Skip to main content

De Schriftelijke Leer

 

De Schriftelijke Leer

 

Syllabus: De Torah
 

 

 

 

De Schriftelijke Leer

Inleiding

       Torah = leer van G’d, het plan van G’d voor de mensheid en het Joodse volk.

       Onderrichtig i.d.z.v gebruiksaanwijzing. De gedragslijn voor het Joodse- en ook een bijzondere gedragslijn -voor alle mensen.

       Begrip Joodse volk

 

De Choemasj of Pentateuch

       De Parasja : indeling Torah in sidra’s + de haftara

       Hoe is de Torah tot ons gekomen:

       Gegeven in de woestijn + Moshe’s reden aan het volk Israel (niet van een bepaalde kring)

       Midrasj: de strijd van Moshe met de engelen.

       Van het werkwoord ‘hara’ – leren, verwant met ‘horiem’, met ‘morè’, met ‘Moria’ en ‘Jeruzalem’ (Tempel + sanhedrin)

       Hora-ah zegd ook onderrichtingen en gedragslijn

       ‘Sefer Torah’

       Torah geschreven op perkament van een koosjer dier.

       Kwaliteiten van de ‘sofer’.

       Waarom deze rol zo’n heiligheid heeft.

       Wat te doen met een niet-koosjere Torah-rol.

       Wat te doen als de Torah-rol valt.

 

De volgorde van de bijbelboeken in de Hebreeuwse bijbel. - TeNaCH

       Overzicht van de volgorde van de bijbelboeken

    

 

Wat Verstaat men onder de Torah ?

       De vijf boeken van Moshe:

       Van de sjoresj ‘leren’

       Eng: - de Torah voor de nazireeër

            - voor een rechtvaardig en heilig man (vb Abraham)

                         - universeel: een reeks geboden en verboden

                         - in latere Bijbelboeken: de Torah van de Eeuwige, de

                           Torah van Moshe (fundamentele kern)

                Algemeen is de Torah een uniek werk en drukt het verbond

                uit tussen G’d en het volk Israël. De Torah eindigt met de

                dood van Moshe.

       De Profeten en de Geschriften

       Profeten: direct contact met G’d, bevatten een G’ddelijke missie.

       Het woord profeet in de Hebreeuwse taal is Navi en het woord Navi is afgeleid van het stamwoord ‘Niv Sefatayim’ hetgeen bedoeld de vrucht van de lippen. Zo zegt Koning David op het einde van het boek Samuel II (hfdst.23:2):De Geest van G-D heeft in mij gesproken en ZIJN woord op mijn tong. De profeet functioneert zoals een spreekbuis.

       Geschriften: geschreven in de Heilige Geest (G’ddelijke of divine inspiratie) + voorbeelden

       De Geschreven en de Mondelinge Torah – De Mondelinge Leer wordt door zijn uniek bezit aan het Jodendom als belangrijker gezien. De Mondelinge Leer is het meest belangrijke deel van de Thora

       Ketting van doorgeven van deze Traditie   

 

Het tot stand komen van de Torah aan het volk Israël

       Talmoedische visie: de Torah is gegeven aan Moshe op berg Sinai.

       Een andere Rabbijnse visie: Moshe ontving de Torah in secties, ene in Egypte en een andere op berg Sinaï

       De Torah bestond reeds voor de schepping van de wereld, daarom is de Torah eeuwig. De Torah is niet tijd- noch ruimte gebonden, Zij is

       G-Ddelijk, Eeuwigheid en onbegrensd.

Maar alle Rabbijnse visies onderlijnen de G’ddelijke oorsprong van de Torah.

 

 

 

           

                              Torah from heaven/ “Torah min Hashamayim

 

 

Torah-studie

       Belangrijkste mitsva met als doel het bereiken van een spiritualiteit geestelijke kracht om al zijn instincten, hartstochten en begeerten te beheersen die het karakter verfijnt en veredelt.

       De bracha voor de Torah-studie: het is een privelege voor het Joodse volk Torah te leren, G’d heeft dit volk uitgekozen om de Torah te praktiseren, de wens dat deze studie aangenaam en inspirerend mag zijn en de wens dat de nakomelingen in dezelfde voetsporen zullen stappen.

       Interpretatie van de Torah: Wetenschappelijke en wijsgerige verklaring van de Torah

       Literaal – symbolisch – homeletisch – mystisch

 

 

Het bijbelse en Rabbijnse Jodendom.

Ezra Hassofeer herstelt de Messorah, het Rabbijnse traditionele Torahgezag. 

Het bijbels Jodendom verandert in een Rabbijns Jodendom met de komst van Ezra. Hij wordt vergeleken met Moshe, en veranderde veel in het Joodse volk (totaal 10 algemene veranderingen), o.a.:

       Niet huwen buiten het volk en godsdiens van Israel

       Instelling van het Assyrische schrift

       Hij heeft de wekelijkse Torah-lezing als plicht ingesteld

       Algemene informatie:

       ‘Sefer’-Torah: Geschreven Torah (voor alle volken door de

       vele vertalingen) alleen de zeven Noahiedische wetten zijn bedoeld voor alle vokeren en Mondelinge Torah (is specifiek bedoeld voor het Joodse volk).

       Mondelinge Torah bestaat uit ‘Misjna’, ‘Talmoed’ (Jeruzalemse en Babylonische) en de ‘Zohar’.

       Torah-studie kan vergeleken worden met de rituele offerdienst. In het geval dat men de passages in de Torah bestudeert die de wetten behandelen over de Offers.

 

         

 

De regelmatige lezing van de Torah als waarborg voortdurend met G’d verbonden te zijn.

       2 lees-cycli: de Jeruzalemse en de Babylonische.

       De ‘sefer Torah’ bevat geen vocalen en geen leestekens. De vrijwillige voorlezer moet een perfecte Hebreeuwse grammatica bezitten.

       Het lezen uit de Torah-rol kan enkel als een ‘minjan’ (het minimum aantal van 10 volwassen Joodse mannen (bij voorkeur ‘Shomer Shabbat’) voorhanden is.

 

 

       De Haftara is wel gevocaliseerd. Deze lezing is het hoofd-ceremoniële deel voor de bar-mitsva, voor bepaalde gemeenschappen.

       Het lezen van de Torah: de wekelijkse lezing is genoemd naar het woord waarmee de ‘parasja’ begint. Tijdens het dragen van de Torah-rol staat men recht. De eerste lezing is voor een ‘cohen’, de tweede voor de Leviet, de derde voor een Israëliet (al de andere leden van de gemeenschap).

 

 

  

             Hagbaha het opheffen van de Torah op einde van Torah lezing ( Ashkenaz)

 

 

De canonisering en eindredactie van de Tenach

       Reform en liberaal Jodendom: Moshe was geïnspireerd door G’d. Mijn vertrouwde vriend, HaRav HaGaon Rav Jacob Friedrich, Shlita, denkt dat men de willekeurige ideeën van de reform en de liberalen gewoon moet weglaten en negeren. 

       Torah getrouwe Jodendom: De Torah is niet ‘man-made’ en dus eeuwig.

       De vraag wie dan de laatste 8 ‘psoekiem’ schreef.

       Algemeen neemt men aan dat elk Profeet zijn eigen boek schreef, de uiteindelijke redactie ligt bij de ‘Knesset Ha’Gdola’ (Grote Synode 600-300 v.d.g.j.)

       Fel bediscussieerde en bekritiseerde boeken zijn ‘Sjier Ha’Sjieriem’, ‘Kohelet’ en ‘Iyov’. (Hooglied, Prediker en Job)

       Niet opgenomen in de canon zijn ‘Makkabeeën, Judit, Ben Sira’ en ‘Sefer Hochma’. De reden hiervoor: te Hellenistisch, niet compatibel met Joodse ideeën of auteurschap wordt betwist. Ze leiden mogelijks tot agnostiek. De reden is omdat deze boeken niet  profetisch overgebracht werden aan de mens.

       De ‘mesora’-traditie, de uiteindelijke vocalisering van de Tenach en de enige aanvaardbare wereldwijd.

       Het oorspronkelijke manuscript ‘keter’ is te bewonderen in het Israël-museum.

       Een moeilijke taak is het vertalen van een authentisch, traditioneel Joodse opvatting

 

       Een lange traditite van vertalingen:

       Grieks

       Aramees

       Talloze Europese talen zoals Duits, Engels, Nederlands.

 

 

 

 

De Torah
 

De Schriftelijke Leer
 


 

   

 

Het begrip kinderen Israels komt na de gebeurtenissen van Noach met de zondvloed en de opkomst van Abraham, de eerste mens die in één G’d geloofde (monotheïsme) en die dit geloof, samen met zijn vrouw Sara, aan de toenmalige pagaanse omgeving verkondigde. Deze traditie leverde hij over aan zijn kinderen Jitschak, Jismaël en hun nakomelingen. Deze gebeurtenissen en de geschiedenis van het Joodse volk alsook de latere ontwikkeling van de kinderen Israëls tot het ‘Uitverkoren Volk’ van G’d vinden we vanaf Gen. 12 tot het einde van de Pentateuch. Met de ‘Brit Milah’ verwerfde Avraham en zijn nazaat een nieuwe status. Voor die tijd hadden zij de status van Bnei-Noach. Na de besnijdenis kregen zij een tussenstatus op weg naar het Jodendom toe.

 

 

De ‘Choemasj’ of de Pentateuch (vijf boeken van Mozes)

 

De ‘Parasja’ of het wekelijks leesgedeelte

 

 

      

    Illustratie van openbare Torah lezing in de Synagoge (minjan plichtig)

 

Het Torah-gedeelte

De Torah is verdeeld in 54 (soms 52) gedeelten of ‘Sidra’s’ (wekelijkse Torah-lezing). Eén deel of ‘parasja’ voor iedere week van het jaar, dat volledig openbaar gelezen wordt in de synagoge op ‘sjabbat’. (Het joodse jaar heeft 54 (soms 52) weken, omdat het een maanjaar is. Door regelmatig aanpassingen te doen blijft men echter in de pas met het zonnejaar. Een schrikkelmaand (13de maand) wordt eenmaal per drie jaar ingevoerd).

 

De Sidra’s zijn weer onderverdeeld in 7 leesgedeelten, volgens de 7 dagen van de week of vlgende 7 leiders van Israel: Avraham, Yitzchak, Ya’akov, Yosef, Moshe, Aharon en David. Op deze manier is de Joods, religieuze mens zijn hele leven lang voortdurend met de Torah bezig en er geestelijk mee verbonden.

Ieder jaar wanneer de openbare leescyclus beëindigd is, wordt er onmiddellijk terug begonnen met lezen vanaf Gen. 1. Symbolisch wordt hier getoond dat Torah-leren nooit verveeld, nooit een last is, maar een grote verdienste en privelege is. Dat de Torah altijd nieuw is omdat men er altijd nieuwe waardevolle elementen, achtergronden en geheimen in ontdekt. Dit gebeurt op een groot feest, dat ‘Simchat Torah’ heet, dat men het privelege heeft het hele jaar de Leer van Hashem te leren.(Vreugde met de Torah, met de leer van G’d).

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           De ‘Haftara’ (‘de afsluiting van de lezing’)

Naast de Torahlezing wordt wekelijks ook een profetenlezing uit de TeNaCH gelezen. Deze profetenlezing is thematisch verbonden met het leesgedeelte van de Torah. De historische reden hiervoor is dat de Joden in de antieke tijd verboden werden door de Romeinen, onder keizer Hadrianus, om de Torah te leren of te lezen. Daarom werd een gedeelte gelezen uit de profeten die inhoudelijk compatibel was met het thema uit de Pentateuch. Dit wordt de "Haftara" of het profetengedeelte genoemd en dit betekent de afsluiting van de lTorah-ezing.

 

Hoe is de Torah tot ons gekomen?

De Torah is het woord ‘DaBaR’ van God en werd gegeven in de woestijn ‘MiDBaR’ – Sinaï-woestijn. Volgens de Rabbijnen is de Torah door G’d in de woestijn gegeven om ons symbolisch te leren dat de Torah niet het voorrecht is en niet het bezit is van één iemand. Zoals de woestijn aan niemand behoort, zo is de Torah niet het voorrecht van een bepaalde kring. Iedereen is genodigd de Torah te leren, ongeacht van welke familie, stam of afkomst. De Tora is bewust gericht naar alle volkeren. Daar wordt een gedragslijn voor het jodse volk en ook tegelijkertijd een gedragslijn aan alle volkeren voorgeschreven. Aan het Joodse volk worden 613 wetsbepalingen opgelegd en aan alle andere volkeren zeven wetsbepalingen.

 

 

                                                                                                                                                                                                                                     

Ketting van traditie: Moshe ontving de gehele Torah op de Sinaï berg ( 8ste  geloofsprincipe van Maimonides )

 

 

 

De ‘Midrasj’ vertelt dat er een gevecht geweest is tussen de engelen en Mosje. De engelen wilden niet dat de Torah aan de mensheid gegeven werd. Mosje vroeg hen of ze dan Torah nodig hadden in de hemel. 'Liegen jullie? Hebben jullie een wil in de hemel'? Daarom is de Torah aan de mensheid gegeven. Elk mens heeft zijn persoonlijke engel. Daar wordt voor gebeden in het Sjema 's avonds.

 

Het woord Torah komt van het Hebreeuwse werkwoord 'hara' dat o.a. onderwijzen en leren betekent. De woorden ‘morè’ (leraar) en ‘horiem’ (vgl.: ned./Duits: ouders / Eltern – Frans/Engels: ‘parents’) komen eveneens van deze stam 'leren'. Het is opmerkelijk dat door deze benoeming van ouders als ‘horiem’, de Hebreeuwse taal en het Jodendom algemeen de taak van ouders in eerste lijn als onderwijzers en leraars zien. Dit heeft grote implicaties voor alle religieus, Joodse opleidingen. (‘chinoeg’ (uitleg)) Het woord Tora zegt ook onderrichtingen in de zin van een gebruiksaanwijzingsboek. Geen mens kan op eigen kracht weten hoe zich te gedragen. De vijf zintuigen kunnen alleen fysieke en materiele waarden waarnemen. Zintuigelijk zijn morele, ethische en religieuze waarden niet waarneembaar.                                                                                                                                                 

Zo wordt in het Jodendom de vader ‘Avi mori’ en de moeder ‘imi morati’, resp. ‘mijn vader, mijn leraar en mijn moeder, mijn lerares’.

 

De woorden Jeruzalem en ‘Moria’ zijn ook van dit werkwoord afgeleid. ‘Moria’ is niet alleen de plaats waar Abraham zijn zoon Jitschak zou moeten offeren ‘Akeda’ (de binding van Jitschak) maar het is tevens het gebied waar later de Heilige Stad Jeruzalem gebouwd is. De woorden Jeruzalem en ‘Moria’ betekenen dat vanuit de stad Jeruzalem of vanaf de berg ‘Moria’ de gehele Leer uitgaat naar Israël en de wereld.

Jesaja 2,3 ‘Vanaf de Tsion klinkt Zijn leer, vanuit Jeroesjalayim spreekt de Eeuwige’. Vergelijk met Micha 4,2              

 

 

       

      Centraal motief van Rosh Hashanna “Akeda” het allerhoogste bewijs van liefde    voor Hashem.

 

Op de Tempelberg, de Berg Moria, stond tijdens de Tweede Tempel naast het tempelgebouw ook de residentie van het ‘Sanhedrin’. Dit was niet alleen het hoogste gerecht, maar tevens een hogeschool waar Torah op het hoogste niveau werd onderwezen.

De Torah-rol of ‘Sefer Torah’

De Torah-rol ‘sefer Torah’, die in de synagoge tijdens de dienst gebruikt wordt, is tot op de dag van vandaag op een rol geschreven die van perkament van een koosjer dier is gemaakt. Een koosjer dier is een rund, schaap of een hert. Het is interessant vast te stellen dat de Torah-rol het heiligste onderwerp in het Jodendom is. De schrijver, ‘sofer’, ervan is een bijzonder vroom en g’dsdienstige man, die alle voorschriften voor het schrijven van een Torah-rol kent, elke dag in het rituele bad, ‘mikwe’, (uitleg) gaat, een mooi kalligrafisch schrift heeft en reine gedachten zou hebben, die schrijft met een lange veer (van een kalkoen, koosjere vogel) en inkt.

 

Deze ‘sofer’ is een volledig jaar full-time bezig om de hele Torah-rol, van het eerste hoofdstuk Genesis tot het laatste hoofdstuk Deuteronomium te schrijven.

Bijgevolg is een Torah-rol een zeer kostbaar en kostelijk religieus voorwerp.

Als praktiserende Rabbijn heb ik tijdens mijn actieve rabbinaatsjaren, veel ‘sofers’ bezocht.

 

 

Torah schrijver-Sofer

 

 

Een ‘Sofer’ zit in een kamer weg van alle lawaai, geen pc of gsm kunnen storen. Hij moet volledig geconcentreerd kunnen schrijven. Een fout betekent immers opnieuw beginnen. Elke letter en kroon op de letter staat daarbij op de juiste plaats. Een Torah-rol heeft men normaal niet in huis, maar bij mij staat in de bibliotheek een koosjere Torah-rol als inspiratie. Deze Torah-rol is een erfenis van mijn famlie; mijn opa Rav Chaim Judah Daum, satzal heeft deze Torah-rol gekocht en later ging het over in het bezit van mijn vader, Rav Shmuel Yosef Daum, satzal en tenslotte kwam het bij mij in huis. Deze Torah-rol is meer dan honderd jaar oud, afkomstig van Litouwen en zowel ik als mijn broer, Reb Shlomo Daum, lazen bij onze ‘Bar Mitzvah’ uit deze Torah-rol. Vandaag bestaan in Israël en in Amerika instituten die Torah-rollen met een scanner onderzoeken op mogelijke fouten, dit om een ‘kasjroet’-certificaat te kunnen afleveren aan de koper. Naast dat wordt vandaag een onzichtbaar en onwisbaar ultra-rood kenmerk aan de achterkant van de Torah-rol gebracht, zodat bij diefstal de dief grote moeilijkheid heeft dtt te verkopen en het is makkelijk herkenbaar voor de politie.

 

De Joodse religieuze denkers vragen: ‘wat geeft de ‘sefer Torah’ die heiligheid’ die geen ander religieus voorwerp in het Jodendom bezit?

Antwoord: Het perkament komt van een gewoon koosjer dier. Dat symboliseert de materie, het stoffelijke. Als een religieus mens (de ‘sofer’) met reine gedachten, verbonden met G’d op deze materie het woord, de leer van G’d schrijft, dan wordt dit het meest heilige voor het Jodendom.

Het feit dat de Sofer de woorden van G-D overbrengt op dit perkament dat maakt eigenlijk, mede met de heilige manier waarop de Torah geschreven wordt de bijzondere heiligheid van de Torah duidelijk.                                                                                     

De Torah-rol wordt meestal, naar Asjkenazische gewoonte (uitleg), rond houten olijvenstokken (symbool van wijsheid) gewikkeld. Zo’n stok heet ‘Eets Ha’Chajiem’ dat ‘boom van het leven’ betekent. Onze Torah die ons levenszin geeft, is voor ons ook ‘de boom van het leven’.

Het materiele en het fysieke bestaan van het Joodse volk staat en valt met het uivoeren of niet uitvoeren van de Mitzwoth.

 

 

Wanneer de Torah-rol niet koosjer is, (verouderd en versleten, de schrift is niet duidelijk en dus niet langer bruikbaar is voor de dienst in de synagoge), dan krijgt de Torah-rol toch een ereplaats in de ‘Heilige Ark’ en op ‘Simchat Torah’ wordt ook met deze niet-koosjere Torah-rol gedanst.

 

Een versleten Torah-rol wordt niet gedumpt, maar op een ceremoniële manier begraven zoals het lichaam van een overleden mens. Een Torah-rol krijgt dus ook een steen met een inscriptie. Meestal wordt ze begraven naast een heilige ‘tsaddiek’ of een heel vroom man. (zie de Joodse begraafplaats Putte in Nederland)

 

Als een Torah-rol valt, wordt dit als een slechte ‘voorteken’ gezien. Iedereen die het gezien heeft, moet vasten. Een Torah-rol wordt behandeld als een dierbaar klein kind. Een Torah-rol wordt gedragen aan de linkerkant, dicht bij het hart, net zoals je een kind naast je hart draagt. Op die manier wordt de liefde getoond voor de Torah. Als de Torah wordt gedragen, staat iedereen recht.

 

Mannen kussen de voorbijgaande Torah-rol. Vrouwen kussen symbolisch met de handen.

 

 

De volgorde van de bijbelboeken in de Hebreeuwse bijbel. - TeNaCH

 

De Torah

beresjiet- in den beginne (Genesis)

       ‘shemot’ – namen (Exodus)

       ‘wa’jikra’ – Hij riep (Leviticus)

       ‘ba’midbar’ – in de woestijn (Numeri)

       ‘de’variem’ – de woorden (Deuteronomium)

 

De Profeten (Newie'iem) (21 boeken)

 

Vroege Profeten (6 boeken)

       Jehoshoe'a – Jozua

       Shoftiem – Rechters

       Shmu'el I en II – I en II Samuel

       Melachiem I en II – I en II Koningen

 

Late Profeten (3 boeken)

       Jeshajahoe - Jesaja

       Jermijahoe - Jeremia

       Jechezkel – Ezekiël

 

Kleine Profeten (12 boeken)

Hoshea – Hosea; Joël; Amos; Obadja; Jona; Micha; Nachoem; Chabakoek – Habakuk; Tsefanjah – Zefanja; Chagai – Hagai; Zecharjah – Zacharia; Maleachi

 

           

                      “Tik” van een Sefardische Torah rol uit Irak 1900

 

Geschriften (Ketoewiem) (13 boeken)

       ‘Tehillim’– Psalmen

       ‘Mishle’ – Spreuken

       ‘Iyov’ – Job

       5 Feestrollen:

       ‘Shier Ha'shiriem’ – hooglied (Pesach)

       Roet (Wekenfeest – Sjavoe’ot)

       ‘Eecha’ – Klaagliederen (Vastendag 9de av)

       ‘Kohelet’ – Prediker (Loofhuttenfeest – Soekot)

       Ester (Poeriem)

       Daniel

       Ezra – Nehemia (samen met Ezra 1 boek)

       ‘Divree Hajamiem’ 1+2 - Kronieken I + II (van het begin van de mensheid, met als hoofdthema het koningshuis van David, tot aan de Babylonische ballingschap).

De eerste letters van de drie delen Torah, Newie’iem en Ketoeviem vormen het woord TeNaCH. De K van Ketoeviem wordt zacht van klank aan het eind van het woord TeNaCH.

 

 

Wat Verstaat men onder de Torah ?

 

 

                       

 

De boeken van Moshe

De ‘sjoresh’ (de 3 grammaticale stamletters van bijna elk Hebreeuws (werk)woord) van het woord Torah heeft dezelfde ‘sjoresh’ als het werkwoord dat 'leren' betekent. De term 'wet' (van Grieks 'Nomos') die soms ook aan de Torah gegeven wordt, wekt de valse indruk dat de Torah een boek van codex is of een verzameling wetten. Dit is een verspreid, verkeerd cliché van Torah en Jodendom.

Het woord Torah zegt in de allereerste plaats HORAOTH, dat bedoelt richtlijnen. Onderrichtingen hoe de mens zich moet gedragen. Alle waarneembare fysieke elementen worden ons aangereikt via onze zintuigen. Een gezonde gedragslijn om te weten te komen hoe de mens zich zal gedragen om in harmonie met zichzelf, met zijn familie en met zijn medemensen te kunnen functioneren zijn wij niet in staat om dit objectief waar te nemen. Daarom moest de Tora gegeven worden waar een zuiver objectieve gedragslijn voorgeschreven is voor het Joodse volk en ook een bijzondere gedragslijn voor alle andere volkeren.                                                            

 

Soms wordt het woord Torah gewoon gebruikt i.p.v. het woord wet. Zoals deze tekst voor de Nazir : Dit is de Torah (bedoeld de wet) voor de nazir. Want Torah is hoofdzakelijk bedoeld om ons de wet te kennen te geven met de eis om deze à la lettre in praktijk te brengen.

 

 

Soms wordt de term Torah gebruikt voor een bepaald religieus eng onderwerp zoals:  

    ‘dit zijn de voorschriften ‘Torah’ voor de Nazireeër’ (Num 621). Een Nazireeër is iemand die een belofte deed geen wijn, druiven of alcoholische dranken te drinken en zijn haar niet te knippen. De beroemdste bijbelse Nazireeër is Samson. (Rechters 13:17) Uit de moderne tijd was de vriend en leerling van Rav Avraham Yitzchak HaKohen Kook (1865-1935), de eerste Asjkenasische hoofdrabbijn van Israël, Rabbi David Cohen, een nazireeër. Zijn zoon is nu de Hoofdrabbijn van de stad Haifa. Een nazireeër is niet te vergelijken met een monnik.

    De term Torah wordt ook gebruikt voor een rechtvaardig en heilig mens zoals de stamvader Abraham, die alle opdrachten van G’d vervulde. (Gen. 26,5: ‘Want Abraham heeft naar Mij geluisterd en zich gehouden aan wat Ik hem opdroeg, aan Mijn geboden, voorschriften en regels’ - ‘Torati’ – mijn Torah) Letterlijk staat daar geschreven ‘Thorotay’ in het meervoud dat bedoelt dat Avraham zich gehouden heeft à la lettre volgens de regels van mijn Schriftelijke en van Mondelinge Leer

    Meestal wordt onder de Torah universeel verstaan ‘een reeks van geboden en verboden’ zoals: 'dit is de Torah die Mozes gaf aan de Kinderen van Israël. (Deut. 4:44 – 29:20 – 30:10)

    In de latere boeken van de bijbel van de Profeten verschijnt de term 'de Torah van de Eeuwige' en 'Torah van Mozes' en zo onderscheidt de Torah zich van de rest van de bijbel van de Profeten. (Josh. 1,7 – Ezra 3,2 en 7,10 – Neh. 8,8 – Mal. 3,22).

 

 

                          

                     Torarol volgens de Ashkenasische ritus met 2 “Atzay Chaim”

 

Opmerking van Rabbi Jacob Friedrich, Shlita: Ik zou het woord bijbel liefst niet gebruiken want dit woord en begrip wordt ook gebruikt voor de Christelijke geschriften.

De Torah in die zin te benoemen houdt traditioneel in dat het een uniek werk is en dat de Torah het meest intieme verbond tussen G'd en Zijn volk Israël uitdrukt. De Torah eindigt met de dood van Mozes en het volk Israël die klaar is om het Beloofde Land in te trekken.

Door de zeer hoge G-Ddelijke status van Moshe als profeet en spreker voor G'd, en als leraar en leider van Israël betekent de benoeming van de Torah als ‘de 5 boeken van Moshe’ dat daar alleen de Mitzwoth- de eigenlijke en wezenlijke fundamentele kern van het Jodendom is.

 

 

De Profeten en de Geschriften

De boeken van de Profeten zijn volgens de Rabbijnse traditie geschreven met profetische, G’ddelijke waarneming. D.w.z. direct contact met G’d in een droomtoestand of hypnotische toestand. Hiertegenover zijn de boeken van de geschriften geschreven met de ‘Heilige Geest’, een G’ddelijke, divine inspiratie.

 

In de Geschriften is er geen missie aan het volk Israël, maar het zijn boeken van inspiratie of wijsheid of historische berichten. Met de bedoeling om begrip en intensieve betrokkenheid bij de opdracht van Torah en Mitzwoth te bevorderen.

 

Vb inspiratie:

    Psalmen, Spreuken, Prediker

    In de Spreuken der Vaderen wil Koning Salomon inderdaad het Joodse volk aan het verstand brengen dat zij de gedragslijn van de mensen nooit kunnen te weten komen  op eigen kracht. (zie ‘MALBIM’ (1809-18979) daar ter plaatse. (Begin eerste hoofdstuk )

 

Vb historische werken:

    Ezra en Nehemia: bericht over de terugkeer uit de Babylonische ‘Exil’ en begin opbouw van de tweede Tempel, opbouw van de muren van Jeruzalem.

 

    

 

Vb. Eschatologisch boek over het einde van de tijd.

    Daniel: eschatologisch boek over einde van de tijd, d.w.z. Messiaanse Tijd. Dag van het oordeel. Wederopstanding van de doden.

 

    

        Torah kroon (1600) Joodse museum van Praag

 

Een profetie is een g’ddelijke missie aan het volk Israël of aan andere volken.

    Jeremias: profetie over de verwoesting en de heropbouw van de Tempel.

    Jona: opdracht de mensen van Nineve (Assyrië) aan te spreken tot terugkeer tot G’d.

 

 

De Geschreven en de Mondelinge Torah

In engste zin verstaat men in het Jodendom onder de Torah ‘de 5 boeken van Mozes’. De Torah wordt verklaard door onze Rabbijnen. In de tekst van de Torah wordt ons te kennen gegeven dat op de Berg Sinaï twee Torah’s aan het volk Israël gegeven zijn: een Schriftelijke Torah en een Mondelinge Torah. (Genesis 26:5) en (Exodus 34:27)

 

In een bepaalde zin ziet het Jodendom de Mondelinge Torah belangrijker dan de Geschreven Torah. De Mondelinge Leer is de meest belangrijke bron van wetenschap en begrip van de Schriftelijke Leer. De Geschreven Torah is gegeven aan Israël op de berg Sinaï, maar de andere volkeren hebben dat vertaald en soms gewoon vervalst, en zo is het deel van de geestelijke erfenis geworden van alle andere volken en de mensheid in het algemeen. (het meest vertaalde boek is ‘de bijbel’)

De Mondelinge Torah echter is het bezit van het Joodse volk alleen! (desondanks de moderne vertalingen)

 

 

Ketting van traditie, van overlevering van de Mondelinge Leer

(Spreuken van de Vaders 1:1):

Moshe ontving de Schriftelijke en ook de Mondelinge toelichting van de Torah op berg Sinaï en gaf de Leer door aan zijn opvolger Joshua, Joshua aan de Oudsten (Rechters), de oudsten aan de Profeten en de Profeten gaven het door aan de leden van de Grote Vergadering (‘Knesset HaGedola’).

Bij het overlijden van Moshe had elke stam volgens de Talmoedisch - Rabbijnse Traditie een Torah-rol van hem ontvangen. Moshe had dus 13 Torah-rollen geschreven, want een Torarol werd opgeborgen in de Ark.

 

 

Het tot stand komen van de Torah aan het volk Israël

 

               

 

 

    Eén Talmoedische visie is dat de hele Torah gegeven was aan Moshe op Sinaï en hij gaf het door aan het volk Israël op bepaalde gelegenheden, door G'd vastgesteld. De eerste twee geboden heeft G-D direct aan het volk te kennen en te horen gegeven. Exodus 19:9 daar staat letterlijk: G-D zei tegen Moshè, IK kom naar jouw toe via een dikke wolk opdat het volk zal meeluistern terwijl IK jouw toespreek opdat het volk het absolute vertrouwen zullen hebben in jou voor alle eeuwigheid

    Een tweede Rabbijnse visie is dat Moshe de Torah van G’d in secties ontving, de ene in Egypte o.a. de opdracht voor een onafhankelijke Joodse kalender, de andere in Sinaï, sommige bij de tent van samenkomst (Tabernakel) in de wildernis en sommige op de vlakten van Moab (direct voor het binnentrekken in het Land).

    Een grondidee van het Jodendom uit de Rabbijnse literatuur is dat de Torah bestond vóór de Schepping van de wereld.

Een kabbalistische visie is dat G'd de Torah raadpleegde en gebruikt de Torah als plan vóór Hij de wereld schiep.

Het bestaan van de Torah vóór de Schepping van de wereld houdt volgens de Rabbijnen in dat de Torah voor eeuwig is. Dit werd ook door Maimonides zo voorgehouden met wel de 9de van de 13 geloofsartikelen.

(Opmerking van Rabbi Jacob Friedrich, Shlita: wij kennen geen dogma’s of doctrines in het Jodendom. Maimonides noemt deze 13 geloofsprincipes).  De Grondvesten van van het Torah-getrouwe Jodendom.

 

Maar alle Rabbijnse visies onderlijnen de G'ddelijke oorsprong van de Torah. Dit G'ddelijke gaf aanleiding tot de aanname dat er veel meer te leren was uit de Torah dan alleen het literale. Zo kwam dan ook de  Halachische ‘Midrasj’ tot stand voor elk boek van de Torah, behalve voor het narratieve Genesis.

 

 

Torahstudie

 

                  

 

 

Het leren en overbrengen van Torah is de belangrijkste ‘mitsva’ (religieuze opdracht) van het Jodendom, anders kan je de geboden en verboden niet praktiseren. Niet weten is bovendien geen aanvaardbaar excuus in het Jodendom. Leren van de Torah is imperatief.

 

Een van de belangrijkste eisen van de Torah is om al de instincten en begeerten te beheersen. De mens wordt geacht geboren te worden met alle ergste begeerten en instincten (Genesis 8:21 en Job 11:12); Deze kunnen alleen genezen en verbeterd worden dank zij de toepassing van de regels en de gedragslijn voorgeschreven in de Torah.

Torah-studie heeft als hoofddoel de verstandhouding en de vrede onder de mensen te bevorderen (Maimonides: Hilchot Chanoeka, Perek 4  Halacha 14)  Het bereiken van een spiritualiteit, het veredelt en verfijnt het karakter van de mens, volgens de Rabbijnen.  Een bekende Rabbijnse metafoor is dat de mens bij zijn geboorte als een ruwe diamant is, die tijdens zijn hele leven verfijnd en geslepen moet worden. Dit slijpen is de studie en het praktiseren van de Torah.

 

 

Ruwe diamant als symbool van de onbewerkte ziel

 

 

 

De Torah beïnvloedt onze moraliteit tegenover G'd.

 

 

De ‘brachot’ vóór de Torah-studie

Volgens de ‘Halacha’ (Joodse wet), spreekt men in het morgengebed vóór dat de Torah-studie begint een drievoudige zegen uit:

 

 

 

‘Geprezen, U, Eeuwige, onze G’d, Koning van de wereld die ons door Zijn geboden bijzondere taken heeft opgelegd en ons heeft opgedragen de Torah te bestuderen.

 

 

Eeuwige, onze G’d, laat het aangenaam zijn voor ons en voor Uw volk, het huis van Jisrael, de woorden van de Torah in de mond te nemen, zodat wij zowel als onze nakomelingen als die van Uw volk, het huis van Jisrael, Uw naam zullen kennen en Uw Torah, zonder bijbedoeling, zullen bestuderen.

Geprezen U, Eeuwige die de Torah aan Zijn volk Jisrael onderwijst.

 

Geprezen U, Eeuwige, onze G’d, Koning van de wereld die onder alle volken Zijn keuze op ons liet vallen doordat Hij ons Zijn Torah gaf. Geprezen, U Eeuwige, gever van de Torah’.

In deze zegeningen wordt op een zeer transparante manier uitgedrukt dat:

    het een verdienste is voor het Joodse volk Torah te leren,

    dat G’d ons heeft uitgekozen uit alle volken om de Torah te ontvangen en deze te leren en te praktiseren.

    Een smeekgebed waarin wij vragen dat HIJ ons en het hele volk van Israel zal helpen om de woorden van de Tora op de meest liefdevolle manier op onze tong te leggen. De wens dat het aangenaam, inspirerend en spiritueel geestelijk belevend zal zijn deze Torah te studeren,

    het gebed en de hoop dat onze nakomelingen in onze voetstappen zullen gaan en de Torah verder zullen leren en doorgeven. Dat de continuïteit van het Joodse volk gewaarborgd mag zijn.

 

Interpretatie van de Torah

 

 

 

Er zijn vier klassieke manieren om de Torah te interpreteren:

 

       letterlijk of eenvoudig – literaal – de ‘Psjat’ van Pardes

       symbolisch allegorisch – de Remez van paRdes

       homeletisch – midrasj - de Drash van parDes dat bedoelt Halachisch

       mystisch (geheim) – esoterisch – de Sod van pardeS

 

Samen vormen deze het woord PARDES (Paradijs) Vruchtengaarde

Waarschijnlijk komt het woord ‘paradijs’ van het Hebreeuwse woord ‘Pardes’, een tuin of ‘gan Eden’ (de tuin van Eden).

 

Het Bijbelse en Rabbijnse Jodendom.

 

 

Het Jodendom wordt tot aan de schriftgeleerde Ezra gezien als het Bijbelse Jodendom. Met de opkomst van Ezra spreekt men van het Rabbijnse Jodendom.

In het Rabbijnse Jodendom wordt Ezra gelijkgesteld met Moshe Rabenoe, omdat hij enorme veranderingen geïntroduceerd heeft in het Jodendom.

 

 

Het Rabbijnse Jodendom bevat veel elementen van het Bijbelse, maar het is toch apart.

Ezra heeft veel verandert in het Joodse volk: Dit is een zuiver Torah verbod (Deuteronomiom 7:3)

    De nadruk en het absolute verbod te huwen buiten het Joodse geloof VOLK komt vooral in Ezra voor. Buiten het Joodse Geloof en Volk huwen ziet Ezra, de Rabbijnen en natuurlijk de Torah, als een gevaar voor het bestaan van het Joodse volk, gevaar voor assimilatie en vrijwillige opgave van het Jodendom. Dit is te vergelijken met zelfmoord op het eigen volk. Het gaat hier om de continuïteit van het voortbestaan van de Torah en impliciet van het Joodse volk, niet om rascistische of elitaire redenen.

    De verandering van het Hebreeuwse Schrift: vroeger was het oude schrift in gebruik maar die werd later door de Samaritanen overgenomen. Ezra wilde afstand nemen van de Samaritanen. Hij heeft het mooie, duidelijk Assyrische schrift ingesteld die tot vandaag gebruikt wordt bij het schrijven van een Torah-rol en boeken in het algemeen (drukschrift).

    Hij heeft de lezing van de wekelijkse Torah als plicht ingesteld alsook dat geen drie dagen mogen voorbijgaan zonder de Torah te horen.

Ezra daar en tegen maakte het een gewoonte de Torah te lezen op maandag en donderdag bij het morgengebed, als de mensen naar de markt gingen, en op ‘sjabbat’-namiddag, als ze tijd hadden om te luisteren naar de Torah.

 

 

In totaal zijn er 10 algemene regels en opdrachten die Ezra geïntroduceerd heeft.

Een andere gelijkenis met Moshe Rabenoe is dat de Torah in vergetelheid zou gevallen zijn zonder de komst van Ezra.

 

        

 

Algemene informatie

Men spreekt altijd van ‘Sefer’- Torah. Hebreeuwse boeken krijgen altijd de Hebreeuwse naam ‘sefer’. De Mondelinge leer is de verklaring van de Schriftelijke Leer en is kwantitatief veel groter. De geschreven Torah is voor alle volken dit door de vertaling van de Schrift in alle mogelijke talen. De mondelinge traditie, die vastgelegd is in de ‘Misjna’, de grondwet van de Mondelinge Torah, is alleen voor het Joodse volk bestemd. De interpretatie daarop is vastgelegd in beide Talmoeden. Er is een Jeruzalemse Talmoed en een Babylonische Talmoed. De Babylonische Talmoed is veel uitgebreider, wordt veel meer gebruikt en is meer autoritatief. Tenslotte is er nog het ‘Sefer-Zohar’, een kabbalistische interpretatie van de Torah.

Babylon heeft het Jodendom veel gegeven, vooral de Babylonische Talmoed. Deze Talmoed is doorheen een langere periode (circa 500 jaar) ontstaan en bewerkt, en werd in veel ‘Yeshivot’ geleerd. Onze Torah geeft ons zoveel dat bij ‘Simchat Torah’ (feest van de Torah) zo veel vreugde komt omdat we de verdienste hebben de Schriftelijke als de Mondelinge  Torah te studeren en ons ermee bezig te houden.

 

             

                        Illustratie van een voorpagina uit een Zohar boek

 

Het leren van Torah staat op zo’n hoog niveau dat het vergeleken kan worden met de rituele offerdienst.

 

 

 

 

 

De regelmatige lezing van de Torah als waarborg voortdurend met het woord van G’d verbonden te zijn.

 

Er zijn twee leescycli:

       de Jeruzalemse cyclus die gebruikt wordt door het reform – en liberaal Jodendom en weinig succes kent, omdat de meeste reform-Joden geen ‘Ivriet’ kennen. De Jeruzalemse cyclus zal elke week 21 zinnen lezen, voor elke van de zeven opgeroepen mensen op ‘sjabbat’ drie zinnen. De hele Torah-lezing neemt zo drie jaar in beslag. De bedoeling van deze cyclus was de duur van de dienst op ‘Sjabbat’ te verkorten.

       De Babylonische cyclus die de  Torah indeelt in 54 afdelingen, voor  elke ‘sjabbat’ een aanzienlijk deel, met 7 opgeroepen mensen voor de lezing van het Torah-gedeelte. Natuurlijk wordt de dienst zo veel langer, maar het voordeel is dat je elk jaar de hele Torah doorleest. Elk jaar wordt de Torah beëindigd en opnieuw begonnen op het slotfeest ‘Simchat Torah’. Deze cyclus domineert het conservatieve, traditionele en orthodoxe Jodendom.

 

De Torah-rol (‘Sefer Torah’) heeft geen vocalen, geen zangnoten, geen leestekens en het is bijgevolg een bijzondere onderscheiding deze Torah-rol te kunnen voorlezen.

 

           

      “Sefer Torah” zonder vocalen, zangnoten, kommatekens en punten.

 

De ‘Ba’al Koreh’ (voorlezer), een synagoge-lid die dit uit eer en roeping doet, moet een perfecte Hebreeuwse grammatica beheersen, hij moet bovendien een enorm geheugen hebben en pas na veel oefenen kan dit zonder fouten voorgedragen worden. Het is een verantwoordingsbewuste taak en ondankbaar. Bij het maken van fouten wordt je openbaar gecorrigeerd.

 

Het lezen uit de Torah kan alleen plaatsvinden wanneer een ‘minjan’ voor handen is. (‘minjan’ is de nodige quorum van 10 volwassen Joodse mannen om een openbare dienst te houden). Moshe introduceerde de regelmatige lezing van de Torah. Volgens de Rabbijnse overlevering schreef hij de Torah-lezing voor de ‘sjabbat’ en feestdagen en deed hij dit bij nieuwe maan.

 

De haftara (de Profetenlezing)

Elke week wordt na de Torah-lezing een afdeling uit de Profeten gelezen met een thema die harmonisch verbonden is met het thema van het wekelijkse Torah-deel. De haftara-lezing is ook het hoofd-ceremoniële deel van een bar-mitsva viering. Dit betekent ‘religieuze volwassenheid’. De ‘Bar Mitsva’ (zoon van de ‘mitsva’) gaat een kleine afdeling uit de Torah lezen en ook zal hij de ‘haftara’ lezen.

Ook hier zijn zangnoten die aangeleerd moeten worden door een ‘Bar Mitsva’-leraar (ondankbare taak). De ‘haftara’ is wel gevocaliseerd en van zangtekens voorzien.

 

Het lezen van de Torah.

Elke openbare lezing van de week is genoemd naar het woord waarmee het vers begint. Tijdens een jaar van 52 weken, dit is een gewoon Joods niet-schrikkeljaar, moeten soms dubbele ‘Torah-indelingen’ gelezen worden om op ‘Simchat Torah’ de leescyclus opnieuw te kunnen beginnen.

 

Tijdens het dragen van de Torah-rol van de ‘Heilige Ark’ naar de ‘bima’ (leestafel) en terug van de ‘bima’ naar de ‘Heilige Ark’ (‘Aron Ha’kodesj’) wordt gestaan. Vele mensen kussen de Torah bij het passeren (met de mond of met de ‘talliet’).

 

De eerste lezing wordt normaal voor een ‘Kohen’ (priester afkomstig van de priesterfamilie van Aharon) gelezen, de tweede lezing voor een Leviet (iemand die afkomstig is van de stam Levi, welke tijdens de beide Tempels de assistenten en grote helpers van de ‘Kohaniem’ waren), de derde voor een ‘Israëliet’ (Jood,= niet gelijk aan een Israëli, inwoner van Israël), meestal de Rabbijn van de gemeente.

 

De canonisering of eindredactie van de Tenach

 

De Torah is direct door Mosje ontvangen van G’d op Berg Sinaï. Het religieus orthodoxe Jodendom heeft een geloofsartikel in één van de 13 geloofsprincipes, vastgelegd door Maimonides, dat de Torah ontvangen is van de hemel op Berg Sinaï door Moshe Rabenoe en niet ‘man-made’ is. De Torah is onverwisselbaar en voor alle tijden. (eeuwig) Dit in tegenstelling tot het christendom.

 

Het sectarische reform – en liberaal Jodendom beweert dat Mosjee geïnspireerd was door G’d en daarom vinden zij de Torah niet bindend maar wel een boek van referenties. (Hier is sprake van ‘man-made’)

 

Het Torah-getrouwe Jodendom spreekt dit tegen en zegt dat elk woord, elke letter en elke zin G’ddelijk is en gegeven aan Mosjee in een geschreven vorm door G’d. Dit is absoluut ‘sine qua non’ volgens Nachmanides die in zijn beroemde inleiding van Torah-commentaar schrijft:

 

      

 

 

 

‘de Torah is ons gegeven door neer te schrijven elk woord door G’d gedicteerd aan Mosjee’. (Nachmanides)

 

De Schriftelijke Torah vinden we in de Tenach, waarvan de T staat voor de afkorting van Torah. (N= Neviiem, K= Ketubiem). Een andere benaming voor de Tenach is ‘Mikra’, wat ‘lezen’ betekent. De islam heeft dit geadopteerd in hun naam ‘Koran’.

 

Er is geen twijfel dat Mosjee de Torah schreef, dit komt ook in de Talmoed voor: ‘G’d dicteerde de Torah aan Moshe’.

 

Toch stelt zich de vraag wie de laatste 8 ‘psoekiem’ (zinnen) van de Torah schreef, deze handelen over het overlijden van Mosje. Een mening is dat Mosje deze laatste 8 zinnen zelf schreef, wenend, terwijl G’d hem deze dicteerde. Een andere mening is dat Joshua, zijn leerling en opvolger, deze laatste 8 zinnen geschreven heeft.

 

Algemeen neemt men aan dat elk profeet zijn eigen boek geschreven heeft, en dat de uiteindelijke eindredactie gebeurde door de ‘Knesset Ha’gdola’ (de Grote Vergadering 600–300 v.d.g.j.).

 

 

 

Sommige bijbelse boeken zijn echt controversieel en bediscussieerd geworden of ze opgenomen zouden worden in de canon:

 

 

      

 

 

       ‘Kohelet’ (Prediker van Salomon): zeer besproken tegenstellingen over leven, ziel en de zin van het leven en over vrouwen. Uiteindelijk is dit boek in de canon gekomen om zijn einde: ‘de zin van het leven is g’dsvruchtig te zijn en G’d te dienen’.

       ‘Sjier Ha’sjieriem’ (Hooglied van Salomon): lijkt op een liefdesgedicht tussen een herder en een herderin, soms is er zelfs een ‘erotisch’ taalgebruik, moeilijk om aan religieuze kinderen te onderwijzen.

Rabbijnen zien dit echter als een liefdesverhaal tussen G’d en het volk Israël. Israël is de bruid en G’d is de bruidegom. Rashi, de klassieke exegeet en commentator van het Jodendom (1040-1105)  heeft veel moeite genomen dit Hooglied uit Rabbijns zicht, volgens Talmoed en Midrasj te verklaren. Zijn voorwoord over dit Hooglied is heel bijzonder en een klassieker in het Jodendom.

Rabbi Akiva (2de eeuw n.d.g.j.), de bekendste ‘Misjna’-geleerde en één van de pijlers van de Rabbijnse leer, zag dit als het heiligste lied van alle liederen. Het is een kabbalistische gewoonte om op Erev Sjabbat (vooravond van ‘Sjabbat’) ‘Sjier ha’Sjieriem’ te lezen als spirituele voorbereiding voor Koningin ‘Sjabbat’.

    Iyov (Job): In de Talmoed zijn er verschillende meningen over het auteurschap van Iyov. Een mening is dat Mosje Rabenoe de schrijver van dit boek was, een andere mening is dat I’ov een fictieve figuur is die nooit bestaan heeft, maar geschreven is om de vraag te behandelen of er gerechtigheid bestaat op deze wereld. Waarom moet de ‘tsaddiek’ lijden en waarom geniet de zondaar van een goed leven? Een beslissend en definitief antwoord op deze vraag heeft het Jodendom niet.

 

Vele boeken zijn als niet passend beschouwd voor de Hebreeuwse Heilige Schrift. Men noemt ze ‘apocrief’ of ‘sfariem hitsoniem’ (buiten de canon).

 

De redenen dat ze niet opgenomen zijn in de Tenach:

       Ze bevatten niet Joodse ideeën, er is invloed van het Hellenisme.

       Het auteurschap wordt in vraag gesteld.

       De taal en ideeën zijn incompatibel met de Tenach.

 

Voorbeelden van boeken die niet in de canon opgenomen zijn:

       ‘Ben Sira’ is een ‘sefer Chochma’ (wijsheidsboek), er zijn wel een aantal quotaties in de Rabbijnse literatuur en zelfs één in de dagelijkse gebeden.

       ‘Makkabeeën’ (de vier boeken, maar vooral ‘alef’ en ‘bet’): omdat er teveel oorlog en overwinning in deze boeken voorkomt en dit is niet conform met de ideeën van het Jodendom, die tegen bloedvergieten en oorlog is. Het kernstuk van het ‘Chanoeka’- verhaal is het wonder met het licht in de Tempel en dit komt wel voor in de ‘Misjna’ en ‘Talmoed’)

       Het boek ‘Judith’: zelfde terughouding tegen dit boek als bij het boek ‘Makkabeeën’.

 

Rabbijnen zijn geen voorstander om deze apocriefe boeken te bestuderen, Volgens de Rabbijnen mag je deze boeken studeren wanneer ‘het geen dag is en geen nacht is’. (dus nooit) Deze boeken worden gezien als een bron van mogelijke agnostiek. Volgens de Talmoed is ‘Acheer’ (pseudoniem), een Rabbijn, agnostieker geworden omdat hij deze apocriefe boeken altijd bestudeerde en met zich meedroeg. Deze ‘Acheer’ was een leraar van Rabbi Me’ier, een van de pijlers van de ‘Misjna’ en ‘Talmoed’.

 

                 

“Yad” ( Torah aanwijzer bij de Torah lezing door baleh koreh gebruikt 

Collectie in het Joodse museum van Praag.)                 

Deze apocriefe boeken waren origineel in het Hebreeuws. Omdat ze niet in de canon opgenomen waren, heeft de kerk ze overgenomen en vertaald naar het Latijn en het Grieks. De oorspronkelijke Hebreeuwse tekst is verloren gegaan. Nu doet men pogingen in Israël deze opnieuw in het originele Hebreeuws te vertalen.

 

Een van de kroonwerken met de meeste toevoegingen op de Schriftelijke Torah, is het werk van de school van ‘Messora’. (traditie).

Deze school was actief in de 8ste eeuw in Tiberias.

 

Asjer Ben Ha’Aron en zijn familie en andere grote Schriftgeleerden van de ‘Messora’-kring zijn verantwoordelijk voor de vocalisering en de zangnoten  van de gehele Tenach.

Ze beslisten verder bij twijfelgevallen, als meerdere versies bestonden, hoe ze geleerd moesten worden qua spelling en uitspraak.

De Messora-Traditie van de Hebreeuwse Tenach is de enige aanvaardbare wereldwijd.

Het oorspronkelijke manuscript ‘keter’ bestaat en is te bewonderen in het Israël-museum. Bijna een millenium werd dit manuscript bewaard op een ereplaats in de ‘Eliahoe Ha’Navie – synagoge’ van Aleppo, Syrië. Bij politieke onrusten in samenhang met de onafhankelijkheid van de

 

moderne staat Israël, heeft een wilde Arabische ‘Mob’ deze synagoge in brand gestoken en zo vele onvervangbare schatten vernietigd. Als bij wonder is een groot deel van deze ‘keter’ gered geworden (oorspronkelijk manuscript van Asjer Ben Ha’Aron) en naar Israël gebracht.

 

     

               Oudste Torah manuscript bewaard in Jeruzalem museum

 

Eén van de moeilijkste taken, in samenhang met de verspreiding van de Schriftelijke Leer vanuit een Joods standpunt, is het vertalen van een authentisch, traditioneel Joodse opvatting van de Schrift. De moeilijkheidsgraad is:

    Het Bijbelse Ievriet moet zeer goed gekend zijn.

    De vertaling van de Bijbelse tekst moet zowel getrouw zijn als modern en begrijpbaar.

 

 

Er is een lange traditie van 2000 jaar in vertalingen:

    In de Antieke Tijd is er de Griekse vertaling (Septuagint)

    De Aramese vertaling van de Torah en de bijbel. ‘Targoem Onkolos’ en ‘Targoem Jeroesjalmi’.

    De Arabische vertaling van de Torah door Rabbi Saadia Gaon (882-942)

    Vele Europese vertalingen in talloze Europese talen:

       Duits: Leopold Zunz - vertaling

       Duits: Martin Buber en Frans Rosenzwei - vertaling.

       Engels: Herman Hertz - vertaling

       Engels: United Synagoge - vertaling (Pentateuch)

       Engels: (Amerikaans): Artscroll vertaling van de hele Tenach (waarschijnlijk de beste Engelse vertaling)

       Nederlands: de beste vertaling is van Opperrabbijn Dasberg Jitschak (Dordrecht). (alleen de choemasj) – door NIK geadopteerd en gemoderniseerd.

       Nederlands: van Opperrabbijn SS Onderwijzer – met commentaar van Rashi, maar het Nederlands is verouderd.

       Nederlands: vertaling van de hele Tenach, voorzien van de ‘Ievriet’ tekst van uitgeverij Stichting Sja’ar in Amsterdam –         ISBN: 978-90-6126-985-4

Nadeel: liberaal en dus niet gebruikt door de orthodoxe gemeente van België en Nederland.

 

 

 

Tamoez / juli 5768 / 2008                                                        Nederlandse bewerking

Prof. Rabbijn Ahron Daum, B.A.  M.S.                                      Petra Vanhamme

Emeritus Opperrabijn Frankfurt am Main

 

Erev Tisha b’Av 5773/ 15 juli 2013

Herzien en gecorrigeerd:                                                                      Mattityahu Akiva Strijker

 

Grafische design en lay-out:                                                        Malachi (Angelo) Prins

 

Website design en onderhoud:                                                        Yitzchak Shalom Berger

                                                                                                               

 

We zijn Rav Jacob Friedrich, Shlita dankbaar voor zijn talrijke opmerkingen en toelichtingen die wij natuurlijk in de tekst van dit essay hebben verwerkt.

We wensen hem nog lange jaren van geestelijke frisheid en lichamelijke vitaliteit, Ad Me’a Ve’ Essrim, bis 120, Amen.

 

 

 

                    1000 jaren Synagogale kunst in Europa.

 

 

Share this

Counter