Skip to main content

Kabbala

 

 

 

Kabbala

‘De Geheime, mystieke en esoterische Leer van Israël’

 

 

Syllabus Kabbala

‘De geheime, mystieke en esoterische Leer van Israël’

Kabbala in het algemeen

       Definitie: een religieus, esoterisch systeem dat inzicht geeft in de G’ddelijke natuur.

       2 opvattingen: ‘Nigla’ (openbare, evidente) en ‘Niglè’ /’sod’ (verborgene)

Deze 2 stromingen vind je ook tussen man en vrouw en in de natuur tussen zee en land.

       4 manieren om de Torah te interpreteren: letterlijk, symbolisch, homiletisch en mystisch (Pardes)

 

Overlevering

       in een ver verleden geopenbaard aan een beperkte kring van bevoorrechte geleerden.

       Uitbreiding in de middeleeuwen met de tekst ‘Sefer Yetsirah’

       Door intensieve en systematische studie werd een kring opgericht die men de ‘Ba’alè ha’Kaballah’ noemde.

       Later noemde men deze kring ‘Maskiliem’

       Vanaf de 13de eeuw een uitgebreide literatuur, soms in overeenstemming met de Talmoed, soms niet.

 

Een verborgen betekenis achter iedere letter.

Iedere letter, woord, getal en accent van de Tenach heeft een verborgen betekenis.

 

Onderzoek van de Kabbala

       Moderne historici: Kabbala betreft enkel de mystieke religieuze systemen van na de 12de eeuw. Deze van voor de 12de eeuw noemt men bv. ‘Sod’ of ‘Torat Chèn’.

       Voor traditioneel religieuze historici is Kabbala een continuïteit van eerdere mystieke wortels en elementen. Dus ook Kabbala voor Joodse mystiek uit de 1ste eeuw. Er zijn geen belangrijke historische en evolutionaire ontwikkelingen.

 

Definities van bekende Kabbalisten

       Rav Avraham Abulafia: De openbare Torah is voor het gewone volk onmisbaar net als moedermelk voor de zuigeling, maar Kabbala is heel geheimvol, subliem en alleen bestemd voor esoterische geleerden.

 

       Rabbi Moshè Cordovero: Kabbala is een mystieke, spirituele weg om de Torah te leren en te begrijpen. De ‘Nigla’ is het concrete, het lichaam; de Kabbala is de ziel van het abstracte.

Rabbi Moshè Cordovero ontwikkelde de leer van de 10 Sefirot.

1.

Een ‘sefira’ (meervoud ‘sefirot’) is een kanaal van G’ddelijke energie of levenskracht. Dit meest fundamentele concept van Kabbala is dat in het proces van de Schepping een tussenstadium werd uitgestraald van G’ds oneindige Licht om te Scheppen van wat we ervaren van eindige realiteit. Deze kanalen worden de tien ‘sefirot’, de tien ‘G’ddelijke uitstralingen’ of tien ‘G’ddelijke krachten’ genoemd. Dit zijn de basistermen en concepten van de innerlijke G’ddelijke wijsheid van de Torah die Kabbala wordt genoemd.

De tien ‘sefirot’ zijn dus heel vaag te vergelijken met de tien krachten in de mens aanwezig. De ‘sefirot’ zijn verdeeld in drie drietallen:

       Drietal van de geest.

       Drietal van de innerlijke gevoelskrachten van het hart voor men begint te handelen en dingen te doen.

       Drietal van actie die gedragskenmerken voorstellen

‘Malchoet - koningschap’ is het eindresultaat van alle ervaringen van de ziel.

G’d heeft deze 10 ‘sefirot’ of deze G’ddelijke krachten geschapen uit het niets – ex nihilio – en deze ‘sefirot’, die vaag in de mens aanwezig zijn, maken de mens tot mens, tot wat hij is.

 

       Rabbi Isaiah Horowitz: Kabbala is een medium om de ziektes van de ziel te genezen.

 

Welke esoterische begrippen of fenomenen vertelt ons de Kabbala?

       ‘ein sof’ of ‘de eindeloosheid van de wereld’.

       De conversatie van de engelen.

       Geeft inzicht in wat gebeurt in de hoogste sferen, in de hemelse schare.

       Uit de Kabbala ervaren we wat gebeurt in de hoogste sferen en welke geesten en demonen er in de onderwereld zijn.

       De klassieke werken houden veel poëzie en spiritualiteit in.

       Heilige, religieuze gedichten voor ‘Sjabbat’ die veelal door grote meesters geschreven zijn:

    Rabbi Jitschak Luria; ‘Jom zè leJisraeel’

    Rabbi Israël Nagara: ‘Meester van de wereld en de Schepping, we gaan u loven en danken.

    Rabbi Sjlomo ha’Levi Alkabetz: ‘Lecha Dodi’

 

De ‘Zohar’, het boek van de glans

Dit ultieme werk van de Kabbalistiek bevat veel van het gedachtegoed van de mystieke werken ‘Sefer Yetsirah’ en ‘Sefer Bahir’. Voor niet-ingewijden is het niet begrijpbaar. Het is een mystiek commentaar op de vijf boeken van Mozes.

 

 

 

2.

Wie is de auteur van de Zohar?

 

Algemeen:

       De geboorte van de Kabbala is waarschijnlijk 2000 jaar geleden, toen de profetie eindigde. Vb. de Essenen

       De ‘Zohar’ is geschreven in het Aramees, de meeste Aramese werken zoals Talmoed vinden hun oorsprong in Babylon.

 

Het grondwerk van de Kabbala, de ‘Zohar’.

       Bekroning van een lange ketting van mystiek, een commentaar op de Torah.

       Het mysterieuze verlangen naar G’d.

 

Rabbi Sjimon Bar Yochai

       Volgens het Torah - getrouwe Jodendom is de ‘Zohar’ geschreven in de 2de eeuw n.d.g.j. door Rabbi Sjimon Bar Yochai.

       Omstandigheden: Rabbi Sjimon Bar Yochai en zijn zoon Rabbi Eleazar moesten vluchten voor de Romeinen en verstopten zich in een grot waar ze zich, door een wonder in leven gehouden, konden bezighouden met de mystieke Leer van de Torah.

       Deze Rabbijn heeft op zijn sterfdag vele geheimen aan zijn leerlingen doorverteld. Hierdoor wordt hij vereerd als ‘Tsaddiek’.

 

Bedenkingen over het auteurschap van de ‘Zohar’.

       Voor de meeste religieuze Joden is Sjimon Bar Yochai de auteur van de klassieker ‘Zohar’.

       Rabbi Moshe de Leon beweert de ‘Zohar’ ontdekt te hebben.

       Gersjem Scholem suggereert dat Rabbi Moshe de Leon zelf de auteur is van de ‘Zohar’:

       een Sefardische grammatica en zinswendingen uit de 12de eeuw en de auteur van dit beroemde werk had geen goede en grondige kennis van het Land Israël, wat niet opgaat voor Rabbi Sjimon Bar Yochai.

       Geen referentie over de ‘Zohar’ noch in de ‘Misjna’, noch in de Babylonische- of in de Jeruzalemse Talmoed.

       Op taalkundig gebied is het Aramees van de ‘Zohar’ zelfs niet te vergelijken met het Aramees van de Ga’onitische Periode (4de – 10de eeuw, Babylon).

De ‘zohar’ moet dus, volgens Gersjom van latere datum zijn dan de 2de eeuw n.d.g.j. Verder suggereert hij dat er in de 12de en 13de eeuw er vele beroemde Kabbalisten leefden in Spanje, zoals bv. Rabbi Abulafia en zijn zoon alsook Rabbi Nachmanides.

 

De auteur van het grondwerk van de Kabbala, de ‘Zohar’ is dus eigenlijk niet met zekerheid vast te stellen.

 

 

3.

Grondideeën en waarden in het belangrijkste kabbalistische werk ‘Zohar’?

 

de ‘Zohar’ heeft veel diepere dimensies dan de eerste twee basiswerken van het Jodendom:

       Het onthoudt vooral originele ideeën.

       In de ‘Zohar’ verschijnt regelmatig het idee van toewijding aan G'd.

       De vereniging met het G’ddelijke.

       De Joodse mystiek is te zien als de ziel en de spiritualiteit van de Torah.

       Het Jodendom is enorm beïnvloed geweest door de mystiek van de ‘Zohar’. Voorbeelden hiervan zijn:

       De Messiaanse hoop en -gedachtegoed

       De ‘Tsaddiek’ (de gerechtigde) is de bemiddelaar tussen G'd en de gemeenschap.

       De mens heeft vonken (‘Nitsotsot’) van G'd in zich. De mens verbindt de hoger sferen en de lagere sferen.

       Volgens de Kabbala heeft is er een wederzijdse relatie tussen G'd de mens. (dus partnerschap)

       Ook het middeleeuwse christendom en de islam hebben mystieke gedachten uit Israël geadopteerd.

       De dogmatische gedachten van Vader, Zoon en H. Geest als drie in één eenheid verenigd, spiegelt zich met de 10 ‘sefirot’ die Eén zijn.

       G’d als Vader (‘Abba’) en moeder (‘Ima’)

 

 

Centra van de Kabbalistische intensieve studie in Europa tijdens de middeleeuwen.

 

2 scholen met betrekking tot de Leer en verspreiding van de Kabbala:

       De Sefardische School of de theoretische Kabbala verdiept zich over mens en ziek, over materie en geest.

       De Asjkenazische School of de praktische Kabbala behandelt vragen over ‘wat en hoe te doen, hoe zich met G’d te verbinden’.

 

 

De Sefardische School

 

       Deze Kabbala werd van generatie op generatie overgeleverd.

       Pas in de 13de eeuw wijd verspreid rond 2 thema’s:

       ‘Ma’äsee Beresjiet’, een studie rond het Scheppingsverhaal.

       ‘Ma’äsee Merkava’, eens studie van het visioen van Ezechiël over de troon van G’d.

 

 

 

 

4.

       Rabbi ‘Moshe Ben Nachmanides’ (1194-1270, Gerona - Spanje)

       Arts, fysicus, grote talenkenner, Kabbalist, religieuze zionist.

       Moest deelnemen aan een religieuze polemiek tegenover een apostaat. Hij heeft dit gewonnen en heeft onder druk van de Kerk Spanje moeten verlaten en is geëmigreerd naar ‘Erets Yisraeel’.

       Schreef een beroemd commentaar op de Pentateuch met veel Kabbalistisch gedachtegoed geïntroduceerd met ‘Derech Erets’.

       Zijn rustplaats is in Israël.

 

       Rabbi ‘Avraham Abulafia’ (1240-1291)

       Een grote Kabbalist met veel invloed en een sterke persoonlijkheid met grote visioenen, heeft volgens hem directe communicatie met G’d gehad. Zijn ‘ik’ telde niet.

       Probeerde de paus te overtuigen het Jodendom aan te nemen.

       Had de inspirerende inbeelding de ‘Mashjiah’ te kunnen zijn. Zo ging hij in versleten kleding naar Rome om tussen de armen te zitten.

 

       Rabbi Moshe de Leon (1250-1305)

       Door veel wetenschappers als de auteur van de ‘Zohar’ gezien.

       Tegenstander van de Joodse filosofie (Maimonides)

 

 

De Asjkenazische School

 

       Praktische Kabbala: de Kabbala van het handelen.

       De Joden in Asjkenaz (Duitsland, Frankrijk) leefden onderdrukt en in getto’s, veelal bedreigd met het leven.

       Het Joodse intellect hield zich bezig met het becommentariëren en bestuderen in exegese en ‘Talmoed’.

       De sterkte is dat er geen Griekse invloeden zijn en dat het authentiek is.

 

       Tosafisten (12de – 13de eeuw g.j.)

       School begonnen met de drie schoonzonen van Rashi en hun kleinkinderen.

       Commentaar op de Talmoed die in alle Talmoedscholen (‘Yeshivot’) samen met het commentaar van Rashi, als basisstudie voor hogere Rabbijnse studies geldt.

       Het commentaar is te ordenen onder de ‘Nigla’. Veelal kan je Kabbalistisch - mystieke sporen vinden.

 

       'Chassidee Asjkenaz' of de Asjkenazische School van de Piëtisten.

       School van ascese, de eerste stappen van de ‘praktische Kabbala’.

       pijniging van het lichaam, vasten, opheffen van elke vorm van luxe, tevreden zijn met weinig materieel. Deze ascetische praktijk was waarschijnlijk een gevolg op de algemene Jodenvervolging in de middeleeuwen vnl. de kruistochten.

5.

       Rabbi ‘Juda Hè'Hassid’. (1150-1217), een bekende piëtist en een

       poëet, schreef het Kabbalistisch Sjabbat’-lied ‚Aniem zemirot’.

       Maakte uiteindelijke ‚Aliya’ naar Erets Israël.

 

 

Het Kabbalistische centrum in Safed, ‘Erets Israël’ (12de-13de eeuw)

 

Stichting van de Luriaanse School voor Kabbala tengevolge van de Jodenverdrijving uit Spanje en Portugal eind 15de eeuw. De School vindt haar oorsprong met de ‘Ari’, Rabbi Jitschak Luria, de leeuw van de Kabbala.

 

       Rabbi Yitshak Abuhaf (eind 14de – 15de eeuw)

       Zijn bekendste werk is 'Menorat Ha'Ma’or' (het licht van de menora): een synthese over de theoretische en praktische Kabbala samen. Hij spreekt over het Kabbalistische begrip van 'kelipot' of 'schalen'. Het leven hier is provisoir, wat telt is het hiernamaals.

       Hij zag in alles op de wereld mystiek en spiritualiteit. De Geest van G'd ziet hij letterlijk 'zweven' op de wereld.

       Hij was heel erg beïnvloed door de ‘praktische Kabbala’

       Rabbi Yitschak Abuhaf heeft een grote belangstelling voor de ‘Midrasj’. De ‘Haggada’, de narratieve leer is voor hem een echo van de profetie.

 

       Rabbi ‘Josef Karo’ ( 1488 Spanje - 1575 Safed )

       De auteur van 'Shoelchan Aroech'. Hij was naast een grote Kabbalist, ook een visionair.

       Schreef het Kabbalistisch werk: ‘Magied Me’sharim’. In dit werk had hij gesprekken had met een engel - ‘Magied’ die hem regelmatig

‘s nachts in een visie, een droom, een manier aansprak.

       Beweert meermaals dat enkele van zijn geschreven gedachten en ideeën niet door hem, maar via hem opgesteld zijn. Dit verschijnsel heet ‘Roeach ha-Kodesj’.

       Rabbi Josef Karo was beïnvloed van een andere grote messiaanse, Sefardische persoonlijkheid: Shlomo Molcho (1500-1532). Deze laatste was een kind van ‘Marranen’. Shlomo Molko probeerde de paus ervan te overtuigen Joden te laten terugkeren naar het Jodendom. Uiteindelijk heeft de paus hem aan de inquisitie overgeleverd en hem openbaar laten verbranden. Door deze gebeurtenis is Rabbi Josef Karo geëmigreerd naar het ‘Heilige Land’.

       Rabbi Josef Karo geloofde in reïncarnatie. (‘gilgoel nesjamot’.)

 

 

 

 

6.

       Rabbi Jitshak Luria (de ‘Ari’) (1534-1572)

 

Enkele biografische data uit zijn leven:

    De ‘Ari Ha’Kadosj’ – de Heilige leeuw van de Kabbala’.

    was van kindsheid vertrouwd met de twee grote centra van Joodse geleerdheid in de Rabbijnse wereld. Zijn begraafplaats - in Safed - is tot heden een pelgrimage voor vele Kabbalisten en religieuze Joden.

       grootgebracht door zijn welstellende oom Mordechai Francis die hem Talmoed en Codex grondig leerde.

       Hij verkoos als levensweg het ascetisme en mysticisme. Hij ging 20 jaar lang wonen in een loofhut aan de oevers van de Nijl en bezocht zijn familie alleen op ‘Sjabbat’. ('Hit’bodde’doet')

       Er wordt gesuggereerd dat Rabbi Jitschak Luria tijdens zijn ascetisch leven geregeld ontmoetingen zou gehad hebben met de profeet Elia die hem introduceerde in sublieme doctrines van de mystiek.

 

Zijn leerlingen:

       In 1569 pelgrimeerde hij naar het Heilig Land ‘Erets Jisraeel’. In Safed vormde zich een kring van Kabbalisten rond hem, aan wie hij zijn nieuwe opvattingen van de Kabbalistische Leer doorgaf.

       Al gauw had hij twee kringen van volgelingen:

       Novicen met wie hij de elementaire Kabbala uitbreidde. (‘Zohar’)

       Gevorderden

       De ‘Ari’ bezocht regelmatig met zijn leerlingen het graf van Rabbi Shimon bar Yochai (2de eeuw n.d.g.j.) en de begraafplaatsen van andere ‘Tsadikiem’ (rechtvaardigen).

       In een zeer kort tijdperk groeide de kring uit en werd een exclusieve gemeenschap waar de mystieke nieuwe opvattingen fundamenteel waren en invloed hadden op het alledaagse leven en op alle religieuze ceremonieën.

       Met ‘Kabbalat Sjabbat’ kwam de Kabbalistische kring rond de ‘Ari’ samen op de heuvels rond Safed om de ‘Sjabbat’ te verwelkomen.

 

Zijn leer:

Het kernidee van de Luriaanse Kabbala is gebaseerd op de reïncarnatie. De hele wereld is ‘Nesjamot’, wereld van zielen. De zielen reïncarneren in mensen, planten, dieren en zelfs in niet-levende elementen.

 

Alle zielen waren oorspronkelijk met ‘Adam Ha'rishon’ en waren goed. Na de zondeval is er een vermenging van het goede en het kwade in de zielen. In alle goede en reine zielen zijn vonken van onrein en kwaad, in alle onreine zielen zijn vonken van rein en heilig.

 

De Messias kan alleen komen als het goede van het kwade gescheiden is, als de zonde hersteld is.

 

 

7.

Om dit doel te bereiken zijn twee mogelijkheden:

    Reïncarnatie of 'gilgoel' (letterlijk ‘een zielenwandeling’)

De ‘gilgoel’ of reïncarnatie heeft tot doel de ziel rein te maken van de zonden. Dan kan deze ziel terugkeren naar de oorspronkelijke schatkamer van alle G’ddelijke zielen om er rust te vinden.

       'Iboer' of 'diboek'  (letterlijk: soort zwangerschap of vastmaken)

Een tweede ziel vestigt zich, op een latere fase, in een mens die al een ziel gekregen heeft bij de geboorte. De ‘gastziel’ heeft als positieve doel de eerste, oorspronkelijke ziel te verbeteren.

Soms kan de ‘gastziel’ zeer lastig zijn voor de oorspronkelijke ziel en dus de mens in zijn functies en handelen hinderen. (‘schizofrenie’)

Hiervoor bestaat een procedure van exorcisme

 

de ‘Ari’ probeerde door het toepassen van de Kabbala van ascese te bereiken dat het kwade het goede verlaat.

 

Het doel van exil van het volk Israël volgens de Kabbala.

       Het opzoeken en het bereiken van heilige zielen die natuurlijk in elk volk voorhanden zijn. Deze heilige zielen van niet-Joodse mensen vermengde zich met ‘klipot’ (schalen).

Deze zielen van de ‘rechtvaardigen’, onder de volken van de wereld, zoeken hun ‘tikkoen’ (herstelling). De ‘Sjechina’, de G’ddelijke aanwezigheid, begeleidt het volk Israël ook in exil.

       de Leer van G’d en de visie van de profeten te verspreiden onder de volkeren van de aarde, zodat niet-Joodse mensen zich kunnen aansluiten bij het geloof en volk Israël

 

De ‘Mashjiah’ volgens de Kabbala.

Voorwaarde voor de komst van de ‘Mashjiah’ is dat het goede zich van het kwade gescheiden heeft.

Sommige Kabbalisten zien in de ‘Ari Ha’Kadosj’ de ‘Mashjiah’ Ben Josef die als voorbode van ‘Mashjiah Ben David’, volgens de Kabbala, zal optreden.

 

Epiloog

 

       De ‘ leeuw van de Kabbala’, Rabbi Jitschak Luria is op de zeer jonge leeftijd van 38 jaar overleden.

       Zijn hele Leer werd mondeling aan zijn lievelingsleerling Rabbi Hayyim Vital (1543-1620) overgeleverd, die het op zijn beurt verspreid en gepopulariseerd heeft.

       De Luriaanse Kabbala (de latere Joodse mystiek) is naar Europa verspreid geworden en heeft vooral in Polen zeer veel aanhangers gekregen.

 

 

 

 

8.

De school en centrum van Kabbala in Polen (Po-lien) (14de-18de eeuw)

 

Inleiding

 

Er gebeurt een verschuiving van de vroegere Joodse centra; zowel bij de ‘Asjkenazim’ als bij de ‘Sefardiem’.

 

       De Joden kwamen naar Polen in de 14de eeuw ten gevolge van de verschrikkelijke vervolgingen van het Asjkenazische Jodendom vooral in Duitsland. In Polen was religieuze vrijheid en de Joden waren er welkom. Joden trokken ook naar de Baltische Staten, Rusland en de Oekraïne. Eind 19de eeuw trokken vele Joden naar Amerika, als gevolg van de pogroms en genociden vooral in Oekraïne en Rusland.

       De verdrijving van de Sefardische Joden uit het Iberische schiereiland in het jaar 1492 naar het Ottomaanse Rijk vnl. Turkije, de Balkan en het Heilig Land. 100 jaar later vinden vooral de ‘Marranen’ hun nieuwe heimat, vrij van religieuze vervolging van de Kerkelijke inquisitie, in de lagere landen vnl. Nederland maar ook in Engeland en het nieuwe ontdekte continent Amerika.

 

Centrum van grote Joodse geleerdheid

 

    Rond de jaren 1600 is Polen tot trekpleister voor de grootste Talmoedische, ‘Halachische’ autoriteiten geworden. Het oude Joodse kerkhof te Krakau is daar een bewijs van.

    Het Rabbinaat kwam in Polen tijdens de 17de eeuw tot bloei zoals nergens anders in Europa. Torah en Talmoed werden er overal geleerd op een ‘pilpulistische’ methode. (wel in de kring van geleerden)

 

De intrede van de Kabbala in Polen

Als reactie tegen deze exclusieve en elitaire geleerdheid van een kleine kring heeft zich ook in Polen langzamerhand de Kabbala ontwikkeld.

De Joodse volksmassa verlangde minder naar een G'd van de wetten en meer naar een G'd van de liefde en barmhartigheid, kortom de toewijding aan G'd. Dit proces is begonnen met de geleerde Mattias Dela Crut (Mattitjahoe). (17de eeuw) Deze geleerde behandelt Kabbalistsche onderwerpen zoals:

 

    de 10 ‘sefirot’ - het wezen van G'd -,

    de relatie tussen G'd en mens,

    de ziel die door G’d aan de mens gegeven is,

    het evenbeeld van G'd die deze ziel is.

    Verder leert hij dat de mens een tussenschakel is tussen de ‘Onderwereld’ (dieren) en de ‘Hogere Wereld’ (engelen), dat de mens een keuze heeft tussen goed en kwaad en de engelen niet.

9.

    ‘Hoe kan de mens G’ddelijke eigenschappen aannemen of imiteren’?

    Spirituele reiniging van ziel en lichaam om zo dicht bij G'd te komen.

Elk mens heeft een levenstaak, nl. zijn slechte karaktereigenschappen te verbeteren. 

Een ‘Tsaddiek’ – rechtvaardige - beïnvloedt zijn omgeving met barmhartigheid en genade en zo wordt, door zijn aanwezigheid, zijn omgeving gezegend. (36 ‘Tsaddikiem)

 

De strijd tussen de Kabbala en het Rabbinaat.

De klacht van het Rabbinaat was dat vele gewone Joodse mensen zich bezighielden met Kabbala nog voor ze het basiscommentaar van Rashi (1040-1105) op de Torah beheersten.

 

Het einde van de bloeiperiode.

    Een drastische verandering in negatieve zin kwam tijdens het midden van de 17de eeuw over de Joden in Polen. Algemeen waren de Jezuïeten direct of indirect verantwoordelijk voor de pogroms van Bohdan Khmel'nyts'kyi (1595-1657), de grote onderdrukking, de kerkelijk -antisemitische hetze tegen de Joden,…

Meer dan 300.000 Joden werden vermoord en 100’en Joodse gemeenschappen werden vernietigd.

    Later, in de 18de eeuw, kregen de Joden in Polen opnieuw moeilijkheden toen het land verdeeld was tussen de Pruisen, Oostenrijk en Rusland. Vooral onder de Russen zuchtten ze zwaar.

 

Polen, één van de wiegen van het ‘chassidische’ Jodendom.

Vanaf de tweede helft van de 18de eeuw begint de ‘Chassidische’ beweging ook in Polen hun diepe wortels te vatten. De stichter, Rabbi Jisrael Baal Shem Tov (1698-1760) bracht een verandering in de fossiele houding van het Rabbinaat in Oost-Europa teweeg met het doel de Joodse massa G’d te laten dienen met extase, enthousiasme en vooral vreugde.

 

    De ‘Chassidische’ beweging legde ook heel erg de nadruk op de studie van Kabbala, mystiek en ascese, maar ook op vreugde.

    ‘Chassidiem’ hebben over het algemeen een bepaalde ‘look’: de ‘streimel’ (pelshoed) en de ‘bèckège’ (zwarte kleding), ook aan de typische krullen en de wilde baard kan men ze uiterlijk herkennen.

    De ‘Chassidische’ beweging heeft ook cultureel veel bijgedragen in het leven van de Joden in Polen en elders, zoals bv. op het gebied van ‘Jiddische’ literatuur, muziek en vooral verhalen over wonder-rebbes’.

 

De Shoa in Polen

Slechts 300.000 Joden van een Joodse bevolking in Polen die voor de Shoa uit meer dan 3 miljoen bestond, hebben de Holocaust overleefd.

De Asjkenazische Joden die in de 15de eeuw naar Polen gevlucht waren en daar leefden alsof ze het ‘paradijs op aarde’ ontdekt hadden, beleefden tegen het midden van de 20ste eeuw de ‘hel op aarde’.

10.

Bespreking van enkele grote Kabbalisten die Polen hebben beïnvloed.

In de 16de en 17de eeuw hebben drie grote Kabbalisten het Joodse Polen beïnvloed.

 

Rabbi Isaiah Ha’Levi Horovitz (1565-1630) – De ‘Sjelah’

 

       Rabbi Isaiah Ha’Levi Horovitz leerde in Lublin, een centrum van Rabbijnse geleerdheid.

       Op jonge leeftijd stond hij bekend als een Talmoed-genie - ‘ilüij’.

       Als jonge Rabbi werd hij verkozen deel te nemen aan de semesteriële zittingen van het zeer prestigieuze verbond van alle gemeenten van vier landen van de belangrijkste Joodse gemeenten.

       Rabbi Isaiah Ha’Levi Horovitz was als Rabbi opgenomen in Frankfurt Am Main.

       Hij koos er vrijwillig voor als Kabbalist en piëtist om in exil te gaan.

       Nadat zijn vrouw gestorven was, emigreerde hij naar het ‘Heilige Land’ om daar zijn ‘levens-avond’ te beleven. Dat was in 1623.

       Daar, in het ‘Heilige Land’, schreef hij zijn beroemdste Rabbijns en Kabbalistisch meesterwerk 'Sjneej Loechot ha-Brit' - de Twee Tafelen van het Verbond’.

       Zijn laatste rustplaats is in Tiberias en is een trekpleister voor zowel Kabbalisten als vrome Joden om er te bidden.

 

In zijn talrijke werken is de Kabbala de basis en fundering van al zijn gedachten. Hij is zeer kritisch tegenover de Joodse filosofie.

Wat in zijn werken telt is niet alleen weten, maar vooral de dienst en het engagement voor G'd. Het vervullen van de ‘Mitsvot’ – religieuze opdrachten - is volgens de ‘Sjelah’ de belangrijkste factor in het menselijke leven op deze wereld.

 

Algemeen spreekt de ‘Sjelah’ eerst over lichaam, ziel en doel van elke mens. Het doel van elke mens is om zoveel mogelijk zijn lichaam aan de ziel te onderwerpen. De mens kan dit alleen door ‘Mitsvot’ – religieuze opdrachten - bereiken. Elke mens moet proberen zijn ziel te veredelen en tegen de slaafse verlangens van zijn lichaam te vechten. Hij stelde volgende gedragspatronen voorop:

    De mens zal denken aan zijn levenseinde (dood).

    De mens zal zich verzadigen met weinig materiële zaken.

    De mens zal niet meer eten als noodzakelijk voor het overleven, want overmatig eten is een deel van ‘Lilith’.

    Wanneer de mens zich bezighoudt met ‘Tsedaka’ – geld voor de armen - en Torah, heeft hij het spirituele licht van de wereld ontdekt.

    De mens zal ook altijd zijn ‘spreken’ controleren.

    Ook de gedachten moeten aan G'd gericht zijn.

 

 

11.

Rabbi Nathan Shapira (1585-1633)

 

Rabbi Nathan Shapira is geboren in 1585 als zoon van een beroemde Rabbijnse familie. De naam Shapira verwijst naar de stad Spyer in Duitsland, één van drie moedergemeenten van het Asjkenazische Jodendom. (samen met Worms en Mainz)

 

       Hij was een ‘ilui’ – een Talmoedgenie, een eretitel die hij al op jonge leeftijd kreeg.

       Zijn fotografisch herinneringsvermogen was fenomenaal.

       Van zijn vader ontving hij een zeer grondige Rabbijnse - Talmoedische leer. Van nature was hij een zoeker.

       Hij verdiepte zich ook in de wiskunde, de filosofie, de Kabbala en in de grammatica van de Hebreeuwse taal. In zijn persoonlijkheid verenigt hij de Kabbala en het Rabbinaat.

       Er is verder bekend dat hij elke middernacht het gebed ‘Tikkoen Ha’Tsot’ bidt tot Hasjem – G’d. Hij vraagt het einde van exil van het Joodse volk en ook van de begeleidende ‘Sjechina’, hij vraagt ‘ge'oela’ –verlossing– voor het Joodse volk te brengen en dat de wereld 'Malchoet Sjamayim' op zich zal nemen. (dat de hele wereld gelooft in G'd).

       In Kabbalistische kringen van de Poolse middeleeuwen wordt bericht dat Rabbi Nathan regelmatig ontmoetingen had met de profeet Elia.

       Hij stierf op jonge leeftijd (45 jaar).

 

Zijn leer:

 

       Zijn wereldse kijk is doordrongen van het Messiaanse idee en hij heeft een bijzondere aandacht voor de rol van het Joodse volk in exil.

       Het is volgens hem de taak van het volk Israël de G’ddelijke vonken die in exil verloren gegaan zijn, terug te vinden en naar het G’ddelijke terug te brengen.

       Volgens Rabbi Nathan had de Satan geen kans bij de Sinaïtische openbaring. Spijtig genoeg is het Joodse volk van zijn heel hoge morele en religieuze positie bij die openbaring, gevallen, met de zonde van het gouden kalf. Door deze val is het kwade verankerd in het goede.

Zolang licht vermengd is met donkerheid, is de missie van het Joodse volk in exil te zijn om de ‘Nitsotsot’ – de G’ddelijke verloren vonken - te verlossen en zo mee te helpen het ‘Koninkrijk van G'd’ – de hemel op aarde - te herstellen.

 

Een ander grondidee is dat van 'gilgoel', de reïncarnatie.

Volgens Rabbi Nathan Shapira is de ziel van Adam gereïncarneerd in de ziel van stamvader Abraham, de ziel van Eva is gereïncarneerd in stammoeder Sara,…

 

 

12.

Dit zijn twee fundamentele en markante ideeën in zijn Kabbalistische Schriften:

    Het is de missie van het Joodse volk in exil om de G’ddelijke, verloren zielen te verlossen.

    Het tweede idee is dat er een ketting bestaat van reïncarnatie van zielen, die zelfs de allergrootste voorvaders en leiders van het Joodse volk doorlopen.

 

Rabbi Shimshon uit Astropoly ( -1648)

 

       Als kind hield Rabbi Shimshon uit Astropoly zich al bezig met de Kabbala, hij was hiervoor bijzonder begenadigd.

       Rabbi Shimshon uit Astropoly beleefde de Messiaanse gedachte zeer actief, uitgaande van het feit dat hij in een bijzonder moeilijke periode van het Poolse Jodendom leefde. Rabbi Shimshon uit Astropoly ziet de Messiaanse gedachte in die zin dat het volk Israël wacht en verlangt naar de Messias. Volgens hem wacht zelfs G'd, figuurlijk, op de Messias.

       Een eigenaardige Kabbalistische voorstelling van Rabbi Shimshon uit Astropoly is, dat als het volk Israël verdienstelijk is, d.w.z. de G’ddelijke opdrachten of de ‘Mitsvot’ vervult, dan is het zo heilig als “de heilige jonkvrouw -‘Betulah’- Rivka, de dochter van ‘Betu’el’”. (Gen.22,23)

Wanneer het volk Israël niet verdienstelijk is, is dit als een soort ‘vreemdgaan tegenover de ‘Sjechina’ – G’ddelijke aanwezigheid’: ‘Vanwege je zonden is je moeder ‘Sjechina’ weggestuurd’ (Jesaja 50,1)

    Rabbi Shimshon uit Astropoly is als martelaar omgekomen, zoals vele van zijn geloofsbroers en –zussen, tijdens de beruchte ‘Khmel'nyts'kyi’-pogroms in 1648 en 1649.

 

 

Epiloog

 

Het ‘floreren’ van de Kabbala.

Eind 16de, begin 17de eeuw is Polen een land op het Europese continent, waar de Joden zich thuis voelden (Po-lien).

Traditionele Rabbijnen die bij het begin van de opgang van de Kabbala in Polen zeer negatief stonden tegenover deze Kabbala, veranderden hun kijk eind 16de eeuw en ontwikkelden een positieve instelling tegenover de Kabbala.

 

Deze trend heeft het Joodse Polen omgekeerd in een land die doordrongen werd van de Kabbala en waar de volksmassa zich vooral met de Praktische Kabbala van de School van Rabbi Jitshak Luria (de ‘Ari’) (1534-1572) bezighield. Deze school heeft, zoals bekend is, grote aandacht voor ascese en pijniging.

13.

De Messiaanse gedachte met de onmiddellijke verwachting van de aankomst van de Messias was obsessief in alle lagen van de Joodse bevolking. Men dacht zelfs in het grondwerk ‘de Zohar’ een hint gevonden te hebben dat de Messiaanse verlossing zou komen in het jaar 1648.

 

De grote Poolse schande.

Maar het veelvoorspellende jaar 1648 is spijtig genoeg niet het jaar van verlossing en bevrijding van de Joodse massa in Poolse exil, maar van de ergste vervolging tot nu in Polen.

 

Polen was sociaal en economisch ingedeeld in drie klassen:

    de hoogste klasse: de aristocratie.

    de middenklasse: de hogere Bourgeoisie, de gilden met de Joden als economische katalysator van handel en pachters.

    de laagste klasse: eenvoudige Poolse, maar vooral Oekraïense boeren en knechten.

In de 17de eeuw leefden In Polen naast Joden vnl. Polen die vooral katholiek gericht waren en ook Oekraïners die vooral orthodox-christelijk waren.

 

Boeren wilden bevrijd worden van de uitbuiting en onderdrukking door de Poolse aristocratie. Zij hebben daarbij ook de Joden op gruwelijke, brutale manier bestraft.

 

Deze verschrikkelijke vervolgingen van de Joden in Polen hebben niet het geloof in G'd verminderd, maar hebben de verwachtingen van de onmiddellijke komst van de Messias vergroot

 

Rabbi Menasse ben Israël en de Engelse gebeurtenissen.

Parallel met deze gebeurtenissen in Polen en Oost-Europa, was Rabbi Menasse ben Israël bezield van het idee dat de vervolgde Joden in Oost-Europa nieuwe landen nodig hadden. Tevens had hij de Messiaanse overweging dat de verlossing van het volk Israël pas kan plaatsvinden als het Joodse volk overal op aarde verspreid is.

 

Engeland heeft de Joden eind 13de eeuw voor alle tijden uit het Britse eiland verbannen. Rabbi Menasse ben Israël zag het als een levensmissie de Engelse premier Oliver Cromwell (1599-1658) te overtuigen de Joden toelating te verlenen om Engeland terug te betreden.

 

Een valse Messias

In de 17de eeuw meldde zich, een beroemde, charismatische Joodse valse Messias Shabbetai Zevi (1626– 1676). Hij werd door vele Joden, maar vooral door de joden in Polen, als de verlosser gezien

Onder druk van de sultan liet Shabbetai Zevi zich echter islamiseren.

 

 

14.

Het ontnuchteren van deze illusie was een schok met heel zware gevolgen:

    Vele ontgoochelde Joden hebben het Jodendom verlaten.

    De nieuwe ‘Chassidische’ beweging, in de 18de eeuw gesticht door Rabbi Yisraël Baal Sjem Tov (1698-1760), wordt met zijn grote succes in Oost-Europa door vele historici gezien als reactie op de Poolse, vertwijfelde Joden die te maken hadden met de Khmel'nyts'kyi -vervolgingen en deze valse Messias.

 

De ‘Chassidische’ beweging.

Het ‘Chassidisme’ is ontstaan door de vermenging van Kabbalistisch gedachtegoed met Messiaanse verwachtingen.

Er ontstond een nieuw fenomeen van mensen met een bijzondere Kabbalistische en homeopathische gave die men ‘Baal Shem’ noemde. Ze konden zieke mensen via homeopathie genezen, bovendien konden ze wonderdaden verrichten, zoals bv. excorcisme.

 

De voorlopers van het ‘Chassidisme’ hebben meegeholpen om de grondwaarden van de Kabbala verder oostwaarts te verspreiden.

De ‘Chassidische’ beweging heeft nieuwe accenten in het religieuze Jodendom gebracht, nieuwe waarden geïntroduceerd en bijzondere aandacht voor de Kabbala en de mystiek naar voor gebracht.

 

Over de hele wereld zijn vandaag vele Kabbalascholen actief die het Kabbala -gedachtegoed universeel verspreiden.

De Kabbala is een grote factor geworden in de religieuze levenswijze van vele Joden. Vele van onze gewoontes, ook sommige delen in de liturgie hebben hun oorsprong in de Kabbala. Wanneer de Kabbala tegenstrijdig is aan de ‘Halacha’, wordt wel voorkeur gegeven aan de ‘Halacha’.

 

De Kabbala belicht drie belangrijke elementen in het Jodendom:

    De ziel – ‘Nesjama’

    De rol van het volk Israël van het globale perspectief

    Het Messianisme

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

15.

Kabbala

‘De Geheime, mystieke en esoterische Leer van Israël’

 

Kabbala in het algemeen

Kabbala is een religieus esoterisch systeem dat beweert inzicht te geven in de G’ddelijke natuur. Kabbala is een Hebreeuws woord dat letterlijk 'ontvangst' betekent en figuurlijk 'openbaring' of ‘traditie’.

Het gaat dus over het spirituele, het mysterieuze, de mystiek, het hele diepe van het geloof. Al hoewel het iets typisch Joods is, is het ook stelling in andere monotheïstische godsdiensten, zoals bv. het middeleeuwse christendom en ook de islam.

In eerste lijn is het natuurlijk een domein van het Jodendom.

 

Algemeen zijn er in het Jodendom twee opvattingen over de Joodse Leer:

1.      ‘Nigla’ of ‘Niglè’ – het openbare, het evidente

Dit is datgene wat je op het eerste zicht waarneemt van het Jodendom, de Hebreeuwse Bijbel, de ‘Misjna’ en de ‘Talmoed’, de wettelijke codex ‘Sjoelchan Aroech’, m.a.w. het conventionele Jodendom, dit Jodendom waaraan de niet-Joodse buitenstaander zich spiegelt, alles wat gereglementeerd is, rationeel en zeer slim. De buitenwereld ervaart het Rabbijnse Jodendom als een eindeloze massa van wetten en reglementen.

2.      ‘Nistar’ / ‘Sod’ - het verborgene.

Dit omvat de spiritualiteit van het Jodendom. Niet alleen de wetten en de voorschriften, maar ook de veel diepere dingen, de toewijding en het zich geborgen voelen aan G'd.

Vb. Het woord ‘seter’ in de kabbalistische zin van ‘geheim, verborgen’ vinden we zelfs in de Tenach.

Vgl. Tehilim 91,1: 'Joshev beseter eljon': De Allerhoogste die in het verborgene troont.

Als je Kabbala leert, heb je het gevoel dat G’d met elk persoon direct spreekt. Kabbala is de ziel van het Joodse. Door kabbala kan de mens zich met G'd verbinden. Je vindt er een grenzeloze liefde en menselijk verlangen naar G'd. Kabbala is het meer gevoelsmatige, geborgen deel van het Jodendom.

 

Deze 2 stromingen spiegelen zich ook in het leven tussen man en vrouw. De man stelt meestal het ‘Nigla’ voor, de vrouw daar en tegen het ‘Nistar’, dit op zowel het fysieke als het spirituele niveau. Zo is ook in de natuur de zee het ‘Nistar’ en het land de ‘Nigla’.

 

1.

Er zijn vier klassieke manieren om de Torah te interpreteren:

 

       letterlijk of eenvoudig – literaal – de ‘Psjat’ van ‘Pardes’

       symbolisch - allegorisch – de ‘Remesh’ van ‘paRdes’

       homiletiek – ‘Midrasj’ - de ‘Drash’ van ‘parDes’

       mystiek (geheim) – esoterisch – de ‘Sod’ van ‘pardeS’

 

Samen vormen deze vormen het woord PARDES (Paradijs)

Waarschijnlijk komt het woord ‘paradijs’ van het Hebreeuwse woord ‘Pardes’, een tuin of ‘gan Eden’ (de tuin van Eden)

 

Overlevering

 

Algemeen refereert de Kabbala naar een esoterische dogmatiek over G’d en het universum die in een ver verleden zou geopenbaard zijn aan een beperkte kring van bevoorrechte en heilig - elitaire Joodse geleerden.

 

In de middeleeuwen breidde de Kabbala zich enorm uit met de uitgave van de mystieke tekst ‘Sefer Yetsirah’ (boek van de Schepping). Volgens het populaire geloof heeft Rabbi Löw (Juda Löw ben Betsabel, 1520-1609) uit Praag, de ‘Golem-figuur’ door dit boek kunnen scheppen.

 

De intensieve en systematische studie van de Kabbala werd het domein van een kring van uitverkoren geleerden die de "Baalè Ha-Kabbalah" genoemd werden (בעלי הקבלה, of "meesters van de Kabbala").

Later raakten geleerden van de kabbala bekend onder de naam "Maskiliem" (משכילים "Verlichten")

Vanaf de dertiende eeuw ontwikkelde de Kabbala een uitgebreide literatuur, soms in overeenkomst met de Talmoed, soms lopen de meningen echter ook uiteen.

 

Een verborgen betekenis achter iedere letter.

 

De kabbala leert ons dat iedere letter, ieder woord, getal en accent van de Tenach, (Hebreeuwse Bijbel) een verborgen betekenis bevat.

Verder kunnen wij in de Kabbala de interpretatie van deze verborgen betekenis ervaren.

 

Onderzoek van de Kabbala

 

Sommige moderne historici, die zich met het onderzoek van de Kabbala bezighouden, beweren dat het begrip Kabbala enkel gebruikt kan worden voor de mystieke religieuze systemen van na de 12de eeuw. (Sefardische school van de Kabbala)

Joods – esoterisch - mystieke systemen van voor de 12de eeuw verdienen andere benamingen zoals ‘Sod’ of ‘Torat Chèn’ (‘Chochma nistèret’-geheime Leer).

2.

Voor traditioneel religieuze historici is de Kabbala een continuïteit van de eerder mystieke wortels en elementen. Zij gebruiken ook de term Kabbala voor Joodse mystiek uit de eerste eeuw. (vnl. het traditionele standpunt van het Torah - getrouwe Jodendom)

 

Het fundamentele - en orthodoxe Jodendom verwerpt het idee dat de Kabbala belangrijke historische en evolutionaire ontwikkelingen en veranderingen onderging.

 

Definities van bekende Kabbalisten

 

Een van de markantste kabbalisten uit de vroege middeleeuwen, Rav Avraham Abulafia (1240 - 1291 Spanje) zegt over de Kabbala: “De openbare Torah (‘Nigla’) is voor het gewone volk onmisbaar net zoals de moedermelk is voor de zuigeling, maar de Kabbala is heel geheimvol, subliem, heel diep en alleen bestemd voor esoterische geleerden”.

 

Rabbi Moshè Cordovero (1522-1570 Safed), een prominent uit de Kabbala - school van Safed en de auteur van het grondwerk ‘Pardes Rimoniem’, ontwikkelde de Leer van de 10 ‘Sefirot’ (de 10 treden van de Kabbala om het wezen van de G’ddelijkheid te verklaren), verklaart over de Kabbala: “Kabbala is een mystieke, spirituele weg om de Torah te leren en te begrijpen. De ‘Nigla’ is het concrete, het lichaam, de Kabbala echter is de ziel van het abstracte.”

 

De 10 ‘Sefirot’

Een ‘sefira’ (meervoud ‘sefirot’) is een kanaal van G’ddelijke energie of levenskracht. Dit meest fundamentele concept van Kabbala is dat in het proces van de Schepping een tussenstadium werd uitgestraald van G’ds oneindige Licht om te Scheppen van wat we ervaren van eindige realiteit. Deze kanalen worden de tien ‘sefirot’, de tien ‘G’ddelijke uitstralingen’ of tien ‘G’ddelijke krachten’ genoemd. Dit zijn de basistermen en concepten van de innerlijke G’ddelijke wijsheid van de Torah die Kabbala wordt genoemd.

 

De tien ‘sefirot’ zijn dus heel vaag te vergelijken met de tien krachten in de mens aanwezig. De ‘sefirot’ zijn verdeeld in drie drietallen:

       Drietal van de geest: ‘da’at - kennis’ (of ‘keter’ - kroon), ‘chochma - wijsheid’ en ‘bina - verstand’.

       Drietal van de innerlijke gevoelskrachten van het hart voor men begint te handelen en dingen te doen: ‘chesed - barmhartigheid’, ‘gevoera – sterkte, heldhaftigheid’, ‘tiferet – pracht, luister’.

       Drietal van actie die gedragskenmerken voorstellen: ‘netzach – eeuwig, roem’, ‘hod – majesteit, heerlijkheid’, ‘jesod – fundament’.

 

‘Malchoet - koningschap’ is het eindresultaat van alle ervaringen van de ziel.

3.

De hoogste graad in Zijn schepping is de wijsheid. Ze staat in dezelfde verhouding als de G’ddelijkheid. G’ddelijkheid is niet gelijk aan G’d. Engelen en ‘Tsaddikiem – rechtvaardigen’ bv. zijn G’ddelijk, maar niet G’d.

Ook de hoogste graad is begrensd.

 

G’d heeft deze 10 ‘sefirot’ of deze G’ddelijke krachten geschapen uit het niets – ex nihilio – en deze ‘sefirot’ maken de mens tot mens, tot wat hij is. Zonder dat is de mens niet meer actief en neemt waarschijnlijk de vorm van een ‘Golem’ aan (mens die zijn verstand niet gebruikt en door automatismen aan zijn leven gestalte geeft). De tien ‘sefirot’ zijn dus uit het niets geschapen.

 

N.B.: kenmerkend voor de Hebreeuwse, heilige taal is het linguistisch verschil tussen de stamletters van ‘boree’ en van ‘jotser’. ‘Boree’ is een werkwoord dat alleen in samenhang met G’d gebruikt wordt. Bijna alle ‘brachot’ beginnen met ‘boree’ – scheppen uit het niets (ex nihilio). Het werkwoord ‘jotser’ betekent ook creëren, maar dan uit iets wat voorhanden is. Vb. Bij de schepping van de man en de vrouw staat ‘jotser’, ook bij ‘or – licht’ staat ‘jotser’. De mens is geschapen uit de aarde, licht uit de duisternis. Een bracha die we elke dag zeggen: - ‘asjer jatsar et ha’adam oeverra vo nekaviem, nekaviem, haloeliem, haloeliem, … onze G’d die de mens gevormd heeft en geschapen heeft met veel openingen en organen… - heeft beide werkwoorden gebruikt. Bij diepere analyse begrijpt men het verschil tussen deze twee nuances in het bijbelse ‘Ievriet’ in verband met scheppen of creëren.

 

Deze tien ‘sefirot’ zijn de G’ddelijke instrumenten om al de lagere werelden te scheppen. De mens heeft deze tien ‘sefirot’ vaag in zijn ziel en dit is dan ook meteen het evenbeeld van G’d in de mens waar de bijbel - ‘Tenach’ in Genesis over spreekt. Met deze tien krachten weet de mens hoe en wat te doen. Voor G’d zijn deze tien krachten instrumenten om de wereld te scheppen.

 

De eenheid van G’d kunnen wij niet begrijpen want alles in ons en rond ons is eindig, behalve G’d. Aangezien wij zelf begrensd zijn kunnen wij ‘onbegrensd’ enkel negatief formuleren: we kunnen alleen zeggen wat het niet is: het is niet begrensd!

Maimonides’ beroemde geloofsartikelen over G’d zijn op dit idee gebaseerd: G’d kent geen begrenzing van tijd, heeft geen vorm (abstract) en heeft geen begrenzing van plaats.

Zo staat een korrel zand in dezelfde verhouding tot Hem en Zijn scheppingskracht als de G’ddelijke wijsheid, want beide zijn begrensd!

 

 

 

 

 

4.

Bij Rabbi Isaiah Horowitz (1565 - 1630 Europa) horen we eenzelfde gedachte: ‘Nigla en Kabbala’ horen samen zoals ‘lichaam (‘goef’) en ziel (‘nesjama’)’. Het is algemeen bekend bij de medici dat psychologische - en psychiatrische ziektes veel moeilijker te genezen zijn dan lichamelijke ziektes. Volgens Rav Horowitz is de Kabbala een medium om de ziektes van de ziel te genezen. Deze prominente Rabbijn uit de 17de eeuw was Opperrabijn in Praag, in Frankfurt Am Main en in Israël (Tiberias). In het Asjkenazische en Sefardische Jodendom wordt hij met bijzondere eer en bewondering tot op heden erkend. Zijn bekende ‘Halachisch’ en mystiek werk 'Sjnej loechot ha’Brit' (de 2 tabletten van het Verbond) bevat een synthese zowel over de Theoretische als de Praktische Kabbala, en dit in verband met de ‘Halacha’.

 

 

Welke esoterische begrippen of fenomenen vertelt ons de Kabbala?

 

       ‘Ein sof’ of de ‘eindeloosheid van de wereld’, het ontelbare, er bestaat geen einde.

       De conversatie van de engelen.

       Geeft inzicht in wat gebeurt in de hoogste sferen, in de hemelse schare.

       Uit de Kabbala ervaren we wat in de hogere sferen is en welke geesten en demonen er in de onderwereld zijn.

       De klassieke werken van de Kabbala houden veel poëzie en spiritualiteit in. Het is vooral de spirituele en mysterieuze kant van de Kabbala die aantrekkelijk is.

 

Een Jodendom zonder kabbala is onvoorstelbaar. Sommige van onze wekelijkse religieuze gedichten voor ‘Sjabbat’, bekend als ‘Zemirot’, zijn van oorsprong kabbalistisch. Sommige zijn geschreven door grote meesters:

       Rabbi Jitschak Luria (1534-1572): ‘Jom zè le’jisraeel’ – ‘Deze dag is voor Israël een dag van licht en vreugde’.

       Rabbi Israël Nagara (1555-1625): ‘Meester van de wereld en de Schepping, we gaan U loven en danken’.

       Rabbi Sjlomo ha’Levi Alkabetz (c1500-1580): ‘Lecha Dodi’ – ‘Kom, laten we koningin ‘Sjabbat’ begroeten’.

 

De Kabbala is ook een medium voor het verlangen van de ziel om zich te verenigen met G'd. Er is een heel diepe toewijding aan G'd, de mens geeft zich op tegenover G'd.

 

 

 

 

 

5.

De ‘Zohar’, het boek van de glans.

 

De ‘Zohar’, bevat veel van het gedachtegoed dat in de ‘Sefer Yetzirah’ (boek van de schepping) en de ‘Sefer Bahir’ (boek van de verlichting) staat en breidt dit uit. Dit zijn twee grondwerken van de esoterische Leer. Ongetwijfeld is de ‘Zohar’ het ultieme werk van de Kabbalistiek.

 

Bovenstaande boeken zijn op zo een korte en gesloten manier geschreven dat ze voor mensen die geen uitgebreide achtergrond hebben in de esoterische Leer, niet begrijpbaar zijn. (term ‘boek met zeven zegels’ komt waarschijnlijk hiervan).

 

Wie is de auteur van de ‘Zohar’?

 

Algemeen

Wanneer de profetie in Israël ongeveer 2000 jaar geleden eindigde, was waarschijnlijk de geboorte van de Kabbala. Kabbala is een echo van de profetie. Sporen van esoterische mystieke ideeën vind je in de Heilige Schrift, vooral in het eerste hoofdstuk van Ezechiël met de mystieke beschrijving van de troon van G'd (‘Merkava’). Het Bijbelse boek Daniel is tevens een mystiek eschatologische visie op de ‘Apocalyps’.

 

De Joodse mystiek is heel oud en waarschijnlijk uit de periode van einde tweede tempel, eerste eeuw n.d.g.j. dus.

De Essenen, een van de drie belangrijke groeperingen bij het einde van de tweede tempel en het ontstaan van het christendom, waren mystici die altijd predikten en schreven over ‘kinderen van de duisternis’ en ‘kinderen van het licht’. Een getuigenis kan je vinden in de ‘Dode Zeerollen’ die te bezichtigen zijn in een gebouw van het Israël-museum.

 

Het grondwerk van de Kabbala, de ‘Zohar’.

De bekroning van deze lange ketting kunnen we zien in het grondwerk van de Kabbala, de ‘Zohar’ en ook in latere werken en schriften van Kabbalistsche inhoud.

 

Het mysterieuze verlangen naar G’d die door de Kabbala altijd wordt benadrukt is het best weergegeven in het boek ‘Zohar’. Men noemt dit grondwerk van de Kabbala ook de glans van de Torah.

(זהרSchitterendheid”)

 

Het is een esoterisch – mystiek commentaar op de Torah (de vijf boeken van Mozes), hoofdzakelijk geschreven in het Aramees, doch ook hier en daar zijn er Hebreeuwse zinnen.

In het Aramees zijn ook de Talmoed en het ‘Kaddiesj-gebed’. Hun oorsprong ligt in Babylon, waar Aramees de voertaal was.

 

6.

De ‘Misjna’ (grondwerk van de Mondelinge Leer en ontstaan in ‘Erets Jisraeel’) is dan wel in een zuiver, klassiek Hebreeuws geschreven.

Het feit dat de ‘Zohar’ in het Aramees geschreven is, is een bijzonder eigenaardig fenomeen voor sommige Kabbala – wetenschappers, die hierdoor speculaties maken over het auteurschap van de ‘Zohar’.

 

Rabbi ‘Sjimon Bar Yochai’

Volgens het Torah - getrouwe Jodendom is de ‘Zohar’ geschreven in de 2de  eeuw n.d.g.j. door Rabbi Sjimon Bar Yochai, een trouwe leerling van Rabbi Akiva. Rabbi Sjimon Bar Yochai stond bekend als een grote tegenstander van de Romeinse bezetter van het ‘Heilige Land’. Hij was doordrongen van een zeer grote liefde voor het Land Israël.

Eén van zijn bekendste karaktereigenschappen is ‘bescheidenheid’.

 

Volgens een ‘Midrasj’-traditie moest deze prominente ‘Misjna’-geleerde vluchtten voor de Romeinen. Samen met zijn zoon Eleazar verstopte hij zich 12 jaar lang in een grot niet ver van ‘Meron’ (in de buurt van de stad Safed). Daar bevindt zich zowel zijn graf als het graf van zijn zoon.

Samen verdiepten ze zich in de geheimen van de Torah.

 

Volgens de Talmoedische overlevering gebeurde daar een wonder doordat een ‘Johannesbroodboom’ (‘Charoev’) ontstond en vruchten gaf. Ook opende zich, op wonderbaarlijke wijze, een bron water waardoor de twee geleerden, vader en zoon, ver van existentiële zorgen, zich konden verdiepen in de geheimen en de mystiek van de Kabbala.

Hun mystieke Leer is later bekend geworden onder de naam ‘Zohar’.

 

Voor de meeste religieuze Joden blijft Rabbi Sjimon Bar Yochai ongetwijfeld de auteur van het grondwerk van de Kabbala, de ‘Zohar’.

Vele gelovige Joden bezoeken op ‘Lag Ba’omer’ (sterfdag van Rabbi ‘Sjimon Bar Yochai’) de begraafplaats van Rabbi ‘Sjimon Bar Yochai’ en zijn zoon Rabbi ‘Eleazar’ om er in vreugde en piëteit te bidden en te vieren.

 

Volgens de overlevering van het boek ‘Zohar’ zelf, heeft Rabbi ‘Sjimon Bar Yochai’ op zijn sterfdag vele geheimen van de Torah (mystiek of Kabbala) aan zijn leerlingen verteld en hun gesmeekt om op zijn sterfdag niet triestig te zijn omdat hij terugkeert naar de oorsprong van de zielen, in het licht van G'd, en daar zijn missie verder doet gaan. Hij stelde de overgang van deze wereld naar de toekomstige wereld voor als het wisselen van een woning. Dit is een Rabbijnse metafoor die ook te vinden is in ‘Pirke Avot’ – (spreuken van de Vaders, hfdst.4,21). De eigenlijke woning is in de toekomstige wereld, hier is het provisoir.

 

 

 

 

 

7.

Bedenkingen over het auteurschap van de ‘Zohar’.

Wetenschappers zijn sceptisch over de aanname dat ‘Rabbi Sjimon Bar Yochai’ de auteur van het grondwerk van de Kabbala, de ‘Zohar’ zou zijn.

In de loop van de 13de eeuw beweerde een beroemde Sefardische Joodse geleerde van de Kabbala, bekend onder de naam Rabbi Moshe de Leon (1250-1305), dat hij de voor 100en jaren verstopte geschriften van het

boek ‘Zohar’ ontdekt zou hebben. Vervolgens werden deze geschriften (in de middeleeuwen) in de Joodse wereld gepubliceerd en verspreid.

 

Een befaamde seculiere historicus en 'Kabbalageleerde', Gerschom Scholem (1897 –1982), heeft in zijn wetenschappelijke werken over ‘het ontstaan van de Kabbala’ gesuggereerd dat deze Rabbi Moshe de Leon zelf de auteur van de ‘Zohar’ zou zijn.

 

Enkele biografische data over Gersjom Scholem:

    Hij kwam uit een heel geassimileerde niet religieus praktiserende Joodse familie in München, Duitsland.

    Als kind kende hij geen Hebreeuws en stond heel ver van Torah en het religieuze Jodendom af.

    Als gepromoveerde student oriëntaals – Semitische talen (Aramees, Assyrisch, Hebreeuws) heeft hij een bijzondere belangstelling ontwikkeld voor Joodse werken die in het Aramees geschreven waren. Zijn aandacht viel op het klassieke werk van de Kabbala, de ‘Zohar’.

    Zonder enkele voorkennis over Kabbala heeft hij langzamerhand op eigen initiatief de kabbalistische studies gedaan. Later heeft hij in Duitsland (voor de Shoa) en in ‘Erets Israël’ les gevolgd bij de leerkringen van de gereputeerde Kabbalisten. (in 1933, bij de machtovername door Adolf Hitler, emigreerde hij onmiddellijk naar ‘Erets Israël’)

 

In de loop van de jaren heeft hij geleidelijk aan inzicht verworven in dit bijzonder groot en bekend grondwerk van de Kabbala. Volgens Gersjom Scholem vertoonde de tekst van de ‘Zohar’ een Sefardische grammatica en zinswendingen uit de 12de eeuw en had de auteur van dit beroemde werk geen goede en grondige kennis van het Land Israël. Rabbi Moshe de Leon was in die tijd één van de meest uitstekende Joodse kabbalisten.

 

Het ligt voor alle kenners van de Kabbala voor de hand dat Rabbi Moshe de Leon in dit tijdperk één van de meest bekende autoriteiten en pijlers van de Kabbala - studie was.

 

De conclusies van Gersjom Scholem in zijn wetenschappelijke werken over de aanvang van de Kabbala, zijn:

       Rabbi Sjimon Bar Yochai leefde in de 2de eeuw n.d.g.j. in ‘Erets Israël’. In die tijd was de gesproken taal in ‘Erets Israël’ het Rabbijnse ‘Misjna’-Hebreeuws en het ‘Grieks - Romeins’ (Latijn).

 

8.

Met absolute zekerheid was het Aramees in ‘Erets Israël’ in die tijd geen gesproken taal was.

Alleen de Joden in Babylon spraken toen het Aramees. Hieruit concludeert Gersjom Scholem dat Rabbi Sjimon Bar Yochai geen Aramees kende.

       Zoals bekend is de taal van de ‘Zohar’ grotendeels Aramees. We vinden geen referentie over de ‘Zohar’ noch in de ‘Misjna’, noch in de Babylonische- of in de Jeruzalemse Talmoed. Deze klassieke werken van het Jodendom zijn allemaal ontstaan na de dood van Rabbi Sjimon Bar Yochai. Het feit dat deze belangrijke monumentale werken van het Rabbijnse Jodenom de ‘Zohar’ niet vermelden, laat concluderen, volgens Gersjom Scholem, dat de ‘Zohar’ een werk is van latere periode.

       Op taalkundig gebied is het Aramees van de ‘Zohar’ niet te vergelijken met het Aramees van de Babylonische- of Jeruzalemse Talmoed en zelfs niet van de Ga’onistische Periode (4de – 10de eeuw, Babylon).

Gersjom scholem bevestigd nog eens met deze argumentatie dat de ‘Zohar’ een werk is van latere oorsprong dan de tijd van de Talmoed en zelfs van de Ga’onitische periode.

De historicus Gersjom scholem baseert zijn thesis ook op historische feiten dat de 12 en 13de eeuw in Spanje gekenmerkt wordt als ‘het gouden tijdperk’ van het Sefardische Jodendom. Vooral in Noord - Spanje, rondom Gerona, leefden zeer belangrijke en beroemde Kabbalisten die zich heel diep met de mystiek en Kabbala bezig hielden en een grote invloed hadden op de populaire studie van de Kabbala in Sefardisch, Joodse kringen.

In deze Kabbalistische kringen was de familie Abulafia heel bekend: Rabbi Abraham Abulafia (1240-1291) en zijn zoon Rabbi Todros als ook zijn kleinzoon. Zeer beroemd is Rabbi Moshe Ben Nachman, beter gekend onder de naam Nachmanides (1194-1270), een van de grote lichten op het gebied van de exegese van Torah en Talmoed. Deze Rabbi had heel vaak in zijn Torah - commentaar en andere werken originele, Kabbalistische gedachten die tot vandaag geleerd worden in de ‘Yeshivot’ en Kabbalistische kringen.

Conclusie:                                                                                          De auteur van het grondwerk van de Kabbala, de ‘Zohar’ is dus eigenlijk niet met zekerheid vast te stellen. Het is ook niet onze taak te onderzoeken en te beslissen wie de auteur is, eigenlijk is dit ook niet van belang voor onze bewondering voor dit wonderbaarlijke werk.

 

9.

Grondideeën en waarden in het belangrijkste Kabbalistische werk ‘Zohar’?

De ‘Zohar’ staat op de derde plaats van belangrijkste werken van het Jodendom. Het fundamenteelste werk is natuurlijk de Hebreeuwse Bijbel ‘Tenach’ of de Schriftelijke Leer, dan volgt de ‘Misjna’ en de ‘Talmoed(en)’ (Mondelinge Leer) en ten slotte de ‘Zohar’, het grondwerk van de Joodse mystiek en Kabbala.

 

Volgens vele Kabbalisten heeft de ‘Zohar’ veel diepere dimensies dan de eerste twee basiswerken van het Jodendom:

 

    Het onthoudt vooral originele ideeën.

    In de ‘Zohar’ verschijnt regelmatig het idee van toewijding aan G'd.

    Een van de opmerkelijke grondideeën van de ‘Zohar’ is de vereniging met het G’ddelijke.

    De ‘Zohar’ of de Joodse mystiek is te zien als de ziel en de spiritualiteit van de Torah.

    Het Jodendom is algemeen enorm beïnvloed geweest door de mystieke Leer van de ‘Zohar’. Voorbeelden hiervan zijn:

       De Messiaanse hoop en - gedachtegoed loopt als een rode draad door het werk ‘Zohar’, deze gedachten zijn veel opvallender dan deze van de Tenach en de Talmoed.

       Eén van de figuratieve zuilen van de mystieke leer is de ‘Tsaddiek’ (de gerechtigde). Deze figuur zal later een heel belangrijke plaats innemen in de hiërarchie van het Chassidisme. De ‘Tsaddiek’ is de bemiddelaar tussen G'd en de gemeenschap.

       De ‘Zohar’ heeft een bijzondere achting voor de mens. De mens is een creatie geschapen naar het beeld van G'd (Imago Dei). Deze beschrijving wil ons de boodschap meegeven dat elk mens -ongeacht ras of religie- vonken (‘Nitsotsot’) van G'd in zich heeft. De mens is figuurlijk verbonden met G'd zoals het stamvader Ja'acov meegedeeld is in zijn visie over zijn beroemde droom, ‘de ladder staat op aarde maar de top reikt tot in de hemel’ (Gen.28,12)

De mens verbindt in zijn wezen de hogere sferen (hemel, ‘spirit’, geest) en de lager sferen (aarde, lichaam).

       Uit de kabbala ervaren wij dat er een wederzijdse relatie bestaat tussen G'd en de mens. (dus partnerschap). De mens heeft G’d nodig en G’d luistert naar de mens en is bijzonder blij als de mens zich met Zijn Torah bezighoudt. Dit idee vinden we ook in de werken van Abraham Joshua Heschel (1907-1972), één van de conservatief - traditioneel Joodse denkers van de 20ste eeuw. Hij heeft twee werken met de volgende titels geschreven: ‘De mens zoekt G’d’ en ‘G'd zoekt de mens’.

 

 

10.

Er is geen twijfel dat ook het middeleeuwse christendom en waarschijnlijk ook de islam die mystieke gedachten, die heel lang geleden populair waren in Israël hebben geadopteerd.

    De dogmatische gedachten uit het christendom van Vader, Zoon en H. Geest als drie in Eén eenheid verenigd, spiegelt zich in de Kabbala met de 10 ‘sefirot’ die Eén zijn (kabbalistische boom).

    Ook refereert de ‘Zohar’ naar G'd als Vader of ‘Abba’ (naam van G’d is dan: yud, hai, vav, hai) en Ima (G’ddelijke naam: ‘Elohiem’). ‘Sjechina’, een term die bijzonder populair is voor de G’ddelijke aanwezigheid in en met Israël, is de vrouwelijke Kabbalistische benoeming van G’d. Deze term komt zeer vaak voor zowel in Rabbijnse als de Kabbalistische literatuur.

 

 

Centra van de Kabbalistische intensieve studie in Europa tijdens de middeleeuwen.

Er vormden zich in Europa tijdens de 13de eeuw twee belangrijke scholen met betrekking tot de Leer en verspreiding van de Kabbala: de Sefardische School of ook de theoretische Kabbala genoemd en de Asjkenazische School of ook de praktische kabbala. Beide scholen hebben verschillende thema’s en aparte doelstellingen:

    De Sefardische School (Spanje) verdiept zich en neemt stelling rond de vragen over G'd en Schepping, over de mens en de ziel, over alle wezens van de Schepping, over materie en geest. Deze Kabbalistische School was toegankelijk voor een kleine en selectieve kring van mystieke geleerden.

    De Asjkenazische School (Duitsland) behandelt vooral de praktische vragen van het handelen: ‘wat en hoe te doen, hoe men zich met G'd kan verbinden’. Deze School was toegankelijk voor een grote kring van Piëtisten, bekend in de Rabbijnse literatuur onder de naam ‘Chassidè Asjkenz’ of ‘de vromen van Asjkenaz’.

 

Uit de Sefardische School van de Kabbala.

 

Na de gebeurtenissen met de Joodse volk onder het juk van het Romeinse Rijk met het gevolg van exil naar Europa, werd de Kabbalistische traditie van generatie op generatie overgeleverd door enkele zeer bekwame en geoefende personen, die telkens de Leer overdroegen op een aantal uitgelezen leerlingen. Pas in de 13de eeuw werd de Kabbala wijd verspreid. In Spanje concentreerde een groot deel van de Kabbalistische wetenschap zich rond 2 esoterische thema’s:

       ‘Ma’äsee Beresjiet’, een mystieke studie van het Scheppingsverhaal.

       Ma’äsee Merkava’, een studie van het visioen van Ezechiël over de troon van G’d.

11.

De Spaanse Kabbalistische School kent belangrijke autoriteiten op het gebied van de Kabbala. Behalve Nachmanides (1194-1270), die als een grote filosoof en denker in de Joodse en niet-Joodse wereld bekend is, moeten twee grote ‘lichten’ van de Sefardische Kabbala in herinnering gebracht worden. Het gaat over Rabbi Avraham Abulafia (1240-1291) en Rabbi Moshe De Leon (1250-1305).

 

Rabbi Moshe Ben Nachman (1194-1270)

Rabbi Moshe Ben Nachman, bekend als ‘Nachmanides’ was arts, fysicus, een grote talenkenner, Kabbalist en leefde in Gerona, Noord-Spanje tijdens de 13de eeuw. Nachmanides was een echte, religieuze zionist in de middeleeuwen. Hij benadrukte de religieuze plicht ook vandaag in het Land Israël te wonen, zelfs voor de tijd dat de Messias komt. Hij moest deelnemen aan een religieuze polemiek in Barcelona in aanwezigheid van de Spaanse koning, tegenover een apostaat met de naam ‘Christiani’ (een Joodse afvallige die zich had laten dopen). Hij heeft dit debat tegenover duizenden nieuwsgierigen gewonnen en moest onder druk van de Kerk Spanje verlaten. Hij is onder zeer moeilijke politieke- en verkeers - omstandigheden naar Israël geëmigreerd.

In Israël schreef hij een beroemd commentaar op de Pentateuch. Dat commentaar liep over van liefde voor het Land Israël. We vinden in zijn commentaar enorm veel gedachtegoed van de Kabbala, die Nachmanides altijd introduceerde met de woorden: ‘Derech ha’Emet’ – ‘Op de ware weg van begrip van de Torah’

Nachmanides wordt vandaag door velen als de eerste religieuze zionist gezien, die in moeilijke middeleeuwse omstandigheden de eerste stappen zette voor een terugkeer naar ‘Erets Israël’.

Zijn rustplaats is in Israël. Zijn laatste woorden aan zijn leerlingen in Gerona, Spanje waren: ‘Als ik sterf zal je op het graf van mijn moeder een menora zien’. Zo wisten de leerlingen volgens de legende dat de grote meester gestorven was.

 

Rabbijn Avraham Abulafia (1240-1291)

Rabbi Avraham Abulafia was een grote Kabbalist met heel veel invloed op zijn tijd en ook op latere generaties in de middeleeuwen. Hij had een rijke fantasie en volgens hem heeft hij directe communicatie met G'd gehad en voelde de aanwezigheid van G'd met hem en in hem. Hij was zeker niet een Don Quichot zoals sommige historici hem aanzien, maar wel een sterke persoonlijkheid met grote visioenen zoals er weinig te vinden zijn in de Joodse middeleeuwse wereld. Zijn hele wezen was mystiek, het 'ik' telde niet, hij gaf zich ten volle in de spiritualiteit.

Hij zag het als een heilige plicht naar Rome te gaan en de paus ervan te overtuigen het Jodendom aan te nemen, helaas zonder succes.

Volgens de kabbalist, Rabbi Avraham Abulafia, zijn de meeste Rabbijnen van zijn tijd alleen van de Leer van Torah op ‘Nigla’-niveau doordrongen en zijn volledig blind en onwetend wat Kabbala aangaat.

 

12.

Een bekend citaat van hem: ‘Nigla’ is voor de eenvoudige mensen, maar de Kabbala is voor de ‘verstandigen’. De school rond Abulafia was vanzelfsprekend tegen de filosofie en zag in de Kabbala de enige weg voor spiritualiteit.

 

Rabbi Avraham Abulafia had de inspirerende inbeelding dat hij potentieel de ‘Mashjiah’ kon zijn. Zoals de Talmoed ons vertelt dat de ‘Mashjiah’ in Rome tussen de armen zijn wonden geneest en met versleten kleding tussen de armen zit en wacht, zo deed dan ook deze Rabbi Avraham Abulafia. Hij ging gekleed in versleten kleding naar Rome en zat in de stadspoorten tussen de armen en vastte dag en nacht en wachtte, en wachtte... Het is een oude Joodse traditie dat de Messias uit Rome zijn bevrijdingsmissie van Israël zal beginnen, mede doordat de Romeinen de Tempel verwoest hebben en het Joodse volk in exil gebracht hebben.

Getekend van pijn en met een gebroken ziel was hij geen valse ‘Massiah’. Hij dacht in waarheid en misschien met een zekere naïviteit, het volk Jisraeel materieel en spiritueel te verlossen. In de lange pijnlijke geschiedenis van het volk Israël hebben velen gedacht dat ze potentiële ‘Mashjiah’ zouden zijn, velen hadden het potentieel, maar dit is niet gelijk aan de echte!

 

Rabbijn Moshe de Leon (1250-1305)

Rabbi Moshe de Leon wordt door vele wetenschappers als de ware auteur van het grondwerk van de Kabbala, de ‘Zohar’ gezien. Dit feit alleen al spreekt boekdelen over deze persoonlijkheid. Vanzelfsprekend was hij een uitstekende geleerde van de Kabbala. Net zoals andere Kabbalisten was ook hij een felle tegenstander van de Joodse filosofie (Maimonides) omdat die volgens hem beïnvloed is door de Griekse, atheïstische filosofie, voornamelijk van Aristoteles. Een beroemde zin van hem: 'Als het Jodendom op filosofische dimensie te begrijpen is, zo was het niet nodig dat G'd zich met veel lawaai openbaarde op de berg Sinaï'.

Maimonides (1135-1204) daar en tegen was een aanhanger van Aristoteles (384-322), hij verklaart het Jodendom ook op filosofische dimensie en kent in zijn filosofisch werk dan ook een menging met de Griekse filosofie. Hij vertrekt van de visie van Aristoteles, filtreert en vult met Rabbijns gedachtegoed. Vele grote geleerden, zowel in Sefard als in Asjkenaz, keren zich hierdoor af van hem. Maimonides was een groot ‘Halachist’ (codex van de Joodse wet), arts en filosoof maar hij is niet bekend als Kabbalist.

 

 

 

 

 

 

 

 

13.

Uit de Asjkenazische School van de Kabbala

 

Parallel aan de Sefardische School ontwikkelde zich de Kabbala in het ander groot centrum van het Jodendom in Europa, nl. de Asjkenazische School (Duitsland en Frankrijk). Deze Kabblala ging een andere richting uit, deze van de zgn. praktische Kabbala. De Asjkenazische Joden genoten weinig vrijheid en hadden geen goede verhouding met de christelijke buren zoals in Spanje wel het geval was. Deze discriminering ging vooral uit van de over het algemeen in Europa machtige Kerk in de middeleeuwen, die ook de overheid en de bevolking beïnvloedde tegen de Joden. (religieus antisemitisme)

De Joden in centraal Europa leefden onderdrukt in getto’s, vervolgd van Kerk en overheid, en bedreigd met het existentiële leven.

Als gevolg van deze apartheidspolitiek tegenover de Joden, leefde de Joodse Asjkenazische gemeenschap introvert en handelde ook zo.

Het Joodse intellect ontplooide zich vnl. in Joodse en Rabbijnse disciplines. De Joden in ‘Asjkenaz’ engageerden zich met al hun intellectuele en religieuze talenten vooral in de exegese en becommentarieerden het kroonwerk van de Rabbijnse literatuur; ‘de Talmoed’.

De sterkte van het Asjkenazische Jodendom is dat er geen Griekse invloeden zijn en dat het authentiek is.

 

Tosafisten (12de – 13de eeuw g.j.)

In ‘Asjkenaz’ ontwikkelde zich rond Rashi (1040-1105), de meest klassieke en autoritatieve exegeet van de Rabbijnse literatuur, een grote school van geleerden. Ze zijn bekend als ‘Tosafisten’ en zijn vooral beïnvloed door Rashi. Zij becommentarieerden de Talmoed op een kritisch - analytische manier die tot op vandaag in alle hoge Talmoedscholen (‘Yeshivot’) samen met het commentaar van Rashi, als basisstudie voor hogere Rabbijnse studies geldt. Het Hebreeuwse woord ‘tosefet’ of ‘moessaf’ betekent ‘toevoeging’.

Het commentaar van de ‘Tosafisten’ vormt een belangrijke verzameling van interpretaties, verklaringen en zelfs ‘Halachische’ beslissingen over de Talmoed.

Dit monumentale meesterlijke commentaar is op een zeer hoog niveau bewerkstelligd door een elitaire kring van Asjkenazische Joodse Talmoedische geleerden tijdens de 12de en 13de eeuw. De ‘Tosafisten’ zijn bekend als ‘Ba'alei Ha' Tosafot’ (meesters van de ‘Tosafot’).

Onder de ‘Tosafisten’ waren vooral ‘Halachische’ leiders en voorstanders van ‘Yesivot’ (Talmoedhogescholen). De ‘Tosafisten’ zijn begonnen met de drie schoonzonen van ‘Rashi’ en zijn kleinkinderen. De jongste kleinzoon is de meest bekende: Rabbenoe Ja’acov, genaamd Rabbenoe ‘Tam’ (oprecht)

Vanzelfsprekend is het commentaar van de ‘Tosafisten’ te ordenen onder de ‘Nigla’, de ‘openbare Leer’. Veelal kan je in het commentaar van de ‘Tosafisten’ en vooral in de ‘Responsa - literatuur’ van de ‘Tosafisten’ Kabbalistisch - mystieke sporen vinden. (vgl. Responsa van Rabbi Me’ier Ben Baroeg uit Rothenburg) (1215-1293)

14.

'Chassidee Asjkenaz' of de Asjkenazische School van de Piëtisten.

In de middeleeuwen ontwikkelde zich in het Asjkenazische Jodendom ook een andere school: 'Chassidee Asjkenaz' of ook de ‘vromen van Asjkenaz’. Deze school was bekend als een school van ascese. Hier vinden we de eerste stappen van de praktische, Asjkenazische Kabbala.

 

De gewoontepraktijk onder de ‘vromen van Asjkenaz’ was pijniging van het lichaam, vasten, opheffen van elke vorm van luxe, tevreden zijn met weinig materieel. We mogen vermoeden dat deze ascetische praktijk een gevolg was op de algemene Jodenvervolging in de middeleeuwen vnl. de kruistochten.

 

De meest prominente en bekende vertegenwoordiger van 'Chassidee Asjkenaz' is Rabbi ‘Juda Hè'Hassid’. (1150-1217, Regensburg (Beieren))

Hij schreef het bekende werk 'Sefer Ha'Chassidiem' dat diepe mystieke gedachten, formules en wegwijzers voor de Piëtisten bevat. Hij was ook een begenadigde poëet en schreef het universeel bekende ‘Sjabbat’-lied 'Anniem Zemirot' dat wereldwijd elke week in de synagoge gezongen wordt. Dit lied bevat veel Kabbalistische en mystieke allegorieën over G’d en een zeer groot verlangen naar de Schepper. In zijn werk en in zijn gedrags - testament schreef hij belangrijke richtlijnen die door vele Joodse mensen tot op heden gerespecteerd wordt.

Uiteindelijk maakte hij ‘Aliya’ (religieuze pelgrimage naar Israël) en stichtte in Jeruzalem een synagoge die bestond tot 1948 in het oude Joodse kwartier. Ze werd vernietigd door de Arabische ‘Mob’ als gevolg van het Israëlisch – Palestijns conflict.

Hij wordt als voorloper gezien van de Asjkenazische Kabbala, hij is ook de voorloper van het ‘Asjkenazische’ Jodendom dat ‘Aliya’ naar Israël maakt.

 

 

Het Kabbalistische centrum in Safed, ‘Erets Israël’ (16de E)

 

Tengevolge van de verdrijving van de Joden uit Spanje en Portugal (1492) hebben grote geleerden uit het Sefardische Jodendom gekozen naar het Heilige Land te emigreren vnl. naar Safed. (Hoger - Galilea)

Zo hebben de Sefardische Joden, na de verdrijving uit Spanje, één van de stamlanden van de Joodse mystiek, de Kabbala uit de Sefardische school naar de nieuwe woongebieden in Safed meegebracht.

Er is geen andere stad in de geschiedenis van de Kabbala waar zoveel kabbalisten in zo een korte tijd woonden, werkten en leefden.

 

Het is de ‘Zohar’, het grondwerk van de Kabbala die, net als de Talmoed, grote lof geeft aan Joden die in Israël wonen:

 

'Verdienstelijk is de mens die in het Heilig Land leeft'.

 

15.

Dit omdat wanneer je in het Heilig Land leeft, je altijd van de G’ddelijke spiritualiteit doordrongen en omgeven wordt. Het is een klassieke Joodse overtuiging die ook van de mystiek beïnvloed is, dat de aanwezigheid van G’d in het Heilig Land meer dan in alle landen voelbaar is. Met de woorden van de Israëlische literatuur – nobel prijswinnaar Smuël Joseph Agnon (1888-1970) die meermaals in zijn literaire werken schrijft: ‘De lucht in het Heilige Land is vol van zielen en je ademt de aanwezigheid, de heiligheid van G’d als het ware in’.

De heiligheid, de spiritualiteit, en het nabij zijn bij G’d is nergens zo voelbaar als in het Heilige Land en vooral als in Jeruzalem en de drie andere Heilige Steden: Hebron, Tiberias en Safed.

 

De keuze van Safed als Kabbalistisch centrum in het Heilige Land tijdens de 16de eeuw heeft waarschijnlijk een grote rol gespeeld omdat het in de buurt van het dorp ‘Meron’ ligt, de rustplaats van Rabbi Sjimon Bar Yochai en zijn zoon Rabbi Eleazar, en pelgrimageplaats is van vele gelovige Joden die in Rabbi Sjimon Bar Yochai de auteur van de ‘Zohar’ zien.

 

Onder de geleerden die uit Spanje emigreerden naar Safed waren zeer prominente Kabbalisten. Zij stichtten de meest bekende School in de ontwikkeling van de Kabbala: de school van de ‘Luriaanse of praktische Kabbala’. Deze vindt haar oorsprong in de leeuw van de Kabbala, Rabbi Yitschak Luria (1534-1572). Zijn invloed op de Kabbala neemt tot heden een belangrijke plaats in voor de Kabbala – vertrouwelingen.

 

Belangrijke Kabbalisten uit de school van Safed zijn:

 

Rabbi Yitshak Abuhaf

Deze Kabbalistische geleerde leefde eind 14de – 15de eeuw, kort voor de verdrijving van de Joden uit Spanje. Zijn bekendste werk is ‘Menorat Ha’Ma’or’ (het licht van de menora). In dit werk heeft Rabbi Yitschak Abuhaf geprobeerd een synthese op te stellen over de theoretische en praktische Kabbala samen. Hij geloofde ten stelligste in de authenticiteit van de Hebreeuwse mysteriën. Volgens hem zijn de narratieve verhalen uit de Torah (Genesis) vol met mystiek en mystieke geheimen. Ook het boek ‘I’ov’ interpreteerde hij als een mystiek boek van de Torah.

Rabbi Yitschak Abuhaf zag in alles op de wereld mystiek en spiritualiteit. De Geest van G’d ziet hij letterlijk ‘zweven’ op de wereld.

Een bekend citaat van hem: ‘Elke ‘Rosh Chodesh’ (begin van een Joodse maand) is een vernieuwing van de zielen in de wereld’.

 

Rabbi Yitschak Abuhaf was zeer beïnvloed door de praktische Kabbala. Deze Kabbala is gekenmerkt door een vermindering van de genoegens van het leven, zoals het vasten, het zich pijnigen (vb. in sneeuw rollen), persoonlijke ‘galoet’ – exil (vb. jaar bij arme mensen gaan wonen),…

Algemeen heeft deze Kabbala een pessimistisch perspectief over de levensstandaard, de mens moet zich ver houden van genoegdoening.

16.

In zijn werk ‘Menorat Ha’Ma’or’ spreekt Rabbi Yitschak Abuhaf over het Kabbalistische begrip van ‘kelipot’ of ‘schalen’. Het aardse leven is provisoir, het doel is het leven in het hiernamaals ‘Olam Haba’. Op deze wereld is het vol met jaloezie, nijd, eerzucht, lust, immoraliteit, leugen, substantieloosheid,…

Alleen de ziel is eeuwig in de mens.

 

'De opdracht van de Kabbalist is zijn lichaam spiritueel te omwandelen', schrijft Rabbi Yitschak Abuhaf: 'de mens zal op aarde hemels leven'.

Dus de mens zal alles doen om zijn lichamelijke behoeften aan de ziel aan te passen. Deze ‘Spartaanse’ ideeën van Rabbi Yitschak Abuhaf vinden wetenschappers extreem.

Deze ideeën zijn ook te vinden bij de Essenen en de eerste christenen en zijn later door Rabbi Yitschak Luria (1534-1572) - de ‘Ari’, de leeuw van de praktische Kabbala geadopteerd in zijn Leer. Historisch kunnen ze misschien gezien worden als een gevolg op de verschrikkelijke Jodengenocide, ‘massacres’ en pogroms in Polen, onder de Oekraïnse kozakkenleider Bohdan Khmel'nyts'kyi (1595-1657).

 

Rabbi Yitschak Abuhaf heeft een grote belangstelling voor de ‘Midrasj’. De ‘Haggada’, de narratieve leer in de Rabbijnse literatuur, is voor hem een echo van de profetie.

Zijn werk ‘Menorat Ha’Ma’or’ is vol van ‘Haggadot’, verhalen en legendes die we in de Talmoed en de ‘Midrasj’ vinden. Dit werk heeft grote invloed op de volgende generaties.

 

Rabbi Josef Karo ( 1488 Spanje - 1575 Safed )

    Rabbi Josef Karo is de auteur van 'Shoelchan Aroech', de meest autoritatieve codex van de ‘Halacha’ (Joodse wet) voor het religieuze Torah - getrouwe Jodendom. Hij was naast een groot Kabbalist, ook een visionair.

    Daarnaast schreef hij het bekende en Kabbalistisch werk: ‘Magied Me’sharim’. Hierin zijn aspecten van de ‘Halacha’ voorzien van een Kabbalistisch commentaar, met de bedoeling de discipline van de traditionele wet op een mystieke en spirituele dimensie te verklaren.

Verder is er in dit werk ‘Magied Me’sharim’ te lezen dat Rabbi Josef Karo gesprekken had met een engel (‘Magied’) die hem regelmatig

‘s nachts in een visie, een droom, een manier aansprak.

Rabbi Josef Karo beweert meermaals in zijn werken dat enkele van zijn geschreven gedachten en ideeën niet door hem, maar via hem opgesteld zijn, door ‘de magied, de engel’. Rabbijnen deden waarnemingen die dit ondersteunden. Dit verschijnsel heet ‘Roeach ha-Kodesj’. Het is mogelijk voor een G’ddelijke Geest, een boodschap van G'd te spreken via een persoon.

 

 

 

17.

    Rabbi ‘Josef Karo’ was beïnvloed van een andere grote messiaanse, Sefardische persoonlijkheid: Shlomo Molcho (1500-1532). Deze laatste was een kind van ‘Marranen’ (Joden die zich door de Spaanse inquisitie onder dwang lieten dopen tot christen, maar in het geheim Joods bleven) die als jonge man zijn afkomst ontdekte en op eigen initiatief terug naar het Jodendom keerde. Hieraan was levensgevaar verbonden: wegens de Spaanse inquisitie was het ‘Marranen’ verboden terug te keren naar het Jodendom. Hij heeft de besnijdenis zelf uitgevoerd. In Rome ging hij op audiëntie bij de paus met het verzoek alle ‘Marranen’ de mogelijkheid te geven terug te keren naar het Jodendom.

Met zijn messiaanse ziel heeft hij geprobeerd vele Joden te overtuigen naar het Heilige Land te emigreren.

Uiteindelijk heeft de paus hem aan de inquisitie overgeleverd en hem openbaar laten verbranden. Dat noemt men ‘auto de fe’.

Deze gebeurtenis heeft zo een grote invloed op Rabbi Josef Karo gehad, dat hij besloot ‘Aliya’ (emigratie) te maken naar het ‘Heilige Land’.

    Rabbi Josef Karo geloofde, zoals de meeste Kabbalisten, in reïncarnatie. (‘gilgoel nesjamot’.) In zijn codex ‘Sjoelchan Aroeg’ schrijft Rabbi Josef Karo: 'De gelovige moet de woorden die door zijn lippen worden geuit, oprecht menen en hij moet zich voorstellen dat hij in de G’ddelijke Aanwezigheid, de ‘Divina’ is. Hij moet verontrustende gedachten opzij schuiven, totdat zijn hart en geest rein zijn voor gebed'.

 

Opmerking: Geen andere Rabbijnse autoriteit is geïdentificeerd met de ‘Halacha’ zoals Rabbi Josef Karo.

Als reactie op de stijgende populariteit van de Kabbala hebben Rabbijnse en ‘Halachische’ autoriteiten geprobeerd de invloed van de Kabbala te beperken. Zo zijn o.a. in de Rabbijns – ‘Halachische’ literatuur van deze tijd volgende begrenzingen in samenhang met de studie van de Kabbala opgenomen:

    Niet beginnen met de studie van de Kabbala voor de leeftijd van 40 jaar bereikt is.

    Vrouwen zullen geen Kabbala studeren. De middeleeuwse opvatting was algemeen dat vrouwen niet diep genoeg kunnen nadenken en dat de Kabbala boven hun intellectuele mogelijkheden ligt.

    Als er tegenstrijdigheid is tussen Kabbala (mystiek) en Talmoed ‘Nigla’ in samenhang met ‘Halacha’, dan ligt de prioriteit bij de ‘Nigla’. (het evidente)

Deze maatnamen tonen een onzekerheid van toenmalige Rabbijnen hun elitair - spiritueel - geestelijk monopolie te verliezen. Toch konden deze beperkingen de drang en de uiteindelijke overwinning van de Kabbala niet stoppen.

 

 

 

 

 

18.

Rabbi Moshe Cordovero (1522-1570)

    Hij is de auteur van het klassieke, Kabbalistische standaardwerk 'Pardes Rimonim'. Hij wordt vaak beschouwd als de toonaangever van al de vooraanstaande Kabbalisten van zijn tijd.

    Volgens Rabbi Moshe Cordovero kreeg hij op 20-jarige leeftijd opdracht van een 'hemelse stem' om zich te verdiepen in de Kabbala.

    Een ander klassiek werk van hem is 'Tomer Devora', een ethisch werk dat handelt over het concept van de imitatie door de mens van G'ddelijke eigenschappen. Hij presenteert in dit werk een systematische benadering van de verschillende attributen van G'd en legt uit hoe je jezelf kunt verbeteren door deze attributen te imiteren.

    Beroemd is Rabbi Moshe Cordovero in de wereld van de Kabbala vooral voor de ontwikkeling van de Leer van de 10 ‘Sefirot’ (de 10 treden van de Kabbala om het wezen van de G’ddelijkheid te verklaren).

    Zijn grafplaats is op het oude kerkhof van Safed, niet ver van de ‘leeuw van de Kabbala’, bekend als de ‘Ari Ha’Kadosj’.

 

Rabbi Moshe Alshekh (1508-c.1600)

Hij behoort tot de enge cirkel van de Kabbalistsche School in Safed. Hij is een vertrouweling van Rabbi Jitschak Luria, de ‘leeuw van de Kabbala’, maar ook van Rabbi Josef Karo, auteur van de ‘Sjoechan Aroech’ (de codex van de autoritatieve ‘Halacha’ van het Jodendom). Zijn beroemde werk is ‘Torat Moshe’. Dit werk is een homiletisch - Kabbalistisch werk over de Torah (5 boeken van Mozes) die de diep mystieke voordrachten bevat die hij elke week in de synagoge voordroeg. Het is de eerste keer in de mystieke literatuur dat er een synthese tot stand komt tussen de homiletiek en de Kabbala samen. Het doel van deze openbare homiletische – Kabbalistische voordrachten die Rabbi Moshe Alshekh tijdens de ‘Sjabbat’-ochtenddiensten voordroeg, was het gewone volk te winnen voor de ethiek en moraal in de klassieke zin van het Jodendom zoals bv G’dvertrouwen, bescheidenheid, geduld, …

Rabbi Moshe Alshekh heeft nog vele andere homiletisch – Kabbalistische werken over bijna alle Bijbelse boeken geschreven.

Ook religieuze gedichten voor de Kabbalistische gewoonte elke middernacht op te staan (‘Tikkoen Ha’tsot’) en de exil van G’d en het volk Israël te beklagen, te bewenen, en het herstel van de ‘Sjechina’ die samen met het volk Israël in exil is af te smeken, staan op zijn repertoire.

 

Rabbi Shlomo Ha’Levi Alkabetz (1505 -1584)

    Rabbi Shlomo Ha’Levi Alkabetz is de componist van het meest bekende ‘Sjabbatlied’ 'Lecha Dodi' dat in de Joodse liturgie, elke vrijdagavond in

‘sjoel’ gezongen wordt door Joden – Sefardische en Asjkenazisch - over de hele wereld.

De metafoor van de ‘Sjabbat als bruid - koningin’ komt uit de Kabbala en wordt gezien als de speciale innerlijke houding die de ‘Sjabbat -vierende Joodse mens’ zal cultiveren als voorbereiding om de ‘Sjabbat’ te verwelkomen.

19.

Vandaag vernieuwen wij elke week onze band met de ‘Sjabbat’ en we drukken onze verlangens en verwachtingen voor de ‘Sjabbat’-dag met het bekendste ‘Sjabbat’-lied ‘Lecha Dodi’ uit.

    Een van de grondideeën van Rabbi Shlomo Ha’Levi Alkabetz is dat men alleen in het Heilig Land doordrongen kan worden van de geheimen van de Kabbala omdat je dag en nacht omgeven bent met spiritueel zuivere lucht, die opportuun is voor de studie van de Heilige Kabbala.

    Hij heeft vele Kabbalistische werken over de Bijbelse boeken geschreven, maar zijn meest bekende werk is ‘Manot Halevi’, die een Kabbalistisch commentaar is op het boek Ester.

 

Rabbi Jitshak Luria (de ‘Ari’) (1534-1572)

 

Enkele biografische data uit zijn leven:

    Rabbi Jitschak Luria is bekend in de Kabbalistische wereld met de bijzonder eervolle titel ‘De ‘Ari Ha’Kadosj’ – de Heilige leeuw van de Kabbala’. Deze bijnaam komt van de beginletters 'hey' (Ha'Rav), 'alef' (Adonenoe), 'reisj' (Rabbi), 'jud' (Jitshak).

    Rabbi Jitschak Luria was geboren in Jeruzalem in 1534 in een familie waarbij de vader Asjkenazisch was en de moeder Sefardisch. In principe was hij hierdoor van kindsheid vertrouwd met de twee grote centra van Joodse geleerdheid in de Rabbijnse wereld. Hij overleed te Safed op 25 juli 1572, op de zeer jonge leeftijd van 38 jaar. Zijn begraafplaats op het oude Joodse kerkhof van Safed is tot heden een pelgrimage voor vele Kabbalisten en religieuze Joden. De grafsteen is uiterst eenvoudig voor zo een grote persoonlijkheid wat volgens mij zeer indrukwekkend is.

    Als kind verloor hij zijn vader en als gevolg hiervan werd hij grootgebracht door zijn welstellende oom Mordechai Francis. Deze was een broer van de moeder en leefde in Caïro, naar waar de kleine Jitschak met zijn moeder emigreerde. Jitschak werd onder de beste leraren geplaatst om Talmoed en Codex grondig te leren. Rabbi David ben Zimra, bekend als ‘Ridbaz’ (1462-1572) was één van zijn leraren. Deze leraar van de kleine Jitschak was bovendien Opperrabbijn van de Joden in Egypte. Jitschak was een excellente leerling en al gauw werd hij een vertrouweling van de Rabbijnse en ‘Halachische’ literatuur.

    Hij huwde op 15-jarige leeftijd, toen de gewone leeftijd voor een huwelijk, met de dochter van zijn oom Mordechai Francis en zo werden dan ook zijn verdere studies bekostigd en bleef hij ver van materiële zorgen. Al hoewel hij zeker een carrière in de zakenwereld bij zijn oom en schoonvader kon uit bouwen, verkoos hij als levensweg toch het ascetisme en mysticisme.

    Op 22-jarige leeftijd ontwikkelde hij belangstelling voor het grondwerk van de Kabbala de ‘Zohar’, die onlangs zijn eerste druk kende. Vanaf dan koos hij ook voor het leven als asceet en kluizenaar. Hij ging wonen in een loofhut aan de oevers van de Nijl en bezocht zijn familie alleen op ‘Sjabbat’.

20.

Hij sprak zelden en wanneer hij sprak, was het enkel in de ‘Heilige Taal’, het Hebreeuws. Zo deed hij 20 jaar lang. Isolatie en alleen zijn was een kenmerk van zijn leven. 'Hit’bodde’doet'  of ’het alleen zijn’, is een kernbegrip van de Kabbala en houdt in dat beter over zichzelf en over de relatie met G'd kan nagedacht worden. Het fenomeen ‘Hit’bodde’doet’ vinden we zelfs in de Heilige schrift bij de profeet Elia, die aan de berg Sinaï loopt alleen te zijn en daar G’d ontmoet. (I Kon. 19)

    In de Chassidische literatuur wordt gesuggereerd dat Rabbi Jitschak Luria of de ‘Ari Ha’Kadosj’ tijdens zijn ascetisch leven geregeld ontmoetingen zou gehad hebben met de profeet Elia die hem introduceerde in sublieme doctrines van de mystiek.

    Al hoewel de ‘Ari Ha’Kadosj’ een zoon was van een Asjkenazische vader en een Sefardische moeder en dus de twee invloedsferen van het Jodendom in zich verenigde, verkoos hij toch zich te verdiepen in de Asjkenazische – ascetische Kabbala, die reeds in de middeleeuwen in de ‘Asjkenaz’ gepraktiseerd werd.

 

Zijn leerlingen:

    In 1569 pelgrimeerde hij naar het Heilige Land ‘Erets Jisraeel’ en na een kort verblijf in Jeruzalem, waar zijn nieuwe opvatting van de Kabbalistische Leer succes bleek te hebben, verhuisde hij naar Safed. Dat was toen het centrum van de Sefardische School van de Kabbala.

Daar vormde zich een kring van Kabbalisten rond hem, aan wie hij zijn nieuwe opvattingen van de Kabbalistische Leer doorgaf.

Zo hoopte hij dat deze nieuwe grondideeën een basis zouden vormen voor het morele gedrag van de wereld. Tot zijn kring van vertrouwelingen behoorden Rabbi Moshe ben Jacob Cordovero (1522-1570), Rabbi Shlomo Alkabetz (1500-1580), Rabbi Joseph Karo (1488-1575, Rabbi Moses Alshech (1508-1593), Rabbi Eliyahu de Vidas (1518-1592) en nog vele andere volgelingen van de Kabbala die toen in Safed leefden.

    Al gauw had hij twee kringen van volgelingen:

       Novicen, met wie hij de elementaire Kabbala uitbreidde. (‘Zohar’)

       Gevorderden, die hij zijn nieuwe opvattingen over de Kabbala en de ascetische formules van de praktische leerde.

    De meest prominente en bekende onder zijn volgelingen was Rabbi Hayyim Vital (1543-1620), die volgens de ‘Ari’ een oorspronkelijke ziel had uit de schatkamer van de G’ddelijke zielen (in tegenstelling tot een ziel van reïncarnatie), een ziel die niet bevuild is door de zonde van Adam en Eva. Het is te danken aan Rabbi Hayyim Vital die de mondelinge leer van zijn meester opgeschreven heeft en zo deze Leer verspreidde voor de volgende generaties.

    De ‘Ari’ bezocht regelmatig met zijn leerlingen het graf van Rabbi Shimon bar Yochai (2de eeuw n.d.g.j.), die traditioneel als de auteur van de ‘Zohar’ geldt en ook de begraafplaatsen van andere ‘Tsadikiem’ (rechtvaardigen).

21.

De identiteit van deze begraafplaatsen was oorspronkelijk onbekend, maar de ‘Ari’ heeft door een bijzondere G’ddelijke spiritualiteit met hulp van de profeet Elia elk graf herkend.

In een zeer kort tijdperk groeide de kring uit en werd een exclusieve gemeenschap waar de mystieke nieuwe opvattingen fundamenteel waren en invloed hadden op het alledaagse leven en op alle religieuze ceremonieën. Ze ontmoetten elkaar elke vrijdag en biechtten de zonden aan elkaar op.

    Elke vrijdagavond, met ‘Kabbalat Sjabbat’ (welkom van ‘Sjabbat’), kwam de Kabbalistische kring rond de ‘Ari’ samen op de heuvels rond Safed, gekleed in wit, de kleur van reinheid en zuiverheid. De ‘Ari’ en zijn volgelingen verwelkomden, gericht naar het westen, de ‘Sjabbat’  die met de zonsondergang begint.

    Daarvoor zongen ze het beroemde lied van Rabbi ‘Slomo Alkabetz’ - ‘Lecha Dodi’, een loflied op de ‘bruid en koningin Sjabbat’. Deze synagogale dienst van ‘Kabbalat Sjabbat’ wordt sinds de 16de eeuw gepraktiseerd in de hele Joodse wereld, en vindt zijn oorsprong in deze initiatieven van de ‘Heilige Ari’.

    Op ‘Sjabbat’ kleedde de ‘Ari’ zich in wit en in een vierdelig kledingstuk dat verwijst naar de vier letters van de onuitgesproken naam van G'd.

 

Zijn leer:

De ‘Ari’ benadrukt vooral de Askenazische Kabbala. Bij de ‘Ari’ neemt dit oude mystieke idee een nieuwe concrete vorm aan. Het kernidee van de Luriaanse Kabbala is gebaseerd op de reïncarnatie.

Deze Kabbala noemt de wereld een wereld van ‘tikkoen’ (herstelling of verbetering). Bij de ‘Ari’ neemt het concept van reïncarnatie een nieuwe dimensie aan. De hele wereld is ‘Nesjamot’, wereld van zielen. De zielen reïncarneren in mensen, planten, dieren en zelfs in niet-levende elementen.

 

Alle zielen waren oorspronkelijk met ‘Adam Ha'Rishon’ (de vader van de mensheid) als hij van G'd geschapen was. Oorspronkelijk voor de zondeval van Adam en Eva waren alle zielen goed. Na de zondeval is er een vermenging van het goede en het kwade in de zielen. Deze toestand, die begint met de zondeval, bestaat tot op heden. In alle goede en reine zielen zijn vonken van ‘Toema’ (onrein en kwaad), in alle onreine zielen zijn vonken van ‘Kedoesja’ (rein en heilig).

Deze vermenging in de zielen is één van de hoofdredenen dat de Messias niet komt. De Messias kan alleen komen als het goede van het kwade gescheiden is, als de zonde hersteld is.

 

 

 

 

 

 

22.

Om dit doel te bereiken zijn twee mogelijkheden:

 

    Reïncarnatie of 'gilgoel' (letterlijk ‘een zielenwandeling’)

Als de baby de baarmoeder verlaat, komt de ziel in het lichaam van het pasgeboren kind. Deze ziel begeleidt de mens tot zijn levenseinde. De 'Gilgoel' van een ziel (reïncarnatie) kan ook plaatsvinden bij een dier of een plant,…

De ‘gilgoel’ of reïncarnatie heeft tot doel de ziel rein te maken van de zonden en overtredingen begaan in (een) vroegere leven(s)(fase). Door de ‘gilgoel’ of reïncarnatie kan de ziel meerdere keren (als man of vrouw) op deze wereld komen tot het doel bereikt is. (de ziel is bevrijd van alle zonden, is rein) Dan kan deze ziel terugkeren naar de oorspronkelijke schatkamer van alle G’ddelijke zielen om er rust te vinden. (en niet meer te wandelen).

Opmerking: Van het ‘Halachische’ standpunt en van de Joodse moraal is abortus algemeen verboden - met uitzondering als het leven van de moeder bedreigd wordt – omdat het embryo wel in een bepaalde mate  een levenselement heeft, maar dit levenselement wordt niet gekwalificeerd als ‘ziel’.

Alleen als de baby ter wereld komt, wordt het begrip ‘ziel’ aangewend met alle ‘Halachische’, juridische gevolgen. Pas dan kan men ‘Halachisch’ spreken wordt van bv. moord, of kan de rouwprocedure ingesteld worden. Bij een miskraam wordt bv. geen rouwperiode gehouden.

 

    'Iboer' of 'diboek'  (letterlijk: soort zwangerschap of vasthechten)

Een tweede ziel vestigt zich, op een latere fase, in een mens die al een ziel gekregen heeft bij de geboorte.

De mens heeft dus 2 (of nog meer) zielen. De nieuwe, gevestigde ziel is een soort ‘gastziel’ met als positieve doel de eerste, oorspronkelijke ziel te verbeteren. Deze ‘gastziel’ vestigt zich tot zijn doel bereikt is.

De problematiek bestaat soms dat de ‘gastziel’ zeer lastig is voor de oorspronkelijke ziel en dus de mens in zijn functies en handelen echt hindert. Er bestaat een procedure van exorcisme die bekend is in de Luriaanse Leer en die ook recent in Israël op radio en TV met grote aandacht werd gevolgd, om deze ‘gastziel’ te verwijderen.

In de moderne psychologie wordt dit fenomeen ‘schizofrenie’ genoemd en is bijna ongeneesbaar.

 

Hoe kan men volgens de ‘Ari’ bereiken dat het kwade het goede verlaat?

De ‘Ari Ha’Kadosj’ heeft de Asjkenazische Kabbala aangenomen, dit is de Kabbala van ascese: vasten, geen vlees eten of wijn drinken (op Sjabbat werd wel wijn gedronken voor ‘Kiddoesj) (=de ceremoniële verklaring van ‘Sjabbat’), de lichamelijke lusten op een minimum houden, weinig praten en vooral zwijgen want met de tong kan je veel slechte dingen doen en ook de gedachten zeer exact bekijken. Praten bij Kabbalisten gebeurt altijd in het klassieke Bijbelse, Rabbijnse ‘Ievrit’. Dit is de ‘Heilige Taal’ die geen vloekwoorden of vulgaire taal bevat.

23.

Het doel van exil van het volk Israël volgens de Kabbala.

    Volgens de leer van de ‘Ari Ha’Kadosj’’ is de reden van exil van het volk Israël het opzoeken en het bereiken van heilige zielen die natuurlijk in elk volk voorhanden zijn. Deze heilige zielen van niet-Joodse mensen vermengde zich met ‘klipot’ (schalen).

Figuurlijke verklaring: om de vrucht te eten moet de schaal gebroken worden. Deze zielen van de ‘rechtvaardigen’, onder de volken van de wereld, zoeken hun ‘tikkoen’ (herstelling). Om deze reden bevindt het volk Israël zich in exil. De Kabbala heeft altijd betoond dat de ‘Sjechina’, de G’ddelijke aanwezigheid, het volk Israël ook in exil begeleidt en zo is de ‘Sjechina’ ook zelf meegegaan met het volk Israël in exil.

    De Kabbala en vooral de Talmoed (Tal. Bav., Pessachim, 87 b) zien in de exil van het volk Israël ook een reden om de Leer van G’d en de visie van de profeten te verspreiden onder de volkeren van de aarde, zodat niet-Joodse mensen kunnen bereikt worden en zich kunnen aansluiten bij het geloof en volk Israël. (‘gioer’, opname in het Jodendom, maar niet via missionering!) Kabbalistisch gezien zouden de zielen van deze proselieten ook aanwezig geweest zijn bij de openbaring op berg Sinaï.

 

De ‘Mashjiah’ volgens de Kabbala.

Zowel de Talmoed als de Kabbala postuleren het idee als voorwaarde voor de aankomst van de ‘Mashjiah’ dat het goede zich van het kwade gescheiden heeft.

Er zijn volgens de Kabbala twee ‘Mesjichiem’ (Messias): ‘Mashjiah’ ben Josef die voor ‘Mashjiah’ ben David zal verschijnen. Elke van deze ‘Mesjichiem’ komt uit een andere stam. ‘Mashjiah’ Ben Josef is afkomstig uit stammoeder Rachel. Josef was de lievelingszoon van Rachel en Ja’acov.

Sommige Kabbalisten zien in de ‘Ari Ha’Kadosj’ de ‘Mashjiah’ Ben Josef die als voorbode van ‘Mashjiah Ben David’, volgens de Kabbala, zal optreden.

 

‘Mashjiah’ Ben David is afkomstig uit de stam Juda, een zoon van stammoeder Lea. Daaruit volgt dat het koningshuis van David, die volgens de Heilige schrift afkomstig is van de stam Juda met zekerheid verbonden is met het begrip ‘Mashjiah’ in de Bijbel en in het Jodendom. De ‘Mashjiah’ zal zeker een nakomeling van dit Koningshuis zijn. (Jesaja 11)

Op deze ‘Mashjiah’ wacht het Joodse volk.

 

Messianisme is eng verbonden met het Jodendom en houdt de idealen en verwachtingen van het volk Israël in de eindtijd in. Met de aankomst van de ‘Mashjiah’ zullen drie grote veranderingen plaatsvinden:

    Het geloof in één G’d (monotheïsme), de mensheid zal stoppen met afgoderij.

    ‘Pax Mondial’

    De universele erkenning van G’d als Schepper en Koning van de wereld.

Het idee van messianisme en het wezen van de ‘Mashjiah’ in het Jodendom is diametraal met het idee van ‘Messias’ in het christendom.

 

24.

Epiloog

De ‘leeuw van de Kabbala’, Rabbi Jitschak Luria is op de zeer jonge leeftijd van 38 jaar overleden en had zelf bijna geen werken over de Kabbala geschreven. Zijn hele Leer werd mondeling aan zijn lievelingsleerling Rabbi Hayyim Vital (1543-1620) overgeleverd. Rabbi Hayyim Vital heeft het grondwerk van de Luriaanse Kabbala 'Ets Hayim' geschreven en zo de ideeën van de ‘Ari’ verspreid en gepopulariseerd.

Na het overlijden van de ‘Ari Ha’Kadosj’ verzamelde Rabbi Hayyim Vital 12 Kabbala - vertrouwde volgelingen (metafoor voor de 12 stammen van Israël) die zich verplichtten om alleen de Luriaanse Kabbala te bestuderen onder de leiding van hun meester Rabbi Hayyim Vital. Rabbi Hayyim Vital was overtuigd dat discipelen die niet voldoende vertrouwd waren met de Kabbala en dit alleen bestudeerden zonder autoritatieve begeleiding, van de rechte weg konden afdwalen en zelfs schade aan hun ziel en verstand konden berokkenen.

 

De Luriaanse Kabbala (de latere Joodse mystiek) is naar Europa verspreid geworden en heeft vooral in Polen zeer veel aanhangers gekregen.

 

 

De school en centrum van Kabbala in Polen (Po-lien)

 

Inleiding

 

De Joden kwamen naar Polen in de 14de eeuw ten gevolge van de verschrikkelijke vervolgingen van het Asjkenazische Jodendom vooral in Duitsland. De Poolse bevolking en de overheid hebben de Joden met open armen ontvangen. Er werd de Joden religieuze vrijheid en economische creativiteit verleend. De Joden hebben daadkrachtig meegeholpen om Polen op te bouwen, dat toen nog een zeer primitief land was.

Vanaf eind 14de tot midden 17de eeuw hadden de Joden in Polen een bevoorrechte positie.

In zijn biografische werk beschrijft Smuël Josef Agnon (1888-1970), de nobelprijswinnaar voor Hebreeuwse literatuur, Polen en meerbepaald zijn geboortestad Büzaz, met volgende bekende omschrijving:

 

‘Als het volk Israël in Exil ging, en ‘knesset Israël’ (de gemeenschap Israël) bij zijn vele wandelingen en omzwervingen in exil naar Polen kwam, heeft ‘knesset Israël’ geroepen ‘PO-LIEN’!

(Hier zal ik overnachten en wachten tot de Messias komt!)

 

We mogen vaststellen dat in de loop van het begin van de 16de eeuw de conventionele centra van de Joden, Asjkenaz en Sefard, zich niet meer op hun geografische plaats bevonden.

 

 

25.

    Het Sefardische centrum van de Joden in Spanje en Portugal is een gevolg van de verdrijving van de Joden uit het Iberische schiereiland in het jaar 1492 naar het Ottomaanse Rijk vnl. Turkije, de Balkan en het Heilig Land. 100 jaar later vinden vooral de ‘Marranen’ hun nieuwe heimat, vrij van religieuze vervolging van de Kerkelijke inquisitie, in de lagere landen vnl. Nederland maar ook in Engeland en het nieuwe ontdekte continent Amerika.

 

    Aan de andere kant is het grote midden - Europese centrum van het Jodendom in ‘Asjkenaz’, vnl. Duitsland en Frankrijk, getekend van eindeloze vervolgingen zoals kruistochten, zwarte pest, ontvoering van beroemde geleerden met het doel het afpersen van enorme geldbedragen, openbare verbrandingen van de Talmoed (bekendste in Parijs in 1244), bloedsprookjes,…

Kortom een virulent religieus antisemitisme, met de zegen van de Kerk en de overheid.

Dit alles heeft de Joden in ‘Asjkenaz’ ertoe bewogen nieuwe landen te zoeken waar ze welkom waren en waar ze van hun religieuze vrijheid konden genieten. Die waren vooral in Oost-Europa met de Slavische landen zoals Polen, de Baltische Staten met vnl. Litouwen, en ook Rusland en de Oekraïne.

 

Op een veel latere fase, eind 19de eeuw, ten gevolge van de pogroms, massacres en genocides in Oekraïne en Rusland heeft het Oost-Europese Asjkenazische Jodendom in heel grote aantallen zijn nieuwe heimat gevonden in de ‘Golden Medina (land)’ – Amerika die met zijn Vrijheidsbeeld en de Amerikaanse constitutie religieuze vrijheid aan alle minderheden en dus ook aan de Joden waarborgde.

 

Centrum van grote Joodse geleerdheid

 

Rond de jaren 1600 is Polen tot trekpleister voor de grootste Talmoedische, ‘Halachische’ autoriteiten geworden. Een vluchtig bezoek als toerist op de oude Joodse kerkhof van Krakau geeft ons een voorstelling van de kracht van het Rabbinale Jodendom in Polen in deze eeuw. Daar bevinden zich, op de eerste rij, de rustplaatsen van volgende Joodse mega-autoriteiten op het gebied van ‘Halacha’ en Talmoed:

 

    Rabbi Moshe Isserlis (1520-1572)

De auteur van de kritische bemerkingen van het standaardwerk van de ‘Halacha’, de ‘Sjoelchan Aroech’, en van nog andere filosofische en ‘Halachische’ werken.

 

    Rabbi Yoël Sirkis (1561-1640)

Een markant ‘halachist’, hij heeft een algemeen bekend commentaar op de ‘Halachische’ codex ‘Tur’ geschreven.

 

26.

    Rabbi Yom Tov, Lippman Heller (1579-1654)

Hij heeft een zeer bekend commentaar voor de ‘Misjna’ geschreven met de naam ‘Tosfot Yom Tov’ die tot heden in ‘Yeshivot’ geleerd wordt.

 

    Rabbi Natan Saphira (1585-1633)

Een van de bekendste Kabbalisten van de Poolse School die een zeer beroemd, Kabbalistisch werk ‘Megalè Ha’moekot’ geschreven heeft. Dit werk is een standaardwerk op de Torah van een zeer hoog Kabbalistisch niveau. Verder in de cursus wordt hij uitvoeriger besproken. Hij ligt op dit kerkhof begraven in een familiegraf samen met zijn vrouw, zoon en dochter. Op een Joods kerkhof is dit een zeldzaamheid.

    Rabbi Kolonomus Kalman Ha’Levi Epstein (c.1700)

Auteur van het ‘Chassidisch’, ‘Kaballistisch’ grondwerk over de Pentateuch‚ genaamd ’Ma’or Va’sjemesj’. Dit is een standaardwerk in de ‘chassidische’ literatuur.

 

Het Rabbinaat kwam in Polen tijdens de 17de eeuw tot bloei zoals nergens anders in Europa. Torah en Talmoed werden er overal geleerd. De methodiek om Talmoed te leren was eigenaardig en werd in Polen ontwikkeld met de naam ‘pilpul’ (scherp). ‘Pilpul’ komt van het Hebreeuwse ‘pilpèl’ wat ‘paprika’ betekend. Deze naam is een aanduiding voor de bijzonder scherpe en fantasievolle methode om de moeilijk Talmoedische thema’s met elkaar in harmonie te brengen.

 

Meestal werd een zeer kunstmatige, geraffineerde en intellectuele methode aangewend. De graad van beoordeling van de geleerdheid in Talmoed was de beheersing van deze ‘pilpul’- methodiek.

Dit was echter het domein van een beperkte kring van geleerden. De volksmassa was van deze geleerdheid uitgesloten.

 

De intrede van de Kabbala in Polen

Als reactie tegen deze exclusieve en elitaire geleerdheid van een kleine kring heeft zich ook in Polen langzamerhand de Kabbala ontwikkeld.

Vooral de Sefardische (theoretische) Kabbala, het verlangen naar G'd, kende er bloei.

De Joodse volksmassa was niet tevreden met het Rabbinaat en ze verlangden minder naar een G'd van de wetten en meer naar een G'd van de liefde en barmhartigheid, kortom de toewijding aan G'd.

 

Het is moeilijk vast te stellen waar dit omkeerproces van de Kabbala in Polen begint, maar het zal ergens begonnen zijn in de 17de eeuw met de geleerde Mattias Dela Crut (Mattitjahoe). (17de eeuw)

 

 

 

27.

Hij was geboren in Polen, is naar Italië gegaan om algemene wetenschap te studeren, heeft er ook een aantal boeken over geschreven in het Hebreeuws, dit om de Joden in Europa over de wetenschap in te lichten.

Eén van zijn werken is 'Sha’arè Ora’ (lett. ‘poorten van het licht’), een inlichtingswerk over de grondbegrippen van de Kabbala, in een zeer eenvoudig Hebreeuws geschreven. De geleerde Mattias Dela Crut behandelt in dit werk Kabbalistsche onderwerpen zoals bv. de ‘10 sefirot’ - het wezen van G'd -, de relatie tussen G'd en mens, de ziel die door G’d aan de mens gegeven is, het evenbeeld van G'd die deze ziel is. Verder leert hij dat de mens een tussenschakel is tussen de ‘Onderwereld’ (dieren) en de ‘Hogere Wereld’ (engelen), dat de mens een keuze heeft tussen goed en kwaad en de engelen niet.

 

Hij behandelt in zijn werk ook thema’s die de Joodse mensen in de latere middeleeuwen bezighield, zoals ‘hoe kan de mens G’ddelijke eigenschappen aannemen of imiteren’?

       Spirituele reiniging van ziel en lichaam om zo dicht bij G'd te komen.

       Volgens de geleerde Mattias Dela Crut heeft elk mens een levenstaak, nl. zijn slechte karaktereigenschappen te verbeteren, die hij bij de geboorte meegekregen heeft.

 

Het Kabbalistische en ‘Chassidische’ begrip ‘Tsaddiek’ – rechtvaardige – wordt in zijn werk aangewend.

Een ‘Tsaddiek’ – rechtvaardige - beïnvloedt zijn omgeving met barmhartigheid en genade en zo wordt, door zijn aanwezigheid, zijn omgeving gezegend. De ‘Tsaddiek’ is een soort bemiddelaar tussen G'd en mens. Terwijl men in de Kabbala van een ‘Tsaddiek’ spreekt, spreekt men in het ‘Chassidisme’ van een ‘rebbe’.

 

Een volgend grondidee van de Kabbala is ook in de werken van de geleerde Mattias Dela Crut te vinden:

Er zijn in elke generatie 36 verborgen ‘Tsaddikiem’ voorhanden die door hun verdiensten de wereld laten voortbestaan. Deze 'Lamed Vav Tsaddikiem' in de taal van de Kabbala, zijn verborgen voor de gewone mens maar wel kunnen ze heel hoog spiritueel klimmen om zo in de voetstappen van G’d te lopen. Deze verborgen ‘Tsaddikiem’ kunnen de hogere - en de onderwereld beïnvloeden.

 

De strijd tussen de Kabbala en het Rabbinaat.

Het grootste deel van de Poolse bevolking was ignorant en analfabeet tijdens de middeleeuwen, zoals ook in de rest van Europa. Joden vechten daadkrachtig tegen dit fenomeen.

Met zekerheid stamt het ideaal van de profeet Jesaja in alle generaties als model voor de Joodse mensen:

‘Al je kinderen worden geleerden in de Leer van G’d’.(Jes.54,13)

 

 

28.

Het rabbinaat was helemaal niet blij met de intrede van de Kabbala in Polen omdat hun elitaire machtspositie bedreigd werd. De klacht was dat vele gewone Joodse mensen zich bezighielden met Kabbala nog voor ze het basiscommentaar van Rashi (1040-1105) op de Torah beheersten.

Dit heeft de verspreiding van de Kabbala echter niet verhinderd. Zo heeft de Kabbala in de loop van de 17de eeuw enorme toppen beklommen.

 

Het einde van de bloeiperiode.

Spijtig genoeg kwam in Polen een drastische verandering tijdens het midden van de 17de eeuw. Zeer zware en donkere wolken kwamen over de Joden. De Poolse koning was opgevoed door de Jezuïeten, katholieke christelijke intellectuele monniken uit Litouwen. Ze zaaiden zeer veel haat tegen de Joden (religieus antisemitisme) in tegenstelling tot de filosemitische houding tot dan. Vele historisch bewuste Joden geloven dat met de komst van deze Jezuïeten, de Poolse christenen met ‘de moedermelk’ ook Jodenhaat meekregen.

Algemeen waren de Jezuïeten direct of indirect verantwoordelijk voor de pogroms van Bohdan Khmel'nyts'kyi (1595-1657), de grote onderdrukking, de kerkelijke, antisemitische hetze tegen de Joden,…

 

Om het religieuze antisemitisme te bevorderen hebben Kerk en overheid Joden niet toegelaten om te studeren en/of vrije beroepen uit te oefenen. Het levensonderhoud van de Joden kon alleen bestaan uit activiteiten op het gebied van handel en/of krediet verlenen op hoge intrestbasis (soort bankiers). De Kerk verbood christenen geld te lenen aan medechristenen, alleen Joden mochten dit doen. Dit heeft echter veel olie gegooid op de vuurberg van het antisemitisme.

 

Midden 17de eeuw moordden de Kozakken en de Oekraïners onder leiding van de Oekraïense commandant Bohdan Khmel'nyts'kyi (1595-1657) meer dan 300.000 Joden uit en vernietigden 100’en Joodse gemeenschappen en maakten alles met de grond gelijk. Een voorsmaak voor de 300 jaar latere Shoa (Holocaust) van de Joden op het Poolse grondgebied.

Deze onverwachte verwoesting van het bloeiende Poolse Jodendom bewoog vele Joden te vluchtten naar het Westen. Toch bleef een deel van de Joden ondanks de voortdurende dreiging.

 

Later, in de 18de eeuw, kregen de Joden in Polen opnieuw moeilijkheden toen het land verdeeld was tussen de Pruisen, Oostenrijk en Rusland. Vooral onder de Russen zuchtten ze zwaar.

 

 

 

 

 

 

29.

Polen, één van de wiegen van het ‘chassidische’ Jodendom.

Vanaf de tweede helft van de 18de eeuw begint de ‘chassidische’ beweging ook in Polen hun diepe wortels te vatten. De stichter van de ‘chassidische’ beweging was Rabbi Jisrael Baal shem Tov (1698-1760) die een verandering in de fossiele houding van het rabbinaat in Oost-Europa teweegbracht met het doel de Joodse massa G’d te laten dienen met extase, enthousiasme en vooral vreugde.

 

De ‘chassidische’ beweging heeft het Poolse Jodendom helemaal veranderd. Een groot deel van de Joden in Polen sloten zich bij deze beweging aan en werden zo getrouwen van verschillende ‘chassidische’ dynastieën in ‘Galicië’ en centraal - Polen. De ‘chassidische’ beweging legde ook heel erg de nadruk op de studie van Kabbala, mystiek en ascese, maar ook op vreugde. ‘Chassidiem’ hebben over het algemeen een bepaalde ‘look’: het dragen van ‘de streimel’ (pelshoed) en de ‘bèckège’ (zwarte kleding) op Sjabbat en feestdagen, ook aan de typische krullen en de wilde baard kan men ze uiterlijk herkennen. Zo vallen ze zelfs op in het Joodse mega-centrum van Antwerpen en dragen bij tot het staan van het stereotype cliché dat alle Joden ‘Chassidiem’ zijn, wat echt niet de waarheid is.

De ‘chassidische’ beweging heeft ook cultureel veel bijgedragen in het leven van de Joden in Polen en elders, zoals bv. op het gebied van ‘Jiddische’ literatuur, religieuze- ‘chassidische’ muziek en vooral verhalen over ‘Tsaddikiem’ en wonder-rebbes’.

 

De Shoa in Polen

 

Slechts 300.000 Joden van een Joodse bevolking in Polen die voor de Shoa uit meer dan 3 miljoen bestond, hebben de Holocaust overleefd.

Spijtig genoeg moet men bemerken dat de Asjkenazische Joden die in de 15de eeuw naar Polen gevlucht waren en daar leefden alsof ze het ‘paradijs op aarde’ ontdekt hadden, in ditzelfde land tegen het midden van de 20ste eeuw de ‘hel op aarde’ beleefden.

 

Polen is voor de Joden geworden tot het grootste kerkhof op aarde. Talloze graven van onbekende, vermoorde Joden tijdens de Shoa zijn over Polen verspreid. De Poolse grond is met Joods bloed doordrongen en de as van de Joodse massa van de crematoria van Auschwitz en andere vernietigingskampen op dit grondgebied.

Dit is geen roemrijk einde voor zo een glorierijk begin. Ik mis de juiste en passende woorden om de tragische dimensie van het Poolse Jodendom te beschrijven en blijf hier, uit respect en eergebied, ook voor mijn eigen familie die in de kampen van Auschwitz omgekomen zijn.

 

 

 

 

30.

Bespreking van enkele grote Kabbalisten die Polen hebben beïnvloed.

 

Na een historisch overzicht van de aanvang en de bloei van de Kabbala in Polen, willen wij drie van de beroemdste Kabbala-autoriteiten van het Poolse Jodendom in detail bespreken.

 

In de 16de en 17de eeuw hebben drie grote Kabbalisten het Joodse Polen beïnvloed. Het was vooral de bloeitijd van de Luriaanse Kabbala in dit land. Deze Kabbala is sterk Messiaans gericht en is te zien in samenhang met de ongelooflijke vervolgingen onder leiding van Bohdan Khmel'nyts'kyi (1595-1657), die midden 17de eeuw over de Poolse Joden gevallen zijn. Men kan deze verspreiding en intensieve studie van de Kabbala zien als troost en verwachting van een betere tijd.

 

 

Rabbi Isaiah Ha’Levi Horovitz (1565-1630)

 

Rabbi Isaiah Ha’Levi Horovitz leerde bij zijn vader, Rabbi Abraham, die een zeer beroemde Rabbi was, in de stad Lublin, een centrum van Rabbijnse geleerdheid. Op jonge leeftijd stond hij bekend als een Talmoed-genie - ‘ilüij’. Het is ook opmerkelijk dat hij als jonge Rabbi verkozen was deel te nemen aan de semesteriële zittingen van het zeer prestigieuze verbond van alle gemeenten van vier landen die gerepresenteerd werden door Rabbijnen van de belangrijkste Joodse gemeenten. Deze landen gelden als Rabbijnse citadellen van Oost-Europa en zijn Polen, Litouwen, Rusland en Oekraïne. Een van de bekendste maatnamen die zij troffen was het beschermen van nieuw verschenen gedrukte werken. Minstens 300 jaar voor het beroemde ‘copyright’ stelden zij dit in voor de Joodse gedrukte boeken.

 

Rabbi Isaiah Ha’Levi Horovitz’ was in meerdere gemeenten in Polen als Rabbi opgenomen, ook in Frankfurt Am Main, een zeer prestigieuze ‘moeder’-gemeente in Duitsland tijdens de middeleeuwen.

Hij koos er vrijwillig voor als Kabbalist en piëtist om in exil te gaan, zodat hij persoonlijk het gevoel van exil - ‘galoet’ kon beleven. Later werd hij verkozen tot Rabbi van Praag.

Praag was toen een ‘mega’-centrum van Joodse geleerdheid en een trekpleister voor vele Rabbijnen.

Nadat zijn vrouw gestorven was, heeft hij zijn familie verlaten om zijn innigste wens te volbrengen en naar het ‘Heilige Land’ te emigreren om daar zijn ‘levens-avond’ te beleven. Dat was in 1623.

Daar, in het ‘Heilige Land’, heeft hij zijn beroemdste Rabbijns en Kabbalistisch meesterwerk ‘Sjneej Loechot ha-Brit’ – de Twee Tafelen van het Verbond’.

 

31.

Het acroniem van dit meesterwerk is de Hebreeuwse benaming ‘Sjelah’.

Zo wordt deze Rabbijn dan ook meestal genoemd in de Rabbijnse literatuur en in ‘Yeshiva’-kringen.

Vele Joodse mensen met neiging om Kabbala te studeren, zijn zich niet bewust van zijn echte naam. Ze noemen hem naar zijn hoofdwerk ‘Sjelah’, of nog vaker de ‘Sjelah ha-Kadosj’ – de Heilige ‘Sjelah’.

 

Verder schreef Rabbi Isaiah Ha’Levi Horovitz ook het zeer beroemde commentaar op de ‘siddoer’ ‘Sha’ar ha Sjamayim’ – ‘Poort naar de hemel’.

 

Zijn laatste rustplaats is in Tiberias, niet ver van het graf van Maimonides, en is een trekpleister voor zowel Kabbalsiten als vrome Joden om er te bidden.

 

In zijn talrijke werken is de Kabbala de basis en fundering van al zijn gedachten. Hij is zeer kritisch tegenover de Joodse filosofie, inclusief voor de filosofie van Maimonides (1135-1204). Alles formuleert hij door een Kabbalistiche bril, zelfs de 13 geloofsartikelen (Maimonides) van het Jodendom worden Kabbalistisch geïnterpreteerd.

Een beroemd citaat van hem: ‘De Torah, gezien van de ‘Niglè’-kant (het evidente) is heilig, maar de Torah van de ‘Nistar’-kant (Kabbalistisch) is allerheiligst. De ziel van de Torah – de Kabbala – is volgens hem allerheiligst.

 

Algemeen is de ‘Sjelah’ beïnvloed en doordrongen van de Luriaanse Kabbala, hoewel er ook rekening gehouden wordt met de Sefardische Kabbala. Wat in zijn werken telt is niet alleen weten, maar vooral de dienst en het engagement voor G’d. Het vervullen van de ‘Mitsvot’ – religieuze opdrachten – is volgens de ‘Sjelah’ de belangrijkste factor in het menselijke leven op deze wereld. De mens bereikt ‘volledigheid’ – ‘sjlemoet’ – als hij zich op G’d richt en kan alleen door het vervullen van de ‘Mitsvot’ dit hogere doel bereiken.

Zo komt bij de ‘Sjelah’ zeer vaak de beroemde uitspraak uit de ‘Zohar’: ‘G’d, Torah en Israël zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden’.

 

Rabbi Isaiah Ha’Levi Horovitz heeft een diepe bewondering voor Rabbi Jitschak Luria, bekend als de ‘Ari Ha’Kadosj’. De ‘Sjelah’ spreekt heel vaak over de geheimen van de Kabbala die voor de meeste mensen verborgen blijven.

 

Algemeen spreekt de ‘Sjelah’ eerst over lichaam, ziel en doel van elke mens. Het doel van elke mens is om zoveel mogelijk zijn lichaam aan de ziel te onderwerpen. De mens kan dit alleen door ‘Mitsvot’ – religieuze opdrachten - bereiken. De ziel heeft een verlangen naar zijn G’ddelijke oorsprong. Elke mens moet proberen zijn ziel te veredelen en tegen de slaafse verlangens van zijn lichaam te vechten.

 

32.

Om deze hoge idealen te verwezenlijken wordt van de ‘Sjelah’ volgende gedragspatronen vooropgesteld:

    De mens zal denken aan zijn levenseinde (dood).

    De mens zal zich verzadigen met weinig materiële zaken.

    De mens zal niet meer eten als noodzakelijk voor het overleven, want overmatig eten is een deel van ‘Lilith’.

 

Iets meer over de negatieve Kabbalistische figuur Lilith.

Lilith en Samaël zijn twee emanaties uit de demonenwereld van de Kabbala. Een mannelijke emanatie, gesymboliseerd door de demon Samael, en een vrouwelijke, Lilith. Lilith was volgens een Kabbalistische traditie de eerste vrouw van Adam. Zij was, net als haar man, geschapen uit het stof der aarde en eiste om deze reden dezelfde rechten als haar man. (emancipatie) Adam deed bij G’d zijn beklag hierover, en G’d schiep Eva uit de rib van Adam zodat zij wel onderdanig was aan haar man. Lilith werd uit het paradijs verbannen en baarde in een grot demonische geesten die waren verwekt door de demon Samaël. Samael en Lilith worden meestal opgevat als uitvloeiingen van een en dezelfde bron, Satan.

Lilith wordt vereerd door heidense Joodse vrouwenbewegingen als een krachtig feministisch symbool. Er bestaat in Israël een magazine voor geëmancipeerde vrouwen met de naam ‘Lilith’. Sommige verklaren de naam ‘Lilith’ uit het Hebreeuwse woord ‘Laila’ – nacht, die natuurlijk ook een negatieve conotatie heeft.

 

Volgens de ‘Sjelah’ zal de mens het eten beheersen en beperken, behalve op ‘Sjabbat’. Vasten is een offer met een hoog doel.

Wanneer de mens zich bezighoudt met ‘Tsedaka’ – geld voor de armen - en Torah, heeft hij het spirituele licht van de wereld ontdekt.

De mens zal ook altijd zijn ‘spreken’ controleren. Zwijgen wordt warm aanbevolen, dan kan de mens niet zondigen door het praten, want heel vaak begaat de mens heel zware zonden met zijn tong. (roddelen, liegen vals zweren, lasteren, pesten,...)

Ook de gedachten moeten aan G'd gericht zijn.

 

Kortom: de mens moet zich heiligen door het alledaagse eten en drinken, in de gesprekken, het doen en denken. In de Kabbala is eten en drinken animaal, ons denken en praten is het meest G’ddelijke.

Hij moet leven met eerbied voor G’d. Het alleen zijn, ver van lawaai van het leven is volgens de ‘Sjelah’ zeer goed voor de ziel.

 

De mens zal met 'Hit’bodde’doet'– alleen mediteren – zijn gedachten laten doordringen met de ware ‘Tesjoeva’ - inkeer: niet alleen tijdens de 10 beroemde dagen van ‘Tesjoeva’ tussen ‘Rosh Hasjana’ en ‘Jom Kippoer’, en niet uit eer maar uit liefde!

Dit zijn enkele grondgedachten van de ‘Sjelah’ die door zijn gehele werk lopen.

 

33.

Rabbi Nathan Shapira (1585-1633)

 

De tweede grote autoriteit die de Kabbala in Polen verspreidde was Rabbi Nathan Shapira. Hij is geboren in 1585 als zoon van een beroemde Rabbijnse familie. Zijn vader was Rabbijn in het beroemde Hordenna, een stad in Polen bekend om een lange rij prominente Rabbijnen die daar fungeerden.

De naam Shapira verwijst naar de stad Spyer in Duitsland. Spyer was één van drie moedergemeenten van het Asjkenazische Jodendom. (samen met Worms en Mainz)

 

Hij was een ‘ilui’ – een Talmoedgenie, een eretitel die hij reeds op jonge leeftijd kreeg. Zijn fotografisch herinneringsvermogen was fenomenaal. Van zijn vader ontving hij een zeer grondige Rabbijnse - Talmoedische leer. Van nature was hij een zoeker. Hij verdiepte zich ook in de wiskunde, de filosofie, de Kabbala en in de grammatica van de Hebreeuwse taal.

 

Rabbi Nathan was bezield van de Kabbala en de Joodse filosofie. Hij had het charisma van een grote Rabbijnse autoriteit, voor de massa was hij een Rabbijn doordrongen van de Kabbala. Hij was één van de meest populaire Rabbijnen van Polen. Het opschrift op zijn grafsteen vertelt ons van zijn hoge positie in Polen tijdens de 17de eeuw.

 

In zijn persoonlijkheid verenigt hij de Kabbala en het Rabbinaat. Er zijn zeer veel verhalen en volkslegenden verspreid over Rabbi Nathan Shapira. In zijn Kabbalistisch hoofdwerk 'Mègale Ha'moekot' (letterlijk: die ontdekt diepere dingen) geeft hij wel 1000 verklaringen waarom in het boek ‘Wajikra’ (Leviticus) de letter ‘alef’ op het einde van het woord ‘Wajikra’ een minuscule ‘alef’ is.

Er is verder over deze Kabbalist bekend dat hij elke middernacht het gebed ‘Tikkoen Ha’Tsot’ bidt tot Hasjem – G’d. Hij vraagt het einde van exil van het Joodse volk en ook van de begeleidende ‘Sjechina’ ‘(de G’ddelijke aanwezigheid die het volk Israël begeleidt in exil), hij vraagt ‘ge'oela’ –verlossing– voor het Joodse volk te brengen en dat de wereld 'Malchoet Sjamayim' op zich zal nemen. (dat de hele wereld gelooft in G'd).

 

In Kabbalistische kringen van de Poolse middeleeuwen wordt bericht dat Rabbi Nathan regelmatig ontmoetingen had met de profeet Elia. De profeet Elia is de meest populaire profeet van Israël en eng verbonden met de gedachte van verlossing van het volk van G’d. Op zijn grafsteen op het oude Joodse kerkhof van Krakau staat dat hij de profeet Elia ontmoet heeft van aangezicht tot aangezicht.

 

 

 

34.

Hij stierf op jonge leeftijd (45 jaar), maar niettemin is hij heel populair geworden in Polen door zijn talrijke werken, zijn leerlingen en zijn navolgers, dat we mogen zeggen dat hij een zeer belangrijke katalysator was van de Kabbala in Polen.

 

Hij oriënteert zich in zijn Kabbalistische geschriften naar de Luriaanse Kabbala.

 

Zijn wereldse kijk (‘weltanschaung’) is doordrongen van het Messiaanse idee en hij heeft een bijzondere aandacht voor de rol van het Joodse volk in exil.

Zoals Rabbi Jitschak Luria, de ‘Ari Ha’Kadosj’ leert dat de missie van het Joodse volk in exil is om het goede van het kwade scheiden, zo schrijft ook Rabbi Nathan Shapira in zijn Kabbalistische Schriften.

Hij gaat daarbij nog verder: Het is de taak van het volk Israël de G’ddelijke vonken die in exil verloren gegaan zijn, terug te vinden en naar het G’ddelijke terug te brengen.

Zo is stamvader Abraham naar Egypte in exil getrokken om de ‘Nitsotsot’ – de G’ddelijk verloren vonken - te verlossen en naar het G’ddelijke terug te brengen. Als de G’ddelijke verloren vonken teruggekeerd zijn naar G’d, was het Joodse volk in staat de Leer van G’d te ontvangen.

 

Volgens Rabbi Nathan had de Satan geen kans bij de Sinaïtische openbaring. Spijtig genoeg is het Joodse volk van zijn heel hoge morele en religieuze positie bij die openbaring, gevallen, met de zonde van het gouden kalf. Door deze val is het kwade verankerd in het goede.

Zolang licht vermengd is met donkerheid, is de missie van het Joodse volk in exil te zijn om de ‘Nitsotsot’ – de G’ddelijke verloren vonken - te verlossen en zo mee te helpen het ‘Koninkrijk van G'd’ – de hemel op aarde - te herstellen. Dat is de reden, volgens Rabbi Nathan Shapira voor de ‘galoet’ en ‘exil’ van het volk Israël. Dus de Kabbala ziet in de exil van het volk Israël niet een straf - zoals conventioneel aangenomen wordt -, maar een verdienste om de G’ddelijke vonken terug te brengen.

 

Een ander grondidee uit de Luriaanse Kabbala, die zeer vaak in de Schriften van Rabbi Nathan Shapira voorkomt, is die van 'gilgoel', de reïncarnatie.

Volgens Rabbi Nathan Shapira is de ziel van Adam gereïncarneerd in de ziel van stamvader Abraham, de ziel van Eva is gereïncarneerd in stammoeder Sara,…

De ziel van de G’dsijveraar, de Zeloot Pinchas, is gereïncarneerd in de ziel van de profeet Elias en later in de ziel van de ‘Misjna’-geleerde Rabbi Akiwa. De zielen van het Joodse volk zijn voortdurend in reïncarnatie.

 

 

 

 

35.

Dit zijn twee fundamentele en markante ideeën in zijn Kabbalistische Schriften:

    Het is de missie van het Joodse volk in exil om de G’ddelijke, verloren zielen te verlossen.

    Het tweede idee is dat er een ketting bestaat van reïncarnatie van zielen, die zelfs de allergrootste voorvaders en leiders van het Joodse volk doorlopen.

 

Rabbi Shimshon uit Astropoly ( -1648)

 

De derde grote pilaar in de verspreiding van de Kabbala in Polen is Rabbi Shimshon uit Astropoly.

Als kind hield hij zich al bezig met de Kabbala, hij was hiervoor bijzonder begenadigd. Op jonge leeftijd was hij al bekend als mentor en verspreider van de Kabbala. Hij is gekend als de enige die het verzoek aangenomen heeft de ‘geheimen van de ‘Ari’’ - 'Sodot Ha’ Ari' - te ontcijferen.

 

Rabbi Shimshon uit Astropoly beleefde de Messiaanse gedachte zeer actief, uitgaande van het feit dat hij in een bijzonder moeilijke periode van het Poolse Jodendom leefde. De Joden werden heel erg onderdrukt onder leiding van Bohdan Khmel'nyts'kyi (1595-1657) die met talrijke pogroms, zoals vroeger vermeld, een groot deel van de Joodse bestaande gemeenten in Polen, vernietigd heeft. Al deze vervolgingen hebben enorm bijgedragen aan de populariteit van het Messianisme.

Rabbi Shimshon uit Astropoly ziet de Messiaanse gedachte in die zin dat het volk Israël wacht en verlangt naar de Messias. Volgens hem wacht zelfs G'd, figuurlijk, op de Messias.

Figuurlijk stelt G’d zich op als een eenvoudig priester en is bereid met Israël in exil te gaan om samen met het volk Israël op de Messias te wachten.(zeer originele uitspraak!)

Een eigenaardige Kabbalistische voorstelling van Rabbi Shimshon uit Astropoly is, dat als het volk Israël verdienstelijk is, d.w.z. de G’ddelijke opdrachten of de ‘Mitsvot’ vervult, dan is het zo heilig als “de heilige jonkvrouw -‘Betulah’- Rivka, de dochter van ‘Betu’el’”. (Gen.22,23)

Wanneer het volk Israël niet verdienstelijk is, is dit als een soort ‘vreemdgaan tegenover de ‘Sjechina’ – G’ddelijke aanwezigheid’: ‘Vanwege je zonden is je moeder ‘Sjechina’ weggestuurd’ (Jesaja 50,1)

 

Rabbi Shimshon uit Astropoly is als martelaar omgekomen, zoals vele van zijn geloofsbroers en –zussen, tijdens de beruchte ‘Khmel'nyts'kyi’-pogroms in 1648 en 1649.

 

 

 

 

36.

Epiloog

 

Het ‘floreren’ van de Kabbala.

Eind 16de, begin 17de eeuw voor de verschijning van Rabbi Yisraël Baal Sjem Tov (1698-1760), de stichter van het ‘Chassidisme’, is Polen een land op het Europese continent, waar de Joden zich thuis voelden (Po-lien), waar religieuze autonomie heerste en Torah regeerde, waar het Rabbinaat troonde, en waar Kabbala bijna als een koning was.

Zelfs traditionele Rabbijnen die bij het begin van de opgang van de Kabbala in Polen zeer negatief stonden tegenover deze Kabbala, veranderden hun kijk eind 16de eeuw en ontwikkelden een positieve instelling tegenover de Kabbala.

Zo schrijft Rabbi Sheftel Horovitz, de zoon van Rabbi Isaiah Horovitz auteur van het Kabbalistisch Rabbijns werk ‘Sjelah’: 'Gelukkig de man die de aannemelijkheid van de Kabbala in zich neemt, omdat deze wijsheid, liefde en eerbied voor G’d  in de harten van de mensen neemt'. Hij protesteert tegen de tot dan in Rabbijnse kring heersende reservering en zelfs antipathie tegen de studie van de Kabbala. Deze Rabbijnse kring baseerde zich op de volgende pasoek uit de Torah: 'Wat verborgen is (Kabbala en mystiek), behoort de eeuwige, Onze G’d toe. Wat openbaar is (‘Nigla’ of evidente) komt ons toe. (Deut. 29,28)

 

Zo heeft zich met deze verandering tegenover de studie van de Kabbala een nieuwe en markant positieve instelling gevestigd: ‘Joden die de Kabbala niet machtig zijn, gelden als minderwaardig in het begrijpen van de Torah omdat Torah leren met de dimensie van de Kabbala een heel andere ervaring is’.

Deze trend heeft het Joodse Polen omgekeerd in een land die doordrongen werd van de Kabbala en waar de volksmassa zich vooral met de Praktische Kabbala van de School van Rabbi Jitshak Luria (de ‘Ari’) (1534-1572) bezighield. Deze school heeft, zoals bekend is, grote aandacht voor ascese en pijniging. Als gevolg hiervan hebben velen gevast, ook het rituele bad, ‘mikwe’, werd veel gebruikt door de aanhangers van de Luriaanse Kabbala. Het idee van ‘Tesjoeva’, inkeer tot G’d, trachtte men te bereiken door het martelen van het lichaam zoals het dopen in ijskoud water of het naakte sneeuwrollen - ‘Gilgul Basjèleg’.

 

De Messiaanse gedachte met de onmiddellijke verwachting van de aankomst van de Messias was obsessief in alle lagen van de Joodse bevolking. Men dacht zelfs in het grondwerk ‘de Zohar’ een hint gevonden te hebben dat de Messiaanse verlossing zou komen in het jaar 1648.

Zelfs de beroemde Kabbalist en Opperrabijn van Frankfurt am Main, Rabbi Naftali Katz (-1719) sprak openlijk dat in het jaar 1648 de Messias de heerschappij van de sultan over het Heilige Land zal wegnemen.

 

 

 

37.

De grote Poolse schande.

Maar het veelvoorspellende jaar 1648 is spijtig genoeg niet het jaar van verlossing en bevrijding van de Joodse massa in Poolse exil, maar van de ergste vervolging tot dan in Polen.

Alleen de Shoa, in zijn unieke dimensie van de vernietiging van het Joodse volk, heeft deze agonie nog overtroffen.

Polen is geworden tot de showplaats van de meest brutale onderdrukking in de latere middeleeuwen, de ‘massacres’, pogroms, genociden van de Joodse gemeente op grote schaal.

 

Met de dood van de laatste Poolse koning ontstaat een vacuüm. De tot nu tolerante sfeer tegenover de Joden in Polen, was radicaal veranderd met de komst van de Jezuïeten, die een religieus antisemitisme en haat uitten tegen de Joden en tegen alles wat niet-katholiek was.

 

Polen was sociaal en economisch ingedeeld in drie klassen: 

 

    de hoogste klasse: de aristocratie.

    de middenklasse: de hogere Bourgeoisie, de gilden met de Joden als economische katalysator van handel en pachters.

    de laagste klasse: eenvoudige Poolse, maar vooral Oekraïense boeren en knechten.

In de 17de eeuw leefden In Polen naast Joden vnl. Polen die vooral katholiek gericht waren en ook Oekraïners die vooral orthodox-christelijk waren.

 

De Oekraïners wilden met hulp van de Kozakken onder het commando van de Oekraïense legercommandant Bohdan Khmel'nyts'kyi, de laagste klasse, de Poolse en vooral de Oekraïense boeren bevrijdden van de uitbuiting en onderdrukking door de Poolse aristocratie. Zij hebben de Joden op gruwelijke, brutale manier bestraft omdat, van hun optiek, de Joden een instrumentarium waren in de economische uitbuiting van de boeren door de aristocraten.

 

Kozakken werden door Bohdan Khmel'nyts'kyi in deze pogroms ingeschakeld met de belofte hoe meer Joden ze ombrachten, hoe groter de buit zou zijn.

Zo heeft Bohdan Khmel'nyts'kyi met deze kruistochtachtige vervolgingen een groot deel van de Joodse gemeenschap in Polen vernietigd (over de 300 gemeenten waren in de as gelegd) en werd ook de gehele opgebouwde infrastructuur vernietigd.

 

Deze verschrikkelijke vervolgingen van de Joden in Polen hebben niet het geloof in G'd verminderd, maar hebben de verwachtingen van de onmiddellijke komst van de Messias vergroot. De Joodse mens verwachtte toen, als gevolg van de ‘Khmel'nyts'kyi’- pogroms, de verlossing en de nieuwe geboorte van het Joodse volk.

38.

Rabbi Menasse ben Israël en de Engelse gebeurtenissen.

Parallel met deze gebeurtenissen in Polen en Oost-Europa, heeft Rabbi Menasse ben Israël (1604-1657), oorspronkelijk een ‘Marraan’ (een onder dwang van de Spaanse inquisitie tot christen gedoopte Jood die in het geheim Jodendom trouw bleef) de eerste boekdrukkerij in Amsterdam gesticht. Daar naast was hij een zeer getalenteerde Rabbijn. Rembrandt, een van zijn betere vrienden, heeft hem in een van zijn schilderijen vereeuwigd.

 

Rabbi Menasse ben Israël is, als gevolg van de gebeurtenissen in Polen, bezield geworden van het idee dat de vervolgde Joden in Oost-Europa nieuwe landen nodig hadden waar ze naartoe konden vluchten en zich opnieuw konden ‘etableren’.

Naast deze praktische gedachte, was een Messiaanse overweging dat de verlossing van het volk Israël zal plaatsvinden pas als het Joodse volk overal op aarde verspreid is.

 

Engeland heeft de Joden eind 13de eeuw voor alle tijden uit het Britse eiland verbannen. Rabbi Menasse ben Israël zag het als een levensmissie de Bijbels – fundamentalistisch - puriteinse Engelse premier Oliver Cromwell (1599-1658) te overtuigen de Joden toelating te verlenen om Engeland terug te betreden.

Spijtig genoeg kon Rabbi Menasse ben Israël zijn geslaagde missie niet meer beleven, maar Engeland heeft toen wel een nieuwe, belangrijke poort naar de Joden toe geopend.

 

Een valse Messias

In de 17de eeuw meldde zich, ten gevolge van al deze gebeurtenissen, een beroemde, charismatische Joodse valse Messias Shabbetai Zevi (1626– 1676).

Hij was doordrongen van de Kabbala, heeft verkondigd dat hij de ware, langverwachte Messias was. Hij overtuigde op zo een geloofwaardige manier de Joodse volksmassa en de Rabbijnen dat deze een Rabbijnse delegatie stuurden om de persoonlijkheid van Shabbetai Zevi te onderzoeken en ook zij hadden een beginopinie dat hij de ware Messias van Israël was.

Shabbetai Zevi bezat enorm veel charisma en overtuigingskracht. Hij kende veel aanhangers in bijna heel West- en Oost-Europa. Tengevolge van de ‘Khmel'nyts'kyi’- vervolgingen werd hij vnl. door de Joden in Polen als verlosser gezien.

 

Onder druk van de sultan die Shabbetai Zevi als een bedreiging voor zijn macht zag, liet Shabbetai Zevi zich islamiseren. Het ontnuchteren van deze illusie dat hij de Messias was, was een schok en trauma voor het toenmalige Jodendom met heel zware gevolgen:

 

 

39.

    Vele ontgoochelde Joden, die in Shabbetai Zevi de Messias zagen, hebben het Jodendom verlaten.

    De nieuwe ‘Chassidische’ beweging, in de 18de eeuw gesticht door Rabbi Yisraël Baal Sjem Tov (1698-1760), wordt met zijn grote succes in Oost-Europa door vele historici gezien als reactie op de Poolse, vertwijfelde Joden die te maken hadden met de ‘Khmel'nyts'kyi’ -vervolgingen en deze valse Messias.

 

De ‘Chassidische’ beweging.

De oercel van het ‘Chassidisme’ moet men zoeken in de vermenging van

Kabbalistisch gedachtegoed met Messiaanse verwachtingen. Er waren groepen van zogenoemde ‘Chassidiem’ die ‘geoela’ – de verlossing van het Joodse volk wilden bereiken door vasten, zich pijnigen, aanwenden van de rituele baden ‘mikwe’, ‘Kavanot’ - Kabbalistische meditaties,…

 

In Oost -Europa ontstond een nieuw fenomeen van mensen met een bijzondere Kabbalistische en homeopathische gave die men ‘Baal Shem’ noemde. Dit betekent ‘meester met een reputatie’.

Ze konden zieke mensen via homeopathie genezen, bovendien konden ze wonderdaden verrichten. Zo werd van de bekende Joël Baal Shem van Zamosj (Polen) overgeleverd dat hij een expert was in het uitdrijven van demonen (exorcisme). Over de beroemde Rabbi Elia Baal Shem uit Worms wordt bericht dat hij een ‘golem’ - een kunstmatig mens geschapen heeft met hulp van de ‘Sjemot’ – aanwending van de G’ddelijke namen volgens het boek van de Schepping. In de toenmalige Rabbijnse ‘responsa’ -literatuur wordt overwogen of een ‘golem’ kan meetellen voor een ‘minyan’ – de 10 noodzakelijke mannen voor een liturgische dienst.

Over de Baal Shem van Michelstadt Rabbi Seckel Löb Wormser (1768 -1847) was bekend dat hij een grote kenner van de homeopatie - geneeskunde was, een wonderrabbi, een heilig mens die ook bij niet-Joodse mensen veel eer en respect genoot.

 

De zeer vroege ‘Chassidiem’ die als de voorlopers van de ‘Chassidische’ beweging in Oost-Europa door historici gelden, plantten het zaad voor de komst en de verschijning van Rabbi Yisrael Baal Shem Tov (1698-1760). Zij hebben meegeholpen om de grondwaarden van de Kabbala verder oostwaarts, richting Oekraïne te verspreiden. Hier in de Oekraïne ligt de wieg van het ‘Chassidisme en ook hier in de West - Oekraïense kleine stad Miedzyboz verspreide de Baal shem Tov de ‘Chassidische Leer’ aan een zeer elitaire kring van leerlingen die deze Leer over de hele wereld verspreidden.

De ‘Chassidische’ beweging heeft nieuwe accenten in het religieuze Jodendom gebracht, nieuwe waarden geïntroduceerd en bijzondere aandacht voor de Kabbala en de mystiek naar voor gebracht.

 

 

 

40.

 

Een belangrijke periode begint met de ‘Chassidische’ beweging die tot op heden grote invloed uitstraalt op het religieuze Joodse leven.

 

Over de hele wereld zijn vandaag vele Kabbalascholen actief die het Kabbala -gedachtegoed universeel verspreiden. Sommige van deze scholen zijn niet meer exclusief Joods en richten zich niet meer tot een specifiek Joods publiek. Al hoewel de authentieke Kabbala door en door Joods is, staan deze scholen open voor alle geïnteresseerden.

 

Voor religieuze Joden speelt de Kabbala in de praktijk een belangrijke rol in het vervullen van de ‘Mitsvot’. Er moet hierbij vermeld worden dat de ‘Halacha’ geen rekening houdt met de Kabbala als die niet overeenstemt met de autoritatieve codex, de ‘Sjoechan Aroech’. De Kabbala is wel een grote factor geworden in de religieuze levenswijze van vele Joden. Vele van onze gewoontes, ook sommige delen in de liturgie hebben hun oorsprong in de Kabbala.

 

De Kabbala heeft drie belangrijke elementen in het Jodendom belicht en er een bijzondere dimensie en interpretatie aan verleent.

    De ziel – ‘Nesjama’

    De rol van het volk Israël van het globale perspectief

    Het Messianisme

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tweede bewerking met kritische bemerkingen en verbeteringen

 

9de Av 5768                                                                10 augustus 2008 Prof. Rabbijn Ahron Daum, B.A. M.S                              Petra Vanhamme                                                                        

Nederlandse bewerking

 

41.

 

Share this

Counter