Skip to main content

Rashi

 

Lezing over Rashi door Jonathan Joffe op 14 mei 2017, aangevuld met aanwijzingen door Rav Ahron Daum

 

1. Zijn leven

Enkele data:

1040: Rashi wordt geboren in Troyes

1064: Zijn geliefde leraar, rabbi Ja‘akov ben Jakar sterft; deze was een leerling van rabbi Gershom

1070: Rashi richt een Thora/Talmoed school op in Troyes

1095: Het begin van de eerste kruistocht

1099: Kruisvaarder Godfried van Bouillon verovert Jeruzalem en vermoordt alle Joden

1105: Rashi sterft. Zijn kleinzoon en leerling Shmuel ben Meir, een van de meest bekende Tosafisten, maakt de commentaren op de Thora en Talmoed, die Rashi door zijn overlijden niet kon afmaken, af. 

 

Ik wil allereerst Rav Ahron Daum bedanken dat u mij deze gelegenheid geeft om vanmiddag te mogen spreken over een zeer belangrijk man: Rashi.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                     COLOFON

 

                  Rabbijn Ahron Daum,

 

                  1ste bewerking: Jonathan Joffe, Nederland

                  2de kritische bewerking: Miriam Creemers

                        Nederland

                 Internet: Jitschak Berger,

                                 schoonzoon Rabbi Daum

                                 Antwerpen/Australië

                 

               Datum: 15 Av 5777, 7 Augustus 2017

 

 

 

 

 

 

Inleiding

 

Ik ga jullie vanmiddag vertellen over een man die een van de belangrijkste Joden in de Middeleeuwse geschiedenis is. In zijn tijd werd hij heel beroemd en het bijzondere is dat hij ook nu nog steeds beroemd is. Zijn werk wordt nu nog steeds geraadpleegd.

Hij hield zich bezig met het verklaren, becommentariëren en uitleggen van de hele Tanach (!) en nagenoeg de hele Talmoed (door zijn overlijden kon hij zijn werk niet afmaken).

Hij deed dat zo goed en zo helder dat een kind van vijf jaar hem kon begrijpen.

Men zegt dat kleine kinderen die zijn commentaar lazen begrepen wat hij bedoelde. Dit kwam omdat hij eenvoudige, simpele taal gebruikte. Hij wilde begrijpelijk zijn.

Sterker nog: men zegt wel eens dat zijn commentaar op de Thora speciaal voor kinderen is geschreven. Hij wilde hiermee bereiken dat Joodse kinderen in hun later leven hun afkomst zouden beseffen.

En het is waarschijnlijk ook de reden dat hij nooit met een inleiding begon.

In elk geval kent elk kind in het Cheider zijn naam. Hoeveel kleine joodse kinderen kijken niet uit naar de dag waarop zij, met behulp van zijn uitleggingen kunnen beginnen met het leren van de Choemasj?

Kinderen vinden zijn teksten fascinerend! Zodra men op het Cheider een begin maakt met de Choemasj en zijn commentaar, weten de kinderen dat ze een nieuwe mijlpaal hebben bereikt op hun prachtige en betoverende weg.

Zijn didactische uitgangspunt was:

Als je lesgeeft moet je dat altijd doen op de meest eenvoudige wijze.’

Hij was een unieke en geniale commentator; zo een is er nooit meer geweest - hij is opgestegen naar de top en is daar nu nog.

Wie was deze man?

Deze man heette Rabbi Shlomo ben Isaac (het acroniem is RASHI) en hij leefde van 1040-1105 in Frankrijk, in de Middeleeuwen.

 

 

We zullen het vanmiddag eerst hebben over zijn leven; daarna zullen wij zijn werk nader beschouwen.

Hij werd in 1040 geboren in Troyes, een stad in het noordoosten van Frankrijk, en studeerde daar gedurende zijn jongere jaren.

Later studeerde hij in Worms en in Mainz; toen hij terugkeerde naar Troyes was hij nog jong, maar al reeds uitgegroeid tot een groot geleerde.

Van zijn huis, van zijn graf, van zijn school is niets meer terug te vinden.

Als je aan Rashi denkt, denk je aan een ganzenveer, aan inkt en aan perkament. Wat hij schreef werd door anderen met de hand weer gekopieerd.

Het kostte vele jaren om dat te doen want Rashi verbeterde zichzelf keer op keer. Zijn werk lag niet vast, nee zijn werk was voortdurend in beweging. Zijn geest was voortdurend in beweging.

Ook nam hij elk jaar de druivenoogst in ontvangst en maakte daar wijn van.

Hij leefde in een tijd van grote onrust: denk aan de kruistochten en de aanhoudende vervolgingen van joden.

Hij was een bekende wijnboer, hij verbouwde en verkocht wijn en had veel contact met de buitenwereld.

Rashi leefde niet in een ivoren toren; hij had contact met christenen. Hij had zelfs respect voor hen.

Het verhaal gaat dat hij eens het contact met een christelijke koopman verbrak omdat ‘deze niks meer gaf om zijn geloof’.

Niettegenstaande zijn zware leven, zijn inspannende arbeid en de gevaren die hem omringden slaagden hij en zijn kinderen en kleinkinderen en overgroot-kleinkinderen erin om het zogenoemde ‘Huis van Rashi’ te bouwen, hetgeen de basis is voor alle askenazische geleerdheid – en voor joodse geleerdheid in het algemeen.

Troyes

Hoe zag Troyes er in die tijd uit?

Troyes was een typische middeleeuwse stad: nauwe straten die niet geplaveid waren, loslopende ganzen, huizen met overhangende daken.

De rivier de Seine stroomde ook toen al door Troyes. Deze levensader zorgde voor vervoer van goederen over water, een zeer belangrijk element bij handeldrijven.

In de tijd van Rashi kende Troyes een enorme economische bloei. Het was een goede stad voor handelaars en ondernemers.

Er ontwikkelden zich tapijtateliers, molens, looierijen (leer) en weverijen.

Er werd in die streek veel perkament geproduceerd; men vermoedt dat dat kwam omdat er in die streek veel literaire activiteiten waren.

De periode waarin Rashi leefde heet ‘de Renaissance van de Twaalfde eeuw’. Hiermee wordt bedoeld de revolutie die plaatsvond op het gebied van lezen (van o.m. de Bijbel).

In Troyes waren jaarmarkten en Joodse kooplieden kwamen van heinde en verre, deden er hun zaken, maar klopten ook bij Rashi aan met de vraag of ze met hem konden leren. Ze vergaten de Thora dus niet naast hun materiële belangen.

Destijds was de stad Troyes de zetel van een permanente Joodse gemeenschap, maar nu leven er slechts nog 150 families.

De oude middeleeuwse synagoge bestaat niet meer. Het oudste nog resterende Joodse gebedshuis dateert uit de 15de eeuw.

In het stadje bevindt zich de zetel van het Institut Universitaire Europeen Rashi. Deze instelling beheert niet alleen een museum over het leven en werk van Rashi, maar ze verzorgt ook onderzoek en onderwijs over Rashi en publiceert ook over hem.

In de streek waar Rashi woonde waren veel Joden eigenaar van landerijen en velen waren wijnboeren. Ook Rashi was een wijnboer. Hij bezat een grote wijngaard en perste, na de oogst, de druiven uit en maakte er wijn van.

Autoriteit

Op het gebied van Thora en Talmoed stond Rashi bekend als een autoriteit.

Sinds de zestiende eeuw zijn honderden Talmoed edities gedrukt, allemaal voorzien van zijn commentaar.

Op deze afbeelding van een Talmoed pagina is dat goed te zien: In het midden ziet men de Misjna en de Gemara; links daarvan het commentaar van Rashi en rechts het commentaar van anderen zoals de Tosafot - (zie informatie hieronder).

 

Lernen

Joden die de Thora of Talmoed bestuderen doen dat met de hulp van het commentaar van Rashi; er wordt zelfs gezegd dat je zonder de aantekeningen van Rashi niet goed kunt leren.

‘Chazal’(= onze wijzen – moge de herinnering aan hen ons tot een zegen zijn) zeggen:

Als je Thora of Talmoed wilt leren moet je het doen met twee vingers!” (met één vinger lernen doe je alleen in teksten waar het commentaar van Rashi ontbreekt)

Hoe moeten we deze manier van lernen met twee vingers ons voorstellen?

Zo: je houdt één vinger op de tekst van de Choemasj (of de Talmoed) en één vinger op de tekst van Rashi. Je leest dus parrallel de Schrift én het commentaar van Rashi. Je weet dus meteen wat de zojuist gelezen tekst volgens Rashi betekent.

Je leert de tekst begrijpen door de ogen van Rashi; hij is de lens die vergroot, de bril waardoor je een helder idee krijgt van de betekenis.

Je zou kunnen zeggen: Rashi is de eerste halte in de traditionele Joodse studie.

 

 

Eli Wiesel

Eli Wiesel (1928-2016), een Joods-Amerikaans schrijver van verschillende boeken over zijn ervaringen tijdens de Holocaust en Nobelprijswinnaar voor de vrede, zegt over Rashi:

 “Altijd als ik een pagina in de Talmoed bestudeer, vraag ik mij af wat Rashi over dat gedeelte heeft gezegd. Hij helpt mij met mijn studies. Je raakt met je vinger de tekst aan en je weet dat Rashi je hand vasthoudt. Je hebt hem nodig, hij is noodzakelijk.

Soms zegt hij dat hij het antwoord niet weet! Dat hij niet weet wat hij moet schrijven. Ik vind dat ontzettend eerlijk van hem.

Rashi is erg geleerd. Hij weet alles over wiskunde, aardrijkskunde, geschiedenis, enz. Hij is ongelooflijk! Hij is briljant.

Het volume, zeg maar de hoeveelheid van zijn werk, is gigantisch, maar ook zo erudiet, zo poëtisch, zo elegant, zo mooi, zo charmant.

Ik weet niet hoe hij het voor elkaar kreeg. Alleen al de Babylonische Talmoed heeft 63 traktaten (verhandelingen over een bepaald onderwerp) en telt meer dan 2.059.000 woorden. Bovendien zijn de teksten ook nog eens geschreven zowel in het Hebreeuws als in het Aramees.

De Talmoed becommentarieerde hij bijna helemaal, maar soms staat er: tot hier is Rashi gekomen; bedoeld wordt dat hij daarna stierf – en is het commentaar door zijn leerlingen afgemaakt

Dan was hij ook nog eens voorzitter van het rabbinale gerechtshof van Troyes, hij was ondernemer, met name wijnboer en handelaar in de Champagnestreek – een van de rijkste wijnstreken van Europa én echtgenoot én vader van twee of drie dochters.

En hij was een vraagbaak, een aanknopingspunt voor mensen met vragen.

Ze kwamen uit heel Europa bij hem om vragen te stellen. Ze stelden hem vragen over van alles en nog wat, over De Wet maar ook over dat ze gedwongen werden om zich te bekeren tot het christendom...

Op al die vragen kon hij antwoord geven omdat hij ook een halachist was, iemand die zeer veel wist van de Halacha, de Joodse Wet. Hij beantwoordde de vragen vaak schriftelijk. Die verzameling vragen en antwoorden wordt ‘responsa’ genoemd.

 

Legenden

 

                           

 

 

De traditie vertelt dat Rashi afstamde van koning David. Is dat zo?

Misschien is dit een legende. Hij kwam in elk geval niet uit een rabbijnse familie.

Zijn vader was niet bepaald rijk en ook geen toonaangevend persoon in zijn gemeenschap. Misschien waren er rabbijnen in de familie van zijn moeder.

Over Rashi wilde men alles weten, en wat men niet wist, dat verzon men in de vorm van legenden.

We moeten deze legenden onderscheiden van de werkelijke gebeurtenissen.

We moeten beseffen dat ze zijn leven niet weergeven zoals het echt was.

Rashi had beslist niet zo’n opwindend leven als de legenden ons willen doen geloven.

In werkelijkheid was hij een gewoon, eenvoudig mens met een rijk intellectueel leven, een leven van studie, een leven als ondernemer, een leven als echtgenoot en vader.

Hoewel de legenden mooie en boeiende verhalen zijn hebben ze geen historische waarde, maar zijn ze slechts amusement. Bovendien zijn ze van een latere datum en ontstonden veelal in Spanje en Italië.

Hoe komt men ertoe om legenden over Rashi te maken?

De legenden die over hem bestaan komen voort uit een eerlijke bewondering voor deze man en zijn werk.

Het is dus niet van belang of deze legenden waar zijn of niet. Het maakt niet uit of ze objectief en historisch waar zijn.

Zelfs als de details in de legenden NIET waar zijn, dan nog zegt een legende iets over Rashi en vooral wat men over hem dacht.

Men zag hem als een wonderwerker, die bovenmenselijke dingen tot stand bracht.

Maar, zeggen de rabbijnen: Rashi is in feite veel groter dan hoe hij in de legenden beschreven wordt.

 

Legenden over zijn ouders

Over de periode van vóór zijn geboorte bestaan een aantal legenden die ons duidelijk maken hoe bijzonder dit kind was.

De verhalen gaan over wat zijn ouders meemaakten. Het verhaal over zijn vader kent twee versies.

 

Legende over zijn vader, versie 1:

 

                              

 

Zijn vader was dokwerker in een havenstad. Op een dag vond hij                  een juweel die hij aan zijn vrouw (de latere moeder van Rashi) liet

zien (de legende zegt dat zij de dochter was van een juwelier).

De vader dacht: “Nu zullen we nooit meer arm zijn!”

Zijn vrouw ging naar de plaatselijke juwelier en wilde de steen aan hem verkopen, maar de man bood er te weinig geld voor.

Hij stelde haar voor dat zij de diamant, in plaats van die aan hem te verkopen, zou aanbieden aan de bisschop. Die zocht zon grote steen om in een gouden kruis te plaatsen. Hij had er heel veel geld voor over.

Wat de juwelier voorstelde vertelde ze aan haar man.

Maar Rashi’s vader weigerde de diamant aan de bisschop te verkopen, omdat die hem in een christelijk kruis wilde plaatsen.

Omdat hij dacht dat de soldaten van de bisschop de diamant misschien met geweld van hem zouden afpakken, gooide hij de steen in zee.

Op dat moment klonk er een stem uit de hemel:

“Omdat je de diamant hebt opgeofferd, zul je gezegend worden met een zoon die meer licht zal geven dan alle aardse juwelen bij elkaar; zijn licht van de Thora zal voor eeuwig schijnen.

Het jaar daarop werd Schlomo, zoon van Jitschak geboren. Zijn vader zei: “Moge God hem wijsheid geven zoals Hij die ook aan koning Salomo gegeven heeft.”

 

Legende over zijn vader versie 2:

 

                      

 

Nu waren er in die tijd heel veel standbeelden die de keizer uitbeeldden. Die standbeelden waren overal te zien. De Joden keurden dit vanzelfsprekend af omdat dit een vorm was van mensen-afgodendienst.

Nu gebeurde het eens dat een van die beelden een oog verloor. Dat oog was een kostbaar juweel.

De keizer vroeg aan de (toekomstige) vader van Rashi of hij diens juweel kon kopen voor heel veel geld.

Hoewel de vader twijfelde of hij dit moest toestaan, ging hij toch aan boord van een schip dat naar de stad van de keizer voer.

Maar het dilemma tussen heel veel geld te krijgen - en daardoor mee te werken aan de mensen-afgodendienst van de keizer bleef hem bezighouden. Toen nam hij een besluit.

Hij besloot dat de keizer zijn juweel niet zou krijgen. Er was echter één probleem: als hij tegen de keizer zou zeggen: “U krijgt mijn juweel niet want u gaat het gebruiken voor uw eigen mensen-afgodendienst!” zou hij vast en zeker gedood worden. Dus gooide hij het juweel in zee en zei tegen de keizer dat hij het juweel verloren had.

Toen hij weer thuiskwam stond de profeet Elija bij zijn huis op hem te wachten. Deze zei: “Omdat jij je juweel opofferde voor de Joodse zaak, zal je vrouw een kind krijgen dat een juweel zal zijn in de wereld.”

Een jaar later werd Rashi geboren wiens commentaren op de Thora en Talmoed vele generaties Thora geleerden en studenten geholpen heeft.

Een juweel zoals Rashi is er nooit meer geweest

 

Legende over zijn moeder:

Ook zijn moeder komt voor in een legende:

Toen zijn moeder zwanger was van Rashi, bezocht ze eens met haar man de stad Worms. Op een dag maakte ze een wandeling en liep ze een nauw straatje in.

Ze schrok vreselijk toen ze zag dat twee ruiters op paarden in volle vaart door het straatje reden. Het kon niet anders of ze zouden over haar heen rijden.

Wanhopig draaide ze zich om en drukte haar buik tegen de muur. En zie, de muur boog met haar mee, zodat er een nis ontstond. De ruiters raasden langs haar heen zonder dat ze haar raakten. Op die manier ontsnapte zij aan de dood.

Na dit verhaal verlieten de vader en moeder van Rashi Worms omdat ze bang waren voor tovenaars en heksen te worden aangezien.

Men zegt dat je in de Rijnstad Worms de uitholling in de muur nog kan zien, net zoals de school en de kleine synagoge waar Rashi op latere leeftijd zou studeren.

 

 

Worms en Rashi

De oude middeleeuwse synagoge van Worms werd aanvankelijk geassocieerd met de jonge Rashi en werd eenvoudigweg ‘De Rashi synagoge’ genoemd. Dit gebouw is echter in de Kristalnacht, zoals zovele synagogen in het toenmalige Duitsland, door de nazi’s in zijn geheel vernietigd.

In de zestiger jaren heeft men op basis van oud beeldmateriaal getracht deze middeleeuwse synagoge te restaureren en men is van mening dat het huidige gebouw eruit ziet, zoals het toen was.

Men denkt dat in Rashi’s tijd de jeshive (de Tora/Talmoedschool) bijeenkwam in het syngagogebouw en dit verklaart de verbinding die er was tussen Rashi en deze synagoge.

Wat echter zeker niets met Rashi te maken heeft, is de kamer in de  ‘Rashi-jeshiva’ met daarin de zogenaamde ‘Rashi-stoel’.

Deze kamer en troon zijn latere toevoegingen die abusievelijk toegeschreven worden aan de tijd van Rashi.

In Worms vindt men ook nog een zogenaamd ‘Rashi-huis’ dat in de late middeleeuwen en vroeg-moderne tijd als schoolgebouw fungeerde. Er is echter geen historische link tussen dit gebouw en het leven van Rashi.

Worms heeft nog twee andere Joodse plaatsen waarvan we met enige zekerheid kunnen aannemen dat Rashi ze zelf gekend heeft. Ten eerste is er de mikva (ritueel bad), die zich naast de synagoge bevindt, en de begraafplaats waar zeer beroemde rabbijnen uit alle periodes van de Duits-Joodse geschiedenis begraven liggen.

Beroemde rabbijnen

Een van de beroemdste is Rabbi Meir van Rottenburg (plm. 1215-1293) - (zie foto van zijn graf hierboven); hij was één van de laatste tosafisten (zie tekst hier onder).

Hij had zijn eigen jeshiva in Rottenburg ‘an de Taube’ waar hij zeer beroemde leerlingen had zoals Rabijn Asher – ook bekend als de Rosh. Rabijn Asher zou later rabbijn in Keulen worden, maar moest op een dag naar Spanje vluchten, waarna hij rabbijn in Toledo werd.

Rabbi Meir von Rottenburg was een leerling van Rabbi Yehiel van Parijs en nam met hem deel aan de beroemde disputen die aan de verbranding van de Talmoed voorafgingen. 

De vervolgingen die met de Talmoed-verbrandingen gepaard gingen dwongen Rabbi Yehiel ertoe om Aliyah te maken, een voorbeeld dat Rabbi Meir van Rothenburg wilde volgen.

Hij werd echter verraden en gevangen genomen door Keizer Rudolf IV die een hoog losgeld eiste. Rabbi Meir verbood echter de Joodse gemeenten om dit losgeld te betalen aangezien hij geen precedent wilde creëeren; hij stierf dan ook in gevangenschap.

Op de bovengenoemde begraafplaats zijn ook slachtoffers van de pogroms begraven die plaatsvonden aan het begin van de kruistochten.

Tenslotte moet nog vernoemd worden dat Worms de oudste nog bestaande joodse begraafplaats in Europa is, genoemd ‘Heilige Zand’, die op haast miraculeuze wijze het vernietigingswerk van de nazis heeft overleefd.

 

Rashi ’s eerste levensjaren

We weten niet veel van Rashi ‘s eerste levensjaren maar er wordt gezegd dat zijn moeder vaak kinderrijmpjes voor hem zong, maar dat dat in feite gebeden en Bijbelse gezangen waren. Het hielp de jongen op een muzikale manier om zich aan de wet te houden.

Zijn ouders wilden dat hij zich bewust werd van de overleveringen van de religieuze voorvaderen.

We mogen aannemen dat Rashi ‘s vader zijn eerste leraar was (dat was immers de traditie).

Onderwijs

        Hoe zag het onderwijs aan Joodse leerlingen eruit in die tijd? Wat

        was de inhoud van de lessen?

        Het ging in de lessen voornamelijk over hoe je je aan de Halacha, de

        Joodse wetten en gewoonten diende te houden.

Als een leerling vijf of zes was kreeg hij les in Hebreeuws.

De eerste les was een groot feest – de nieuwe leerling was gekleed in zijn beste kleren en werd gewikkeld in een taliet.

 

 

    

Hij werd meegenomen naar de synagoge en luisterde daar naar het voorlezen van de Wet. Daarna werd hij gebracht naar het huis van de leraar die hem voortaan zou onderwijzen.

De leraar droeg hem in zijn armen en gaf hem een koek waarop een aantal Bijbelverzen geschreven waren. Op de koek had men honing gesprenkeld die het kind met zijn tong op likte om zo het zoete van de Goddelijke Wet te proeven.

Andere Bijbelse passages waren op de schaal van een ei geschreven en nadat ook deze waren gelezen, werden het broodje, het ei, en ook nog appels en ander fruit gegeten door de aanwezige studenten.

 

 

 

 

Rabbi Gershom ben Juda

In die tijd waren de Joden met elkaar verbonden door middel van handel drijven en gezamenlijke studie (lernen).

De literaire (Thora/Talmoed) activiteiten van de Joden begonnen met de komst van rabbi Gershom ben Juda. Men noemde hem: rabbenoe, onze Leraar enhet Licht van de Verstrooiing (Diaspora).

Rabbi Gershom wordt gezien als de initiator van het asjkenazische Jodendom.

De Asjkenaziem vormen een cultureel-religieuze groep binnen het jodendom. De aanduiding Asjkenazisch of Asjkenaziem werd door Joden in de middeleeuwen gebruikt voor Joden in Duitsland, meer in het bijzonder in het gebied rond de Rijn.

Na de verdrijving van Joden uit Engeland en Frankrijk in de 13e en 14e eeuw werd de aanduiding gebruikt voor alle Europese Joden, inclusief die uit Oost-Europa (waar veel Duitse Joden na de kruistochten heen trokken).

Rabbi Gershom had aan de Babylonische academies gestudeerd. Hij vestigde zich in Mainz (Rijnland) en verzamelde al spoedig veel studenten om zich heen. Deze leerlingen kwamen uit binnen- en buitenland.

Hij blies de studie van de Talmoed nieuw leven in. Zelfs werk wat anderen hadden uitgevoerd, zoals een eerste commentaar op de Talmoed, werd aan hem toegeschreven.

 

 

Asjkenazische familie

Asjkenazische Joden worden onderscheiden van de Sefardische Joden, een andere cultureel-religieuze groep binnen het Jodendom, die zich in Spanje en Portugal bevonden, daar in 1492 uit verdreven werden, en Sefardiem werden genoemd.

Er werden door zijn inspiratie overal Thora/Talmoed scholen gesticht. Op die manier werd de continuïteit van studeren/lernen gegarandeerd.

Rabbi Gershom was de eerste die het geschreven woord propageerde voor het verspreiden van zijn onderwijzingen, in een tijd waarin alles nog traditioneel mondeling was.

Hij werd in die tijd zonder enige twijfel beschouwd als dé leider van het Joodse leven.

 

Iedereen die vragen had over de Wet ging naar hem toe; men kwam uit alle windstreken, zeg maar: overal waar Joden woonden.

Door zijn decreten (voorschriften) had rabbi Gershom een zeer grote invloed op het sociale leven van de toen levende Joden.

In die tijd kwam het vaak voor dat Joden door de christenen gedwongen werden zich tot hun godsdienst te bekeren. Dat ging vrijwel altijd gepaard met het dreigement:

“Als je je niet bekeert tot het christendom zullen we je doden!”.

Diegenen die bekering tot het christendom prefereerden boven de dood, konden op maar weinig sympathie rekenen.

Rabbi Gershom nam het voor hen op.

Hij zei dat alleen hun lichaam bekeerd was, maar niet hun ziel. En hij stelde hen gerust: ze konden later altijd weer terugkeren naar hun oorspronkelijke Joodse geloof.

Ook Rabbi Rashi zou later nooit negatief over Joden oordelen en zeker niet over hen die het Jodendom verlaten hadden. Hij zei:

“Een Jood die gezondigd heeft is nog steeds een Jood.”

 

 

 

Rabbi Rashi schreef over Rabbi Gershom:

‘Hij heeft de ogen geopend van allen in de diaspora; wij leven naar zijn instructies; alle Joden noemen zich een leerling van hem.’

Rabbi Gershom wordt gezien als een voorloper van Rashi op wie hij een enorme invloed had.

In 1012 werd hij en de hele joodse gemeenschap in Mainz het land uitgezet. Rabbi Gershom stierf in hetzelfde jaar dat Rabbi Rashi geboren werd: het jaar 1040.

Na de dood van Rabbi Gershom was er het gevaar dat zijn positieve invloed op het Jodendom voortijdig zou ophouden. En dat de permanente studie van Thora en Talmoed gaandeweg zou verdwijnen.

Iemand moest opnieuw het voortouw nemen en een centraal figuur worden. Uiteindelijk bleek dat Rabbi Rashi te zijn.

 

 

 

Aanvulling:

In Kohelet/Prediker vers 1:5 staat: ‘De zon komt op en de zon gaat onder’. In dit geval betekent dat als de ene spirituele leider sterft (Rabbi Gershom), er een nieuwe spirituele leider (Rabbi Rashi) opstaat. Hashem zorgt ervoor dat de mensheid niet in de duisternis leeft!

 

Hoe koos een leerling van een Thora/Talmoed school in die tijd zijn vervolgonderwijs? Door te gaan studeren in de school van een beroemde wijze rabbi. Dit gold ook voor Rashi.

 

Worms

Toen Rashi een jonge man was verliet hij zijn geboorteplaats Troyes en reisde naar Worms om een leerling te worden van rabbijn Jaakov ben Jakar. Deze was een leerling van de beroemde rabbenoe Rabbi Gershom, de oprichter dus van het Asjkenazisch Jodendom(zie de informatie hier boven).

Toen rabbi Jaakov stierf bleef Rashi nog een jaar in Worms, maar daarna ging hij verder leren in Mainz - dertig jaar na de dood van rabbi Gershom.

Mainz

In Worms had Rashi grondig kennis gemaakt met het Asjkenazisch Jodendom en nu, in Mainz, kwam hij in aanraking met een andere  stroming: de Babylonische.

Rashi erfde dus de tradities van twee van de belangrijkste stromingen in de Joodse wetenschap, de Asjkenazische en de Babylonische.

In de Jeshiva in Mainz ontdekte hij dat gedurende een periode van 65 jaar (zolang bestond deze school), studenten aantekeningen hadden gemaakt van wat de leraren hadden gezegd tijdens de lessen. Van hun opmerkingen, verklaringen en aanwijzingen hadden de studenten een studieboek gemaakt.

 

 

 

De meeste nieuwe studenten accepteerden dat boek zonder er verder bij na te denken, maar Rashi begon de aantekeningen meteen te verbeteren en vulde ze aan met wat hij hoorde in de lessen.

Dit verbeteren en aanvullen zou de kenmerkende stijl van Rashi worden: verbeteren en nog eens verbeteren; schaven en vijlen, zoals je een diamant bewerkt.

                           

Rashi’s verbeteringen groeiden uiteindelijk uit tot ‘de commentaren van Rashi’ die elke student van de Talmoed nu nog steeds raadpleegt.

 

Choemasj met het commentaar van Rashi

De letterlijke betekenis van de Talmoed is misschien nog te begrijpen, maar de zijwegen en associaties maken dat de Talmoed een ondoordringbaar woud kan zijn. Of anders gezegd: een zee waarin je kunt verdrinken.

 

Zonder het commentaar van Rashi zouden vele gedeelten van de Thora en Talmoed onbegrijpelijk zijn gebleven.

Daarbij moet worden aangemerkt dat de Talmoed werd geschreven in Aramees dialect en dat het geen interpunctie heeft (geen leestekens).

Waren de leraren in Mainz altijd al traditioneel geweest, Rashi zelf was dat niet. Hij was erg flexibel en durfde nieuwe wegen in te slaan met nieuwe ideeën. Hij verbeterde dus zijn leraren en hun voorgangers.

Rashi vult de Talmoed aan met nieuwe woorden, hij legt verbindingen, vult gaten op en verklaart moeilijke betekenissen. Het gaat hem om verheldering.

Zijn commentaar is altijd kort, bondig en simpel.

Zoals Elie Wiesel zegt: Rashi neemt je bij de hand en neemt je mee door het onbekende landschap van de Talmoed. Het is alsof hij zegt:

"De zin eindigt hier. Dit is wat het betekent. Dit is de vraag. Dat is het antwoord."

Uit zijn commentaren blijkt ook zijn respect voor anderen. Hij bekritiseert nooit anderen, zelfs niet als hij het niet eens is met hun verklaringen en beslissingen.

Men zegt wel eens: “Op alles had Rashi commentaar!”

Daar bestaat een grapje over:

Witz

 

Op een dag zouden hij en zijn vrouw naar een choepa (een Joodse bruiloft) gaan.

Zijn vrouw komt de trap af. Ze draagt een wintermantel en heeft een das om haar hals. Ze vraagt aan Rashi: “Nou lieve man, hoe zie ik eruit?”

Rashi antwoordt: “Ik denk dat je veel te warm gekleed bent. Het is buiten zonnig weer, je valt nog flauw En die schoenen die je aanhebt, daar struikel je over. Ze zijn onpraktisch.

Waarop mevrouw Rashi geërgerd zegt: “Zeg Rashi, lieve man, moet je nou echt op ALLES commentaar hebben?”

 

 

 

Het Hooglied

 

         Opvallend is het feit dat zijn teksten nooit vooraf gegaan worden

         door een voorwoord (inleiding), op één uitzondering na: zijn          

         commentaar op ‘Shir Hashirim’ (het Hooglied).

 

                             

 

         Song of Songs                           Lika Tov                   

 

 

 

In dit voorwoord verantwoordt hij zijn uitzonderlijke metaforische lezing van de tekst. Deze manier van lezen is ongewoon voor hem, omdat hij altijd naar letterlijke, concrete, niet-symbolische verklaringen zocht.

Waar Rashi doorgaans op zoek gaat naar de ‘psjat oftewel de letterlijke betekenis in de teksten, kiest hij er hier voor om het hele Hooglied te interpreteren als een allegorie.

Het Hooglied gaat volgens Rashi over de relatie tussen Hashem en het volk Israel. Hashem is de bruidegom (de herder in het Hooglied) en Israel is de bruid (de herderin).

In dat licht interpreteert hij het Hooglied als een soort troostlied waarin beloofd wordt dat God zijn volk in de ballingschap niet verlaten heeft en het tot Zich terug zal brengen.

Deze strekking, deze interpretatie van het Hooglied is tot zeker in de twintigste eeuw in rabbijnse kringen dé dominante opvatting geweest en heeft de basis gelegd voor bepaalde politiek-theologische lezingen van het Hooglied.

Zoals bijvoorbeeld de interpretatie van Rabbi Yoel Teitelbaum, de Satmarer Rebbe(overleden 19 augustus 1979, Mount Sinai Hospital, New York, Verenigde Staten) die in het Hooglied de gedachte leest  dat alleen Hashem het Joodse volk uit haar ballingschap kan brengen en dat elke poging om dit door menselijk handelen te verwezenlijken zondig is en door G-d bestraft zal worden.

Het is deze gedachte die de veroordeling van het Zionisme door de Satmar beweging, en andere bepaalde extreme ultra-orthodoxe groepen, verklaart. In die kringen leeft ook de gedachte dat de Shoah een Goddelijke bestraffing was vanwege de Joodse terugkeer naar het Land Israel - vóórdat het Messiaanse tijdperk is aangebroken.

Omdat Rashi zich voornamelijk op de Babylonische Talmoed (Talmoed Bavli) richtte, werd deze beroemder dan de Jeruzalem Talmoed. 

Jeruzalem Talmoed

De Talmud Yerushalmi (Jerusalem Talmoed) lijkt in veel opzichten op de Babylonische Talmoed. Het heeft ook een Misjna en Gemara gedeelte, maar varieert in tekst en volgorde van het materiaal. Het werkelijke verschil zit in de inhoud en de stijl. Er zijn meer narratieve (verhalende) elementen en meer herhalingen. Men vermoedt dat de Jeruzalem Talmoed nooit is afgemaakt en minder bestudeerd werd in de Jesjiva’s.

Taalkundige en auteur

Het is belangrijk om hier aan te geven dat de commentaren van Rashi in hoge mate taalkundige commentaren zijn waarin hij allereerst op zoek ging naar de simpele letterlijke betekenis van een woord in het Hebreeuws.

Rashi was dan ook een groot grammaticus en etymoloog van de Hebreeuwse taal. Hij was zeer goed bekend met het werk van de belangrijkste Joods-Spaanse taalgeleerden Menachem Ben Saroek (de auteur van de beroemde brief aan de Chazarenkoning) en Donash Ben Labrat.

Van Ben Saroek nam hij de methode over om de betekenis van onduidelijke woorden via context te verhelderen en van Ben Labrat leerde hij om taalkundige vraagstukken op te lossen door middel van vergelijking met aanverwante semitische talen zoals het Arabisch of het Aramees. 

 

    

 

Rashi ontwikkelt deze methoden verder en komt uiteindelijk tot een originele en nieuwe kennis van de Hebreeuwse grammatica.

Zo is hij één van de eersten die etymologisch onderzoek doet naar de betekenis van Hebreeuwse werkwoordstammen, hoewel hij in die tijd nog steeds werkt met zowel twee- als drieletterige werkwoordstammen; dit in tegenstelling tot de moderne Hebreeuwse grammatica die enkel nog de drieletterige werkwoordstammen kent.

Rashi is ook de auteur van het Halchische werk ‘Pardes’, waarin hij algemene Halachische problemen behandelt naast liturgische vraagstukken over de gebedsorde.

Halachist en liturgist

Ook als Halachist en liturgist is zijn invloed op latere ontwikkelingen enorm geweest.

Rashi’s opinie betreffende de volgorde van de bijbelse secties in de tefillin (gebedsriemen) werd uiteindelijk de algemeen universeel aanvaarde standaard.

In de twintigste eeuw werden er bij opgravingen resten van tefillin teruggevonden. En inderdaad: de volgorde van de secties was zoals Rashi had voorgesteld.

 

Maar we moeten hier aan toevoegen dat er óók tefillin gevonden zijn die de volgorde volgen van Rabbeinu Tam (1100 Ramerupt-1171 Troyes), de kleinzoon van Rashi. Deze was in de discussie over de volgorde van de vier bijbelse secties zijn voornaamste tegenstander.

Een andere Halachische kwestie waar Rashi grote invloed op had en uiteindelijk de standaard voor heeft gezet was die van de gebedstijden.

Het is Rashi geweest die als eerste besliste dat men het avondgebed kan zeggen vóór het vallen van de nacht (en op vrijdagavond bij het begin van de Shabbat) omdat men die uren kan beschouwen als ‘halachische uren’.

Hij komt op die gedachte door het totaal van de tijd waarop een bepaalde dag de zon schijnt te delen door twaalf.

Deze beslissing maakte ook het praktisch organiseren van het synagogeleven een stuk makkelijker daar men niet twee aparte minjanim moest organiseren maar men direct na het mincha gevolgd door een kleine pauze maariev kan bidden.

Verklaring van enkele termen:

Minjanim: meervoud van minjan: een groep van tien volwassen joodse mannen die nodig zijn om een sjoeldienst te kunnen houden

Mincha: middaggebed

Ma’ariev: avondgebed

 

Ook op liturgisch vlak hebben vele van Rashi’s praktijken de toon gezet. Het bekendse voorbeeld daarvan is waarschijnlijk de onderverdeling van de seder in vijftien stappen, die nog altijd gevolgd wordt in praktisch alle hagadot. Verklaring van enkele woorden:

Seder: volgorde

Hagadot: meervoud van Hagada: een liturgisch boekje vol verhalen, verklaringen en liederen over Pesach

Ook een belangrijke machzor (het gebedenboek voor de Thora op feestdagen) de Machzor Vitry – geschreven door Simcha van Vitry(een stad dichtbij Parijs), die een leerling van Rashi was en die zich baseerde op Rashi’s liturgische aanwijzingen.

Rashi als echtgenoot, leraar en ondernemer

Terwijl Rashi, hij was toen ongeveer 15 jaar oud, in Worms en Mainz studeerde, trouwde hij.

Hij was als student, vader en echtgenoot erg arm. Er bestaat een brief waarin zijn vrouw klaagt dat ze geen geld meer heeft om eten en kleren te kopen.

 

                             

Toen hij 25 jaar oud was keerde hij terug naar zijn geboortestad Troyes. Al gauw werd hij benoemd tot rabbijn van de stad. Maar hij weigerde om daarvoor betaald te worden.

Om meer geld te verdienen werd hij wijnboer en handelaar, net als zijn vader vroeger was.

Dat hij dit vak uitoefende merk je aan sommige van zijn commentaren. Hij demonstreert een enorme kennis op het gebied van wijn- en landbouw, zeker als dit ter sprake komt in de Talmoed.

 

Dat hij als geleerde ook een vak uitoefende toont aan dat je jezelf, als Jood, op een eerlijke wijze van een inkomen kunt voorzien en dat dat verenigbaar is met een leven van Thorastudie. En… dat men op die manier zelfs het hoogste niveau kan bereiken!

Rashi’s manier van leven, studeren en werken kan ook vandaag nog als voorbeeld dienen voor het huidige rabbinaat.

Aangezien Rashi in zijn eigen onderhoud kon voorzien was hij niet afhankelijk van een gemeente. Het betekende niet alleen dat hij niet tot last was van anderen maar ook dat hij zijn eigen, moedige en consequente Halachische beslissingen kon nemen zonder bang te hoeven te zijn dat de leden van de gemeente hem probeerden te beïnvloeden.

Thuis, in Troyes, stichtte hij zijn eigen yeshiva. Al snel werd hij bekend als een zeer grote geleerde en duizenden studenten en wetenschappers stroomden naar hem, om te leren van hem.

Hij kreeg vaak aanvragen van de ouders van de leerlingen of hij ze wilde onderwijzen.

Rashi gaf les door middel van vraag en antwoord. De studenten vroegen hem alles:

-         Waarom aten de leeuwen aan boord van de ark de andere dieren niet op?

-         Wat zei Avraham tegen de Eeuwige toen hij hoorde dat hij Jitschak moest offeren?

-         Op welke manier stierf Sara?

-         Waarom brak Mosje de stenen tafels met daarop de Tien Geboden?

-         Waarom werd Joseef niet in Egypte begraven?

Zijn studenten moesten een sterk geheugen ontwikkelen: Rashi verwachtte dat ze de Tenach en de belangrijkste traktaten van de Talmoed uit hun hoofd kenden. Rashi zelf had een zeer goed geheugen.

Hij legde veel uit aan zijn leerlingen en schreef die verklaringen ook op.

Hij schreef op perkament: in Troyes waren veel leerlooierijen en perkamentmakers. Zijn pen was een ganzenveer en zijn inktpot was gemaakt van een koeienhoorn.

 

Dochters

 

 Rashi kreeg drie dochters: Mirjam, Jocheved en Rachel. Het schijnt dat Rachel werd geboren toen Mirjam en Jocheved al volwassen waren.

Rachel wordt genoemd in een brief die Rabbenoe Tam (Jacob ben Meir), wiens moeder Jocheved was, aan zijn neef schreef. Daarin schrijft hij over zijn tante Rachel die gescheiden zou zijn van haar man Eliezer.

Ook Rashi heeft het in zijn responsa ( schriftelijke antwoorden op vragen) over zijn jongste dochter: hij schreef dat zij een kostbare ring had verloren.

Sommigen denken dat Rashi vier dochters had. Deze vierde dochter zou vroegtijdig, bij de geboorte, gestorven zijn.

Hij had in elk geval geen zonen. Misschien is dat de reden dat Rashi zijn dochters behandelde alsof het zijn zonen waren.

 

        

Vaders zijn verplicht om hun zonen Thora te onderwijzen; behalve voor de praktische alledaagse dingen is dat voor dochters geen verplichting.

Hij leerde hen Thora en Talmoed in een tijd waarin de meeste vrouwen volledig analfabeet waren.

Over het Sjema zei hij tegen hen:

“Je moet Hasjem liefhebben met al je m’odecha. Met heel je ziel. Het woord kan ook vertaald worden met heel veel. Het betekent dus dat je Hasjem ook liefhebt met al je rijkdom en al je bezittingen. We weten dat mensen hun bezittingen vaak belangrijker vinden dan hun ziel en hun lichaam. Daarom staat het woord m’odecha erbij, het woord is voor hen bedoeld.”

Na verloop van jaren werden zijn dochters zelf uitmuntende Thora-geleerden.

Er wordt gezegd dat de vrouw van Rashi, de moeder van de meisjes, bang was dat ze geleerder zouden worden dan hun toekomstige echtgenoten en dat dat later tot huwelijksproblemen zou leiden. Misschien had ze gehoopt dat haar man Rashi, na de opening van zijn eigen jesjiva,  zich volkomen zou richten op de mannelijke studenten.

Is het denkbaar dat dochter Rachel ging scheiden van haar man omdat ze meer wist dan hij? Dan zou in dit geval uitgekomen zijn wat haar moeder vreesde toen haar man (Rashi) besloot om zijn dochters Thora en Talmoed te leren.

 

Er is een overlevering die zegt dat zijn dochters tefillin (gebedsriemen) legden, iets wat zelfs tot vandaag de dag not done is in de orthodoxe wereld.

De Halacha zegt duidelijk (in Misjna Berachot 3:3) dat vrouwen geen tefillin hoeven te dragen, ze zijn hiervan uitgezonderd; vrouwen en kinderen hoeven geen Sjema te zeggen en ook geen tefillin te leggen. Ze zijn wel verplicht om te bidden en een mezoeza aan te brengen aan een deur.

Maar er staat nergens dat het ze niet is toegestaan. Wel dat men hen moet ontmoedigen om tefillin te dragen.

Hebben de meisjes tefillin gedragen? In het geval van Rashi’s dochters ontbreekt elk bewijs. Maar, zo zegt men, gebrek aan bewijs betekent niet dat het niet gebeurde…

Zijn dochters hielpen Rashi met de vertaling en bewerking van zijn commentaren en gaven zelfs hun onafhankelijke mening ten aanzien van hun eigen Thora- en Halachische vraagstukken.

Rashi heeft voor zijn dochters de allerbeste, allerknapste leerlingen van zijn Jesjiva uitgekozen om mee te trouwen.

Jochebed trouwde met rabbi Meir ben Shmuel (een van Rashi ‘s beste leerlingen) en Mirjam trouwde met Jehoeda ben Nathan, die na Rashi ‘s dood diens commentaar op Makkot zou afmaken.

 

Schoonzonen en Tosafisten

 

Zijn schoonzonen werden allen grote namen in de Rabbijnse geschiedenis.

Rashi had grote invloed op zijn schoonzonen en kleinzonen, die na zijn dood verder gingen met zijn commentaren.

Zij vormden samen ‘Het Huis van Rashi’, een invloedrijke stroming school - na diens overlijden.

Rashi’s nakomelingen schreven de ‘Tosafot’; supercommentaren op de commentaren van Rashi.

In eerste instantie zagen ze zich als geleerden die slechts aanvullingen maakten bij het werk van Rashi. Maar later gingen ze vaak hun eigen weg. Soms gingen ze dwars tegen de commentaren van Rashi in.

De Tosafisten respecteerden weliswaar Rashi’s commentaren, maar ontwikkelden vaak totaal andere analyses, andere interpretaties en vergeleken andere teksten in de traktaten in de Talmoed met elkaar.

Naar de aard van hun werk werden deze al gauw ‘Tosafot’ - toevoegingen aan de commentaren van de grote geleerde Rashi- genoemd en zijzelf ‘Tosafisten’.

 

Het ‘Huis van Rashi

Met ‘Het Huis van Rashi’ wordt niet zijn fysieke huis bedoeld, maar de invloedrijke school na diens overlijden. Dat zijn werk werd voortgezet betekende dat er een constante stroom van studie en schrijven eeuwenlang doorging.

De eerste leden van deze school waren, zoals gezegd, Rashi’s eigen schoonzonen: Rabbi Meir ben Shmuel  en Judah ben Nathan en daarna hun kleinzonen Rabbi Shmuel ben Meir, de Rashbam, die een commentator van de Talmoed én van de Tanach was; en Rabbijn Yaakov ben Shmuel.

Rabbeinu Tam was de meest beroemde en invloedrijke schrijver van de Tosafot.

Men schat het aantal geleerden die aan dit werk hebben bijgedragen op driehonderd. Twee bekende daarvan zijn de proseliet Rabbi Avraham HaGer en Rabbi Krokus.

 

              Een Talmoed geleerde                     

 

Deze school heeft gedurende de tweehonderd jaren na de dood van Rashi het Joodse intellectuele leven van het Rijnland en Noord-Frankrijk gevormd.

Dit heeft geleid tot het spreekwoord:

Uit Tzarfat (Frankrijk) komt de Thora en uit Asjkenaz (Duitsland) komt het woord van God.

Het werk van de Tosafisten, bijeen gebracht in het compendium Tosafot, wordt nog steeds in de Talmoed gedrukt, parallel aan het commentaar van Rashi. In de voorbeeld-pagina van de Talmoed is dat duidelijk te zien: het commentaar van de Tosafot staat tegenover dat van Rashi:

 

Links het commentaar van de Tosafisten, rechts het commentaar van Rashi

 

 

De Kruistochten

In 1096, tegen het einde van zijn leven, was Rashi (zij het op afstand) getuige van de verschrikkingen en bloedbaden van de Eerste Kruistocht.

Hij was rabbijn tijdens de periode waarin in het Rijnland enorme pogroms tegen de Joodse bevolking plaatsvonden

Zijn mentoren en collega's in Speyer, Worms en Mainz werden afgeslacht en de grote jesjiva van Rabbenu Gersom werd vernield.

Hoewel Troyes zelf gespaard bleef, waren de Asjkenazische gemeenten zo met elkaar verweven dat de impact op Rashi zelf ook enorm moet zijn geweest.

Door de inspanningen van Rashi raakte de plaatselijke bisschop bevriend met de Joodse gemeenschap van Troyes waardoor zij gespaard bleef voor de verwoestingen van die kruistocht.

Echter, Rashi treurde om het lot van de Franse Joden. Hij vreesde dat er binnen twee eeuwen geen Jood meer in Frankrijk zou wonen als gevolg van de voortdurende pogroms, massale afslachtingen, Talmoed-verbrandingen en de voortdurende uitzettingen.

Toch schrijft hij in die tijd getrouw door aan zijn commentaren, zonder zich zorgen te maken over zichzelf. Het enige waar hij zich echt zorgen over maakte was over de eenvoudige betekenis van de tekst.

 

Legende over Rashi en Godfried van Bouillon

Over de tijd van de kruistochten bestaat een legende waarin Rashi een hoofdrol speelt.

Men heeft in die tijd te maken met een zekere Godfried van Bouillon, die de leider was van de Franse ridders in de Eerste Kruistocht. Hij stopte in Troyes op weg naar het Heilige Land en vroeg Rashi of hij succesvol zou zijn op zijn kruistocht.

Rashi vertelde hem dat hij in eerste instantie Jeruzalem zou veroveren. Hij zou de stad heroveren op de moslims, maar na verloop van tijd zouden hij en de andere christenen uit Jeruzalem worden verdreven en zou hij terugkeren naar Frankrijk met slechts drie paarden.

Slechts drie paarden? Godfried van Bouillon kon niet geloven dat Rashi’s voorspelling waarheid zou worden. En hij dreigde Rashi en de hele Joodse gemeenschap te vernietigen indien hij terugkwam met vier paarden in plaats van met de voorspelde drie.

Echter, de Kruistocht ging net zo als Rashi had voorspeld: Godfried van Bouillon overwon weliswaar, maar werd later verdreven uit Jeruzalem.

Op de terugtocht herinnerde hij zich de voorspelling van Rashi: “Met drie paarden zal je terugkeren!”.

Welnu, de oude rabbijn had ongelijk gekregen, want hij had niet drie, maar vier paarden over! Van Bouillon verheugde zich alvast op de wraak die hij zou nemen op Rashi en de Joodse gemeenschap in Troyes.

Echter, op hetzelfde moment dat hij onder de boog van de stadspoort (die nu nog in Worms te zien is) door reed stortte een steen uit de boog naar beneden en werd één van de paarden gedood. Toen had hij er nog maar drie….

 

                          

                                              Stadspoort Worms

 

        Van Bouillon was verbaasd dat Rashi’s voorspelling toch was

        uitgekomen en wilde hem daarover spreken. Helaas was deze toen

        al overleden..   

                        

 Tot zover deze legende.           

 

 Rashis dood                           

                          Voorbeeld van een Joodse geleerde, niet persé Rashi                                                   

 

                               

Tot aan zijn sterfdag bleef Rashi zijn werk herschrijven, uitvegen en uitbreiden. Dit perfectionisme is een kenmerk van zijn intellect.

Rashi werd vermoedelijk begraven in Troyes. Waar zijn graf zich echter bevindt is tot op de dag van vandaag een nog onopgeloste vraag.

Er is echter een oude traditie – waarvan de authenticiteit niet meer na te gaan is – die een bepaalde plaats in het stadscentrum van Troyes aanduidt als de begraafplaats.

Op die plek staat een monument in de vorm van een koepel waarop een zin uit zijn commentaar staat die precies zijn houding tegenover de tekst van de Thora weergeeft:

“Ein hamikra yotzei midei pshuto”,

wat zoveel betekent als:

“De schrift gaat niet voorbij aan de simpele betekenis” (de schrift moet van eenvoudige betekenis zijn).

 

 

2. Zijn werk en erfenis

 

Voordat hij bij iedereen bekend was studeerde Rashi elke dag en schreef zijn commentaren. 

Hoe ging Rashi te werk en wat kenmerkt zijn commentaar?

In een paar woorden: de eenvoud, de beknoptheid en de helderheid.

Wat hij had geschreven werkte hij voortdurend bij omdat hij het nog preciezer en nog korter wilde maken.

Hij heeft eens tegen zijn schoonzoon gezegd (toen die een passage uit de Talmoed te uitgebreid en te lang had uitgelegd):

“Als je dat met de hele Talmoed had gedaan, was die net zo zwaar geweest als een strijdwagen!

Hij schreef dus in eenvoudige taal en wel op langwerpige stukjes perkament. Hij zette niet zijn naam eronder, daar was hij te bescheiden voor.

Zelfs nadat hij al lang beroemd was aarzelde hij om zich bekend te maken als schrijver van het commentaar. Hij vond zijn werk belangrijker dan zijn naam en wilde er slechts voor zorgen dat het gunstig zou worden ontvangen.

Stukjes perkament

Er bestaat een verhaal dat hij gedurende twee jaar op reis ging en verschillende jesjivot bezocht. Hij ging incognito en onthulde nooit zijn identiteit.

Op een dag bezocht hij eens een jesjiva en ging achter in de klas zitten om de les van de voorzitter van de school bij te wonen.

Op een gegeven moment kwam men tot een ​​moeilijke passage in de Talmoed. Deze passage was zo ingewikkeld dat de leraar de grootste moeite had om die uit te leggen aan zijn leerlingen. Hij probeerde het, deed zijn best, en nog eens, maar kwam er toch niet uit. Hij wist echt niet wat het betekende en besloot er de volgende dag mee verder te gaan.

Nadat de leerlingen en de leraar vertrokken waren, en Rashi alleen was achtergebleven, pakte hij een stukje perkament waarop hij in het verleden deze passage van de Talmoed eenvoudig en duidelijk had uitgelegd en legde dat in het Talmoedtraktaat van de decaan van de academie.

De volgende ochtend, toen de rabbi zijn Talmoedtraktaat opende, vond hij tot zijn grote verrassing een mysterieus stukje perkament, waarop het ingewikkelde gedeelte van het Talmoedtraktaat op eenvoudige wijze en in duidelijke taal werd uitgelegd.

Het spreekt vanzelf dat hij heel erg verbaasd was. Hij vroeg zich af: ‘Waar komt dit nu ineens vandaan?’

Hij las de verklaring aan zijn studenten voor en zei dat dat het juiste antwoord was op het vraagstuk.

Toen zei hij dat hij niet wist hoe deze verklaring in zijn Talmoedtraktaat terecht was gekomen.

Leraar en leerlingen praatten erover en al gauw waren ze het met elkaar eens: dit antwoord komt uit de hemel!

Rashi hoorde hun lofprijzingen en was erg blij. Hij wist nu zeker hoe nuttig zijn commentaar was voor de studenten. Maar hij vertelde aan niemand dat hij het was die dat stukje perkament in de Gemara van de leraar had gelegd.

En zo reisde Rashi naar een groot aantal Thora/Talmoed academies in diverse landen en steden, en overal liet hij in het geheim zijn beknopte commentaren op perkament achter.

De manier waarop deze stukjes perkament ontvangen werden, deed Rashi steeds meer beseffen hoe nodig ze waren. Dat gaf hem kracht en moedigde hem aan om zijn commentaren te blijven schrijven.

Hij besloot om over de hele Chumash schrijven, over de profeten, en over de traktaten van de ‘grote zee van de Talmoed.’

Zijn ‘mysterieuze’ stukjes perkament werden gekopieerd en op grote schaal verspreid in alle yesjivot, maar niemand wist wie de auteur was.

Taal

Taal was zijn belangrijkste instrument. Hij gebruikt soms oud-Frans om woorden te vertalen. Zijn commentaren waren dus in hoge mate taalkundige commentaren.

Hij was bekend met de Hebreeuwse grammatica, de taalregels van het Hebreeuws. Hij wist waar een woord vandaan kwam (etymologie). Onduidelijke woorden die problemen gaven, verduidelijkte hij door ze in een bepaalde context te zetten.

Hij schreef in het oud-Frans en middelhoog-Duits. Hebreeuws vertaalt hij vaak naar eenvoudig Frans. Dat maakt hem ook nu nog interessant voor hedendaagse taalgeleerden die oude talen zoals het oud-Frans willen onderzoeken.

Zoals gezegd: bij alles wat hij schreef lette hij er vooral op dat het gemakkelijk te begrijpen was: zijn verklaringen moesten niet moeilijker en onbegrijpelijker worden dan ze in de tekst al waren.

Hij wilde geen filosofisch werk schrijven. Klassieke teksten moesten toegankelijk worden. Een kind van vijf moest het begrijpen.

Rashi was een taalgevoelige man. Hij benaderde de Hebreeuwse of Aramese tekst op twee manieren: wat staat er letterlijk, wat is de letterlijke, eenvoudige, voor de hand liggende taalkundige vertaling? Dit heet de PESHAT.

Vervolgens: wat betekent het wat daar staat? Wat bedoelt Hasjem ermee? Dat heet de DERASH.

Ik leg deze twee begrippen uit aan de hand van een algemeen alledaags voorbeeld:

‘A large old house in Jeruzalem

Stel U leest in een verkooptekst het volgende: ‘A LARGE OLD HOUSE.

U vertaalt het eerst letterlijk uit het Engels. In het Nederlands staat er dan:EEN GROOT OUD HUIS.

Dat is in dit verband de PESHAT, de letterlijke vertaling dus van wat er staat.

Vervolgens vraagt U zich af wat dat betekent (bijvoorbeeld voor uw portemonnee). U bedenkt het volgende:

Het betekent dat het huis veel geld kost, het is duur om warm te stoken in de winter (isoleren kost veel geld) en het is duur om te onderhouden (de tuin, het dak). Het betekent ook dat het huis te groot is voor U alleen. U zou er zich eenzaam in voelen.

Wat het betekent is de DERASH.

In de DERASH nam Rashi vaak een verklaring over die hij in een Midrasj had gevonden.

 

 

Midrasj

Wat is een Midrasj? Het woord Midrasj betekent nauwkeurig onderzoek van de tekst; men vraagt zich af wat deze tekst betekent. Als men dat weet kan men de tekst uitleggen.

Midrasj betekent dus ook: uitleg, verklaring.

Een Midrasj ontstond in de praktijk: een darsjan (prediker) hield een preek (drosje) in een synagoge over een bepaalde tekst (zoals de wekelijkse parsja), en gaf daar zijn eigen verklaring over.

Om zich goed te baseren zocht hij vaak aanknopingspunten in een tekst van de profeten of de geschriften, zoals Tehillim (de Psalmen).

Veel van zulke preken (drasjot) zijn verzameld als een doorlopend commentaar op de Tora. Ze worden ‘de Midrasj’ genoemd.

 

Verantwoording van de schrijver van dit essay:

De onderstaande voorbeelden van hoe Rashi de teksten van de Tenach uitlegde komen uit het boek ‘RASHI’ van Eli Wiesel. Het is slechts een kleine selectie van alles wat Rashi heeft behandeld en uitgelegd.

De geciteerde teksten komen uit de ‘Pentateuch’ in het Nederlands vertaald door Jitschak Dasberg

 

Werkwijze

Rashi vertaalde dus eerst letterlijk om daarna zijn commentaar op de betekenis van de tekst te geven.

Soms voegt Rashi zinnen samen. Dat doet hij omdat, zoals hij zegt, je op die manier een eenvoudigere weergave van de tekst krijgt en daardoor een heldere verklaring.

 

 

 

Hij doe dat bijvoorbeeld bij Beresjiet:

‘Beresjiet’ (Genesis 1) zegt in drie zinnen:

Gen 1:1 - ‘Bereshieth bara Elohiem et hashamayim ve’et ha’arets.’

        In het begin schiep Hashem de hemel en de aarde.

        vertaling Dasberg

 

Gen 1: 2 - ‘Veha'arets hayetah tohu vavohu vechoshech al-peney tehom veruach Elohim merachefet al-peney hamayim.’

De aarde was woest en vormloos, er was duisternis over de watermassa en de geest van Hashem zweefde over de oppervlakte van het water.

Gen 1: 3 - ‘Vayomer Elohim yehi-or vayehi-or.’

Toen zei Hashem: “Er zij licht’ - en er was licht.

Rashi kijkt naar de taal en zegt dat de klank van ‘bara’ (schiep) volgens hem anders zou moeten klinken. Om dit te staven heeft hij een verklaring uit de Midrasj nodig.

Vervolgens koppelt Rashi de drie zinnen aan elkaar en schrijft:

‘Toen Hashem de hemel en de aarde schiep, en de aarde zonder vorm en donker was op het oppervlakte van de diepte, zweefde de geest van Hashem over het water en zei Hij: Er zij licht en er was licht.’

Waarom doet Rashi dat? Hij denkt dat de volgorde waarin de schepping beschreven wordt niet logisch is en voegt daarom drie zinnen samen, zodat het geheel meer een coherent geheel wordt.

In deze zienswijze toont Rashi zijn ‘independent mind’ aan ons!

 

3. Appendix 1 - werkblad

Bij deze lezing was ook een werkblad toegevoegd. In dit werkblad werden enkele vraagstukken van Rashi behandeld.

Vragen en antwoorden naar aanleiding van het Werkblad bij deze lezing

(hieronder: het werkblad)

 

Vraag 1 op het Werkblad:

“Waarom begint Genesis met het scheppingsverhaal en niet met de eerste wet?”

Rashi’s vader (van zijn moeders kant), rabbi Yitzak stelde hem eens de vraag waarom de Bijbel begint met het verhaal over de schepping. Had de Bijbel niet eigenlijk moeten beginnen met de eerste wet?

Rashi legt uit:

De Hebreeuwse Bijbel, de Tenach, begint met het scheppingsverhaal vanwege psalm 111 vers 6:

‘Hij toonde zijn volk de kracht van zijn daden en gaf hun het land van andere volken.’

Als andere volkeren zeggen over Israël: “Jullie zijn dieven, jullie stelen land”, dan kan men antwoorden: “De hele aarde behoort toe aan de Eeuwige; Hij doet ermee wat Hij wil; Hij geeft land aan wie Hij dat wil geven.”

Eli Wiesel schrijft:

Rashi had op de vraag ook kunnen antwoorden met wat Nachmanides (de Ramban, een andere beroemde middeleeuwse geleerde) zei:

“De schepping gaat vooraf aan de Wet; zonder schepping geen Wet!”

 

Vraag 2 op het Werkblad:

“Op de eerste dag wordt het licht geschapen, maar Hashem creëert op de vierde dag pas de zon, de maan en de sterren. Waarom is dat?”

Rashi legt uit:

De Schrift is er niet op uit om de letterlijke volgorde van de Schepping te beschrijven. Vandaar dat er op de eerste dag gezegd kan worden dat het licht geschapen wordt, maar op de vierde dag pas de zon, maan en sterren.

Rashi vult aan:

Op de eerste dag werd het hemelse oerlicht geschapen. Uit dat hemelse licht werden op de vierde dag de zon, maan en sterren geschapen. Deze lichten hebben dus weliswaar hemelse potenties, maar weerkaatsen slechts het hemelse licht.

NB.

Als Moshe op de berg Sin Hashem ontmoet mag hij Hashem alleen van achteren zien, want Zijn gezicht straalt een licht uit wat voor mensen dodelijk is (Sjemot 33:20).

En dan te bedenken dat wij nog niet eens naar de zon kunnen kijken zonder blind te worden!

 

Vraag 3 op het Werkblad:

“Wat betekent het dat Gods geest boven de wateren zweeft?”

Wat betekent het dat Hashems geest boven de wateren zweeft? Rashi maakt in zijn verklaring gebruik van wat je je als mens kunt voorstellen. Hij maakt bij zijn uitleg dus gebruik van het voorstellingsvermogen van de mens. 

Hij stelt zich voor dat de troon van Hashem boven de wateren zweeft, zoals een duif boven zijn duiventil zweeft.

Rashi vraagt zich af:

Hashem zweefde over de wateren op de eerste dag.

Maar over water wordt pas gesproken op de tweede dag terwijl de aarde zelf geschapen werd op de derde dag.

Rashi herhaalt:

‘Het scheppingsverhaal geeft niet de logische volgorde van de schepping weer.’

Rashi legt uit:

Water gaat aan de schepping van de aarde vooraf. Sterker nog: de hemelen werden gemaakt van vuur en water!

 

Vraag 4 op het Werkblad:

“Wat betekent: ‘Laat ONS mensen maken…?”

Genesis 1:26: ‘Toen zei de Eeuwige: “Laat ons mensen maken naar ons beeld, naar onze gelijkenis.”

Al eeuwen vraagt men zich af waarom er staat: ‘Laat ONS mensen maken…’ Waarom dat meervoud?

Rashi legt uit:

‘Dit vers leert ons dat de Eeuwige, de Heilige, overlegde met zijn engelen. Hoewel ze niet meewerkten aan de schepping van de mens werden ze wel betrokken in de beslissing om mensen te creëren.

Op die manier zouden ze ook niet jaloers worden op de mens die heel veel aandacht zou krijgen. Ze zouden zich niet buitengesloten voelen.

Het leert ons ook dat een meester zich nederig moet gedragen ten aanzien van zijn leerlingen.

Als Hashem zegt dat het niet goed is dat de mens (Adam) alleen is, zegt Hij, dat Hij voor de mens een passende hulp zal maken: Chawa. 

Rashi vraagt zich af wat ‘een passende hulp’ betekent.

Rashi legt uit:

‘Hashem maakt een passende hulp tegenover hem (Adam). Zij is zowel een hulp voor hem als het tegenovergestelde. Als de mens het verdient, zal zij hem helpen (om te leven), maar als hij haar hulp niet verdient zal ze hem bestrijden.’

Als de slang Chawa verleid heeft om een vrucht van de verboden boom te eten en Hashem hem daarmee confronteert, zegt Adam:

“De vrouw die U mij hebt gegeven gaf mij de vrucht van de boom en ik at die op.”

Rashi zegt:

Uit dit antwoord blijkt dat Adam helemaal niet dankbaar is dat hij Chawa gekregen heeft.

 

Vraag 5 op het Werkblad:

“Wat betekent het dat Hashem tegen de slang zegt dat hij zich voortaan moet voortbewegen op zijn buik?”

Hashem zegt tegen de slang: “Omdat je dat gedaan hebt zul je voortaan op je buik gaan….”

Rashi geeft commentaar:

“Ik veronderstel dat de slang vroeger poten had, maar die heeft verloren en dus nu zich voortbeweegt op zijn buik.

NB

De huidige wetenschap geeft hem gelijk. Een team wetenschappers hebben in 2008 bewijs gevonden voor het feit dat de oudste slangen op aarde poten hadden. Daar wijzen fossielen op.

 

 

 

 

Vraag 6 op het Werkblad:

“Waarom daalde God uit de hemel neer om te gaan kijken bij de torenbouw in Babel?”

Rashi zegt:

Als mensen in hun hoogmoed een toren willen bouwen die tot in de hemel reikt, grijpt Hashem in. Hij gaat naar beneden om te zien wat er aan de hand is.

Rashi vraagt zich af

Waarom komt Hashem naar beneden om te zien.. Ziet Hij niet vanuit de hoge hemel wat er hier op aarde gebeurt?

Rashi zegt:

“Dit vers onderwijst ons over de Wet. In de Wet staat dat een rechter niet op afstand een vonnis mag vellen. Hij moet de zaak van alle kanten bekijken voordat hij een vonnis uitspreekt.

De Eeuwige is ook Rechter. Hij ziet alles vanuit Zijn hemel, maar komt toch op aarde om te zien vanuit een aards perspectief. Pas dan neemt Hij een beslissend oordeel.

 

 

Vraag 7 op het Werkblad:

“Sara vraagt Avraham om Hagar weg te sturen. Waarom?”

Sara vraagt aan Avraham om Hagar en haar zoon weg te sturen, want ‘de zoon van die slavin mag geen mede-erfgenaam zijn samen met Jitschak.’

Rashi zegt:

Sara maakt ons duidelijk dat de twee jongens voortdurend ruzie hebben over wie van de twee de erfgenaam van Avraham was. Wie krijgt al zijn bezittingen na diens dood?

Jishma’el eiste zijn recht op omdat hij de eerstgeborene was, de oudste dus van de twee.

Jishma’el schepte op tegenover Jitschak dat hij op dertienjarige leeftijd besneden was en daardoor veel belangrijker was dan Jitschak.

Waarop Jitschak antwoordde:

“Probeer je soms indruk op mij te maken door te zeggen dat je één onderdeel van je lichaam opgeofferd hebt?? Als Hashem het aan mij zou vragen, zou ik mijn hele leven voor Hem opofferen!!”’

Rashi vult aan:

De twee jongens gingen samen jagen en op het veld schoot Jishma’el pijlen af op Jitschak in de hoop hem te doden.

(Dit staat nergens in de tekst, maar we kunnen erop vertrouwen dat Rashi een Midrash heeft gevonden waarin dat verteld wordt.)

 

Vraag 8 op het Werkblad:

“Waarom redde Hashem Hagar en Jishma’el in de woestijn?”

Rashi zegt:

Hagar en Jishma’el worden gered van de dood in de woestijn door Hashem die een engel stuurt die hen een waterbron toont.

 Rashi vult aan:

De engelen in de hemel waren het er niet mee eens dat Hashem hen redde. Ze zeiden: ‘Heer van het universum, hoe kunt u iemand van de dood redden als U weet dat hij en zijn nakomelingen later de nakomelingen van Avraham zullen doden?’

Hashem antwoordde dat de mens niet beoordeeld wordt op basis van zijn toekomstige daden, maar op basis van zijn huidige daden.”

Vraag 9 op het Werkblad:

Uiteindelijk wordt Jitschak niet geofferd. Waarom?

Rashi legt uit:

In de tekst staat dit:

‘Neem je zoon, de enige die je liefhebt, Jitschak en begeef je naar het land Moriah en breng hem daar naar boven als een offer op één van de bergen die ik je zal aanwijzen.’ (Gen 22:2)

De relatie tussen Hashem en Avraham was een gecompliceerde relatie. Om dat aan te tonen maakt Rashi van die ene zin een dialoog:

Hashem: “Neem je zoon...”

Avraham: “Ik heb twee zonen...”

Hashem: “Ik bedoel: je enige zoon...”

Avraham: “Elke zoon is de enige zoon van zijn moeder…”

Hashem: “Ik bedoel degene waar je het meest van houdt…”

Avraham: “Ik houd van beide evenveel…”

Hashem: “Ik bedoel Jitschak!”

Rashi is verrast dat Hashem niet meteen zegt dat het om Jitschak gaat, maar dat Hij eerst praat over Avrahams zoon, dan over de zoon die hij liefheeft, en pas dan zegt dat het om Jitschak gaat.

Rashi legt uit:

Hashem heeft Avraham niet willen laten schrikken door meteen Jitschak te noemen (zodat Avraham wellicht in verwarring zou raken), maar wilde in plaats daarvan de opdracht langzaam en zorgvuldig voorbereiden.

Avraham kon zich op de test terdege voorbereiden door drie dagen onderweg te zijn. Later zal men nooit kunnen zeggen dat Avraham handelde in een vlaag van verstandsverbijstering.

Integendeel: hij wist wat hem te doen stond en deed het met zijn volle verstand.

(Uit deze opmerking van Rashi blijkt hoezeer hij oog had voor de gewone mens en zijn gevoelens)

Rashi zegt:

Avraham accepteerde dat hij zijn zoon zou gaan offeren; daarom liep hij over de weg met hetzelfde optimisme en blijheid als Jitschak die niet wist wat hem te wachten stond.”

Zoals we weten wordt Jitschak niet geofferd. Een engel van de Eeuwige riep Avraham vanuit de hemel toe om de jongen niets aan te doen. Dat staat er kort en simpel.

Tot zover het Werkblad. Hieronder volgen nog een aantal aanvullingen

 

 

 

 

 

5. Appendix 2

 

Kajin en Havel (Kain en Abel)

Heel bekend is het verhaal over Kajin en Havel (Kain en Abel). Kajin doodt zijn broer Havel omdat Hashem wel Havels offer accepteerde maar niet dat van Kajin. Uit woede en jaloezie doodde Kajin zijn broer. Het was de eerste moord sinds de schepping van de aarde.

Hashem zegt tegen Kajin: “Waar is je broer Havel?”

Rashi legt uit

Deze vraag is een retorische vraag omdat Hashem natuurlijk wel wist waar Havel was en wat er met hem gebeurd was. Maar, zegt Rashi, Hij stelt de vraag op deze manier omdat Hij rustig en zachtmoedig met Kajin wilde praten.

Waarom? Om hem de gelegenheid te geven om zijn schuld te erkennen en tot inkeer te komen.

Vervolgens vraagt Hashem:

“Wat heb je gedaan? De stem van het bloed van je broer schreeuwt uit de aarde naar Mij op.”

Rashi bestudeert deze tekst en er valt hem iets op, hij zegt:

"In de tekst staat ‘broers’, meervoud dus. Dat is omdat er hier bedoeld wordt: het gaat niet alleen om het bloed van je broer, maar ook om het bloed van hen die na hem komen.”

Met andere woorden: wie een ander doodt, doodt meer mensen dan alleen het slachtoffer. Deze uitspraak is vaak gedaan door Chazal, een van onze wijzen, moge de herinnering aan hen zijn gezegend.

 

Noach

Tien generaties mensen en ‘de Eeuwige zag dat het kwade in de mens groot was. Het berouwde de Eeuwige dat Hij de mens op aarde gemaakt had en innerlijk deed het hem verdriet.’

Rashi zegt dat het Hashem pijn deed om kwijt te raken wat Hij had geschapen. Net als een koning die zijn zoon verloor. Hij haalt het volgende verhaal aan:

Iemand vroeg eens aan rabbi Jehoshua ben Korka:

-         “Gelooft u dat Hashem weet wat er in de toekomst zal gebeuren?”

-         “Ja!” zei de rabbi.

-         “Maar er staat dat het hem pijn deed in zijn hart….”

-         Hebt u een zoon?” vroeg de rabbi

-         “Ja, ik heb een zoon.”

-         “Wat deed u toen hij werd geboren?”

-         “Ik was heel erg blij en wilde dat anderen dat ook waren.”

-         “Maar besefte u niet dat hij op een dag zou sterven?”

-         “Toen niet, maar later wel.. Alles op zijn tijd”

-         “Daar hebt u uw antwoord,” antwoordde de rabbi.

 

Er staat geschreven: Noach was een rechtschapen mens, onberispelijk was hij onder zijn tijdgenoten.

Rashi vraag zich af waarom er staat: ‘onder zijn tijdgenoten…’ en hij geeft als antwoord:

“Sommige van onze leraren zeggen dat Noach nog rechtschapener zou zijn geweest als hij geleefd zou hebben tussen meerdere rechtschapen mensen.

Anderzijds, als hij geleefd zou hebben in de tijd van Avraham, dan had hij niets betekend, want Avraham was de meest rechtschapen mens die er ooit geweest was. Hij was onovertrefbaar.”

Avram en Saraï

Tijdens Avram’s herstelperiode van de besnijdenis krijgt hij bezoek van 3 reizigers waarbij een van hen de belofte die Hasjem eerder aan Avram gaf, dat Saraï een zoon zou baren, herhaalt. Saraï die nu al 90 is hoort wat de reizigers zeggen en moet erom lachen. Later wordt zij zwanger en baart Jitschak (betekenis: ‘hij waarom gelachen is).

Sara lachte toen een van de drie gasten van Avraham aankondigde dat zij zwanger zou worden; Sara vreesde ook dat ieder die zou horen dat ze op hoge leeftijd nog een kind zou baren, dat niet zou geloven en erom zou moeten lachen.

 

 

Op het geboortefeest zag Sara Jishma’el spottend lachen.

Dat gedrag en dat van Hagar maakte dat Saraï aan Avram vroeg om beiden weg te sturen. Hasjem zegt tegen Avram dat hij gevolg moet geven aan het verzoek van Saraï.

 “Al wat Sara je zeggen zal, daar moet je gehoor aan geven.”

Rashi zegt

Saraï had profetische gaven, dus was het beter om te doen wat ze zei.

“Toen Avram Hagar en Jishma’el wegstuurde gaf hij hen wat brood en water mee – maar géén geld. Dit omdat hij vermoedde dat Jishma’el daarmee verkeerde dingen zou doen.

Hasjem geeft Avram en Saraï andere namen; voortaan zijn hun namen Avraham en Sara.

 

Rashi zegt dat Avraham tien keer getest is door Hashem:

1.    Hij verbergt zich tien jaar voor koning Nimrod omdat deze hem wil doden

2.    Nimrod gooit hem in een brandende oven

3.    Hashem draagt Avraham op om zijn familie en zijn land te verlaten

4.    Hongersnood drijft hem naar Canaan

5.    Far’o steelt Sara van hem

6.    Avraham begint een oorlog om zijn neef Lot te redden

7.    Hashem vertelt hem dat zijn nakomelingen zullen lijden onder vier koninkrijken

8.    Hashem draagt hem op zichzelf en Jishma’el te besnijden

9.    Hashem draagt hem op Hagar en haar zoon Jishma’el weg te sturen

Hashem draagt hem op Jitschak te offeren

 

De tiende test is dus dat Avraham Jitschak moet offeren. Hier neemt Rashi de vrijheid om ons duidelijk te maken dat het heel anders ging dan hoe de tekst het weergeeft.

Ten eerste, zegt Rashi, droeg Hashem Avraham niets op, nee, Hij verzocht hem om deze laatste test te ondergaan.

Ook neemt Rashi de vrijheid om een uitspraak in de Thora anders weer te geven dan in de oorspronkelijke tekst.

 

Sara’s dood

En toen stierf Sara – 127 jaar…

Rashi verklaart

De dood van Sara is het gevolg van het offer van Jitschak. Toen zij hoorde wat er met haar zoon zou gebeuren, verliet haar ziel van verdriet haar lichaam.

 

 

1

 

Share this

Counter