leefden, verzette Mattitjahoe, een Hoge Priester uit de familie van de Chasjmonaiem, zich tegen deze bedreiging en hij en zijn volgelingen vormden een ondergrondse. Zijn zonen, geleid door Juda HaMakabi, starten een ondergrondse oorlog, die 3 jaar duurde (167-164 v.g.j.). Deze kleine groep Makkabiem versloeg de Hellenistische supermacht, echter ten koste van vele slachtoffers.

De tweede Tempel die gedurende 3 jaar ontwijd was, werd gereinigd en opnieuw gewijd: Chanoekat HaMizbeach (de consecratie van het altaar). Om de Menora opnieuw te kunnen gebruiken, kon alleen echter 1 vaatje kosjere olijfolie met de zegel van de Hoge Priester worden gevonden. De olie uit dat ene vaatje zou slechts voor een dag branden en het zou 8 dagen duren om nieuwe kosjere olie uit Galilea te krijgen. Het wonder van Chanoeka is dat de Menora met deze kleine hoeveelheid olijfolie voor 8 dagen brandde.

Een deel van het verhaal is om kinderen ook te vertellen over

1.      De redenen voor het spelen met de dreidl (sevivon en uitleg over de betekenis van de letters op de dreidl.

2.      De reden voor het eten van latkes en soefganiot.

3.      Wanneer de Chanoekia moet worden aangesloten. Op werkdagen na zonsondergang, op Sjabbat voor het aansteken van de Sjabbat kaarsen, op Motsaee Sjabbat na Havdala. De kaarsen moeten tenminste voor een half uur branden op werkdagen en op Sjabbat tot tenminste het einde van de maaltijd (3 uren).

4.      Hoe vieren wij Chanoeka? Behalve het aansteken van de Chanoeka kaarsen iedere avond lezen we de complete Hallel met Sjachariet na Sjemonee Esree, lezen we Al HaNissim in Birkat HaMazon en in de Sjemonee Esree. Het is mogelijk om Chanoeka elke avond bij een andere familie te vieren en het is het enige Feest dat met kinderen in de klas gevierd kan worden. Het is een speciale Mitswa om het wonder van Chanoeka bekend te maken aan de buitenwereld, omdat het onze plicht is om de overwinning van licht op duisternis kenbaar te maken.

5.      Het hoofd van het huishouden dienst elke avond een vlam van de Menora aan te steken. Het is gebruik om elke avond een vlam voor elke nieuwe avond aan te steken. Het is een Asjkenasisch gebruik om jongeren vanaf de leeftijd voor Chinoech, een eigen Chanoekia aan te laten steken. Zolang de kinderen klein zijn, is Chinoech over het aansteken van de kaarsen aan te raden. Kandelaren met olijfolie hebben de voorkeur boven alle soorten kaarsen.

6.      Sefardische ouders hebben niet de plicht om minderjarigen te leren de Menora aan te steken, omdat volgens het Sefardische gebruik de Mitswa niet geldt voor ieder individu, maar alleen voor het hoofd van het huishouden.

 

 

 

 

1.      Toe BiSjvat (15de Sjvat) Rosj HaSjana LaIllanot, nieuw Jaar van de Bomen

Onderwerpen die voor Chinoech van belang zijn in verband met Toe BiSjevat zijn:

1.      Het uit het hoofd kennen van de 7 speciale fruiten van Erets Jisrael: druif (Anav), olijf (Zait), dadel (Tamar), granaatappel (Rimon), vijg (Te´ena), graan (Chita) en gerst (Se´ora).

2.      De Mitswot over de landbouw in Erets Jisrael. De landbouw producten (fruit en groenten) van het Land Jisrael zijn tegenwoordig onderworpen aan door de Rabbijnen ingestelde Mitswot. Een klein deel ervan moet afgescheiden worden en heet

- Troema (oorspronkelijk gegeven aan de Kohaniem);

- Ma´asseer Risjon (een 10e deel van de opbrengst, oorspronkelijk in de tijd van de Tempel gegeven aan de Levieten);

- Teroemat Ma´asseer (een 10e deel van de Ma´asseer Risjon, dat oorspronkelijk door de Levieten aan de Kohaniem werd gegeven);

- Ma´asseer Sjeni;

- Ma´asseer Ani (een 10e deel van wat over blijft nadat Troema en Ma´asseer Risjon van de opbrengst genomen zijn). In het 1e, 2e, 4e en 5e jaar van de cyclus van 7 jaar werd Ma´asseer Sjeni van de opbrengst genomen. Dit werd oorspronkelijk door de eigenaar in Jeruzalem gegeten. Van de producten die groeide gedurende het 3e en 6e jaar van de cyclus van 7 jaar, werd oorspronkelijk een 10e gegeven aan de armen. Troema en Ma´asseer worden tegenwoordig gecomposteerd en men moet er geen profijt van hebben (zoals het afzonderen van Challa dat verbrand moet worden). Ma´asseer Sjeni dient afgekocht te worden met een speciale munt (Peroeta). De reden dat wij Troema en Ma´asseer tegenwoordig niet aan de Kohaniem kunnen geven is ten eerste dat zij religieus gezien niet meer rein zijn, omdat zij zeker in contact zijn geweest met overleden personen of graven. Ten tweede kunnen zij hun genealogie die terug moet gaan op Aharon de Hoge Priester, niet bewijzen.

Tegenwoordig  gebruiken wij de formule van Chazon Ish, die staat afgedrukt in alle Sidoeriem, om Troema en Ma´asseer af te zonderen, of om de reden dat het een verplichtende Mitswa is, of uit twijfel of Troema en Ma´asseer van de opbrengst zijn afgezonderd. Daarom doen wij het zonder Beracha, lezen wij slechts de formule en zonderen 1% af, wat wij op een eerbiedige manier wegdoen.

Buiten Israël, waar wij niet verplicht zijn de landbouw Mitswot na te leven voor de producten die daar groeien, hebben wij de verplichting van Ma´asseer Kesafiem,  dus 10% van ons netto inkomen te geven als Tsedaka (liefdadigheid), of als noodzakelijk een deel hiervan te gebruiken om voorwerpen van religieuze waarde te kopen, zoals Tefillien of Mezoezot of religieuze boeken. Omdat de meeste mensen in Israël ook niet meer bezig zijn met landbouw, is de Mitswa van Ma´asseer Kesafiem ook toepasselijk op alle Israëli.

In Israël bestaat er een cyclus van 7 jaren waarbij het 7e jaar Sjemita wordt genoemd. Dan mogen wij het land niet bewerken, maar moeten het laten rusten en alleen het meest belangrijke werk doen dat de vegetatie in stand houdt. Theoretisch is er geen eigendom van de velden en iedere persoon kan zichzelf bedienen voor wat hij/zij nodig heeft. Door misbruik en mogelijk commercieel gebruik van de opbrengst van Sjemita door handelaren met winstbejag, worden de velden die aan Sjemita onderwerpen zijn onder de Autoriteit van het Bet Dien geplaatst en het is de taak van het Bet Dien om berouwbare mensen te vinden die de opbrengst bijeen garen en verkopen voor een prijs zonder winstbejag.

Vraag: welke Berachot zeggen wij met Toe BiSjvat? (tenminste 4).

Toen de Tempel nog bestond werden de belastingen op landbouwproducten naar de Tempel gebracht en aan de Kohaniem en Levieten gegeven. Dit werd rond de tijd van Toe BiSjevat berekend. Tegenwoordig planten jonge leerlingen in Israël met Toe BiSjvat jonge bomen. En Toe BiSjvat werd Israël´s Dag van het Milieu. Op Toe BiSjvat bestaat er geen verbod om te werken.

 

 

2.      Poerim (14e Adar), Sjoesjan Poerim (15e Adar)

In een schrikkeljaar valt Poerim op de 14e Adar II en Sjoesjan Poerim op de 15e Adar II.

De Megillat Ester wordt 2 keer met Poeriem gelezen: de eerste keer wanneer Poeriem begint ´s nachts en de tweede keer in de ochtend.

De belangrijkste Mitswa van Poeriem is het lezen van Megillat Esther uit een kosjere Megilla. Zowel mannen, vrouwen en kinderen hebben de verplichting de Megilla te horen op de nacht van Poeriem en opnieuw gedurende de dag van Poerim.

Ouders worden aangemoedigd hun kinderen naar de synagoge mee te nemen, maar alleen als zij oud genoeg zijn om de Megilla te horen en om geluid te maken wanneer de naam van Haman wordt genoemd. Dit maakt onderdeel uit van Chinoech en wordt in de Sjoelchan Aroech tot Halacha verheven.

Andere Mitswot voor zowel mannen als vrouwen en daarom als deel van Chinoech ook toepasselijk op kinderen zijn Matanot LaEvjoniem (giften aan de armen, minimaal 2 giften, waarmee een arme een eenvoudige maaltijd kan kopen) en Misjloach Manot (het sturen van voedsel aan vrienden, tenminste aan 1 vriend(in), met minstens 2 stuks voedsel dat direct gegeten kan worden.

Er bestaat een wijdverspreid Minhag (gebruik) om Machtsiet HaSjekel (3 halve muntstukken van een gangbare gewone munt voor de betreffende tijd en plaats) voor jongens in de synagoge, meestal vanaf de leeftijd van Bar-Mitswa.

Voor het einde van Poeriem, halachisch voor Sjkija (zonsondergang) vindt een Se´oedat Poeriem plaats: het eten en genieten van een feestelijke maaltijd.

De namen van de 5 centrale personen in het verhaal van Poeriem dienen de kinderen uit hun hoofd te kennen: koning Achasjverosj, koningin Vasjti, koningin Ester, onderkoning Mordechai en minister-president Haman.

Ook de hoofdlijnen van het verhaal moeten de kinderen weten. Het speelt zich af in de 5e eeuw v.g.j. en wordt gevierd als een herdenking van de redding van het Joodse Volk in Perzië en alle provincies uit de hand van Haman, de minister-president van koning Achasjverosj. Mordechai, uit de stam van Benjamin, een afstammeling van koning Sjaoel die de Amalekieten niet wilde uitroeien: (I Samuel 15), boog niet voor Haman, Haman wilde het gehele Joodse Volk hiervoor straffen en hij bepaalde de datum voor de vernietiging van het Joodse Volk door poeriem (loterij), een poer voor de maand Adar en een poer voor de dag, de 13e van de maand Adar waarop hij wilde dat de Joden van Perzië en alle provincies uitgeroeid zouden worden. Esther, de koningin, een nicht van Mordechai, voorkwam dat dit gebeurde. Voordat zij met koning Achasjverosj sprak over de kwade plannen van Haman, riep zij alle Joden van Soesjan op om voor 3 dagen te vasten. Na haar smeken bij koning Achasjverosj, maakte de koning een nieuwe wet, die het de Joden toestond zichzelf te verdedigen op de 13e Adar. Mordechai, die eerder het leven van de koning had gered van een complot om hem te vergiftigen, werd door de koning benoemd tot zijn vice-koning. Op de 14e Adar rustten de Joden van Perzië en de provincies van hun strijd om te overleven tegen hun vijanden; in de oude hoofdstad van Perzië, Sjoesjan (tegenwoordig de stad Hamadan), konden de Joden zich een dag langer verdedigen, en dus rustten zij op de 15e Adar. Om deze reden wordt Poerim in Jeruzalem op de 15e Adar gevierd (Sjoesjan Poeriem). Jeruzalem is immers niet van minder belang dan de stad Sjoesjan, en bovendien een stad met muren die teruggaan tot de tijd van Jehosjoea ben Noen, de veroveraar van Erets Jisrael.

De naam Esther komt van Lehastir (verbergen). De naam van G-d wordt niet in het Boek Esther genoemd. Het verhaal van Esther vertelt ons over het handelen van G-d achter de schermen. Aangezien de dreiging van Poerim fysiek en existentieel was, wordt Poerim ook op een fysieke manier gevierd. Het verkleden en het verbergen van de identiteit van de kinderen heeft te maken met het verbergen van zowel de naam van G-d in de Megiela en het geheimhouden van de Joodse identiteit van Esther.

In een schrikkeljaar worden Ta´aniet Esther, Poeriem en Sjoesjan Poerim in de tweede maand Adar gehouden en gevierd, om 2 redenen. Ten eerste is de eerste maand Adar de maand die wordt toegevoegd en ten tweede hoort er geen pauze te zijn tussen de 2 grote wonderen van HaSjem, namelijk met Poeriem de overwinning op Haman en met Pesach de overwinning over Farao.

 

3.      Pesach (15de (en 16e buiten Israël)-21ste (en 22ste)Nisan

In Israël duurt Pesach 7 dagen, buiten Israël 8 dagen. Op de eerste 2 dagen van Pesach vieren wij de Uittocht uit Egypte (ongeveer 3300 jaar geleden); op de 2 laatste dagen herdenken wij de splitsing van en de doortocht door de Rietzee. (Farao had spijt van zijn beslissing om het Volk Israël te laten gaan en hij achtervolgde hen). Dit grote wonder wordt in de Talmoed vergeleken met 2 andere wonderen in het menselijk leven: het vinden van de juiste levenspartner om mee te trouwen en het vinden van levensonderhoud om van te kunnen leven.

Wij mogen geen Chamets of gist eten. De Joden hadden immers geen tijd om hun brood, hun voedselvoorziening, te laten rijzen (daardoor wordt het Chamets) De 5 soorten graan zijn: tarwe, gerst, haver, rogge en spelt. Als deze soorten graag met water in contact komen, beginnen zij na 18 minuten te rijzen (dit is Chamets worden). Wanneer deze graansoorten Chamets worden, zijn wij niet toegestaan die te eten. Alleen de Matses die zijn gebakken onder Rabbinaal toezicht, waarvan wij dus zeker zijn dat het complete bakproces niet langer heeft geduurd dan 18 minuten, mogen wij eten. Behalve van tarwe kunnen Matses ook gemaakt worden van de andere 4 al genoemde granen. Pesach heeft de meest strenge regels voor Kasjroet, omdat het slechts een tijdelijk verbod is (in Israël 7,5 dagen en buiten Israël 8,5 dagen). Mensen hebben de neiging een tijdelijk verbod lichter op te nemen: vandaar de strengheid van de Kasjroet wetten van Pesach.

Chamets wordt in de Kabbala uitgelegd als een symbool voor de Jetser HaRa (de slechte neiging), dat rijst en gekenmerkt wordt door arrogantie en hooghartigheid.

Een Joods mens mag absoluut geen Chamets eten, ervan voordeel hebben of in eigendom hebben vanaf Erev Pesach rond het middaguur en gedurende het hele Festival.

Aangezien de bovengenoemde 3 verboden bepalingen zijn uit de Tora, die van toepassing zijn op het gehele Joodse Volk, is er een verplichting van Chinoech voor zowel jongens als meisjes wat deze verboden betreft, vanaf de leeftijd waarop het kind kan begrijpen dat eten van of voordeel hebben van Chamets verkeerd is.

Vanaf de geboorte mogen ouders geen Chamets aan een kind geven, net zoals zij niet mogen veroorzaken dat in kind op wat voor manier dan ook zondigt.

Wanneer een ziek kind Chamets-medicatie nodig heeft, gelden er andere regels en dient men een Halachische autoriteit (liefst een lid van een Bet Dien) om advies te vragen.

Voedsel voor babies met Pesach:

De Chamets die in babyvoeding zit is uitsluitend gemaakt van Kitniyot (bonen), die gedurende Pesach in iemands bezit mogen zijn. Het Asjkenasische gebruik is om geen Kitniyot (bonen en rijst) te eten, maar er is geen beperking om ervan voordeel te hebben of in eigendom te hebben gedurende Pesach.

Kleine kinderen vinden gewone Matses vaak te droog en hard om te verteren. Ook zieke en oudere mensen hebben spijsverteringsproblemen met gewone Kosjer LePesach Matsot en hebben ei-Matsot nodig die zacht zijn om te verteren en toegestaan zijn voor oudere mensen. In het algemeen is de halachische regel: wat gedaan mag worden voor een zieke mag ook gedaan worden voor kleine kinderen. Dit betekent dus dat het toegestaan is Matsot van ei aan kleuters te geven. Ook is Kitniyot babyvoedsel toegestaan voor babies, met de beperking dat speciaal eetgerei wordt gebruikt, exclusief te gebruiken voor het Kitniyot babyvoedsel.

Bedikat Chamets

Het zoeken naar Chamets in de nacht van de 14e Nisan om alle Chamets in bezit te verwijderen is een Rabbijnse instelling, maar geen persoonlijke. De halachische autoriteiten hebben echter bepaald dat men persoonlijk betrokken moet zijn bij deze Mitswa. Ouders zijn niet verplicht, maar willen graag dat hun kinderen betrokken zijn bij de zoektocht naar Chamets.

Aanbevolen is dat de kinderen hun schooltassen, bureaus, boekenplanken en boeken ontdoen van Chamets. Omdat ook kinderen vaak Chamets eten terwijl zij in bed liggen, moeten zij een degelijk onderzoek doen van Chamets in en onder hun bed. Het is zeer aan te bevelen, indien mogelijk, dat kinderen de auto schoonmaken, omdat zij vaak Chamets in de auto eten. Het is absoluut aanbevelenswaardig dat leraren de leerlingen betrekken bij het verwijderen van alle Chamets tijdens het schoonmaken van de klaslokalen, zelfs als de school gedurende de Pesach tijd aan niet-Joden wordt verkocht.

Erev Pesach

De dag voor Pesach is het gebruikelijk voor Bechoriem (eerstgeboren mannen) om te vasten als herdenking van de 10e plaag, de dood van de eerstgeboren Egyptenaren op de Seder nacht, waarvoor de Joodse eerstgeborenen werden gespaard. De huidige praktijk is dat Bechoriem een Sijoem bijwonen (het voltooien van een Talmoed Tractaat, meestal bij de locale Rabbijn) en zo deelnemen aan een Se´oedat Mitswa maaltijd voor het uitvoeren van een Mitswa Sijoem en zo vrijgesteld zijn van de verplichting op Erev Pesach te vasten. Vaders van eerstgeboren zonen dienen een dergelijke Sijoem maaltijd op Erev Pesach bij te wonen, totdat de jongens hun Bar-Mitswa hebben bereikt. Daarna is het de plicht van de zonen om de Sijoem en de Se´oedat Mitswa maaltijd bij te wonen.

Het verbod om op Erev Pesach Matsot te eten geldt zodra een kind in staat is het Pesach verhaal en de betekenis van Matses te begrijpen. Sefardiem staan het toe dat kinderen tot hun Bar- of Bat-Mitswa ei-Matses of chocolade-Matses eten.

 

De Seder (Het Feestmaal op de avond(en) van Pesach)

De verplichting om het verhaal van de Uittocht uit Egypte te vertellen is een verplichting uit de Tora die geld voor iedere Jood, inclusief kinderen. De optimale vervulling van deze Mitswa wordt bereikt wanneer ouders in staat zijn zelf het verhaal van de Uittocht aan hun kinderen te vertellen. Hoe het verhaal van de Uittocht verteld moet worden is afhankelijk van het intellectuele niveau van het kind. Ouders en leraren Hebreeuws moeten er speciale moeite voor doen om ervoor te zorgen dat kinderen de Haggada lezing begrijpen (bijvoorbeeld door vertaling in de moedertaal). Haggada´s met prachtige illustraties hebben de voorkeur, zodat de aandacht van de kinderen gefocust blijft en zij zich de Uittocht voor kunnen stellen.

De Rabbijnen van de Misjna hebben het MaNisjtana (waarom is deze nacht anders dan alle andere nachten van het jaar?) geformuleerd in de vorm van 4 vragen. Als een kind oud genoeg is, kan hij dit lezen, of het beste uit het hoofd zeggen. Het leren van de Ma Nisjtana aan de kinderen is de taak van ouders en leraren Hebreeuws. Het is de plicht van de ouders een kader te scheppen waarin kinderen nieuwsgierig worden en spontaan vragen stellen. Het stelen van de Afikoman hoort tot deze speelse pedagogiek.

Om er zeker van te zijn dat de kinderen alert blijven, moet de Seder meteen na het vallen van de nacht beginnen. Kinderen moeten wakker gehouden worden tot het deel van Avadiem Hajienoe (het feitelijke antwoord op de 4 vragen van Ma Nisjtana, namelijk dat wij slaven waren van Farao in Egypte …)

De tweede grote Mitswa uit de Tora op de Seder nacht is het eten van de Matsa (tenminste een Kezajit wat ongeveer 40 gram is en ongeveer een machine gebakken Matse omvat).

Over de 4 glazen wijn (of druivensap) bestaat een discussie in de Halacha met betrekking tot jonge kinderen. Ieder kind is verplicht uit zijn wijnbeker een hoeveelheid te drinken die bij de leeftijd past. Wijn mag door druivensap vervangen worden.

De leunende positie (Hassiba) voor Matse en wijn/druivensap moet aan de jongens worden onderwezen.

Volwassenen, zowel mannen als vrouwen, hebben de Rabbijnse plicht een Kezajit Maror te eten, bestaande uit geraspte mierikswortel met Romeinse sla bladeren en Charoset. Ouders zijn verplicht om jongens en meisjes boven de leeftijd van begrip deze Mitswa te laten vervullen.

Matsot, wat wij met Pesach moeten eten om historische redenen, wordt ook het brood van de vrijheid, en het brood van de armen/slaven genoemd. Wij leunen naar links als wij de eerste Kezajit van de Matse eten als symbool van vrijheid.

De Haggada (een speciaal boek met het complete verhaal van onze Rabbijnen over de laatste 2000 jaar) moet op de Seder Nacht(en) gelezen worden.

De 4 vragen van Ma Nisjtana worden door de kinderen gezongen en gaan over: Matses eten, Maror, het 2 keer dompelen van het voedsel in de Maror (eerst in Charoset en de tweede keer Karpas in zout water) en het naar de linkerkant leunen. De twee soorten Maror/Chazeret (mierikswortel en Romeinse sla bladeren), die wij moeten eten op de Seder Nacht, eten wij alleen om ons een beetje van de bitterheid van het leven van onze voorouders in Egypte te laten proeven.

Wij drinken 4 bekers wijn/druivensap gedurende de Seder, omdat er 4 uitdrukkingen voor de verlossing worden gebruikt (Sjemot/Exodus 6:6-7): VeHotseti (en Ik zal uitleiden), VeHitsalti (en Ik zal redden), VeGa´alti (en Ik zal verlossen) en VeLakachti (En Ik zal nemen). De Rabbijnen wilde ons leren dat voor iedere uitdrukking wij 1 beker wijn drinken. Over de verlossing staat geschreven: VeHeveti Etchem El Ha´Arets (en Ik zal jullie brengen naar het Beloofde Land) en omdat deze Belofte nog niet geheel vervuld is, staat op de Seder tafel de beker voor Elijahoe, de Profeet, die wij uitnodigen op de Seder nacht, omdat hij de uiteindelijke Messiaanse Verlossing zal aankondigen. De Rabbijnen leren ons ook dat omdat de historische verlossing plaatsvond in de maand Nisan, wij ook de Messiaanse Verlossing in de maand Nisan verwachten.

 

Op de Seder Schotel hebben wij 6 soorten eten:

1.      Zro´a (een geroosterd been van een kip, symbool voor het Pesach offer en ook voor de uitgestrekte arm van G-d tijdens de Uittocht uit Egypte);

2.      Beitsa (een hard gekookt ei, symbool voor het Feestoffer (Chagiga));

3.      Maror (het bittere kruid, dat ons herinnert aan de slavernij in Egypte);

4.      Karpas (groenten waarvoor wij onze handen wassen, maar zonder Beracha op de Seder Avond, omdat gedurende de tijd dat de Tempel er was het wassen van de handen verplicht was voor het eten van groenten. Wij dompelen de Karpas in zout water om ons te herinneren aan de tranen van de Hebreeuwse slaven);

5.      Charoset (symbool voor de specie, dat gebruikt werd tijdens de slaven arbeid);

6.      3 Matsot (symbool voor de 3 groepen in Israël: Kohen, Levi en de rest van Jisrael).

 

De 10 plagen zijn:

1.      Dam (bloed);

2.      Tsefarde´a (kikkers);

3.      Kinim (luizen);

4.      Arov (wild dieren);

5.      Dever (plaag/dood van het vee);

6.      Sjechin (steenpuisten);

7.      Barad (hagel);

8.      Arbè (sprinkhanen);

9.      Chosjech (duisternis);

10.  Makat Bechorot (dood van de eerst geborenen).

 

De Afikoman is een deel van de middelste Matse, dat opzij wordt gelegd voor het einde van de Seder maaltijd (wij eten dat, hoewel wij al voldaan zijn, alleen voor het plezier om de smaak van de Matse te behouden). De Afikoman is ook een middel om de kinderen wakker te houden (zij “stelen” de Afikoman en verbergen het, zodat, om de Seder maaltijd goed te kunnen afsluiten, zij het terug “verkopen” aan de leider van het Seder maal in ruil voor een leuk cadeau).

Wij eten geen gegrild eten tijden de Seder Avond, omdat wij de Tempel niet meer hebben en wij niet de illusie willen wekken het offer van Pesach te eten.

De Mitswot van Tora voor de Seder Avond zijn ten eerste het vertellen aan de kinderen over de Uittocht uit Egypte, zodat de traditie voortgaat. Ten tweede het eten van een Kezajit Matse (in 4-8 minuten van tenminste 1 Matse, of een halve als die hand gemaakt is).

De Seder Nacht is de enige nacht gedurende het Joodse jaar dat wij Hallel zeggen.

 

 

4.      Lag BaOmer (18e Iyar)

Op de 2e Nacht van Pesach beginnen wij met de Omer-telling. Het is een tijd van verdriet, van halve rouw. Tijdens de tweede eeuw g.j. stierven de meeste van de studenten van de Jesjiva van Rabbi Akiva (de grootste geleerde van Misjna en Talmoed, de zoon van bekeerlingen) in Bne Brak, door pest (difterie), behalve 5 studenten, onder wie Rabbi Sjimon bar Yochai en Rabbi Meir. De Omer tijd is ook in de Joodse geschiedenis een tijd geweest voor de massamoord op Joden: gedurende de Romeinse tijd (Bar Kochba opstand die eindigt in het afslachten van ongeveer een miljoen Joden in de stad Betar) en gedurende de Kruistochten het uitroeien van ontelbare Joden in Asjkenas, speciaal in de steden Speyer, Worms en Mainz.

Gedurende de Omer-telling trouwen wij niet, knippen wij onze haren niet, scheren de mannen zich niet en mogen wij geen live muziekevenementen bijwonen, enz, behalve op de 33ste dag van de Omer telling (Lag BaOmer), op de 18e Iyar. Op deze dag hield de plaag onder de studenten van Rabbi Akiva op. Later was het ook de dag waarop Rabbi Sjimon bar Yochai, auteur van de Zohar, overleed. Hij vroeg zijn studenten om niet verdrietig te zijn op de dag van zijn dood, maar integendeel om blij te zijn, omdat hij de wereld van de waarheid, van wijsheid en van licht binnenging. Volgens de Traditie onthulde hij vele geheimen van de Tora aan zijn volgelingen op deze dag.

De telling van de Omer vindt plaats na het vallen van de nacht, voor 49 nachten, en wordt geteld met een speciale Beracha.

Vanaf de Uittocht uit Egypte tot Sjavoe´ot zijn er 50 dagen. Volgens de Kabbala hadden de Kinderen van Jisrael in Egypte het laagste niveau van Toema (spirituele onzuiverheid), zij spraken alleen de Hebreeuwse taal, hadden namen uit TeNaCH en droegen hun eigen soort kleding. Aan het einde van de Omer telling, bereikten zij het hoogste niveau van zuiverheid: het ontvangen van de Tora op de Berg Sinai. Elke dag van de Omer telling klommen zij naar een hoger niveau van spirituele zuiverheid/heiligheid (Kedoesja). Op de 50ste dag van Sjavoeot werd hun de Tora gegeven, de G-delijke Leer en Wijsheid.

Het tellen van de Omer is een Mitswa die afhankelijk is van tijd en dus niet verplicht is voor vrouwen. Vrouwen mogen ervoor kiezen de Omer op vrijwillige basis te tellen. Er zijn daarom verschillende opinies over de vraag of vrouwen met of zonder een Beracha tellen. Chinoech voor minderjarige kinderen zal dus afhankelijk zijn van wiens halachische opinie men volgt over het tellen van de Omer door vrouwen.

Jongens moeten beslist met het tellen van de Omer kennis maken en de dag en de week van de Omer zeggen zonder Beracha. Heel leerzaam is een Omer kalender die op een belangrijke plaats in het huis zichtbaar is.

 

Lag BaOmer wordt in Israël door veel gelovige Joden gevierd met een bezoek aan de plaats waar Rabbi Sjimon bar Yochai en zijn zoon Rabbi Elazar zijn begraven (op de Berg Meron). Men knipt daar traditioneel het haar van jongens na het bereiken van de leeftijd van 3 jaar (met uitzondering van de Peijot (de zijlokken). (Mogelijk kan een parallel gevonden worden met het verbod van het eten van het fruit gedurende de eerste 3 jaar (Orla) en in het vierde jaar de vruchten naar Jeruzalem brengen en daar in heiligheid eten (Netta Revai)).

Kinderen maken kampvuren in heel Israël en spelen met een pijl en boog (ter herinnering aan de overwinning van Bar Kochba die twee en een half jaar duurde). Destijds maakte men kampvuren om iedereen de overwinning op de Romeinen kenbaar te maken.

 

 

5.      Sjavoe´ot (6e en buiten Israël 7e Sivan), Mattan Tora

Wij vieren het ontvangen van de Geschreven en Mondelinge Tora, de Openbaring van HaSjem aan alle Israëlieten (volgens de Tora, zelfs aan de zielen van latere generaties Israëlieten)!

Op Sjavoe´ot werden de eerste vruchten van de 7 speciale fruitsoorten van Erets Jisrael aan de Kohaniem gegeven, door het uitdrukken van dank aan HaSjem dat hij onze voorvaderen en ons een goed en vruchtbaar land heeft gegeven (de 2e Beracha in Birkat HaMazon, Node Lecha). Op dezelfde dag werden 2 broden van de nieuwe tarweoogst naar de Tempel gebracht als een offer, te eten door de Kohaniem. Dit in tegenstelling met het Omer offer dat bestond uit meel van de eerste gerst oogst en gerst was meestal voer voor dieren. Met Sjavoe´ot werd het offer van de nieuwe tarweoogst gebracht in de vorm van 2 broden, die het gebruikelijke voedsel voor de mens zijn.

Chag HaSjavoe´ot wordt ook in de Tora en Sidoer Chag HaBikoeriem genoemd, het Festival van de eerstelingen van de 7 vruchten van Jisrael: tarwe en gerst (de meest belangrijke graansoorten), dadels, vijgen, granaatappels, druiven en olijven. Volgens de Misjna (Traktaat Bikoeriem) waren de inwoners van Jeruzalem enthousiast om gastvrij te zijn gedurende het Festival van Sjavoe´ot.

Met Sjavoe´ot eten wij melkproducten, omdat melk de elementen bevat voor ons fysiek groeien. Zo bevat de Tora alle elementen voor ons spiritueel groeien.

Mannen en jongens blijven gedurende de hele nacht wakker op de eerste dag van Sjavoe´ot en studeren dan Tora (als voorbereiding op de ontvangst van de Tora en als goedmaker voor wat ons in de Midrasj wordt verteld: de kinderen van Jisrael vielen in slaap op de nacht van Sjavoe´ot en Mosje moest hun wakker maken. Wij lezen in de Tora over de Openbaring op de Berg Sinai (Sjemot/Exodus 20) en uit de Profeet Jechezkeel/Ezechiël (hoofdstuk1, over het visioen van de Troon van HaSjem).

Van de Tien Geboden moet een kind er minstens 5 kennen en het moet weten dat het Vierde Gebod over de Sjabbat gaat en het Vijfde Gebod over de eerbied voor ouders gaat). Dit gebod is ook van toepassing na het overlijden van de ouders: door Kaddisj en Jiskor te zeggen, door het bidden voor de vrede van hun zielen en voor vergeving van hun zonden. De gedenkdienst van Jiskor wordt onder andere op de tweede dag van Sjavoe´ot gehouden.

Met Sjavoe´ot lezen wij uit de Rol van Ruth. Het is aanbevelenswaardig dat onze kinderen de grote lijnen van het verhaal van Ruth kennen en de noodzaak om voor de armen te zorgen. Naomi en haar man Elimelech lieten Jisrael in de steek vanwege een hongersnood, met hun 2 zonen en vestigde zich in Moav. Hun beide zonen trouwden met niet-Joodse vrouwen van Moav. Zowel de vader als de 2 zoons stierven. Toen de hongersnood in Erets Jisrael over was, besloot Naomi om terug te keren naar de stad waar zij oorspronkelijk vandaan kwamen, Bet Lechem. Haar 2 Moabitische schoondochters, Ruth en Orpa, wilden met haar mee terugkeren naar Bet Lechem. Naomi vertelde hen om in Moav te blijven en opnieuw te trouwen, maar de twee schoondochters stonden erop om haar naar Bet Lechem te vergezellen. Toen Naomi hen vertelde dat het moeilijk zou zijn een man in Israël te vinden, verliet Orpa Naomi en ging zij terug naar haar ouderlijk huis in Moav, maar Ruth antwoordde haar: “Probeer niet langer mij over te halen in Moav te blijven. Want waar jij gaat, zal ik gaan, waar ook jij verlijft, zal ik verblijven, jouw volk is mijn volk en jouw G-d is mijn G-d.”

Samen keerden zij dus terug naar Bet Lechem in Judea, in het lenteseizoen toen de oogt van het gerst werd binnen gehaald. Ruth ging naar het veld van Boaz, die zijn werkers vertelde om wat extra gerstaren op het veld te laten liggen, zodat zij voldoende graan kon verzamelen. Toen later het koren werd geoogst vertelde hij zijn werkers hetzelfde over de tarwe. Naomi vertelde Ruth om Boaz te vragen het land van haar familie terug te kopen. Boaz en Ruth besloten te trouwen en door met Ruth te trouwen, werden de namen van Elimelech en zijn zonen niet vergeten, maar bleven leven.

Vele redenen worden gegeven voor het lezen van het verhaal van Ruth met Sjavoe´ot. Sjavoe´ot was als het ware de Gioer van het Volk Israël, door het op zich nemen van de Tora en Mitswot (Kabbalat Mitswot), wat vergeleken kan worden met een gewone Gioer. Ten tweede speelt Chesed een belangrijke rol in het verhaal van Ruth en is dit concept centraal en vitaal voor het Jodendom. Ruth werd de overgrootmoeder van Koning David, die volgens de Traditie geboren werd en stierf op Sjavoe´ot.

Het is ook de traditie de synagoge en onze huizen te versieren met bloemen en takken. De redenen voor dit gebruik zijn ten eerste dat in de beschrijving van de Openbaring voorkomt dat het onderste deel van de Berg Sinai groen was en dat geen vee gedurende de Openbaring gras mocht eten en ten tweede dat Sjavoe´ot het Rosj HaSjana is van de fruitbomen.

 

 

6.      Joodse Vastendagen

De 2 belangrijkste vastendagen in de Joodse kalender zijn: Jom Kipoer en Tisja BeAv. Om te vasten op Jom Kipoer is een gebod uit de Tora. Tisja BeAv is de meest belangrijke Rabbijnse vastendag. Er zijn een aantal Rabbijnse vastendagen:

1.      9e  Av: de val van Judea en Jeruzalem en de verwoesting en verbranding van allebei de Tempels.

2.      17e Tammoez: het doorbreken van de muren van Jeruzalem en het begin van de vernietiging van de stad.

3.      3e Tisjri (Tzom Gedalia), de herinnering aan de moord op Gedalia, die door Neboechadnezar was benoemd als gouverneur van Judea. Hij werd vermoord door een complot, met de consequentie van het verlies van de religieuze autonomie in Erets Jisrael en het in ballingschap voeren van de meeste Joden die nog in Israël waren.

4.      10e Tevet het begin van de belegering van Jeruzalem, die 3 jaar duurde en resulteerde in een verschrikkelijke hongersnood en die uiteindelijk de verwoesting van Jeruzalem en het verbranden van de Tempel mogelijk maakte.

5.      13e Adar (Ta´aniet Esther): de herinnering aan het vasten van Esther en de Joden van Sjoesjan voordat zij voor Koning Achasjverosj verscheen om te smeken voor het redden van het Joodse Volk. Op die dag hadden de Joden in alle provincies toestemming om zich te verdedigen en voor hun leven te vechten. In een schrikkeljaar is de vastendag van Esther op de 13e Adar Bet. Als het op Sjabbat valt vasten wij op de donderdag ervoor.

6.      Jom Kipoer en Tisja BeAv zijn de 2 strengste vastendagen. Wij vasten van zonsondergang tot de volgende zonsondergang. Vasten op Sjabbat is alleen toegestaan, zelfs verplicht, op Jom Kipoer. Voor het geval andere Rabbijnse vastendagen op Sjabbat vallen, worden die uitgesteld tot zondag.

Het volledig vasten van kinderen is niet toegestaan tot 1 jaar voor Bar- of Bat- Mitswa. Het jaar voor Bar- of Bat-Mitswa beginnen zij te oefenen met volledig vasten.

Het verbod op het dragen van leren schoenen en wassen, helave de vingers bij het opstaan en na toiletbezoek, is ook van toepassing op kinderen.

Wat betreft Chinoech in de Joods religieuze familie en de 3 weken van rouw ter nagedachtenis aan de vernietiging van Judea, Jeruzalem en de twee Tempels dienen de volgende richtlijnen te gelden voor kinderen.

Deze rouwperiode begint met het vasten van de 17e Tammoez en eindigt met het vasten van de 9e Av. Mannen en vrouwen die fysiek tot vasten in staat zijn mogen op deze 2 vastendagen niet eten. Er is echter geen eis van Chinoech ten aanzien van deze Mitswa: kinderen onder de leeftijd van Bar- of Ba- Mitswa hoeven niet volledig te vasten. Er is echter een beperking die van toepassing is op alle kinderen op vastendagen: op vastendagen moeten ouders alleen eenvoudig voedsel geven aan kinderen die de leeftijd van begrip hebben bereikt, dus geen lekkernijen of bijzonder smakelijke snoepjes enz. Voor kinderen die te jong zijn om het te begrijpen, gelden geen beperkingen.

Gedurende deze rouw periode zijn er speciale beperkingen van verschillende zwaarte (geen scheren of haren knippen voor mannen en jongens, geen muzikale gelegenheden bijwonen enz). Voor de eerste 9 dagen van Av geldt ook geen was doen en geen baden in warm water. Er is echter geen beperking voor het baden van kinderen omdat dit wordt gedaan om hygiënische en gezondheidsredenen. Het eten van vlees en het drinken van wijn is ook verboden, behalve op Sjabbat voor Tisja BeAv. Kinderen mogen wel vlees eten voor het geval zij anders niet voldoende gevoed zullen zijn.

 

 

7.      Mezoezot

Mezoeza beteken letterlijk: deurpost. Het wordt genoemd in de eerste en tweede paragraaf van het Sjema, een van de meest centrale gebeden in het Jodendom. In Joodse huizen, scholen en instituten is deze Mezoeza opgehangen aan alle deurposten, behalve de badkamer en het toilet. Wij hangen de Mezoeza aan de rechter kant van de deur. De bovenkant van de houder wijst naar binnen. De Mezoeza bevat een handgeschreven perkament met de eerste twee delen van het Sjema (uit Devariem/Deuteronomium 6 en 11), die allebei eindigen met de woorden dat men de woorden van de Tora moet schrijven op zijn/haar deurposten. Op de buitenkant van de Mezoeza staat de letter Sjin, symbolisch voor het woord Sjaddai. Volgens de Kabbala staan de letters Sjin, Dalet en Jod voor: Sjomer Daltot Jisrael: bewaarder van de poorten van Jisrael.

Het vastmaken van de Mezoeza op de deurposten van onze huizen betekent dat wij onze huizen willen wijden aan HaSjem. Het is beslist ook een teken van onze Joodse identiteit, waar wij trots op zijn.

Als wij het huis binnen gaan of verlaten, raken wij met onze vingers de Mezoeza aan, symbolisch de Mezoeza kussend. Veel vrome mensen zeggen: Moge HaSjem je gaan en je komen veilig bewaren. Een Mezoeza op de deurpost betekent ook een centraal deel van de Tora bij ons hebben, dat ons constant zal herinneren aan de Mitswot en onze wijding aan Zijn Tora

De Mezoeza beschermt ons ook tegen fysiek en spiritueel kwaad, zoals in het Pesach verhaal, waar het bloed op de deurposten van het Hebreeuwse Volk hen beschermde tegen de 10e plaag (de dood van de eerstgeboren Egyptenaren).

Als men in een schip woont of in een caravan, is het ook nodig een Mezoeza aan de deurposten vast te maken.

Uit mijn ervaring als een leraar in veel Joodse scholen moet de Mezoeza in een klaslokaal vastgemaakt worden op een hoogte dat een kind erbij kan om het symbolisch een kus te geven.

Zowel Mezoeza als Tefillien moet gekocht worden van een betrouwbare handelaar of direct van een Sofeer. Jammer genoeg zijn er vele namaak Mezoezot in circulatie die of niet geschreven zijn door een G-d vrezende Sofeer of zelfs op een stuk papier zijn geschreven.

Een kwalitatief goede Mezoeza kost tussen de € 50,00 en € 70,00. Als het te goedkoop is, dan is het een vervalsing. Koop nooit een Mezoeza van Ebay of van een souvenir winkel in Israël: al deze Mezoezot zijn bijna 100% vervalsingen.

Eens in de 7 jaar moet een Mezoeza nagekeken worden door een betrouwbare Sofer, om te kijken of de Mezoeza nog kosjer is. Zodra het niet kosjer is, moet het naar een synagoge gebracht worden waar het in de Geniza opgeslagen wordt en later begraven wordt op een Joodse begraafplaats, door een Chevre Kadisja, zoals niet kosjere Tefillien of heilige boeken.

 

8.      Tefillin en Tsietsiet

 

Tsietsiet

Alle autoriteiten zijn het erover eens dat jongens erin getraind moeten worden de Talliet Katan (Tsietsiet) gedurende de dag te dragen. De correcte leeftijd moet zijn wanneer het betreffende kind in staat is de Mitswa te begrijpen. De opinies verschillen hierover: vanaf 3 tot 6 jaar.

 

Tefillien

 

Tefillien dragen de naam van G-d en hebben een intrinsieke heiligheid. Het heersende gebruik in de bestaande Asjkenasische gemeenschappen is om de opinie van Rabbi Avraham Gombiner (1635-1682 g.j.), genoemd naar zijn halachisch werk Magen Avraham, te volgen, die toestond dat jongens Tefillien beginnen te dragen kort (een maand) voor hun 13e verjaardag.

De oorspronkelijke betekenis van het woord Talliet is kledingsstuk van wol, gerelateerd aan het Hebreeuwse woord Taleh (lam) als symbool voor de wol. In de Joodse woordenschat betekent het ook gebedskleed, dat wordt gebruikt tijdens Sjachariet (het ochtend gebed). Deze Talliet heeft Tsietsiet aan alle 4 de hoeken. De Mitswa van de Tsietsiet wordt in het derde deel van het Sjema gebed gezegd (Bamidbar/Numeri 15:37-41) en Devariem /Deuteronomium 22:12. Tsietsiet bestaat uit 8 draden. HaSjem wil de Schepping op een hoger niveau brengen door middel van het Joodse Volk. Zij moeten de wereld het bestaan van de Ene levende, onzichtbare G-d laten zien. Daarom, en omdat in de Tora staat OeRe´ietem (en jullie zullen zien), laten sommige mannen hun Tsietsiet zien, om te laten zien dat zij Tsietsiet dragen en zodat mensen die zullen zien.

Twee andere namen voor Tsietsiet zijn: Talliet Katan en Arba Kanfot. Jongens en mannen dragen deze Talliet Katan onder hun overhemden gedurende de hele dag.

De Talliet Gadol (Grote Talliet) worden door Asjkenasiem gebruikt vanaf de tijd dat zij trouwen. De reden is dat het gebod om Tsietsiet te dragen gevolgd wordt door het gebod om te trouwen. De Sefardiem dragen de Talliet Gadol vanaf de Bar- Mitswa leeftijd.

Tsietsiet zijn ook bedoeld om ons te herinneren aan de Mitswot. Zij symboliseren de totaliteit van de 613 Mitswot in het Jodendom. Assee: de positieve geboden waarvan er 248 zijn, corresponderend met het aantal organen in ons lichaam, en Lo Ta´assee: de negatieve geboden waarvan er 365 zijn, een voor elke dag van het jaar. De numerische waarde van het woord Tsietsiet is 600. Samen met de 8 draden en de 5 knopen, kom je op 613. In het Sjema gebed staat over de Tsietsiet:” … dat je het mag zien en je zult alle geboden van HaSjem herinneren en ze doen, en niet op onderzoek uitgaan achter je hart en achter je ogen, waar je achter afdwaalt … “ (Bamidbar/Numeri 15:39).

Tefillien

Zoals gezegd wordt in het Sjema gebed (Devariem/Deuteronomium 6 en 11) en in Sjemot/Exodus (13:9 en 13:16), 4 keer in de Tora geschreven: bind hen (de Tefillien) als een teken (Ot) op je linkerarm en zij zullen een Totafot zijn tussen je ogen, dus op de plaats van je hersenen.

Jongens moeten het vermogen hebben om hun lichaam en gedachten schoon en puur te houden. Een maand voor Bar-Mitswa mogen zij beginnen met het trainen om Tefillien te dragen. Omdat hand- en hoofd-Tefillien bij elkaar horen, mag niet gesproken worden tussen het aandoen van het paar Tefillien. De Tefillien op de hand (Shel Yad) symboliseren de actie en de gevoelens van het hart en wordt geplaatst en gedragen tegenover ons hart, de bron van ons gevoel, terwijl de hoofd-Tefillien het intellect symboliseert. De Tefillien shel Yad heeft 4 delen uit Devariem/Deuteronomium en Sjemot/Exodus en worden geschreven op een stuk perkament (wat symboliseert dat ons doen van Mitswot ondubbelzinnig moet zijn) en de Tefillin sjel Rosj is geschreven op 4 stukken perkament die het pluralisme van menselijke gedachten symboliseren. Het binden van het paar Tefillin verschilt van elkaar (7 windingen om het arm). Ook hier zien wij het woord Sjaddai: de letter Sjin op het perkament van het klein doosje (Bajit) op het hoofd, de Dalet is de knoop achter de nek en de Jod is de knoop die het kleine Bajit vastmaakt op de arm.

De Tefillien van Rasji (1040-1105 g.j.) is gerangschikt volgens de orde van het schrijven in de Tora en dit is wat wij verplicht zijn aan te doen. De Tefillien van Rabbenoe Tam (1100-1171 g.j.), de kleinzoon van Rasji, heeft een andere orde van de 4 secties uit Devariem/Deuteronomium en Sjemot/Exodus en is vrijwillig. De laatstgenoemde mag gebruikt worden na Sjemonee Esree en zonder het zeggen van de Beracha.

 


 

 

9.      Bat- en Bar-Mitsva

 

Bat- (voor meisjes) en Bar- (voor jongens) Mitswa markeert het bereiken van de leeftijd van religieuze volwassenheid. Het markeert ook de verandering in het leven van de kinderen wanneer zij de pubertijd bereiken. Vanaf de Bat-/Bar-Mitswa zijn de kinderen verplicht alle Mitswot en verboden in acht te nemen.

 

Halachische, religieuze volwassenheid in het Jodendom

Voor de meeste Mitswot en Halachot is de leeftijd van Bat- en Bar-Mitswa genoeg bewijs voor volwassenheid (meisjes 12 en jongens 13 jaar). Er zijn een paar uitzonderingen, zoals het schrijven van Tefillien of Tora rollen, die volgens Halacha geschreven moeten worden door een volwassen man. De meeste halachische autoriteiten aanvaarden de groei van gezichtshaar, het begin van baardgroei, als betrouwbaar bewijs voor de halachische kwalificatie om deze taak uit te kunnen voeren.

 

De Bat- en Bar-Mitswa Ceremonie

Strikt halachisch gesproken wordt een jongen automatisch Bar-Mitswa wanneer hij de leeftijd van 13 jaar bereikt. Desondanks is het een universeel Joods gebruik of Minhag om deze belangrijke gebeurtenis in het leven van de jongen te markeren met een ceremonie. Het gebruik om de Bar-Mitswa jongen op te roepen voor de Tora op de Sjabbat na zijn 13e verjaardag is zo ingeburgerd, dat hij voorrang heeft voor deze Alija boven alle anderen, behalve een bruidegom die net gaat trouwen of die net getrouwd is in de voorafgaande week. Het feest erna wordt beschouwd als een Seoedat Mitswa (een maaltijd bij de gelegenheid van het uitvoeren van een Mitswa) zolang de Bar Mitswa jongen een toespraak houdt waarin woorden van Tora voorkomen.

Het ritueel ter markering van de Joodse religieuze volwassenheid van een meisje heeft een belangrijk effect in het versterken van haar wijding aan een leven van Tora en Mitswot. Hier moet ook een ceremonie worden aangemoedigd, echter niet in de synagoge, maar meestal thuis of in een zaal. De reden dat men geen Bat-Mitswa ceremonie in de synagoge houdt is eenvoudig dat noch de Talmoed noch de codex Sjoelchan Aroech de Bat-Mitswa ceremonie noemt. Het is een concessie van Thoragetrouw Jodendom om de gelijkheid van jonge meisjes te versterken en om hen het gevoel te geven dat zij op geen enkele manier inferieur zijn aan jongens.

 

10.  Taharat HaMisjpacha

 

De afscherming of Mechitsa tussen mannen en vrouwen in de synagoge is een halachisch vereiste. Al in de Tweede Tempel was er een dergelijke afscheiding. Dit is gebaseerd op het Talmoedisch idee dat een synagoge een miniatuur tempel is, een heilige plaats slechts gewijd aan communicatie met G-d en het hebben van oprechte, pure gedachten. Een synagoge waarin gemengd wordt gezeten is volgens alle halachische autoriteiten ongeschikt voor bidden en het lezen van de Tora. Het biedt, in de woorden van mijn geëerde leraar Rabbi J.B. Soloveitchik s.z.l. (1903-1993 g.j.) een christianisering van de synagoge. Er is geen enkele heiligheid op een dergelijke plek. Het bezoeken van een dergelijke reform/liberale tempel (zij noemen hun synagogen tempels omdat zij niet geloven in de herbouw van de Derde Tempel) wordt ten zeerste afgeraden. De atmosfeer is niet religieus van karakter en men kan beter een club bezoeken of een goede kosjere film bekijken en zo de tijd meer efficiënt gebruiken.

Gedurende festiviteiten wordt in scholen de scheiding tegenwoordig ook aangehouden door Tora-getrouwe Joden. Taharat HaMisjpacha betekent dat getrouwde vrouwen zich houden aan de wetten van Nidda en dat dit wordt ondersteund en aangemoedigd door haar man. Dat betekent dat elke maand gedurende haar vruchtbare periode er tenminste 12 dagen van afzondering zijn zonder fysiek contact (na haar menstruatie van 4-5 dagen houdt zij nog 7 schone dagen en bezoekt zij het Mikwa wanneer het nacht wordt op de 12e dag, waarna zij en haar man weer intieme relaties mogen onderhouden). 

 

 

11.  Mikwa

De Mitswa van rituele zuiverheid door het gebruik van het rituele bad, Mikwa, hoort tot de categorie Choekiem, bepalingen waarvoor geen directe reden wordt gegeven in de Tora. De verordening om het Mikwa te gebruiken om rituele reinheid te bereiken heeft te maken met verandering van status en de transitie van het verleden naar de toekomst. In Vajikra/Leviticus 18:19 wordt het rituele bad voor vrouwen na de menstruatie (Nidda) en in Bamidbar/Numeri 31:21-24 wordt het rituele bad voorgeschreven voor vaten verkregen van niet-Joden. Wanneer een Joodse gemeenschap wordt gesticht, heeft de constructie van een Mikwe prioriteit boven alle andere gemeenschappelijke faciliteiten, om het mogelijk te maken dat de Joodse vrouw zich houdt aan de wetten van de reinheid van de familie. In het Jodendom hebben de familie en het familieleven de prioriteit. Tahara of rituele reinheid wordt bereikt door onderdompeling in een kosjer Mikwe. Na de onderdompeling in het levende water van een kosjer Mikwa na Gioer wordt men als een nieuw geboren menselijk wezen beschouwd en na onderdompeling na Nidda krijgt de vrouw een nieuwe status. Voor meer redenen en uitleg over Mikwe en de relatie tot Gioer en Nidda verwijs ik naar mijn essay “Opname in  het Jodendom en Proselieten in reflexie van de Halacha en de Joodse geschiedenis”, op mijn website www.bestjewishstudies.com onder de link: Essays en artikelen.

Wanneer nieuwe voorwerpen zoals pannen, glazen, aardewerk, eetgerij (van niet-Joodse makelij) worden gekocht, moeten wij ze touwelen in een speciaal Mikwe voor vaten (Kelim Mikwa), wat betekent ze in het levende water van een Mikwe onderdompelen. Door dit zo te doen, wijden wij ze aan Kedoesja (heiligheid), om exclusief voor kosjer eten gebruikt te worden. Wij maken ze geschikt om gebruikt te worden in onze kosjere keuken en huishouden. Wanneer een Jood zelf zich onderdompelt in een Mikwe, hoort men geen ornamenten te dragen en geen objecten of make-up die niet tot het lichaam behoren (Let wel: ooglenzen moeten worden uitgedaan voor de onderdompeling). Een proseliet (Ger of Gioret) moeten ook onderdompelen in een kosjer Mikwe in de aanwezigheid van het Bet Dien, in verband met hun verandering van identiteit en het verkrijgen van de status van een nieuw geborene (ongeacht hun verleden). Het Mikwe symboliseert spirituele zuiverheid, maar vanuit een taalkundig oogpunt betekent het ook nieuwe hoop (zie Jirmijahoe 17:13 “De Eeuwige, Bron van Israël´s hoop”). Het is noodzakelijk dat een Mikwa-dame (Balaniet) aanwezig is om te controleren dat het haar van de vrouw in het Mikwe worden ondergedompeld en dat zij de juiste positie aanneemt tijdens de onderdompeling (zij mag haar benen niet dicht bij elkaar houden of haar handen als vuisten gesloten houden) . Er zijn zeer strenge halachische normen en vereisten voor een kosjer Mikwa (een zwembad of water uit de kraan in een bad voldoen niet aan de vereisten van levend water). Worden deze faciliteiten gebruikt dan blijft een vrouw dus Nidda en de potentiële proseliet blijft niet-Joods.

 

12.  Huwelijk

De volgende onderdelen over relaties tussen mannen en vrouwen moeten deel uitmaken van de voorbereiding voor Gioer van kinderen in de leeftijd van 12-18 jaar.

Er vindt geen samenleving plaats voor en halachisch rechtsgeldige Choepa en Kidoesjien (halachisch religieus Joods huwelijk). Zelfs intimiteit zoals kussen, handen vasthouden, het aanraken van de intieme delen van het lichaam en het schudden van handen zijn absoluut verboden vanuit een halachisch standpunt. Dit is een van de redenen dat religieuze Tora-getrouwe scholen gescheiden zijn er geen coëducatie klassen zijn en zelfs de docenten een code hebben waaraan hun kleren moeten voldoen, namelijk passend in de geest van Tora en religieus Joods onderwijs. Dit is ook de uitleg waarom Joodse meisjes voor het huwelijk geen gebruik maken van het Mikwe na menstruatie (Nidda), namelijk om geen immoraliteit binnen de Joodse maatschappij goed te keuren.

Wat is een Choepa?

1.      een baldakijn: bruid (Kalla) en bruidegom (Chatan) staan onder het baldakijn, dat symbool staat voor het toekomstige huis in Israël waarvan zij de fundamenten gaan leggen. De Sefardiem gebruiken een Talliet gespreid over de Chatan en Kalla, of de bruidegom en bruid staan samen omhuld door een Talliet, gebaseerd op de woorden van Ruth aan Boaz (Ruth 3:9) “En jij zult jouw vleugels spreiden over jouw dienstmaagd en mijn verlosser zijn. “

2.      een hoofdbedekking. De Choepa is ook het begin van de bedekking van het haar van een getrouwde vrouw. Het bedekken van het hoofd van een getrouwde vrouw is verplicht uit de Tora, maar er zijn verschillende manieren om dit te vervullen (Sheitel, sjaal, hoed enz). Een andere reden voor het bedekken van het haar van een getrouwde vrouw is dat het haar van de vrouw als een ornament wordt beschouwd en vaak in de Halacha wordt gezien als erotisch. Door haar haar te bedekken bewaart zij het privilege om naar haar natuurlijke haar te kijken voor haar echtgenoot en kinderen. Het is ook een zaak van Joodse identiteit voor een getrouwde vrouw om haar haar toepasselijk te bedekken.

3.      Jichoed: Chatan en Kalla zijn nu alleen samen voor een korte tijd en genieten van de afzondering/beslotenheid die deel is van het huwelijksleven.

De Ketoeba is een huwelijkscontract dat de rechten en plichten van de toekomstige man en vrouw regelt. Het is heel belangrijk voor vrouwen om goed op de Ketoeba te passen, omdat het de rechten van de vrouw garandeert. In geval van verlies moet een vervangende Ketoeba door een halachisch erkend Bet Dien worden uitgegeven. Een Ketoeba is het belangrijkste bewijs van Joodse identiteit en heeft onschatbare waarde in gevallen van twijfel over de Joodse status van de kinderen van een Gioret. Indien een Choepa plaatsvindt in een synagoge is er een verplichting mannen en vrouwen te scheiden, bewerkstelligd met behulp van een Mechitsa zodat mannen en vrouwen aan verschillende kanten zitten.

Na de Choepa is er de verplichting van Seoedat Mitswa (het feestelijke huwelijksmaal) en aan het einde van dit maal worden 7 Berachot gezegd ter ere van de Chatan en Kalla.

 

Jichoed

Een Joodse man en vrouw mogen niet in een gesloten ruimte samen zijn zonder dat anderen aanwezig zijn, behalve een vader met zijn dochter, een moeder met haar zoon en een man met zijn vrouw.

 

 

Jichoed voor kinderen

De Joodse Wet verbiedt een persoon van het ene geslacht om met iemand van het andere geslacht samen te zijn in een plaats die ontoegankelijk is voor het publiek voor meer dan een minimale hoeveelheid tijd, uit angst voor het immorele gedrag dat plaats zou kunnen vinden. Meisjes beneden de leeftijd van 3 jaar en jongens beneden de leeftijd van 9 jaar mogen niet alleen gelaten worden met volwassen leden van het andere geslacht. Er is geen verbod op Jichoed voor een zoon en zijn moeder, een dochter en haar vader, een broer met zijn zuster of een grootouder met een kleinkind van het andere geslacht.

In mijn halachisch werk, Halacha Aktuell, vol II, p. 557-561 behandel ik adoptie vanuit halachisch perspectief. De meeste halachische autoriteiten zijn niet streng bij Jichoed van de adoptieouders met hun geadopteerde kinderen. Een uitzondering hierop is de laatste Lubavitcher Rebbe, Rabbi Menachem Mendel Schneerson s.z.l. (1902-1994 g.j.) die een heel strikt standpunt vertegenwoordigt en die geen Jichoed tussen adoptieouders en hun geadopteerde kinderen toestaat zonder dat een andere volwassene aanwezig is.

 

Een Gioret mag niet met een Kohen trouwen. Een dergelijk huwelijk is ongeldig en kinderen uit een dergelijk huwelijk verliezen hun status als Kohen.

Echtscheiding in het Jodendom is mogelijk met een Get. Echtscheiding is, net als het Joodse huwelijk, een kwestie van Civiel Recht, een juridische procedure.

 

 

Een vrouw die sommige van haar rechten en vrijheden aan haar man heeft verkocht toen zij met hem trouwde, koopt deze rechten en vrijheden terug. Als er geen Get is, is zij religieus gezien officieel nog niet gescheiden. Kinderen die haar eventueel geboren worden bij een andere man, zullen niet erkend worden en zullen de status van bastaarden (Mamzeriem) hebben. Mamzeriem kunnen niet trouwen met een kosjere Israëlische man of vrouw.

 

Een Sjadchan of huwelijksmakelaar is een persoon die vele connecties heeft en veel ervaring heeft met sociale en huwelijksrelaties. Een Sjidoech is het arrangeren van een huwelijk en als het succesvol is moet men de Sjadchan of Sjadchaniet een bepaald bemiddelingsbedrag betalen.

 

 

1.      Dood

In het Jodendom begint het rouwen direct na de begrafenis. De periode tussen de dood en de begrafenis heet Aninoet. In deze periode is degene die zijn/haar dierbare heeft verloren nog in een soort shock en ontslaan van alle positieve Mitswot, zoals het aandoen van Tefillien, Tefiela (gebed), Berachot enz. Andere brengen een condoleance bezoek.

De redenen waarom in het Jodendom de begrafenis zo snel mogelijk plaats moet vinden lijken mij heel belangrijk:

 

 

1.      Kevod HaMet (de waardigheid van de overledene), namelijk dat het lijk heel snel begint te ontbinden, omdat 70% van het menselijk lichaam uit water bestaat, en om slechte geuren te voorkomen die van een lijk uitgaan. Het opslaan van een lijk in een mortuarium voor een langere periode is niet in overeenstemming met Halacha.

2.      Kevod HaChaim (de waardigheid van de levenden). Het proces van troost kan niet plaats vinden zolang het lichaam nog niet begraven is. Slechts na de begrafenis zijn degenen die een dierbare hebben verloren mentaal instaat om troost te aanvaarden.

 

De 3 stadia van rouw zijn:

1.      Sjiva: 7 dagen thuis blijven (bij voorkeur in het huis van de overledene) na de begrafenis. De rouwende zitten op lage stoelen en vrienden en familie komen op bezoek om hun te troosten en alle gebedsdiensten in het huis van de overledenen te laten plaatsvinden, en om in de fysieke noden van de rouwenden te voorzien. Er is geen rouw op Sjabbat. De rouwenden dragen Sjabbat kleren en gewone schoenen en gaan naar de synagoge om te bidden, tenzij het zo kan worden georganiseerd dat een Minjan ook in het huis van de overledene op Sjabbat kan samenkomen. De Sjabbat dag telt voor de Sjiva-periode. De 7e dag wordt niet vol gemaakt, omdat in zaken die rouw betreffen (Aviloet) wij niet streng zijn en daarom tellen wij een deel van de 7e dan als een volle dag. Er bestaat een mooi Joods Hongaars gebruik, om, nadat de rouwende familie opstaat van Sjiva, te voet een rondje te maken om het blok waar de overledene woonde en zo formeel en emotioneel de overledene vaarwel te zeggen.

2.      Sjelosjiem: 30 dagen rouw na het overlijden van al de 7 eerste graads verwanten. Het tellen van de Sjelosjiem begint na de begrafenis en gedurende deze periode scheren de mannen hun baard niet, wordt het haar niet geknipt en nemen de rouwenden geen deel aan enig vreugdevolle gelegenheden waarbij live muziek wordt gespeeld, zoals een huwelijk of Bat-/Bar Mitswa. In Israël wordt aan het eind van de Sjelosjiem de grafsteen (Matseva) onthuld.

3.      Sjana: een vol jaar rouw (na het overlijden van een vader of moeder). Er zijn elf maanden van het zeggen van Kaddiesj (het gebed van de wezen) na het overlijden van iemand´s vader of moeder. Kaddiesj wordt alleen gezegd na het overlijden van onze ouders. Het is de enige werkelijke eer die wij hun kunnen bewijzen na hun dood. Het zorgt voor een verhoging van hun zielen naar een hoger niveau in de Komende Wereld en ten tweede zorgt het voor hun rust in vrede bij de Bron van alle Leven (Tsror HaChaim), bij HaSjem.

 

Een Jood of Jodin zal begraven worden en verzorgd worden door de Chevre Kadiesja (letterlijk: het heilige genootschap). De leden van de Chevre Kadiesja (mannen en vrouwen) worden gekozen door de Joodse gemeenschap en zij treffen vrijwillig, zonder honorarium, alle noodzakelijke maatregelen rond het overlijden en de begrafenis, inclusief Tahara (het wassen en zuiveren van het lichaam van de overleden persoon en het aankleden van hem of haar met de voorgeschreven eenvoudige linnen kleren bekend als Tachrichiem). De dienst van de Chevre Kadiesja is van onschatbare waarde voor iedere gemeenschap met een Joods religieuze infrastructuur, omdat zeer weinig mensen kunnen omgaan met deze dienst. Het ontslaat de rouwende familie van zorgen over de begraafplaats en aankondigingen.

Er bestaat een mannelijk deel en vrouwelijk deel van de Chevre Kadiesja. Zij nemen de rituele wassing op zich (mannen voor mannen, vrouwen voor vrouwen). Het lichaam keer in reinheid (Tahara) terug naar zijn Schepper, zoals het hem/haar in reinheid is gegeven. Om dezelfde reden is autopsie verboden. Het lichaam moet compleet naar zijn Schepper terugkeren. Crematie is absoluut verboden in het Jodendom door het Joodse geloof in Techiejat HaMetiem, de opstanding van de doden door HaSjem.

Er is geen tijdslimiet voor de graven op een Joodse begraafplaats. Allebei de Antwerpse Joodse genootschappen begraven hun doden in de Nederlandse gemeente Putte, dat de eigendom is van de Joodse gemeenschap en waar de graven dus geen tijdslimiet kennen. Dit in tegenstelling tot niet-Joodse begraafplaatsen in Vlaanderen en Nederland waar het grafrecht slechts voor 20-30 jaar gehuurd wordt en na deze tijd worden de graven meestal geruimd, tenzij de huur wordt verlengd. Dit is echter geen systeem met eeuwigheidswaarde.

Het is een plicht ingesteld door de Rabbijnen en een grote Mitswa om de rouwenden na het verlies van hun dierbaren te troosten tijdens Sjiva en in feite gedurende het gehele jaar na het overlijden. Dit heet Nichoem Aviliem. Het is een verplichting uit TeNaCH om te rouwen voor de 7 eerstegraads verwanten (vader, moeder, zuster, broer, zoon, dochter, echtgenoot). Het is natuurlijk en begrijpelijk dat iemand die als Jood geleefd heeft, zijn/haar eeuwige rustplaats wil vinden tussen zijn/haar eigen volk. Het is geen uiting van elitarisme of afscheiding. Zoals TeNaCH het verwoordt in I Koningen 2:10: “En Koning David werd ter aarde besteld bij zijn voorouders en werd begraven in de stad van David.” Een persoon die halachisch niet-Joods is, mag niet op een Joodse begraafplaats worden begraven en een halachisch Joods persoon mag niet op een niet-Joodse begraafplaats worden begraven.

 

Dood en rouw voor kinderen.

De halachische vereisten voor minderjarigen zijn verschillend van die voor volwassenen.

De Keria, het inscheuren (van de kleren), algemeen tegenwoordig gedaan bij de begrafenis processie, is hetzelfde voor een minderjarige als voor een volwassene.

Wat Sjiva betreft, en de verplichting van een vol jaar rouw na overlijden van vader of moeder, is er geen verplichting voor minderjarigen onder de leeftijd van Bar- of Bat-Mitswa. Er is geen Chinoech wat Aviloet betreft voor minderjarigen.

Een Kohen en een minderjarige Kohen mogen geen fysiek contact hebben of onder hetzelfde dak staan als een lijk, behalve wanneer de overledene een van de 7 nauwe verwanten is. Een Kohen die een begraafplaats bezoekt moet ook afstand houden van de graven van zijn dierbare en fysiek niet bij het graf komen. De ouders van Kohaniem kinderen mogen hun zonen niet actief in enig contact brengen met de dode of een begraafplaats.

Links: mijn Talmied (student) Baruch Shlomo van Sant, voor het Bet Dien voor Gioer van het Opper Rabbinaat in Kiryat Gat, Israël

Rechts: Baruch Shlomo zegt het Sjema uit het hoofd

Links: Mijn studente en Gioer-kandidate Elisheva Daniëla, wordt gefeliciteerd door het Orthodoxe Bet Dien van Bnei Brak, Israël, na het Mikwe. Links is de Rosh Bet Dien HaRav HaGaon Rabbi Jisrael Wiesel, Shlita

Rechts: Elisheva Daniëla samen met de Mikwe-dame na de Gioer procedure

1.      Redenen voor Gioer

Het is verplicht voor de leraar en mentor alsook voor het Bet Dien om het motief/de motieven voor Gioer van de minderjarigen die intellectueel begrip hebben bereikt en van tieners te achterhalen. De leraar en het Bet Dien moeten vaststellen dat hun wens om Joods te worden niet de uitkomst is van druk van de ouders, maar dat het absoluut vrijwillig is. Het is ook de plicht van de leraar en van het Bet Dien om de kinderen of tieners te vertellen dat door een Noachiet te blijven, zij ook deel zullen hebben aan de Komende Wereld. Het is ook een deel van de plicht van het Bet Dien om tegen minderjarigen met de leeftijd van begrip te benadrukken dat hun Gioer voorwaardelijk en tijdelijk is, totdat zij religieuze volwassenheid bereiken, wanneer zij de mogelijkheid hebben uit het Jodendom te stappen als zij dat zouden wensen.

De 5 groepen waarin de 13 Geloofsprincipes van Maimonides onderverdeeld kunnen worden zijn:

1.      de omschrijving van HaSjem

2.      Profetie

3.      de essentie van Tora

4.      beloning en straf

5.      de opstanding van de doden en de komst van de Masjiach.

 

Links: Standbeeld van Maimonides

Rechts: Afbeelding van Rambam, Maimonides

 

De 13 Geloofsprincipes werden opgesteld en bijeengebracht door Maimonides (12e eeuw g.j.) in zijn commentaar op de Misjna en zij vormen ook de basis voor de bekende religieuze synagogale hymne Jigdal, die wordt gezegd in ons dagelijks Sjachariet/Ochtendgebed.

Maimonides wordt beschouwd als de grootste codificator en filosoof van het Joodse Volk. Hij wordt vaak Rambam genoemd, een afkorting van zijn Hebreeuwse initialen: Rabenoe Mosje Ben Maimon. Hij werd geboren in Cordoba, Spanje op een Sjabbat, op de 14e Nisan, Erev Pesach, in het jaar 1135 g.j. Toen hij 13 jaar oud was, werd zijn familie gedwongen naar Marokko (Fez) te emigreren, door Islamitisch religieuze intolerantie van de fundamentalistische Almohaden. Daar begon hij aan het schrijven van zijn Commentaar op de Misjna (het fundament voor de Talmoed), dat hij schreef in Judeo-Arabisch (de meeste Joden wonend rond de Middellandse Zee spraken toen Judeo-Arabisch). Opnieuw werden zij door vervolgingen door Moslims en religieuze intolerantie gedwongen Fez te verlaten en hun zoektocht voort te zetten om een geschikte woonplaats te vinden. In 1165 g.j. arriveerden zij in Erets Jisrael, maar omdat zij het leven erg moeilijk vonden in het Heilige Land onder het bestuur van de intolerante Kruisvaarders, verhuisden zij naar Egypte, waar Maimonides de spirituele leider werd van de Joodse gemeenschap. Twaalf jaar was hij bezig om beslissingen en wetten te distilleren uit de enorme Talmoedische en Gaonitische literatuur op het gehele terrein van de Geschreven en Mondelinge Leer. Omdat hij een fenomenale fotografisch geheugen had en hij een genie was codificeerde hij de Joodse Wet in zijn beroemde Codex Maimoni, de Misjne Tora, verdeeld over 14 boeken, ook wel de Yad HaChazaka genoemd. Dit bevat alle Joodse wetten die relevant zijn voor onze tijd en ook voor de tijd toen de Tempel nog bestond. Maimonides werd ook een beroemd arts en in 1185 g.j. werd hij benoemd aan het hof van Saladin, de Sultan van Egypte en Syrië. In de wereld van de medicijne staat hij bekend als de vader van preventatieve medicijne. Zijn motto is: de beste arts is er een die ervoor zorgt dat je nooit een doctor nodig zult hebben.

Maimonides was de meest klassieke Joodse filosoof en schreef het bekendste Joods filosofische werk: De Gids voor de Verdoolden (Moreh Nevoechiem). Hij overleed in het jaar 1204 g.j. op de leeftijd van 70 jaar en er werd om hem gerouwd door Joden over de gehele wereld. Hij vond zijn rustplaats en werd begraven in Tiberias. Zijn graf wordt door vele bewonderaars uit de wereld van de Jesjivot bezocht.

 

 

Van alle Joodse commentatoren op TeNaCH en Talmoed over de laatste duizend jaar van Joodse geschiedenis in Europa, is Rasji de meest beroemde. Rasji is een afkorting voor Rabbi Sjlomo Jitschaki of Rabban Sjel Israël (de Leraar en Rebbe van geheel Israël). Hij wordt het meest bestudeerd op Joodse scholen en in Jesjivot. Hij woonde in de Middeleeuwen (1040-1105 g.j.) in Frankrijk en studeerde in Asjkenas. Toen hij stierf was hij 65 jaar. Wij staan er elke keer versteld van hoe een man zulk een gigantisch groot werk kon schrijven dat nog steeds gretig bestudeerd wordt door alle kinderen, Jesjiva studenten en grote Rabbijnen. Voor mij persoonlijk is er slechts een verklaring: Rasji schreef zijn commentaar op TeNaCH en Talmoed geïnspireerd door Roeach HaKodesj (Heilige G-ddelijke Inspiratie).

In zijn commentaar op de Talmoed legt hij meesterlijk en authentiek de betekenis van de tekst uit op een zeer begrijpelijke manier. Zo heeft hij de deuren geopend voor een werk dat in de vroege Middeleeuwen beschouwd werd als verzegeld met zeven zegels.

In zijn commentaar op de gehele TeNaCH, verwijst hij eerst naar Psjat (de letterlijke betekenis), Midrasj en Talmoed om de tekst te verklaren. Rasji was een van de pioniers op het gebied van Hebreeuwse grammatica en gaf ook heel belangrijke halachische beslissingen, zoals de orde van de delen van de Tefillien en toestemming om te beginnen met Ma´ariev bij Plag HaMincha (ongeveer 3 uur voordat het nacht wordt). Plag HaMincha kan in iedere Joodse kalender van een hoog niveau worden gevonden.

Rasji heeft ook de 14 Stappen in de Seder vastgesteld: Kadesj, Oe´rchats, Karpas, Jachats, Maggied, Rachatsa (met Beracha), Motsi-Matsa, Maror, Korech, Sjoelchan Orech, Tsafoen, Barech, Hallel, Nirtsa.

 

2.      Tsnioet

 

 

De hoofdbedekking van Joodse kinderen en volwassenen

Volgens Rabbi David HaLevi Segal (1568-1667 g.j.), genoemd naar zijn beroemde halachische werk Taz, zijn ouders verplicht hun mannelijke kinderen te verhinderen zonder hoofdbedekking te zijn in verband met overtreding van het negatieve gebod: je zult niet nadoen de manier van kleden van de niet-Joodse wereld. Hoewel Halacha in de Sjoelchan Aroech alleen eist dat het hoofd bedekt is gedurende het gebed, Tora leren en eten, wordt men aangemoedigd om deze praktijk altijd na te leven. Rabbi Avraham Gombiner (1635-1682 g.j.), bekend onder de naam van zijn boek als Magen Avraham schrijft: indien kinderen hun hoofd bedekken als zij jong zijn, zullen zij vervuld worden met de eerbied voor G-d (Jirat Sjamajiem). Tegenwoordig is het dragen van een hoofdbedekking voor mannen een zaak geworden van Joods religieuze identiteit. Een religieuze Jood die publiekelijk zonder hoofdbedekking is, zal door veel Joden worden beschouwd als onbetrouwbaar in alle kwesties van Halacha. Religieus Asjkenasische Joden zijn in het bijzonder streng in deze kwestie, terwijl Sefardische Joden vaak concessies zullen doen, wat naar mijn bescheiden opvatting ongerechtvaardigd is.

 

Haren knippen en kledingsvoorschriften voor jongens, meisjes en tieners

 

 

De Tora identificeert 5 gebieden op het mannelijke gelaat en hoofd bekend als Pei´jot (hoeken). 3 van deze Pei´jot mogen niet verwijderd worden met een scheermes of mes en mogen alleen verzorgd worden met een schaar of elektrisch scheermes die het haar of de baard niet ontwortelt. De precieze plaats van de Pei´jot is onduidelijk, maar de halachische autoriteiten stellen dat het gepast is om gebruik van een scheermes of mes op ieder gebied van het mannelijke gelaat te vermijden. De 2 andere Pei´jot bevinden zich aan de slapen van het hoofd.

Halachisch is er geen voorgeschreven tijd (leeftijd) wanner het haar van een jongen voor het eerste geknipt moet worden en in welke stijl precies, maar er bestaat een gebruik in de meeste gemeenschappen om het haar van een jongen niet te knippen totdat hij 3 jaar oud is.

Het is voor mij belangrijk om het stereotype te verduidelijken dat alle Joden lange zijlokken laten groeien. Het is uitsluitend een Chassidisch gebruik om de zijlokken onaangeraakt te laten gedurende het gehele leven. Het was een gangbaar plezier voor de Nazis om de Chassidische Joden te vernederen en te molesteren en om hun Pei´jot zijlokken af te knippen en te lachen om deze verschrikkelijke, onmenselijke daad. Sommige niet-Joden van tegenwoordig, die er een hekel aan hebben om Chassidische Joden te zien met zijlokken, zouden zich moeten realiseren dat wij G-d zij dank in een vrije democratische maatschappij leven en dat wij de manier mogen kiezen om ons te kleden of ons haar te knippen. Dezelfde tolerantie die zij tonen voor mensen die hun lichaam bedekken met tatoeages, voor skinheads en voor mensen met piercings op hun lippen, oren en neus, zouden ook mogen worden tentoongespreid ten aanzien van Chassidische Joden die zich graag in de traditionele, eeuwen oude kleren kleden en die Pei´jot laten groeien zoals hun voorvaderen in Oost-Europa, Marokko of Jemen.

Het is een Jood verboden om kleren te dragen (inclusief juwelen, haarstijlen, accessoires) die bedoeld zijn voor het andere geslacht. Ouders moeten hiervoor zorgen vanaf de tijd van de geboorte van het kind. Hetzelfde geldt voor kleren gemaakt van een combinatie van wol en linnen, genaamd Sja´atneez, verboden door de Tora. Tegenwoordig kan Sja´atneez gemakkelijk gecheckt worden in een zo genaamd Sja´atneez laboratorium, beschikbaar in ieder Joods mega-centrum zoals Antwerpen, Londen, Parijs enz.

 

Tsnioet

Een onderdeel van bescheiden gedrag is dat openlijke uitingen van genegenheid tussen de geslachten beperkt moeten zijn tot man, vrouw en kinderen of grootouders en kleinkinderen.

Behoorlijke en bescheiden kleiding is ook onderdeel van de Tsnioet manier van leven. Van een Joods meisje of vrouw wordt verlangd dat zij hun armen boven de elleboog en hun benen boven de knie in het openbaar altijd bedekt houden. Er is geen uniforme leeftijd aan te geven wanneer de noodzaak om de armen en benen te bedekken begint. Dit is afhankelijk van de volwassenheid van het lichaam van het meisje.

De volgende kleding moet op de zwarte lijst staan van een religieus Joods meisje of vrouw: lange broeken van welke soort of welke mode dan ook, omdat halachisch gezien deze kledingstukken een mannelijke manier van kleden vertegenwoordigen. Een uitzondering zou volgens sommige halachische autoriteiten kunnen zijn dat in de winter een meisje een broek draagt onder haar rok als het vriest of als een vrouw de ski sport beoefent. Geen strakke shirts of truien die de vrouwelijke femininiteit benadrukken. Geen transparante rokken, shirts of jurken, zelfs als deze alleen de armen van een meisje of vrouw transparant maken. Geen decolleté, noch aan de voorkant noch aan de achterkant van een Joods meisje of vrouw. En tenslotte geen mouwloze shirts of jurken voor Joodse meisjes of dames.

Zodra minderjarigen het punt hebben bereikt dat zij zich schamen om ongekleed gezien te worden door de ouder van het andere geslacht, is nauw genegen gedrag en ook samen zwemmen verboden door de wetten van Tsnioet.

Het concept van Tsnioet reikt ook zover dat het jongens en mannen verboden is om niet verwante vrouwen te horen zingen, omdat dit zou kunnen leiden tot suggestieve gedachten en erotische gevoelens. Dit is niet van toepassing op vrouwen en meisjes van de familie die Zemierot op Sjabbat zingen in aanwezigheid van hun broers of vaders, maar het is van toepassing op de schoonfamilie van het andere geslacht.

 

3.      Loeach

 

De Joodse kalender is een must in ieder Joods huis, bij voorkeur verschillende versies, bureau of pocket editie, en een kalender voor aan de muur. Een religieus Joodse jongen of meisje moet in staat zijn om met een Joodse kalender om te gaan vanaf een zekere leeftijd, afhankelijk van het intellectuele niveau van de jongen of het meisje. Hij of zij moet in staat zijn de Hebreeuwse datum die correspondeert met de seculiere datum te lezen, de Hebreeuwse namen van de maanden kennen en de begin- en eindtijden van Sjabbat en Feesten kunnen vinden.

De Joodse kalender is gebaseerd op de cyclus van de maan, terwijl de seculiere datum gebaseerd is op de cyclus van de zon. Elke maand van het Joodse jaar heeft 29 of 30 dagen, meestal in afwisseling. 7 keer in 19 jaar wordt een extra maand toegevoegd om in staat te zijn de Joodse Feesten in het seizoen voorgeschreven in de Tora te kunnen houden. In het Joodse schrikkeljaar zijn er 13 maanden. De maand Adar Bet wordt toegevoegd. Op deze manier kunnen wij omgaan met het interval tussen het maanjaar en het zonnejaar. Als wij het maanjaar en het zonnejaar niet om de zoveel tijd op elkaar zouden afstemmen, zouden wij niet in staat zijn de Feesten in het juiste seizoen te vieren. Het Joodse jaar begint op 1 en 2 Tisjri, maar het tellen van de maanden begint met 1 Nisan, de maand van de Uittocht uit Egypte.

Er is veel dat in een Joodse kalender gevonden kan worden, zoals

        De Hebreeuwse datum

        De Parasjat HaSjavoea

        Het begin en het einde van Sjabbat (respectievelijk Hadlakat HaNerot en Motsa´ee Sjabbat)

        De tijden voor het bidden, Zman Tefillien en Tsietsiet, vooral belangrijk in de wintertijd (geen Tefillien en Tsietsiet zolang het nog nacht is)

        De begin- en eindtijden van de Feesten en eventuele noodzaak om Eroev Tavsjilien te maken

        Vastendagen en de begin- en eindtijden van het vasten

        Rosj Chodesj en Sjabbat Mevarchien (de Sjabbat van het aankondigen en zegenen van de komende nieuwe maan)

        Chatsot, een half uur na het halachisch midden van de dag (afhankelijk van de lengte van de dag), waarna wij mogen beginnen Mincha Gedola te bidden

        Plag HaMincha, de vroegst mogelijke tijd waarop wij Sjabbat op ons mogen nemen en de vroegst mogelijke tijd om Ma´ariev te bidden

        Sjkia, zonsondergang, wanneer het halachisch al Sjabbat en Jom Tov is en sommige gemeenschappen beginnen op dit tijdstip de Chanoeka lichten aan te steken

        Tseet HaKochaviem, halachisch begin van de nacht, met het zichtbaar zijn van 3 sterren aan de hemel.

Rosj Chodesj (het begin van de nieuwe maand) is in feite een micro Rosj HaSjana. Wij kijken dan terug naar ons falen en onze verdiensten van de afgelopen maand en kijken vooruit met hoop, goede wensen en zegeningen voor de nieuwe maand. Rosj Chodesj hoort tot de categorie half-Feesten. Het heeft halachisch dezelfde status als Chol HaMo´ed (de tussendagen van Pesach en Soekot). Er is geen verbod op werk op Rosj Chodesj.

Op Rosj Chodesj worden speciale gebeden gezegd in de 3 Sjemonee Esrees van de dag en in Birkat HaMazon, het Ja´alè VeJavo, waarin HaSjem wordt gevraagd ons ten goede te herinneren, waarin wij vragen om genade, goedheid en compassie voor ons en voor heel Israël. Na Sjachariet zeggen wij op Rosj Chodesj Half-Hallel (een incompleet Hallel, waarin 2 Psalmen worden overgeslagen). Op Rosj Chodesj Tevet wordt het Complete Hallel gezegd, omdat dit wordt gedaan tijdens de dagen van Chanoeka. Op Rosj HaSjana, dat ook Rosj Chodesj is, wordt Hallel niet gezegd, omdat dit de Dag van het Oordeel is en dan de Boeken van Leven en Dood open liggen en het is ongepast om onder deze omstandigheden lofliederen te zingen. Hallel wordt gezegd terwijl de mannen Tefillien dragen.

 

4.      Toevoegingen

 

Speciale Sjabbatot

Sjabbat Sjira: wij lezen in de Tora over de scheiding van de Rietzee, die het einde van de Uittocht markeerde. Na dit wonder, zongen Mosje en het Volk Israël het beroemde lied As Jasjier (Sjemot/Exodus 15:1-20). Meestal valt Toe BiSjvat samen met deze Sjabbat, en dus vieren wij op deze Sjabbat ook het Nieuwe Jaar van de Bomen, door het eten van fruit van de 7 soorten van Israël en ook een nieuwe vrucht, waarover wij de zegenspreuk Sjehèchianoe zeggen.

 

 

Sjabbat Sjekaliem: is de Sjabbat net voor of op de 1e Adar. Er wordt uit de Tora gelezen uit Sjemot/Exodus 30:11-16, dat gaat over de contributie van een halve Sjekel, die elke Jood (in de leeftijd van 20-50 jaar) moest geven voor de aankoop van de publieke offers in het Tabernakel. Het was ook een manier om een census te houden zodat men wist hoeveel mannen beschikbaar waren voor militaire dienst.

 

Sjabbat Zachor: is de Sjabbat net voor Poerim, waarop wij Devariem/Deuteronomium 25:17-19 uit de Tora lezen, over Amalek, de aartsvijand van het Volk Jisrael, die Jisrael zonder reden aanvielen. Dit staat symbool voor latent en virulent antisemitisme. Haman was de achterkleinzoon van de koning van Amalek, Agag. Tegenwoordig bestaat het volk Amalek niet meer, maar alleen hun ideeën, bijvoorbeeld de Nazi-ideologie in Duitsland of Islamitische Joden-fobie in Iran. HaSjem verwacht van ons dat wij de haat- ideeën van Amalek uitroeien, die helaas nog steeds bestaan. Mijn wijlen Rebbe, Rav J.B. Soloveitchik s.z.l., zei dat tegenwoordig Amalek bestaat uit de ideeën die, zonder enige reden, haat van Joden propageren. De Amalekieten bestaat niet meer, maar hun ideeën wel.

 

Sjabbat Para is de eerste of tweede Sjabbat na Poeriem, wanneer het Pesachfeest nadert. In de tijd dat de Tempel er was, werden mensen rein (Tahor) nadat zij in contact waren gekomen met een lijk, omdat zij daarmee Tamee, onrein, waren geworden. Zo konden zij deelnemen aan het Pesachoffer en het Tempel terrein betreden. Het proces van reiniging vond plaats door het sprenkelen van de as van een rode koe gemengd met Levend Water. Daarna was men weer Tahor en in staat mee te doen met de festiviteiten van Pesach. De Tora lezing is uit Bamidbar/Numeri 19.

Sjabbat HaChodesj is op of net voor de 1e Nisan. Uit de Tora lezen wij Sjemot/Exodus 12:1-20, waarin het Tora gebod staat om een onafhankelijke Hebreeuwse kalender te hebben en dat de maand Nisan de eerste van de cyclus van de Hebreeuwse maanden is. Omdat dit 2 weken voor Pesach is, horen wij ook de lezing van de speciale Mitswot voor Pesach en het totale verbod op Chamets gedurende Pesach.

 

Sjabbat HaGadol is de Sjabbat vlak voor Pesach. Het heet zo om verschillende redenen. Ten eerste geeft de Rabbijn een lange presentatie over de Mitswot en verboden van Pesach. Ten tweede omdat het wonder van de Uittocht begon op deze Sjabbat, door het nemen van het Pesach lam zonder vrees voor de Egyptenaren, die de meeste dieren als goden zagen. Ten derde wordt in de Haftara van deze Sjabbat het laatste hoofdstuk van Mal´achi gelezen. Aan het eind van alle Profetenboeken wordt geschreven over De Grote Dag van HaSjem, wanneer Elijahoe de Profeet zal verschijnen om de Komst van de Messias te verkondigen.

Sjabbat Nachamoe volgt op Tisja B´Av. Wij lezen Jesjajahoe hoofdstuk 40, dat begint met de woorden: Nachamoe, Nachamoe Ami. De Profeet spreekt over de troost voor het Joodse Volk na de vernietiging van de Eerste Tempel, hun terugkeer uit de Babylonische ballingschap en de bescherming van het Volk Jisrael door HaSjem.

 

Sjabbat Sjoeva is de eerste Sjabbat van het Nieuwe Joodse Jaar, die valt tussen Rosj HaSjana en Jom Kipoer. De Haftara voor deze Sjabbat is uit Hosjea 14:2-10, die begint met de woorden: Sjoeva (Keer terug Jisrael naar jouw G-d, want je bent gestruikeld in je zonden). Dit past ook in het seizoen van de Tien Dagen van Tesjoeva.

Sjabbat Beresjiet volgt op Simcha Tora. Wij beginnen op deze Sjabbat een nieuwe cyclus van Tora lezingen met het boek en de Parasja Beresjiet (Genesis), waarvan wij de leescyclus beëindigen op de volgende Simcha Tora.

5.      Algemene kennis van het Jodendom

Luisteren naar een Tora lezing

Met Rabbi Shmuel Greenberg en zoon

Wat is het verschil tussen een Rav, Rabbi en een Rebbe?

 

Chazan Yossele Rosenblat Chazan Zevoeloen Kwartin Chazan Benjamin Muller

(1882-1933 g.j.)                              (1874-1952g.j.)                            (1948 g.j.)

 

Wat is een Chazan, een Ba´al Tefiela, een Sjaliach Tsiboer?

Wat is het verschil tussen een Bet HaMidrasj en een Bet HaKnesset?

Bij de Briet van de zoon van Rabbi Chaim

Ganzweig. Rab Moshe, als Sandak, met Rabbi Ganzweig

 

Wat is een Briet Mila?

 

Wat is Pidjon HaBen?

Wat is de orde voor Alijot voor Tora lezen gedurende de week en op Sjabbat en Festivals?

Geef 3 redenen waarom Erets Jisrael het Heilige Land wordt genoemd

Geef 3 redenen waarom Ivriet de Heilige Taal wordt genoemd.

Waarom geeft de Tora geen opgaans-Feesten gedurende de zomer en winter?

Wat is de Kotel? Waar ligt de Kotel?

 

 

6.      Chinoech en het Joods religieuze onderwijs voor kinderen en jongeren

Behalve hun kinderen Tora te leren in al zijn vormen, zijn ouders verplicht hun kind ook te onderwijzen op andere kennisterreinen, zodat zij later in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. In Hebreeuws is het woord voor ouders Oriem, wat grammaticaal gerelateerd is aan het woord Moriem, onderwijzers. De Tora ziet ouders in de eerste plaats als onze leraren en zo verwijzen wij in onze gebeden vaak naar onze ouders als onze leraren.

In de Vidoei (de schuldbekentenis) van Jom Kipoer, bekennen wij onze zonde van het geringschatten van onze ouders en leraren (Oriem oeMoriem). Wij noemen onze ouders ook in het Birkat HaMazon, in openbare toespraken en na hun leven in het Jiskor gebed, als Avie Morie (mijn vader, mijn leraar) en Immie Moratie (mijn moeder, mijn lerares).

 

Het onderwijzen van een zoon in Tora

De plicht van een vader en een moeder om hun zoon of dochter Tora te leren is een wet uit Tora, ontleend aan het vers Devariem/Deuteronomium 6:7. Dit is opgenomen in het Sjema, een van de hoofdgebeden in het Jodendom en het enige gebed dat een plicht is op basis van Tora en waarvan de tekst helemaal is ontleend aan de Tora.

Een vader is halachisch verplicht te betalen voor het Tora onderwijs van zijn zoon of dochter. Deze plicht reikt tot het secundair niveau en hoger onderwijs niveau zoals studie aan een Jesjiva of meisjes Seminarie.

Informeel Tora onderwijs begint wanneer een jongen of meisje 3 jaar oud is (Tora Tsiva en de eerste zin van het Sjema). Formeel onderwijs begint tegenwoordig met 5 of 6 jaar. Het bestaat uit het leren van de Geschreven Tora (TeNaCH) en de Mondelinge Tora (Misjna en Talmoed).

Het is opvallend de wereldberoemde Rabbi Liva van Praag, ook bekend als de Maharal van Praag, in zijn geschriften staat op de volgende pedagogische methode: in de leeftijd 5-10 jaar moet een kind zich alleen wijden aan het leren van Tora en TeNaCH en zich de 20 boeken van het Heilige Geschrift eigen maken; in de leeftijd 10-15 jaar moet een kind zich exclusief wijden aan de 6 Ordes van de Misjna en zich deze meester maken; vanaf 16 jaar moet een jongere zich exclusief wijden aan het leren van Talmoed. De Maharal is erg kritisch op de omgekeerde orde van leren, dat een jonge jongen moet beginnen met het leren van Talmoed voordat hij een vers uit de Tora met het commentaar van Rasji kent….

 

Sara Schenirer (1883-1935 g.j.), op de foto links, is de stichtster van het eerste Bet Yaakov Seminarie in Krakau, Polen. Later werden deze scholen verspreid over Polen, West-Europa, Israël en Amerika. Het niveau van deze primaire, secundaire en seminarie scholen ligt hoog en zij hebben een zeer goede reputatie op het gebied van Joodse en algemene studies.

 

De Chofets Chaim (1838-1933 g.j. ) beargumenteert dat onder de huidige omstandigheden, ouders ook verplicht zijn hun dochters in deze onderwerpen te onderwijzen, behalve voor de Mondelinge Tora (Misjna en Talmoed), indien zij willen dat de dochters opgroeien als Jodinnen die Tora naleven. Een ander argument dat wordt gebruikt is dat, indien wij niet zouden voorzien in het religieuze onderwijs van onze dochters, dat het ineenstorten van de religieuze Joodse familie zou betekenen, aangezien er geen vrouwelijke partners voor de Bnee Tora (de Jesjiva studenten) zouden zijn. Rabbi Mosje Feinstein (1895-1986 g.j.) is het eens met het standpunt van de Chofets Chaim, maar staat ook onderwijs toe van ethische of moralistische delen van de Misjna, zoals Pirkee Avot en Moesar, bijvoorbeeld Chovot HaLevavot van Rabbi Bahya ibn Pequda (geboren 1040 g.j.) of Messilat Jesjariem, geschreven door Rabbi Mosje Chaim Luzzatto (1707-1746 g.j.). Veel meisjesscholen en seminaries volgen dit standpunt. Rabbi Chaim David HaLevi (1924-1998 g.j.), Sefardisch Opperrabbijn van Tel Aviv in zijn boek Mekor Chayim en mijn geëerde leraar Rabbi J.B. Soloveitchik s.z.l. (1903-1993 g.j.), breidden allebei de lijst van Tora onderwerpen aanzienlijk en substantieel uit. Er zijn meisjes scholen en seminaries die deze benadering volgen.

Ouders hebben een onbetwiste verplichting hun dochters op te voeden als vrome, religieuze en toegewijde dochters van Israël.

 

Onderwijs in seculiere studies

De zorg dat seculiere onderwerpen op een secundaire en ondergeschikte plaats worden gehouden voor religieuze Joodse studenten moet serieus worden genomen. Het is gebruikelijk in de meeste Joodse scholen en meisjes scholen om de ochtend te besteden aan Tora studie (met de beste en meeste concentratie van de kinderen) en het tweede deel van de dag te reserveren voor seculier onderwijs. Het is opmerkelijk dat de Gaon van Vilna (1720-1797 g.j.) een uitgebreide kennis had van algemene onderwerpen, zoals wiskunde, astronomie, Hebreeuwse grammatica, Joodse geschiedenis en algemene kennis van de taal die gesproken werd in Vilna, Litouwen. Hij was een groot voorstander van kennis van algemene onderwerpen onder Tora studenten. Op zijn eigen initiatief liet hij belangrijke boeken over geometrie en natuurkunde in het Hebreeuws vertalen. Het is ook bekend dat de grootste Gaon van onze tijd, na de Sjoa, de Chazon Ish (1878-1953 g.j.), een aanzienlijke kennis had van wiskunde, geometrie, agronomie, anatomie van het menselijke lichaam en een goede kennis van zoölogie, speciaal van de anatomie van kosjere vogels en dieren.

 

Het onderwijs aan jongeren om in hun levensonderhoud te voorzien

De Misjna stelt dat een vader verplicht is zijn zoon te leren voorzien in zijn levensonderhoud, zodat hij in staat zal zijn zichzelf als volwassene te onderhouden en geen last voor de gemeenschap te zijn. Deze plicht wordt genoemd samen met de plicht om zijn zoon Tora te leren. De Talmoed voegt toe dat sommige opinies eisen dat een vader zijn zoon leert zwemmen, omdat dit soms levens kan redden. In de realiteit van vandaag, moeten zowel man als vrouw in de meeste families werken om zeker te zijn van levensonderhoud. Het is zeker een verplichting om meisjes ook een toepasselijk beroep te leren, zoals lerares, sociaal werker, secretaresse, zodat de familie genoeg Parnassa (levensonderhoud) heeft. In mijn essay in het Duits Tora im Derech Erets, citeer ik een lange lijst van grote Rabbijnen, zoals Rasji (1040-1105 g.j.), Maimonides (1135-1204 g.j.), Rabbi Jehoeda HaLevi (1075-1141 g.j.), Nachmanides (1194-1270 g.j.), Rabbi Don Jitschak Abarbanel (1437-1508 g.j.), Rabbi Samson Raphael Hirsch (1808-1888 g.j.), Rabbi Azriel Hildesheimer (1820-1899 g.j.) en ten slotte mijn vereerde leraar Rabbi J.B. Soloveitchik s.z.l. (1903-1993 g.j.), die allen voorstanders waren van een beroep om voor zichzelf en zijn familie in het levensonderhoud te voorzien, naast extensieve Tora studies.

 

 

7.      De zorg voor kinderen en Halacha

Halacha eist dat ouders goed voor hun zonen en dochters zorgen en zich ervan verzekeren dat in hun fysieke en spirituele behoeften wordt voorzien.

De plicht om voor kinderen te voorzien

Een Joodse vader/moeder is halachisch verplicht om zijn/haar kinderen van voldoende voedsel te voorzien. Hetzelfde geldt voor het voorzien in kleren, onderdak, medische zorg en natuurlijk adequaat Joods religieus onderwijs. Zij moeten dit doen totdat hun kinderen de leeftijd bereiken wanneer het voor hen gebruikelijk is om zelf te gaan werken. Helaas bereiken sommige kinderen nooit deze leeftijd en leven zij voor lange tijd op de kosten (in Jiddisj: kest) van hun ouders of beter, schoonouders, en worden totaal financieel afhankelijk van hun ouders of schoonouders. Dit is ongezond en sommige zouden zeggen dat het zelfs een parasitaire manier is om kinderen groot te brengen.

 

 

 

 

 

Liefdadigheid (Tsedaka) en kinderen

Een Jood/Jodin is verplicht een tiende van zijn jaarlijks netto inkomen aan liefdadige doelen te geven (Ma´asseer Kesafiem).

Men moet arme en behoeftige verwanten voor laten gaan op vreemden. Er zijn verschillende meningen of het toegestaan is het geld besteed aan de ondersteuning van zijn kinderen of betaling voor religieus Joods onderwijs te tellen als onderdeel van de Ma´asseer Kesafiem. Wij moeten kinderen leren van ganser harte Tsedaka te geven en hun ook geld geven om op school voor Tsedaka te geven. Hier geldt ook dat men een voorbeeld moet zijn in hoe belangrijk het is niet zelfzuchtig te zijn en ons inkomen te delen met arme behoeftige vluchtelingen, zieken en ouderen. Onze grote leraar Maimonides (1135-1204 g.j.) geeft 8 niveaus van prioriteit in het geven van Tsedaka. Het eerste en meest belangrijke is om een arme te voorzien in de mogelijkheid om zelfvoorzienend te zijn. Op de tweede plaats staat anoniem doneren, zodat de gever en ontvanger niet weten wie de Tsedaka krijgt en wie het heeft gegeven.

 

Minjan en synagogendiensten

 

9 Rabbijnen kunnen geen Minjan maken, maar 10 schoenmakers wel.

 

Het doel van kinderen naar de synagoge brengen is om hen te leren om in ontzag en eerbied in de aanwezigheid van G-d te staan, om te leren bidden op hun eigen niveau en om de synagoge voor hen een bekende, vertrouwde plaats te maken waar zij naar toe kunnen gaan, en natuurlijk om Joodse vrienden te ontmoeten.

 

De Talmoed laat ons weten dat een minderjarige jongen opgeroepen kan worden voor de Maftier op Sjabbat. De Sjoelchan Aroech codificeert dit als Halacha. Een minderjarige kan opgeroepen worden voor Maftier en de Haftara (lezing uit de Profeten).

De halachische autoriteiten stellen dat minderjarige jongens de eer kan worden gegeven van Hagbaha (het oprichten van de Tora aan het einde van de lezing) en van Gelila (het rollen en vastbinden van de Tora), of om een tweede Torarol vast te houden terwijl er uit de eerste wordt gelezen.

 

 

 

Birkat Kohaniem (de Zegen door de Kohaniem)

Bij Asjkenasiem buiten Israël vindt dit alleen op Festivals plaats. Asjkenasiem in Erets Jisrael en Sefardiem over de hele wereld hebben deze zegen als deel van de dagelijkse Sjachariet dienst. De reden dat het slechts op Festivals bij de Asjkenasiem buiten Israël plaatsvindt, is dat de Kohaniem opgedragen is Israël te zegenen B´Ahava (in liefde en een vreugdevolle stemming) en dit alleen zo is op Festivals waar wij verondersteld zijn in Simcha te zijn, zoals geschreven is: “jij zult vreugdevol zijn op jouw Festival.”

 

 

De Misjna verordent dat een minderjarige jongen niet deel moet nemen in de Priesterzegen. Tosafot (het Commentaar op de Talmoed) en de Sjoelchan Aroech zijn het hier niet mee eens en op basis daarvan is beslist dat een minderjarige mag deelnemen, maar samen met volwassen Kohaniem, in de Priesterzegen.

Halachische autoriteiten van latere datum zijn het hiermee eens en beschouwen de Priesterzegen voor Birkat Kohaniem als inbegrepen onderdeel van Chinoech. De Kohen-jongen moet in staat zijn zijn handen in de juiste positie te houden en om de woorden van de Priesterzegen correct uit te spreken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Conclusie

De ouderlijke plicht van Chinoech duurt voort gedurende het hele leven van elke ouder en ieder kind. Het is een door G-d gegeven voorrecht en de relatie tussen ouders en kinderen is er een van vitaal belang.

Mijn wijlen vader, Rabbi Shmuel Yosef Daum s.z.l. (1924-2003 G.J.), Avie Morie, mijn vader, mijn leraar, die gedurende 50 jaar een legendarisch leraar en onderwijzer voor ouderen en kinderen was, vertelde mij, dat zo lang je ouders leven, je nooit ophoudt een kind te zijn. Je verliest je jeugd zodra je ouders overlijden.

Tora leren is een Mitswa en verplichting zonder eind en het is onze dienst voor HaSjem gedurende ons leven, waar wij ons aan moeten wijden met ons lichaam en onze geest. Het eindigt wanneer wij helaas deze wereld moeten verlaten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Colofon

Prof. Rabbi Ahron Daum B.A, M.S., Emeritus Opperrabbijn van Frankfurt am Main

Eerste dag van Rosj Chodesj Chesvan 5774

4 oktober 2013

 

Redactie en eerste versie: Heleen Batyah van Silfhout, Middelburg, Nederland

 

Correctie, Photoshop en definitieve versie: Mattityahu Akiva (Matthijs) Strijker

 

Nederlandse vertaling: Margreet (Margalit) Westbroek, Utrecht, Nederland

 

Franse vertaling: Edith Mercenier

 

Website designer: Yitzchak Berger, Antwerpen/Melbourne, Australië



Zijn werk heeft ons zeer geholpen bij het vormen van ons essay, dat van vitaal belang is voor kinderen en jongeren die in het proces zijn van uitkomen in het Jodendom (Gioer) volgens de vereisten van Halacha.

Wij wensen de auteur een lang leven, gezondheid, en een veerkrachtige geest, ´bis 120´.

 

Share this

Counter