Skip to main content

Shabbat

 

‘Koningin Sjabbat: Israël’s partner

                 (Midrasj Beresjiet Rabba, 11)

 

Meer nog dan dat Israël de Sjabbat heeft gehouden, heeft de Sjabbat Israël behouden’ 

Een oude Joodse wijsheid

 

Sjabbat in de ‘Sjtetl’ voor de Sjoa

               ‘’En breng ons allen tezamen uit de vier windstreken der aarde’’
                                                                     (Sjemonee Esree van werkdagen)

 

Ethiopische Joden bij het Tora-lezen op een werkdag.

 

Sjabbat in Antwerpen in de 21e eeuw, foto's genomen door niet-Joden

 

 

Overzicht van het essay over Sjabbat

Betekenis van de naam Sjabbat: Stoppen met creatief werk; ‘Jom Kippoer als ‘Sjabbat der Sjabbatot’ en figuratief: ‘Sjemita’ (het zevende jaar als jaar dat het land braak ligt).

De gedachte dat Sjabbat er voor de mens is en ook voor dieren en de aarde in ‘Eretz Yisrael’.

 

Oorsprong van het Sjabbat-gebod: het vierde gebod van de Tien Woorden dat de verhouding tussen G’d en mens vastlegt, universeel (Sjemot/Exodus 20) met verwijzing naar het scheppingsverhaal en nationaal (Devariem/Deuteronium 5). In de Profeten Jesjajahoe/Jesaja, Jirmijahoe/Jeremia, Jechezkeel/Ezechiël en Nechemja/Nehemia wordt het Sjabbat-gebod herhaald en benadrukt.

 

De extra ziel, ‘Nesjama Jettera: De hoge waardering in de Talmoed en Kabbala voor Sjabbat als dag van spirituele revitalisatie en dag van geborgenheid, zorgeloosheid en ontspanning.

Niet-Joden en Sjabbat: de grondgedachte van Sjabbat wordt erkend door alle monotheïstische godsdiensten (Islam en Christendom) en bovendien zelfs door een deel van de polytheïstische godsdiensten. De Sjabbat als ‘Halachisch concept’ is alleen voor het volk Israël gegeven.

Tora-werkverboden op Sjabbat: 39 hoofdwerkverboden (‘Avot Melacha’) en afgeleide Sjabbat-werkverboden (tweede-graads overtredingen) (‘Toladot’). Definitie van ‘Melacha’= werk op Sjabbat. De ‘Kara’iem’ en hun verkeerde interpretatie van het vuur-verbod op Sjabbat. Alle Sjabbat-verboden en Sjabbat-geboden vervallen voor het redden van een mensenleven (‘Pikuach Nefesj’)!


Twee Joods religieuze leden van ‘Hatzala’ (medische hulpverlening) van Antwerpen die de hele week, inclusief Sjabbat en Jom Tov, vrijwillig actief zijn. Ze verlenen hulp aan iedereen, ongeacht afkomst of religie.

Rabbijnse verboden op Sjabbat

Moektse: Rabbijns verbod om te voorkomen dat wij een Sjabbat Tora-verbod overtreden, dus een preventieve maatregel van de Rabbijnen om de Sjabbat te beschermen. De vijf belangrijkste categorien van ‘Moektse’. Voorbeelden: schrijfgerei, geld, muziekinstrumenten etc.

 

Sjvoet’: het Rabbijnse verbod om op Sjabbat aan niet-Joden direct te vragen om verbodene werkzaamheden voor ons op Sjabbat te doen, bijvoorbeeld het voor ons aan en uit doen van elektrisch licht op Sjabbat.

 

Marit Ajin: per definitie activiteiten die de indruk wekken dat wij de Sjabbat overtreden. Bijvoorbeeld het binnengaan van een winkel, zonder iets te kopen.

 

Oe’vdien D’Chol: per definitie activiteiten die de sfeer en heiligheid van Sjabbat ontwijden. Bijvoorbeeld joggen of zonnebaden op Sjabbat.

 

Eroev: een Rabbijnse vergemakkelijking om het gemeenschappelijke Joodse leven op Sjabbat ter versoepelen.

We kennen 4 soorten van ‘Eroevin’:

1.       Eroev Tavsjilien’: voor de gevallen dat Sjabbat direct volgt op een Feestdag, zodat we het eten ook voor Sjabbat mogen voorbereiden middels de ‘Eroev Tavshilien’. Dit is de meest voorkomende ‘Eroev’.

2.       Eroev Resjoejot’: meest bekend als ‘Eroev’, vaak ook stads-Eroev genoemd. De mogelijkheid van privaat domein in een publiek domein geoorloofde dingen te dragen en omgekeerd. Via de constructie van een halachische muur rond de Joodse woonwijk.

De ‘Eroev’ van Antwerpen is erkend door alle orthodoxe groeperingen.

3.       Eroev Chatserot’: Als wij geen stads-Eroev hebben, bestaat de mogelijkheid om binnen een religieus-Joods appartementsgebouw in een trappenhuis geoorloofde voorwerpen te dragen met behulp van deze ‘Eroev’. Een andere mogelijkheid is dat wanneer er meerdere Joodse woningen naast elkaar staan, om middels deze Eroev van een tuin naar de andere tuin geoorloofde voorwerpen te dragen.

4.       Eroev Techoemien’: minst gebruikte en minst bekende ‘Eroev’. Binnen het bebouwde deel van een stadsgebied mogen wij onbeperkt lopen/wandelen. Aan het einde van het bebouwde stadsgebied mogen wij nog in elke richting 2000 ellen (ongeveer 1,5 km) lopen, maar met behulp van een ‘Eroev Techoemien’ mogen wij nog 2000 verder verder lopen in elke richting. Wij mogen bijvoorbeeld onder omstandigheden middels zo’n ‘Eroev’ op Sjabbat een ziekenhuis dat in de periferie van een stad ligt bezoeken.

 

 

 

 

Zich houden aan of ontwijden van Sjabbat: ‘Sjomer Sjabbat’ en ‘Mechallel Sjabbat’ – lof van de profeet Jesjajahoe (58:13-14 en 56:1-7) voor diegenen die zich aan de Sjabbat voorschriften houden en aanklachten/veroordeling voor diegenen die Sjabbat ontheiligen/profaneren van de profeten Amos (8:5), Nechemja/Nehemia (13:14-23 en 10:32-34) en Jechezkeel/Ezechiël (20:12-24, 22:8 en 44:24).

 

Voorbereidingen voor ‘Sjabbat: Schoonmaken van de woning voor de Sjabbat-dag. Voorbereiding van de maaltijden voor Sjabbat op ‘Erev Sjabbat’ of donderdags. Extra mooie ceremoniële kleren ter ere van Sjabbat. Naast de ‘eer van Sjabbat’ ook het ‘genoegen van Sjabbat’, bijvoorbeeld lekker eten en langer slapen. Zelf bakken van de ‘Challot’ voor Sjabbat als dat mogelijk is. Gastvrijheid en zorg voor de armen en alleenstaanden en mensen die sociaal aan de periferie van de Joodse gemeenschap staan.

 

Sjabbat-kaarsen: Het is het voorrecht van de vrouw het ‘licht van Sjabbat’ in huis te brengen: ‘Akèrèt Habajit’, de Joodse vrouw als het fundament van het Joodse gezin en als een soort ‘opnieuw goedmaken’ van de verleiding van Adam, de oermens, dat als gevolg had dat het de dood en duisternis op de wereld bracht.

Aantal kaarsen: minimaal 2 maar meer mogelijk (meer in ons essay).

Redenen voor het aansteken: ‘Sjalom Bajit’, sfeer en Rabbijnse traditie tegen de valse interpretatie van de Karaïeten. Zeer belangrijke Mitswa, heeft Halachisch prioriteit voor de zegen over de wijn (‘Kiddoesj’).

De kaarsen mogen gemaakt zijn van paraffine of olijfolie (of bijenwas).

Het zegenen van de kinderen: Jongens worden gezegend met de traditionele zegen van Ya’akov over Efraïm en Menasje, meisjes worden gezegend met de traditionele zegen van de mensen van Beet Lechem voor Ruth, die haar zegende om te zijn als Sara, Rivka, Rachel en Lea. Bij het einde kussen de ouders hun kinderen, bij Hongaarse Joden is het de gewoonte dat kinderen de hand van de ouders kussen.

Kiddoesj: Op Sjabbat maken wij twee keer ‘Kiddoesj’: op Sjabbat-nacht en Sjabbat-middag. Het woord ‘Kiddoesj’ komt van de stamletters Koef, Daled en Sjin en betekent heilig. Dat wil zeggen dat wij met de ‘Kiddoesj’ verklaren dat de Sjabbat is een heilige en bijzondere dag is.

De twee ‘Kiddoesjim’ op Sjabbat onderscheiden zich in grote mate.

Sjabbat-nacht Kiddoesj is een plicht van de Tora en kan alleen over wijn of druivensap uitgevoerd worden. De tekst van deze ‘Kiddoesj’ gaat over het beëindigen van de Schepping van de wereld door HaSjem aan het eind van de zesde dag. De gewoonte is om deze ‘Kiddoesj’ staand te zeggen.

Op Sjabbat-middag is de plicht van ‘Kiddoesj’ van Rabbijnse oorsprong en mag het op elke belangrijke drank met alcohol gezegd worden. De tekst gaat vooral over de bevrijding van de kinderen Israëls uit Egypte. Wij mogen deze ‘ Kiddoesj’ zittend zeggen.

Voor het geval er geen druivensap/alcoholische drank beschikbaar is, geeft de Kitsoer Sjoelchan Aroech ook de mogelijkheid de Kiddoesj over het brood (Lechem Misjne) te maken met een bijzonder ritueel (zie Kitsoer Sjoelchan Aroech p. 416, noot 5 en p. p. 418, noot 14, met de Berachot Al Netilat Jadajiem en HaMotsi).

 

Sjabbat-maaltijd:

    •                    Het verplichte aantal maaltijden op Sjabbat is drie: de eerste maaltijd is op Sjabbat-nacht, de tweede is op Sjabbat-middag en de derde maatijd is voor het einde van Sjabbat, als laatst mogelijke tijd voor ‘Sjkia’ (zonsondergang). Op alle drie maaltijden is het de plicht op een dubbel brood de zegen ‘HaMotsi’ te zeggen.
    •                    Sjabbat-gerechten met uitleg: ‘gevulde vis’ (Gefillte Fisch) en ‘Tsjolent’/’Chamin‘, ‘Kiegel’, gehakte eieren met fijne uien, gehakte lever met een keur aan salades en Israëlische/Oriëntaalse gerechten, zoals Techina, aubergines, Choemoes.
    •                    Begeleidende Tora-gedachte van heer des huizes, familieleden of gasten.
    •                    Sjier HaMa’alot’, ‘Birkat HaMazon’ met drie belangrijke toevoegingen.

 

 

 

Zemirot’ (religieuze Sjabbat-liederen):

Als eerste liederen ‘Sjalom Alechem’ (begroeten van de engelen die ons bewaken en begeleiden) en ‘Esjet Chajiel’ (een loflied op de ijverige en getalenteerde Joodse vrouw en moeder, voor haar grote bijdrage doordeweeks en in het bijzonder voor Sjabbat, met alle grote en belangrijke voorbereidingen). Ook zingen wij verschillende liederen tijdens de drie maaltijden uit het ‘Zemirot’-boek. De meeste van deze liederen zijn millennia oud en van de grote Rabbijnen zoals Rabbi Yitzchak Luria (1534-1572 g.j.), bekend als de ‘Heilige Ari’, de vader van de praktische Kabbala; Rabbi Israel Najara (1555-1625 g.j.), Rabbijn in Gaza en leerling van de Ari en Rabbi Baruch ben Shmuel uit Mainz (gestorven in 1221 g.j.) , een van de belangrijke Tosafisten (commentatoren op de Talmoed).


De uitgebreide familie Daum bij een Poerim-maaltijd in 1960. Rabbijn Daum is de vierde van rechts. Omdat het verboden is om op Sjabbat foto’s te maken, hebben wij een foto van Poerim gekozen, omdat er dan geen sprake is van Halachische werkverboden.

 

Sjabbat’ in de synagoge: Op werkdagen hebben we drie hoofddiensten:’Ma’ariv’ (avondgebed), ‘Sjachariet’ (ochtengebed) en ‘Mincha’ (middaggebed). Op Sjabbat hebben we vier diensten: ‘Kabbalat Sjabbat/Ma’ariv’, ‘Sjachariet’, ‘Moesaf’ (een toegevoegde dienst ter ere van Sjabbat) en ‘Mincha’.

 

Kabbalat Sjabbat’ (de ontvangst of begroeting van Sjabbat) is het meest recente deeldienst van de avonddienst van Sjabbat, die door Rabbi Yitzchak Luria (1534-1572 g.j.) en de Kabbalisten geïntroduceerd werd. Zij hebben zich op de Talmoed gebaseerd, waarin staat dat vroeger in de Misjna-tijd de Geleerden de Sjabbat verwelkomden op de heuveltoppen van Galilea, gekleed in het wit en met het gezicht gericht naar het Westen waar de nieuwe Joodse dag begint (zonsondergang) met de woorden: ‘Kom Koningin Sjabbat, kom Sjabbat-bruid).

De illustratie op de titelpagina is gebaseerd op dit Talmoedbericht.

 

Sjioeriem: Tora lessen, bijvoorbeeld talloze ‘Sjioeriem’ in de 33 synagogen in de Joodse wijk in Antwerpen. Zeer bekend zijn ‘Daf HaYomiSjioeriem in bijna alle synagogen over de Talmoed-pagina die volgens de cyclus van ‘Daf HaYomi’ geleerd wordt. Ook vele Sjioeriem over de ‘Parasjat Hasjavoea’ met de klassieke commentaren van Rashi, Ramban (Nachmanides) en Or HaChajiem en op zomer-Sjabbatot talrijke Sjioeriem over Pirkee Avot (de ‘Spreuken der Vaderen’), ook bekend als Ethiek van Sinaï.

 

Havdala: het afscheid nemen van Sjabbat. Het is een plicht van de Tora ook Sjabbat vaarwel te zeggen, zoals het de plicht is aan het begin van Sjabbat met een ‘Kiddoesj’ op Sjabbat-nacht de Sjabbat te verwelkomen.

Gewoonlijk wordt de afscheidsceremonie over een glas wijn of druivensap gereciteerd. Naast de ‘Beracha’ over wijn volgt er ook een ‘Beracha’ over specerijen (‘Vesamiem’) en een ‘Beracha’ over een ‘Havdala’-kaars die meerdere pitten heeft en toch de uitstraling van een fakkel heeft. De reden voor de specerijen is om onze ziel, die alleen van een goede geur geniet, bij het verlies van de extra ziel (‘Nesjama Jettera’) te troosten. De reden van de ‘Havdala’-kaars is om bekend te maken dat Sjabbat is afgelopen en wij nu weer vuur mogen aansteken, want het verbod op het maken en gebruiken van vuur is het meest bekende verbod op Sjabbat. Volgens de traditie heeft de oermens, Adam, na de verdrijving uit het Paradijs aan het eind van Sjabbat, het vuur geschapen.

SJABBAT, DE PARTNER VAN ISRAËL

Inleiding

Sjabbat is een heilige dag, d.w.z. bijzonder en verbonden met HaSjem.

In Beresjiet/Genesis 2:3 zien we dat G’d zelf de Sjabbat heiligt en in Sjemot/Exodus 20:8 krijgt het volk de opdracht om de Sjabbat te heiligen.

De Sjabbat is dan ook een blijvend teken van verbondenheid tussen G’d en Zijn volk Israël.

Bij het houden van de Sjabbat gaat het dus om een heiliging van de tijd!

Bijzonder is het te vermelden dat dit (Beresjiet/Genesis 2:3) de enige keer is dat in Genesis (“Beresjiet”) dat het woord “Kadosj” voorkomt. De eerstvolgende keer is in Exodus (“Sjemot”) 19:6: “jullie zullen een heilig volk zijn”. Heiligen betekent apart zetten of ook wel tot zijn bestemming brengen en ook huwen.

Rasji (Rabbi Sjlomo ben Jitschak, de meest vermaarde commentator van Tenach en Talmoed, die leefde in Noord-Frankrijk van 1040-1105 g.j.) zegt: “wat ontbrak er na de zes scheppingsdagen nog aan de wereld? Rust, “Menoecha”, rust in de zin van: vreugde, ontspanning, harmonie en spirituele ontplooiing”.

De mens heeft grote creatieve vermogens, maar ook het vermogen om grenzen te stellen. Onze scheppingen moeten niet over ons gaan heersen. Zelfbeperking is de enige garantie voor werkelijke vrijheid! De menselijke heerschappij stopt één dag! En alle schepselen (volwassenen, kinderen, dieren, planten, bomen en bloemen) delen in onze vrijheid!

Het is een dag van verdieping van de relatie met Het Hogere.

Sjabbat

Sjabbat wordt vaak in de Tora en in ‘Nach’ genoemd. De eerste keer dat Sjabbat wordt genoemd is wanneer HaSjem de Schepping voltooit en ophoudt met scheppen aan het einde van de zesde dag. Hij zegende en heiligde de zevende dag, de Sjabbat (Beresjiet/Genenisis 2:1-3). Op dat tijdstip waren er nog geen Joodse mensen, alleen Adam en Chava (Eva). De reden dat het in de Tora wordt genoemd is om ons te leren om in Gd’s wegen te wandelen en Hem na te volgen (‘imitatio dei’).

 

 

De tweede keer dat Sjabbat wordt genoemd is bij de openbaring (Sjemot/Exodus 20: 8-12), waar het wordt opgenomen in het Vierde Gebod. HaSjem spreekt rechtstreeks tot het Volk Israël: ‘’Herinner (‘Zachor’) de Sjabbat dag om deze heilig te houden’’, dat wil zeggen, hou je aan alle  positieve ‘Mitswot’ verbonden aan de Sjabbat, die wij hierna in detail zullen uitleggen.

De motivatie die wordt gegeven om zich aan de Sjabbat te houden is omdat HaSjem de Schepping in zes dagen voltooide en stopte met werken aan het eind van de zesde dag. Daarom zijn wij ook opgedragen om ons te weerhouden van ieder creatief werk op Sjabbat.

De derde keer dat Sjabbat wordt vermeld is in de herhaling van de Openbaring en de Tien Woorden, doorgegeven en herhaald door Moshe Rabbenoe (Devariem/Deuteronomium 5:12-16). In de herhaling verschilt het Vierde Gebod aanzienlijk in vergelijking met de eerste versie die wordt uitgesproken door Gd (Sjemot/Exodus 20). Het Sjabbat-gebod wordt gegeven in de woorden: ‘’Bewaar (‘Sjamor’) de Sjabbat dag om deze te heiligen’’. Hieruit leerden de Rabbijnen dat je je verre moet houden van bepaalde activiteiten: ‘Lo Ta’asse’ (‘niet doen’). De motivatie die wordt gegeven om zich aan de Sjabbat te houden  is dat HaSjem ons bevrijd heeft uit de Egyptische slavernij en ons daarom opdraagt: ons, onze zoon en dochter, onze slaaf en slavin, ook de vreemdeling die het recht heeft in Israël te wonen (‘Ger Toshav’), onze os, onze ezel en al onze dieren, te rusten op de Sjabbat-dag (geen creatief werk doen, om te tonen dat wij nu vrije mensen zijn). De motivatie om  de Sjabbat te onderhouden richt zich dus op de Uittocht. Zich houden aan de Sjabbat volgens de bepalingen van ‘Halacha’ en ‘Traditie’ brengt ons in een ware vrije toestand en bevrijdt ons van allerlei vormen van slavernij die nu nog bestaan, zoals verslaving aan werk, verslaving aan het internet of de mobiele telefoon, de hebzucht naar het materiële (materialisme) en het vergaren van geld, commercialisering van het leven en tenslotte, maar daarom zeker niet minder belangrijk, en vaak voorkomend onder vrouwen, verslaafd zijn aan het constant  schoon en netjes houden van de omgeving(in het Duits: ‘Putzfummel’).

 

In de context van de ‘Manna’, staat er in de Tora: ‘zij moeten klaarmaken wat zij nodig hebben (voor Sjabbat)’’. De Rabbijnen leren hieruit dat de voorbereidingen voor Sjabbat even belangrijk zijn als het zich houden aan Sjabbat. In de beroemde uitspraak van de Rabbijnen: ‘degene die zich inzette voor de Sjabbat, zal genieten van de Sjabbat’’ ligt het idee besloten dat wij de Sjabbat moeten verwelkomen zoals wij een Koningin zoudenverwelkomen: ‘Sjabbat HaMalka’. Daarom moeten alle noodzakelijke voorbereidingen voor het intreden van Sjabbat worden gedaan, zoals het doen van de boodschappen voor de Sjabbat, het koken van al het benodigde voedsel voor de Sjabbat, het netjes schoonmaken van het huis, onszelf fysiek wassen enz.

Erev Sjabbat’ is dus de tijd om alle noodzakelijke voorbereidingen voor het begin van Sjabbat te doen tot het aanteken van de Sjabbat kaarsen. Het is ook een Mitswa voor iedereen om mee te doen met de voorbereidingen voor Sjabbat, zelfs als iemand bijvoorbeeld een hulp in de huishouding heeft. Dan nog is hij/zij verplicht een bijdrage te leveren aan de voorbereidingen voor Sjabbat.

Een ander zeer belangrijk aspect van Sjabbat is om vroeg thuis te zijn. Dat houdt in geen lange tochten or vluchten op ‘Erev Sjabbat’ te ondernemen, omdat dit het ontwijden van Sjabbat tot gevolg kan hebben. Men moet tenminste twee of drie uur voor aanvang van Sjabbat thuis zijn. Dit geldt voor zowel de winter Sjabbatot als voor de zomer Sjabbatot. Men moet echt vermijden een vlucht te plannen op ‘Erev Sjabbat’ of zelfs op donderdag nacht, in het bijzonder met low-budget vliegmaatschappijen die notoir laat zijn voor Sjabbat.

 

Een ‘Melacha’ op Sjabbat heeft niet alleen betrekking op creatief werk, maar ook op creatief denkwerk, waardoor er een verandering van de status uo plaatsvindt.

Wij kunnen de ‘Melachot’ in onze Tora vinden.

Een van de meest belangrijke ‘Melachot’ is het branden van vuur. We kunnen dit vinden in de ‘Pasoekna de constructie van de ‘Misjkan’.

Alle ‘Avot Melacha’ (hoofdcategorieën verboden werkzaamheden) zijn afgeleid uit de contructie en afbraak van de ‘Misjkan’ (het draagbare Heiligdom in de woestijn). Voorbeelden zijn branden, ploegen, zaaien, oogsten en het dragen van iets van een privé naar publiek domein.

Gedurende de tijd van het ‘Sanhedrin’ moesten offers naar het ‘Bet HaMikdasj’ worden gebracht wanneer iemand per ongeluk een ‘Melacha’ op Sjabbat deed (met een waarschuwing van tien mannen). Wanneer iemand opzettelijk een ‘Melacha’ op Sjabbat deed, was hij de doodstraf schuldig (door steniging).

Het ‘Sanhedrin’ en ‘Bet HaMikdasj’ bestaan tegenwoordig niet meer en zondaren worden tegenwoordig door de Hemel gestraft.

Op Jom Kipoer kunnen wij ‘Tesjoeva’ doen en om vergeving vragen voor onze onbedoelde zonden (‘Sjogeg’).

In de Profeten vinden wij ook rechtstreekse verwijzingen naar het heiligen van Sjabbat of het ontwijden van Sjabbat. Alle drie de grote late Profeten van Israël spreken over het voorrecht en de grote verworvenheden van het onderhouden van de Sjabbat en aan de andere kant het ontwijden van de Naam van G’d en van Israël door het overtreden van de Sjabbat-bepalingen. De Profeet Jesjajahoe/Jesaja (56:5-7) spreekt over ‘Geriem’ die zich hebben aangesloten bij G’d en die zich houden aan de Sjabbat, over hun grote beloning en over hun belang voor HaSjem: ‘’En de vreemdeling die zich met de Eeuwige heeft verbonden om Hem te dienen en Zijn Naam lief te hebben, om dienaar van de Eeuwige te zijn – ieder die de Sjabbat in acht neemt (‘Sjomer Sjabbat’) en niet ontwijdt, ieder die vasthoudt aan Mijn Verbond -, hem breng Ik naar mijn heilige berg, hem schenk Ik vreugde in Mijn huis van gebed ...; Mijn Tempel zal heten huis van gebed van alle volkeren’’.

In Jesjajahoe/Jesaja 58:13-14, hetgeen ook de Haftara voor Jom Kipoer is, (Jom Kipoer heeft de Halachische status van Sjabbat (Sjabbat der Sjabbatot)), spreekt de Profeet over de voordelen van Sjabbat en verwijst hij naar de ideeën over Sjabbat, zoals het genieten van Sjabbat (‘Oneg Sjabbat’), het eerbiedigen van Sjabbat (‘Kvod Sjabbat’) en het behoeden van je voeten op Sjabbat (hetgeen een verwijzing kan zijn om niet buiten de ‘Techoem Sjabbat’ te lopen). En ook het behoeden van de tong, een hint dat wij niet over de doordeweekse dingen mogen spreken op Sjabbat.

Wij lezen in Jesjajahoe/Jesaja 58:13-14: (13) ,,Wanneer je je voeten rust gunt op Sjabbat en geen handel drijft op Mijn helige dag, wanneer je de Sjabbat als een dag van vreugde ziet, de dag van de Eeuwige als een heilige dag, wanneer je hem in ere houdt door niet je gang te gaan, geen handel te drijven of zaken te bespreken, (14) dan vind je vreugde in de Eeuwige. Ik zal je laten rijden op de hoogte van de aarde en je laten genieten van het land dat ik je voorvader Ya’akov in bezit heb gegeven: de Eeuwige heeft gesproken’’.

In the Haftara op wanneer Sjabbat en Rosj Chodesj samenvallen lezen wij in het laatse hoofdstuk van het boek Jesjajahoe over het gebruik en misschien ook de verplichting om het Huis van Gd op Sjabbat en Rosj Chodesj te bezoeken. Aldus is er geschreven: (23) Elke nieuwe maan en elke Sjabbat opnieuw zal alles wat leeft hier heenkomen om zich voor Mij neer te buigen, zegt de Eeuwige’’.

 

De Profeet Jirmijahoe/Jeremia die de vernietiging van de staat Judea, Jeruzalem en de Tempel profetisch heeft verkondigd, beklaagt zich in hoofdstuk 17:19-23 over de openbare ontwijding van Sjabbat door het dragen van lasten, het verrichten van creatief werk en het bedrijven van handel. Hij maakt de koningen van Judea verantwoordelijk voor deze misstand en hij zegt het zo: (23) “Als jullie wel naar Mij luisteren spreekt de Eeuwige - en op Sjabbat geen goederen door de poorten van deze stad naar binnen brengen, de Sjabbat als heilige dag vieren en niet werken, (24) dan zullen Davids troonopvolgers door de poorten van deze stad naar binnen gaan, gezeten op paarden of rijden op wagens en vergezeld van hun raadsheren en de inwoners van Judea en Jeruzalem ... (27) maar als jullie geen gehoor geven aan Mijn gebod om de Sjabbat als heilige dag te vieren, als jullie op die dag goederen door de poorten van Jeruzalem binnen blijven brengen, zal Ik de poorten in vlammen doen opgaan, en zal vuur de burchten van Jeruzalem verteren – en niemand die het zal blussen’’.

 

De Schriftgeleerde Ezra heeft samen met de grote leider Nechemja/Nehemia, aan het begin van de Tweede Tempel periode geprobeerd in de kleine gemeenschap van Joden orde en ook religiositeit te herstellen, om zowel spiritueel als ook religieus de mensen op het rechte pad te leiden. De Schriftgeleerde Ezra is bekend bij mensen die met Bijbelstudie vertrouwd zijn om zijn compromisloze strijd tegen het huwen buiten het geloof, te lezen in de hoofstukken 9 en 10 van het boek Ezra.

Hij heeft ook andere belangrijke maatregelen in het Jodendom geïntroduceerd, bijvoorbeeld de voorbereidingen voor Sjabbat, het doen van de was op donderdag en het bakken van Challot op ‘Erev Sjabbat’ (Talmoed Jeroesjalmi Megilla 4:1).

 

De staatsleider Nechemja/Nehemia, die direct verantwoordelijk was voor de bouw van de muur rond Jeroesjalajim/Jeruzalem, om de stad te beschermen en vooral misstanden op religieus gebied aan te pakken, klaagde als volgt over de openbare ontheiliging van Sjabbat in Jeroesjalajim in het boek Nechemja/Nehemia hoofdstuk 13:15-22: ,,In diezelfde tijd zag ik in Judea op Sjabbat mensen, die druiven in wijnpersen treden en graanschoven brengen en op ezels laden, en ook wijn, druiven, vijgen en allerlei koopwaren in Jeruzalem brengen en dat op Sjabbat. Ik verzamelde hen, omdat zij op die dag levensmiddelen verkochten. De Tsoriërers die er woonden, voerden op Sjabbat vis aan die zij verkochten aan de Judeeërs en dat in Jeruzalem (eerste bron voor eten van vis op Sjabbat in de Bijbel) ... tegen de Levieten zei Ik dat zij zichzelf moesten reinigen en de poorten moesten komen bewaken opdat de Sjabbat een helige dag zal blijven’’.

En uiteindelijk heeft Nechemja samen met de Schriftgeleerde Erza en met alle Joodse bevolkingsgroepen het oude Verbond met Gd vernieuwd, in Hebreeuws bekend als ‘Amana’.

Tijdens de ‘Amana’ neemt het Joodse Volk als eerste de verplichting op zich om niet buiten het geloof te huwen.

Als tweede punt mag er geen handel worden gedreven op Sjabbat, zoals het geschreven is: ,,Ook zullen zij de waren en de verschillende graansoorten die de bevolking van het land ons op Sjabbat te koop aanbiedt, niet van hen kopen, op Sjabbat noch op Feestdagen’’.

Het feit dat Sjabbat als tweede belangrijke punt op de agenda van de ‘Amana’ staat, toont ons hoe centraal het Sjabbat-gebod is en hoe volhoudend en moedig de Profeten van Judea optraden tegen de ontheiliging en profanering van Sjabbat. En met succes als wij, 2500 jaar later, terugblikkend kunnen vaststellen welk een centrale positie het Sjabbat-gebod religieus en nationaal inneemt.

Onze Wijzen zeiden: ,,... wie de Sjabbat houdt, hem/haar wordt het aangerekend dat hij/zij het hele corpus van ‘Mitswot‘ houdt en hij is betrouwbaar op alle religieuze domeinen’’. ‘’Wie de Sjabbat profaneert en ontheiligt (dit geldt ook voor niet-religieuze Joden), zo wordt het hem/haar aangerekend alsof hij/zij het hele corpus van de ‘Mitswot’ niet heeft gehouden en zij zijn niet betrouwbaar beftreffende alle religieuze domeinen’’ (Talmoed Bavli Sjabbat 118b).

 

We hebben boven de maatregelen vermeld die de Schriftgeleede Ezra in het Jodendom heeft geïntroduceerd om de komst van Sjabbat voor te bereiden. In Sjemot/Exodus hoofdstuk 16 leren wij over de plicht voorbereidingen voor Sjabbat te treffen. Het hoofdstuk handelt over het wonderbaarlijke hemelse brood, het ‘Manna’, die er tijdens de veertigjarige omzwervingen van de Israelieten door de woestijn dagelijks voor elk individu was; echter niet op Sjabbat. In plaats daarvan ontvingen de Israelieten een dubbele portie van het ‘Manna’ op vrijdag (‘Lechem Misjne’), als een les voor alle toekomstige generaties dat men voor Sjabbat vantevoren voorbereidingen moet treffen, zodat men in staat is de Sjabbat te heiligen. Zo lezen we in Sjemot/Exodus 16:5: ‘’op de zesde dag moesten zij tweemaal zoveel verzamelen en klaarmaken als op de andere dagen”. En in de versen 22 en 23 lezen wij: ,,... maar op de zesde dag verzamelden zij een dubbele hoeveelheid: twee ‘Omer’ per persoon. De leiders van het volk kwamen dit bij Mosje melden. Mosje zei tegen hen: ,,de Eeuwige heeft dit zo bepaald. Morgen is het een dag van rust, een heilige Sjabbat ter ere van de Eeuwige. Bak of kook daarom wat u wilt klaarmaken, en bewaart wat er overblijft tot morgen’.

En als volgt Sjemot/Exodus 16:29: ‘’de Eeuwige heeft jullie de Sjabbat gegeven en daarom geeft Hij jullie op de zesde dag voedsel voor twee dagen. Laat ieder dus op de zevende dag blijven waar hij is, niemand mag dan het kamp verlaten’’.

En tenslotte Sjemot/Exodus 16:30:’’ Toen hield iedereen op de zevende dag rust’’.

 

Dit hoofdstuk over het ‘Manna’ met het aansporen van HaSjem en ‘Mosje Rabbenoe om voorbereidingen voor Sjabbat te treffen, staat als fundament onder het Sjabbat-gebod volgens de Tora en de Halacha.

Ieder Halachich werk over Sjabbat tot en met huidige boeken begint het thema Sjabbat te bediscussiëren met de voorbereidingen voor Sjabbat.

In feite bericht de Talmoedische literatuur ons over grote Talmoed-Geleerden die zelf aan voorbereiding van Sjabbat meededen.

De Halacha gaat een stap verder en zegt dat zelfs als je huishoudelijk personeel hebt, de man of vrouw toch zelf iets voor de Sjabbat moet voorbereiden. Bijvoorbeeld de man of echtgenoot zal de kaarsen voor Sjabbat voorbereiden, zodat deze klaar staan voor de vrouw des huizes. De vrouw zal bijvoorbeeld de Sjabbat-kleren voor de man des huizes voorbereiden, zodat hij niet hoeft te zoeken en zich zo snel kan aankleden voor de Sjabbat.

 

Van de vele bijdragen van mijn leerlingen-vrienden over het thema Sjabbat wil ik hier graag de beschrijving citeren van Hendrik en Heleen van Silfhout uit Middelburg, Nederland die zich voor een Gijoer bij het Hoofdrabbinaat van Israël  voorbereiden om ‘Alija’ naar onze geliefde Heimat ‘Eretz Israël’ te maken. Zij beschrijven in hun bijdrage de voorbereidingen voor Sjabbat en hun belevenis van Sjabbat in een provinciale Nederlandse stad zonder echte Joodse infrastructuur:

 

‘’Omdat Sjabbat een dag is om je elke week weer op te verheugen, bereiden we ons er al een paar dagen tevoren op voor. We doen dat bijvoorbeeld door tijdig alle boodschappen in huis te hebben die nodig zijn voor het bereiden van de (drie) extra feestelijke maaltijden op Sjabbat (“sjalosj se’oedot”). De vrouwen bakken “challot”, gevlochten broden, die de dubbele portie manna voorstellen die tijdens de veertig jaren woestijn op vrijdag uit de hemel neerdaalde voor twee dagen, zodat het op Sjabbat niet hoefde te worden binnengehaald. Bij alle drie de maaltijden die we op Sjabbat eten, hebben we twee “challot” die worden bedekt met een kleedje als symbool voor het beschermende laagje dauw waarmee het manna was bedekt.

We zorgen ervoor dat het eten voor de hele Sjabbat klaar is voordat de Sjabbat ingaat en dat de timers voor het licht en voor de sjabbatplaat waarop het eten wordt warmgehouden, zijn ingesteld.

We zorgen dat het in en om het huis schoon en gezellig is (ieder gezinslid doet daar aan mee), we zetten bloemen in huis en nodigen familie en vrienden uit.

De tafel wordt zo mooi mogelijk gedekt om “koningin Sjabbat” te ontvangen en we trekken, nadat we een douche hebben genomen, mooie kleren aan.

Het volk Israël is de partner van de Sjabbat:

Kabbalat Sjabbat”, het ontvangen, verwelkomen en op je nemen van de Sjabbat op vrijdagavond, is een soort spirituele warming up voor Sjabbat. Het is het moment waarop Sjabbat, als een bruid verwelkomd wordt door haar bruidegom, het Joodse volk. De gewoonte om Sjabbat als bruid te begroeten met vreugde en zang gaat terug tot de tijd van de Talmoed en is later in Tsfat verder uitgewerkt.

Wie thuis is, neemt Sjabbat op zich bij het aansteken van de Sjabbat-kaarsen, twee kaarsen, één voor “zachor” (gedenken) en één voor “sjamor” (bewaren); ze worden aangestoken door de vrouw omdat zij meestal thuis is op dat moment.

Wie in sjoel is, neemt Sjabbat en de daarbij behorende “mitswot”, zoals ophouden met alle creatieve werkzaamheden, op zich met het zeggen of zingen van “mizmor sjier lejom hasjabbat” (psalm 92), een lied voor de Sjabbatdag, dat direkt volgt op het “Lecha dodi”.

Lecha dodi” is het lied waarin de Sjabbat welkom wordt geheten. Dit lied beschrijft Sjabbat als een bruid die iedere week op bezoek komt bij haar bruidegom, het Joodse volk. De bruidegom wordt aangespoord om zijn bruid te gaan begroeten. “Kom mijn vriend, de bruid tegemoet, brengen wij de Sjabbat onze welkomstgroet”.

“Lecha dodi brengt iedereen in sjoel in sjabbatstemming. De sjoeldienst gaat verder met het hierboven genoemde “mizmor sjier lejom hasjabbat”.

Het “Amida” (het staande stille gebed, ook wel “18 gebed” genoemd) bestaat op Sjabbat uit zeven brachot; de middelste bracha gaat over de heiligheid van de Sjabbat. Voor het begin en aan het einde van het “Amida” worden stukjes uit de Thora gezegd die verwijzen naar de Sjabbat (“Wesjameroe”, dat gezegd wordt voor het begin van het “Amida” gaat over de opdracht uit de Thora om Sjabbat te houden ter herinnering aan de schepping). In afwijking van andere avonden, waarop het “Amida” niet wordt herhaald, is dit op vrijdagavond wèl het geval (“Tefilla-Mé-én Sjewa”).

Thuisgekomen zingen we, voordat we aan de mooi gedekte tafel gaan zitten, “sjalom aleechem” (dat er vrede over u mag komen en we begroeten de vredesengelen die ons van de synagoge naar huis begeleiden); G’d is zo blij dat we Sjabbat houden, dat Hij engelen stuurt om ons te zegenen. De man des huizes zingt voor zijn echtgenote uit Spreuken 31:10-31 het “Esjet Chajil” een loflied voor zijn ijverige huisvrouw.

Dan wordt er “kidoesj”gemaakt over een beker wijn of druivensap om de Sjabbat te heiligen. De kidoesj van vrijdagavond (“Wajechoeloe”, B’Resjiet 2:1-3) gaat over de opdracht om Sjabbat te houden omdat G’d op de zevende dag ophield met scheppen en herinnert ons aan de uittocht uit Egypte, toen G’d de Sjabbat als erfelijk bezit aan Zijn volk gaf.

Elke sjabbatochtend wordt uit de Thora “gelajend” (op een speciale zangerige manier gelezen); hiervoor worden zeven volwassen Joodse mannen opgeroepen.

Tijdens het “sjachariet”(ochtendgebed) bidden we een toegevoegd gebed (“moesaf”). Na “moesaf” , maken we opnieuw “kidoesj” en genieten we thuis van de tweede feestelijke sjabbatmaaltijd.

Op Sjabbat en Feestdagen zingen we na de maaltijd “sjier hama’alot”, psalm 126. De “birkat hamazon” (lofzeggingen na de maaltijd) wordt op Sjabbat en Feestdagen meestal gezongen. Ook in de birkat hamazon” staan weer extra toegevoegde stukjes over de Sjabbat (“retsee ve hachalitseenoe” en “harachaman”).

We hebben de tijd voor elkaar, onze familie en vrienden en voor extra spirituele verdieping. Door te lezen en te leren uit de Thora verrijken we onszelf en krijgen we nieuwe energie.

Bij het “mincha” (middaggebed) herhalen we dat de Thora het eeuwige leven in ons heeft geplant.

In het “mincha” wordt Sjabbat “jom menoecha oe kedoesja” genoemd, een dag van rust en heiliging.’s Middags wordt er al een stukje van de “sidra” (het Thoragedeelte) van de komende Sjabbat gelezen; dit gedeelte wordt herhaald op maandag en donderdag. Zo is de Thora de hele week in onze gedachten en leven we steeds weer toe naar Sjabbat.

 

De middelste van de zeven brachot van het Amida, die over de heiligheid van de dag gaat, heeft in elke dienst een verschillend accent:

Bij ma’ariv gaat deze over de schepping.

Bij sjachariet over de stenen tafelen met de tien geboden.

Bij moesaf over de tempeldienst.

Bij mincha over de harmonie en de vrede van Sjabbat.

 

Door er een bijzondere dag van te maken, krijgen we alvast een voorproefje van de wereld zoals deze door G’d bedoeld is.’’

 

Uit het essay ‘Het volk Israël is de partner van de Sjabbat’ van Hendrik en Heleen van Silfhout

De positieve geboden (‘Mitswot Assee’) van Sjabbat

Sjabbat’-kaarsen

Centraal in de ‘Sjabbat’-viering staan de ‘Sjabbat’-kaarsen. Volgens de ‘Halacha’ is het voorzien dat de vrouw en moeder de kaarsen voor ‘Sjabbat’ aansteekt en het is één van de belangrijkste opdrachten van de Rabbijnen die aan de vrouw voorbehouden is. Vanuit het standpunt van de Halachische Joodse wet begint de ‘Sjabbat’ officieel met het aansteken van de kaarsen door de vrouw.

Waarom is de vrouw of moeder bedacht met deze religieuze opdracht (‘Mitswa’)?

Wat Sjabbat betreft is er geen verschil tussen mannen en vrouwen en passen wij de term tijdgebonden Mitswot niet toe, omdat vrouwen ook, net als de mannen, verplicht zijn, aangezien zij ook deel uitmaakten van de slaven-machinerie in Egypte. Uit het oogpunt van ‘Chinoech’ (Joods religieuze opvoeding van kinderen) bestaat de verplichting om onze kinderen te onderwijzen in het naleven van de Sjabbat- bepalingen. Voor meisjes vanaf de onderwijsleeftijd houdt dit in dat zij een kaars voor Sjabbat aansteken. Wat de verboden op Sjabbat betreft moeten zowel jongens als meisjes zich ervan bewust worden gemaakt dat deze gerespecteerd dienen te worden. ‘Chinoech’ is natuurlijk ook van toepassing op jongens, en er is ook een heel belangrijk toegevoegd aspect om de jongens vanaf de leeftijd voor onderwijs mee te nemen naar de synachoge.

A.     De Sjabbat begint vanaf het tijdstip dat de vrouw de Sjabbat-kaarsen aansteekt en de Beracha zegt. Voor de mannen die Sjabbat met ‘Plag HaMincha’ inwijden, begint Sjabbat met het zeggen van ‘Mizmor Sjier LeJom HaSjabbat’ (Tehilliem/Psalm 92). Het aanteken van de Sjabbat-kaarsen is een Mitswa ingesteld door de Rabbijnen. De twee essentiële redenen dat de Rabbijnen het instelde zijn:

1. ‘Familie harmonie’ (‘Sjalom Bajit’), dat mensen elkaar kunnen zien en vinden wat zij nodig hebben, niet struikelen en in ruzie verwikkeld raken.

Sinds de tijd van het bestaan van elektriciteit (het bestaat pas 150 jaar) zijn de Sjabbat-kaarsen tegenwoordig beslist voor het creëren van een feestelijke sfeer en het vieren van Sjabbat and Jom Tov op een toepasselijke eerbiedwaardige manier.

2.       Hitsorische reden: De Karaïeten (7de-12de eeuw g.j.) (een secte die afweek van de hoofdstroom van het Jodendom en de waarheid van de Mondelinge Leer ontkende, vergelijkbaar met het huidige sectarische Reform-Liberaal of Reconstructionistische Jodendom) zaten inderdaad in het donker en verwarmde geen eten op Sjabbat door verkeerde interpretataties van het verbod op het maken van voedsel voor Sjabbat. Daarom stonden de Rabbijnen erop dat wij Sjabbat-kaarsen aansteken voor het begin van Sjabbat, wat niet alleen toegestaan is, maar ook verplicht is voor de eerbied voor en het genot van Sjabbat. Wij eten ook warm voedsel op Sjabbat om dezelfde reden, dat geplaatst werd op de warme Sjabbat-plata voor het begin van Sjabbat. Volgens de ‘Sjoelchan Aroech’ verdenken wij iemand die alleen koud voedsel op Sjabbat eet, ervan een ketter of afvallige te zijn (een Karaïet).

 

 

 

 

 

Hoeveel kaarsen moet men voor ‘Sjabbat’ aansteken?

Minimaal twee kaarsen in overeenstemming met het gebod van ‘Sjabbat’ dat twee keer in de Tien Woorden (in Sjemot/Exodus en Devariem/Deuteronomium) voorkomt. Sommige families steken net zoveel kaarsen aan als het aantal gezinsleden. De ‘Halacha’ is streng wat betreft het opvolgen van deze ‘Mitswa’.

Als een vrouw ooit heeft vergeten ‘Sjabbat’-kaarsen aan te steken, voorziet de ‘Halacha’ als een soort boete, dat zij één kaars meer aansteekt en dit de rest van haar leven. De hoge status van de  ‘Sjabbat’-kaarsen komt duidelijker naar voren met de volgende twee voorbeelden:

  •       Als een mens weinig geld heeft en slechts één van de volgende twee dingen kan kopen: kaarsen voor ‘Sjabbat’ of wijn voor de ‘Kiddoesj’, dan voorziet de ‘Halacha’ dat er kaarsen gekocht worden omdat de wijn voor de ‘Kiddoesj’ (de declaratie van heiliging van de ‘Sjabbat’ over een beker wijn) ook in noodsituaties gedaan kan worden over de ‘Challot ’ van Sjabbat.
  •       Licht wordt behalve met leven ook met wijsheid geassocieerd. Zo staat in de Talmoed dat iemand die uitgebreid de ‘Mitswa’ van de ‘Sjabbat’-kaarsen vervult, wijze kinderen zal hebben. Beroemd is de legende over één van de grootste Rabbijnen en leiders van Israël, ‘Rashi’ (1040-1105 g.j.). De moeder van Rashi had  eens geen geld om ‘Sjabbat’-kaarsen te kopen en zij verkocht daarom een zeer waardevol juweel om de kaarsen te kunnen kopen. Het gevolg was dat HaSjem haar de kleine Rashi gaf, die uitgroeide tot een van de grootste lichten van Israël, een van de beroemdste Tora- en Talmoedcommentatoren.

 

De kaarsen zelf kunnen uit paraffine bestaan, maar vrome Joodse vrouwen geven prioriteit aan kaarsen uit olijfolie (in de tempel brandde de Menora met olijfolie). Het is voorzien dat de ‘Sjabbat’-kaarsen op de eettafel staan en deze moeten zolang de maaltijd aan de gang is branden. De kaarsen versieren de ‘Sjabbat’-tafel.

Het aansteken van de kaarsen behoort tot de zogenoemde ‘Chana Mitswot’ (‘Challa’, ‘Nida’ en ‘Hadlakat Nerot’). De vrouw heeft voor deze Mitswot prioriteit en de Rabbijnen legden speciaal de verantwoordelijkheid voor deze Mitswot in de handen van de vrouw.

Ook behoort het aansteken van de kaarsen tot de drie Mitswot, die eerst uitgevoerd worden en daarna pas de ‘Beracha’ wordt gezegd:

a.       Het aansteken van de kaarsen voor Sjabbat en Jom Tov, omdat met het reciteren van de ‘Beracha’ de Sjabbat of Jom Tov begint en dan is het te laat om de kaarsen aan te steken.

b.       Netillat Jadajim’: om die ‘Beracha’ te kunnen reciteren, hebben we schone handen nodig.

c.       Mikwa’, bij een ‘Nida’ na haar menstruatie- en reinheidsdagen. Als zij zich eerst onderdompelt in de ‘Mikwa’, wordt zij ‘Tahor’ (cultisch-spiritueel rein). Ook bij een ‘Ger’ of ‘Gijoret’ wordt de ‘Beracha’ na de onderdompeling gezegd, omdat de omderdompeling voor een Halachisch erkende Beet Dien de belissende afsluiting van de Gijoer-procedure markeert. Die persoon is nu Joods en mag de ‘Beracha’ zeggen.

 

De reden dat de vrouw haar ogen bedekt als zij de ‘Beracha’ over de kaarsen zegt, is dat zij niet wil genieten van het Sjabbat-licht zolang zij nog niet de ‘Beracha’ heeft gezegd. De reden voor het cirkelend bewegen van de beide armen voor het zeggen van de ‘Beracha’ ligt vermoedelijk in het idee dat de vrouw wenst dat de sfeer van Sjabbat zich in de hele woning verspreidt.

 

Sjabbat’ in de synagoge

Meer dan alle andere dagen van de week brengen we op ‘Sjabbat’ veel tijd in de synagoge door.

Sjabbat wordt in de Tora ook wel genoemd, ‘Sjabbat La’HaSjem’. Dat wil natuurlijk zeggen dat Sjabbat in bijzondere mate, veel meer dan werkdagen aandacht verdient en dat we meer tijd en inspanning doen om bewust de Sjabbat als dag van HaSjem te ervaren.

Het is zeker ook de bedoeling dat we op Sjabbat onze ‘Nesjama’ (geest) doen opleven en in de intensieve sfeer van ‘Tefiela en Tora’ de Sjabbat beleven.

Het is noemenswaardig over ‘Kabbalat Sjabbat’ te spreken. Tot de zestiende eeuw begon men de avonddienst van Sjabbat  met Tehilliem/Psalm 92, ‘Mizmor Sjier LeJom HaSjabbat’ en zo ook nam men Halachisch de Sjabbat op zich.

In de bloeitijd van de Luriaanse Kabbala in de zestiende eeuw in Tsfat/Safed heeft Rabbi Yitzchak Luria (1534-1572 g.j.), de ‘Leeuw van de Kabbala’ en de stichter van de praktische Kabbala met zijn volgelingen, de ‘Kabbalat Sjabbat’ geïntroduceerd. Zij hebben zich op de Talmoed gebaseerd waarin staat dat vroeger in de Misjna-tijd de Geleerden de Sjabbat verwelkomden op de heuveltoppen in Galilea, gekleed in witte feestkleding en met het gezicht gericht naar het Westen, waar de nieuwe Joodse dag begint (met zonsondergang), met de woorden: ‘Kom Koningin Sjabbat, kom Sjabbat-bruid’. Sjabbat is in het Ivriet vrouwelijk.

De ‘Ari’ (Rabbi Yitzchak Luria) heeft zes Tehilliem/Psalmen samengesteld, voor elke werkdag een Psalm, die meestal gaan over de schepping, de natuur die zingt over HaSjem, over Jehoeda en Tzion, over de leiding van Moshe en Aharon en over Gd’s kracht die zich in de natuur manifesteert. Een beroemde leerling van Rabbi Yitzchak Luria, die bekend is onder de naam Rabbi Sjlomo Alkabetz (1500-1580 g.j.) heeft het bekendste Sjabbat-lied geschreven, ‘Lecha Dodi’, dat overal in de hele religieus Joodse wereld onder alle ethnische groepen (Asjkenasiem, Sefardiem etc.) wordt gezongen met een rijke varieteit aan melodieën. Het ‘Lecha Dodi’lied heeft acht coupletten die allemaal beginnen met een letter van zijn naam en zo zijn acroniem vormen, Shlomo HaLevi. De coupletten zijn een meesterwerk en geniaal samengesteld uit Bijbelversen over de de thema’s Sjabbat, het Joodse Volk, Verlossing en het Verwelkomen van de Sjabbat. Aansluitend worden de Tehilliem/Psalmen 92 en 93 gezegd, die als ‘Sjier Sjel Jom’ (respectievelijk de Psalm van Sjabbat en van vrijdag) gelden.

Bij Asjkenasiem is het de gewoonte het tweede Misjna-hoofdstuk van het traktaat Sjabbat voor te lezen dat alle aspecten van het aansteken van de Sjabbat-kaarsen behandelt.

Bij Sefardiem en Chassidiem is het de gewoonte een gedeelte van de Zohar te reciteren over de bijzondere sfeer van Sjabbat hier op aarde en in de hemel. Het begint met de woorden: ‘Raza D’Sjabbat’ (het geheim van Sjabbat is Sjabbat zelf). Na de ‘Kabbalat Sjabbat’ volgt direct de avonddienst van Sjabbat.

 

De Sjmonee Esree van Sjabbat bestaat uit zeven ‘Berachot’. De eerste drie prijzen HaSjem, de vierde ‘Beracha’ gaat over de heiligheid van de dag en de laatste drie ‘Berachot’ danken HaSjem.

Op ‘Sjabbat’ zijn er vier gebedsdiensten voorzien:

  • Vrijdagnacht is er ‘Kabbalat-Sjabbat’ (het verwelkomen van ‘Sjabbat’ met het beroemde lied ‘Lecha-Dodi’) gevolgd door het avondgebed voor ‘Sjabbat’ (Ma’ariv’). De Sjemonee Esree van Ma’ariv op Sjabbat-nacht gaat over de Schepping.
  • Op ‘Sjabbat’-dag is er het ochtendgebed ‘Sjachariet’. De Sjmonee Esree van Sjachariet gaat over de Stenen Tafelen met de Tien Woorden die Mosje Rabbenoe op de berg Sinaï ontvangen heeft. Op deze Stenen Tafelen staat het Sjabbat-gebod. De Sjachariet wordt gevolgd door de wekelijkse Tora- en Profetenlezing . De Rabbijn geeft een voordracht over de wekelijkse Tora-lezing (uitleg). De morgendienst wordt afgesloten met een speciaal toegevoegd gebed voor ‘Sjabbat’, ‘Moesaf’. De Sjmonee Esree gaat over het extra offer ter ere van Sjabbat tijdens het bestaan van de Tempel. Aansluitend volgt in de meeste synagoges een ’Kiddoesj’. Deze trekt veel belangstelling omdat dit een mogelijkheid biedt voor sociale contacten.
  • Het namiddaggebed ‘Mincha’, gevolgd door een korte Tora-lezing vindt plaats anderhalf uur voor het einde van de ‘Sjabbat’. De Sjmonee Esree van Mincha gaat over de harmonie en vrede van Sjabbat en geeft ons een blik over de Messiaanse Sjabbat.
  • De ‘Sjabbat’ wordt afgesloten met het avondgebed voor werkdagen.

 

A.     Het bidden en het lezen van de Tora op Sjabbat. Uit de woorden ‘VeJom Hasjvi’i Sjabbat La'HaSjem’ (Devariem/Deuteronomium 5:14) leren wij en leiden wij dat wij tijd moeten besteden en moeite moeten doen om   intensief te bidden op Sjabbat en om de wekelijkse portie de ‘Sidra’ te lezen en om de ‘Haftara’ (de lezing uit de Profeten) te horen.

Sinds de tijd van Ezra zijn wij verplicht en bevoorrecht om de ‘Parasjat HaSjavoea’ te lezen, elk Sjabbat en ook op de ‘Jamiem Toviem’ een toepasselijke portie uit de Tora. Op Sjabbat is het minimale aantal op te roepen mannen voor de Tora zeven, in overeenstemming met de zeven herders en leiders van Israël (Avraham, Jitschak, Ja’akov, Mosje, Aharon, Josef and David), zoals de ‘Oespezien van Soekot’. Zeven is het minimum, maar wij mogen het vermeerderen als daar aaleiding voor is. Vanaf de tijd van Antiochus Epiphanes (167-164 v.d.g.j.) en de Romeinse keizer Hadrianus (132-135 g.j.) werden decreten uitgevaardigd tegen het houden van Tora en Mitswot. Ook werd het voorlezen uit de Tora verboden en zo werd als vervanging een portie uit de Profeten, genaamd de ‘Haftara’, letterlijk conclusie, geïntroduceerd. Tegenwoordig beëindigen wij de voorlezing van de Tora op elke Sjabbat en ook op Jamiem Toviem en vastendagen met het lezen van de ‘Haftara’. The ‘Haftara’ is iedere keer contextueel verbonden aan de ‘Parasja’ of aan de Festivals of vastendagen en de Haftarot werden met veel zorg en toewijding door onze Rabbijnen uitgekozen.

Het zegenen van de kinderen

Jongens worden gezegend met de traditionele zegen van Ja'akov over Efraïm en Menasje, terwijl meisjes worden gezegend met de traditionele zegen van de mensen van Beet Lechem voor Ruth, dat zij mag zijn als Sara, Rivka, Rachel en Lea. Bij het einde kussen de ouders hun kinderen. Bij Hongaarse Joden is het de gewoonte dat kinderen de hand van de ouders kussen.

 

‘Zemirot’

Tijdens de ‘Sjabbat’-maaltijden worden traditionele, mooie Hebreeuwse ‘Sjabbat’-liederen gezongen. Er is een speciaal boek met ‘Zemirot’ die passende ‘Sjabbat’-liederen heeft voor elke maaltijd.

Wij beginnen de ‘Sjabbat’ met een zeer beroemd lied ‘Sjalom Alechem’ waarbij de engelen van de vrede begroet worden, die volgens de Talmoedische traditie ons van de synagoge naar huis begeleiden en bij de ‘Sjabbat’-maaltijden aanwezig zijn. Dit echter alleen bij de Joodse familie die ‘Sjabbat’ feestelijk heeft voorbereid. Dan volgt een loflied voor de Joodse moeder en vrouw, gekend als ‘Esjèt Chajiel’, de sterke en flinke vrouw, die zoveel moeite heeft gedaan voor deze feestelijke ‘Sjabbat’ en vooral zorgt voor een intact, harmonisch familieleven. Het is opmerkelijk dat er geen lied is voor ‘Iesj Chajiel’, de Joodse man.

Er zijn ‘Zemirot’-boekjes met liederen voor Sjabbat die zelfs duizend jaar geleden zijn geschreven. Onder de auteurs van de ‘Zemirot’ vinden wij Donash ben Labrat (920-990 g.j.),  auteur van het beroemde lied ‘Dror Jikra’, Rabbi Jehoeda HaLevi (1075-1141 g.j.), auteur van het beroemde Sjabbat-lied ‘Jom Sjabbaton’, Rabbi Abraham Ibn Ezra (1089-1164 g.j.), wiens beroemde Sjabbat-lied heet ‘Ki Esjmera Sjabbat’, de Tosafist Rabbi Baruch ben Shmuel (gestoven 1221 g.j.), auteur van het beroemde Sjabbat-lied ‘Baruch El Eljon’ en de Kabbalist Rabbi Yitzchak Luria (1534-1572 g.j.) auteur van het beroemde Sjabbat-lied ‘Jom Ze LeJisrael Ora Ve’Simcha’. Dit is een kleine lijst van beroemde componisten uit duizend jaren traditie van SjabbatZemirot’.

Het wordt verteld over Rabbi Menachem Man Shach (1899-2001 g.j.), de grootste Talmoed-geleerde van de twintigste eeuw, dat men hem vroeg waarom hij geen groot succes met de opleiding van zijn zoon had, waarop hij kort en bondig antwoordde: ‘’op de Sjabbat-maaltijden heb ik altijd Choemasj met commentaren geleerd, in plaats van Sjabbat-liederen te zingen met mijn kinderen’’.  Deze ware anekdote zal voor ons allen een les zijn om op Sjabbat met onze kinderen ‘Zemirot’ te zingen.

 

Kiddoesj

Van de woorden in de Tora: ’’Herinner/Gedenk (‘Zachor’) de Sjabbat dag om het heilig te houden’’ en van een ander vers in de Tora:
‘’G'd heiligde de Sjabbat dag’’, leren wij dat er een Mitswa is om de Heiligheid van Sjabbat te verklaren zowel op Sjabbat- nacht als op Sjabbat-dag. De ‘Kiddoesj’ is a verklaring van het bijzondere van de Sjabbat-dag, waarin wij ook de reden voor het houden van Sjabbat benoemen.

Sjabbat-nacht

Volgens alle Halachische authoriteiten is het een verplichting gebaseerd op de Tora om ‘Kiddoesj’ te maken op Sjabbat-nacht. Het moet worden uitgesproken over wijn of druivensap. De tekst verschilt aanzienlijk van de ‘Kiddoesj’ op Sjabbat-dag en is gericht op het idee van de voltooing van de Schepping aan het einde van de zesde dag. Wij staan meestal tijdens het uitspreken van deze ‘Kiddoesj’, omdat het eerste deel van de ‘Kiddoesj’ bestaat uit het getuigenis afleggen dat HaSjem de Schepper is en over het bestaan van Sjabbat. Aangezien wij getuigen, moeten wij staan. Wij zijn verplicht van de ‘Kiddoesj’ wijn of druivensap te proeven, maar net als met ‘Lechem Misjne’ hoeven wij geen ‘Beracha’ te zeggen, omdat wij de wijn/het druivensap proeven als onderdeel van de Mitswa' van het maken van ‘Kiddoesj’, maar niet voor het genot ervan. 

Kiddoesj’ op Sjabbat-dag

Volgens de meeste Halachische authoriteiten is ‘Kiddoesj’ op Sjabbat-dag een Rabbijnse verplichting. Het kan worden uitgevoerd op iedere belangrijke drank die alcohol bevat. Wijn of druivensap hebben echter de voorkeur. Het kan worden uitgevoerd met een klein glas en er is geen noodzaak voor een zilvere beker. De tekst is veel langer en gaat over de Uittocht en bevrijding uit de slavernij. Het kan worden uitgevoerd terwijl men zit. Mensen die naar de ‘Kiddoesj’ op Sjabbat-dag luitesteren, moeten proeven van de wijn, het druivensap of van de alcoholische drank, maar zij hoeven geen ‘Beracha’ te maken, zoals hierboven is uitgelegd.

Lechem Misjne

Sinds de tijd van de woestijngeneratie, daalde op vrijdagen een dubbele portie ‘Manna’ (Hemels brood) neer, een voor vrijdag en een voor Sjabbat. Wij leiden hieruit het algemene idee voor de voorbereiding voor Sjabbat af, gesymboliseerd door het ‘Lechem Misjne’. Wij hebben ‘Lechem Misjne’, (dubbele ‘Challot’) nodig voor ieder van de drie maaltijden, zodat het minimum aantal dat wij nodig hebben vier ‘Challot’ is (of vier ‘Matsot’ voor het geval wij geen ‘Challot’ hebben. De ‘Challot’ moeten heel en niet gebroken zijn; hetzelfde geldt voor de ‘Matsot’. Asjkenasiem mogen ‘Matsot’ gebruiken voor ‘Lechem Misjne’, omdat zij gedurende het gehele jaar de ‘Beracha’ van ‘HaMotsi’ over Matsot zeggen. Sefardiem, die slechts gedurende Pesach over ‘Matsot’ ‘HaMotsi’ zeggen en voor de rest van het jaar de Beracha voor ‘Mezonot’, kunnen Matsot niet als ‘Lechem Misjne’ for Sjabbat gebruiken. De ‘Ba’al HaBajit’ (heer des huizes) heeft bij het uitspreken van de Beracha in gedachten om de Mitswa van ‘Lechem Misjne’ te vervullen voor alle deelnemers. Daarom moeten zij een stuk ‘Challa’ eten, gedompeld is zout, maar zij hoeven niet de ‘Beracha’ van ‘HaMotsi’ te zeggen, omdat het eten het uitvoeren van de Mitswa van ‘Lechem Misjne’ inhoudt en niet het aspect van ‘genieten’. Het is een mooi gebruik dat de ‘Ba’alat HaBajit’ (vrouw des huizes) op ‘Erev Sjabbat’ ‘Challot’ voor Sjabbat bakt en zo de gelegenheid heeft om de Mitswa te vervullen van het afscheiden van ‘Challa’, hetgeen een van de drie Mitswot is die voor vrouwen is gereserveerd (Chana Mitswot’).

Het lijkt mij belangrijk om uit te leggen waarom wij het brood voor SjabbatChalla’ of ‘Challlot’ noemen. Op doordeweekse dagen noemen wij brood ‘Lechem’, met als letters van de wortel ‘Lamed’, ‘Chet’ en ‘Mem’. Dit betekent vechten of oorlogvoeren, zoals ‘Milchama’, wat een verwijzing is naar het gevecht voor levensonderhoud waarmee wij gedurende de rest van de week constant bezig zijn. ‘Challa’ of ‘Challot’ kan er een verwijzing naar zijn dat de vrouwen de Mitswa van het afscheiden van ‘Challa’ van dit ‘Challot’ brood hebben uitgevoerd. In de loop van de tijd werden ‘Challa’ en ‘Challot’ synonymiemen voor Sjabbat and Jamiem Toviem of andere feestelijke gelegenheden zoals een Briet Mila.

 

 

 

 

De maatlijden van Sjabbat (‘Seoedat Sjabbat’)

 

 

In het Hebreeuws maken wij onderscheid tussen ‘Aroecha’ and ‘Seoeda’. ‘Aroecha’ komt van de wortel met de letters ‘Aleph’,’ Resh’ and ‘Chet’ wat gast betekent en inhoudt dat de maaltijd snel en op een snackachtige-manier wordt gegeten. ‘Seoeda’ is een woord gereserveerd voor Sjabbat and Joodse Feesten en heeft de wortel met de letters ‘Samech’ ‘Ayin’ en ‘Dalet’, hetgeen versterken of steunen betekent. Dit is er een verwijzing naar dat de maaltijden van Sjabbat ons instaat moeten stellen om G'd te dienen.

Wij zijn verplicht om drie maaltijden op Sjabbat te eten. De drie maaltijden van Sjabbat kunnen als volgt worden uitgelegd:

A.     In de context van ‘Manna’, staat er drie keer ‘Sjabbat HaJom’, vandaar dat wij drie maaltijden op Sjabbat moeten eten.

B.     De drie maaltijden vertegenwoordigen onze drie Patriarchen.

C.     In Talmoedische tijden was het gebruikelijk om op doordeweekse dagen slechts twee maaltijden te eten, een 's ochtends en een 's avonds. Op Sjabbat eten wij drie maaltijden, om het belang van Sjabbat te onderstrepen. Het eerste maal is op Sjabbat-nacht, het tweede maal is rond lunch tijd na het ‘Davvenen’ (bidden) en het lezen van de Tora en het derde maal is voor ‘Sjkia’ (zonsondergang), tegen het einde van Sjabbat. Men mag meer maaltijden en meer voedsel eten op Sjabbat, mede vanwege het tekort aan de traditioneel dagelijkse 100 ‘Berachot’ die wij verondersteld worden iedere dag te zeggen, vanwege de kortere ‘Sjmonee Esree’ (bestaand uit zeven ‘Berachot’ in plaats van de doordeweekse negentien) en omdat wij geen Tefilien aandoen. Drie maaltijden op Sjabbat is echter het minimum.

 

De ‘Sjabbat’maaltijd heeft een bijzondere ontspannende en geborgen sfeer. De hele familie is aan tafel en de beste gerechten en delicatessen worden geserveerd.

Normaal bestaat de maaltijd uit vier gangen:

Sjabbat-nacht:

  •       Vis of gevulde vis.
  •       Kippebouillonsoep.
  •       Meestal vlees, kip of rund met salades.
  •       Dessert.

 

Sjabbat-middag:

  •       Meestal gehakte lever of leverpastei en eiersalade.
  •       Tsjolent’ (warme soep met bonen, rundsvlees en aardappelen) en ‘Kiegel’ (een warm bereide aardappelcake (Poolse stijl) of warm bereide noedelcake met veel suiker en pikant (Jeroesjalmi stijl).
  •       Vlees of verschillende worsten met salade, meestal verschillende soorten.
  •       Dessert.

 

Derde maaltijd:

  •       Snacks bestaande uit een cocktailachtige salade, haring of Oriëntaalse gerechten (Choemoes, Techina).

Heel vaak wordt deze in de synagoge alleen door de mannen in de gemeenschap gegeten.

 

Elke ‘Sjabbat’-maaltijd wordt begeleid met een Tora-gedachte over de wekelijkse schriftlezing. Meestal dragen de kinderen een paar gedachten voor die zij in de Joodse school geleerd hebben. Indien zij hiertoe niet geïnspireerd zijn, draagt een ander familielid een Tora-gedachte voor.

Na elke maaltijd wordt in het Jodendom het tafelgebed ‘Birkat HaMazon’ gezegd. Dit is een gebod zoals in de Tora staat: ‘Je zal eten, zat worden (verzadigd worden) en G’d zegenen (of danken)’.

Het is traditie dat de kinderen met de hele familie dit gebed zingen en zo de maaltijd besluiten in een aangename, inspirerende en feestelijke sfeer.

In de Birkat HaMazon van Sjabbat voegen wij drie belangrijke delen toe:

1. Het gedeelte ‘Retsee’, een gebed over de heiligheid van Sjabbat, de rust op Sjabbat en getroost worden door HaSjem door het bouwen van Tzion en Jeroesjalajiem/Jerusalem. Als wij dit gedeelte vergeten tijdens de Birkat HaMazon’ moeten wij de ‘Birkat HaMazon’ herhalen onder toevoeging van ‘Retsee’. Als wij het ons herinneren voor het einde van de vierde Beracha van ‘Birkat HaMazon’, keren wij terug naar het gedeelte van ‘Retsee’ en gaan wij vanaf daar verder met het voltooien van de ‘Birkat HaMazon’.

2 Een ‘HaRachaman’ speciaal voor Sjabbat.

3 Wij zeggen ‘Migdol’ in plaats van ‘Magdiel’.

Uit pedagogische overwegingen is het mooi als de kinderen  ‘Birkat HaMazon’ zingen en zo de routine opdoen van het ‘Bentsjen’. Zo leren zij het in de loop van de tijd uit het hoofd, wat behulpzaam kan zijn voor het geval zij om wat voor reden dan ook geen Siddoer of ‘Birkat HaMazon’ bij de hand hebben.

 

Sjioeriem’ (Tora leren)

Het is op ‘Sjabbat’ verboden werk te verrichten, maar intellectuele bezigheden zijn gewenst en worden zelfs bevorderd. Wij hebben dan meer tijd voor het leren, voor de revitalisatie van ons intellect en daarom is het de gewoonte in vele gemeenten Tora-lessen te organiseren over verschillende aspecten van de Talmoed, Tenach, ‘Pirkei Avot’, ‘Moessar’ en Kabbala en dit op alle niveaus, voor mannen, vrouwen en voor kinderen.                                                                   

In Antwerpen bestaan talloze Tora-lessen op alle niveaus in de 33 synagogen verspreid over de Joodse wijk.

Ook voor vrouwen bestaan er lessen georganiseerd door de ‘Agoeda’-vrouwenvereniging in de zomer en in de winter, 's middags kort voor het einde van Sjabbat. En door Rabbijn Shabtai Slavaticki Shlita van Chabad zijn er op de zomer-Sjabbatot, thematische voordrachten die een grote menigte van Joodse vrouwen aantrekken.

 

Havdala

 

Het woord ‘Havdala’ betekent onderscheid maken of onderscheiden. Het gaat terug naar de tekst van de

Havdala’ gedurende welke wij verklaren dat HaSjem onderscheid maakt tussen heilig en profaan, tussen licht en donker, tussen Israël en de andere naties en tussen Sjabbat en de overige 6 werkdagen.

De verplichting om ‘Havdala’ te maken komt uit de Tora, afgeleid uit de Pasoek: ‘’Herinner de Sjabbat dag om deze te heiligen’’ en het wordt zo begrepen door de Rabbijnen in de Talmoed en ‘Sjoelchan Aroech’, dat wij de Sjabbat verwelkomen bij het intreden door het maken van ‘Kiddoesj’ en door het afscheid nemen van de Sjabbat met de ‘Havdala’ ceremonie.

 

Wij kunnen drie types ‘Havdala’ onderscheiden:

1.       De ‘Havdala’ die gewoonlijk gezegd wordt door de mannen tijdens de stille ‘Sjmonee Esree’ van ‘Motsee Sjabbat’, door in de vierde ‘Beracha’ de passage toe te voegen ‘Atta Chonantanoe’. In deze passage vinden we een deel van de tekst van ‘Havdala’ terug en het is Halachisch toegestaan na het zeggen van deze passage weer al het gewone werk te doen dat wij gewoonlijk op werkdagen doen.

2.       Nadat de tijd van Sjabbat voorbij is, mogen vrouwen weer profane activiteiten uitvoeren na het zeggen van de zin: ‘Baroech HaMavdil ben Kodesj LeChol. Volgens Rav Y.M. Lau (1937 g.j.) in zijn Halachische werk ‘HaNachat Yesod’ (Foundations, One Hundred Concepts in Judaism, ISBN 978-965-482-757-7), zijn er twee types ‘Havdala’ die teruggaan op de Joden van Babylon, die extreem arm waren en zich niet konden veroorloven om wijn voor ‘Havdala’ te kopen. Tegenwoordig is de ‘Havdalaceremonie verplicht.

3.       De ceremoniële ‘Havdala’ die wij uitvoeren tenmidde van het gezin, gewoonlijk na het zeggen van enkele gebeden en wensen voor een goede en voorspoedige week. Wij maken de ‘Havdala’ bij voorkeur over wijn of druivensap. Volgens de ‘Halacha’ is het toegestaan Havdala te maken op de dranken van het betreffende land (‘Chamar Medina’), wat gewoonlijk bier is. Chassidiem geven de voorkeur aan bier voor ‘Havdala’. Wij gebruiken ook tijdens ‘Havdala’ ‘Besamim’, kruiden zoals kruidnagel, munt, rozemarijn en lavendel. Al naar gelang de gebruikte kruiden zeggen wij ‘’Boree Minee Vesamim’(bij gedroogde kruiden als bijvoorbeeld kruidnagels of ‘Boree Minee Isfee Vesamim’’ (bij verse kruiden). De reden om ‘Besamim’ tijdens ‘Havdala’ te gebruiken is dat bij het einde van Sjabbat onze ‘Nesjama Jettera’ (de extra ziel), die ons op Sjabbat is gegeven voor ontspanning en onze heropleving, ook vertrekt. Onze Wijzen leren ons dat het enige waarvan onze ‘Nesjama’ (ziel) geniet een aangename geur is. Om onze ziel te troosten voor het verlies van de extra ‘Nesjama’, ruiken wij aan een aangename geur. Chassidiem ruiken zelfs bij het aantreden van Sjabbat aan ‘Besamiem’ om het aantal ‘Berachot’ te vermeerderen tot het ideale aantal van 100 per dag. Er is immers een tekort aan ‘Berachot’ op Sjabbat, omdat wij slechts 7 ‘Berachot’ in de Sjemonee Esree’ zeggen. Wij hebben ook een ‘Havdala’ kaars nodig met verschillende lonten. Er zijn tenminste 2 kaarsen nodig om een ‘Havdala’ kaars te vormen. De reden hiervoor is dat wij een soort fakkel willen vormen zodat een ieder kan ervaren dat Sjabbat over is. Rabbi Chaim Ozer Grodzinksi (1863-1940 g.j.) stond toe om in noodgevallen de ‘Beracha’ op een elektrisch licht te zeggen, wat beschouwd wordt als vuur respectivelijk als bronnen van vuur.

 

Het idee achter het gebruik van een ‘Havdala’-kaars, die halachisch gezien een soort fakkel is, is om publiekelijk bekend te maken dat Sjabbat voorbij is. Voor de meeste mensen, zowel Joden als niet-Joden, wordt Sjabbat geassocieerd met het verbod om vuur te maken. Door het gebruik van de ‘Havdala’-kaars is het aan ons allemaal bekend gemaakt dat Sjabbat voorbij is en dat wij vuur mogen maken en gebruiken. Een andere verklaring uit de Midrasj luidt als volgt: Vuur werd gecreeërd door ‘Adam HaRisjon’ (de eerste originele mens die door G-d werd geschapen) aan het einde van Sjabbat. Adam kreeg toestemming om in ‘Gan Eden’ (Paradijs), te blijven gedurende de eerste dag van zijn bestaan (Sjabbat). Zoals in de Tora beschreven staat werd hij geschapen op vrijdag en zondigde hij op diezelfde dag, maar dankzij de genade van HaSjem, mochten hij en zijn vrouw Chava op Sjabbat in de ‘Tuin van Eden’ blijven. Na de afloop van Sjabbat, werden hij en zijn vrouw uit ‘Gan Eden’ verdreven en ervaarden zij nacht en duisternis. Door het handig gebruik van twee stenen maakte Adam vuur en dit geldt als de reden waarom wij een ‘Beracha’ maken over vuur na afloop van de Sjabbat, als herinnering aan die gebeurtenis.

De inleidende tekst van de ‘Havdala’ verschilt tussen Asjkenasiem and Sefardiem, door het gebruik van verschillende ‘Pesoekiem’ (versen uit Tenach). De tekst van de ‘Havdala’ en de ‘Berachot’ zijn wel hetzelfde.

 

 

Wanneer wij de ‘Beracha’ over het vuur zeggen, houden wij onze vingers in de buurt van het vuur en kijken naar onze nagels om zo voordeel van het vuur te hebben. Aan het einde van de ‘Havdala’ doven wij de ‘Havdala-kaars met de wijn of het bier.

Chassidiem hebben het gebruik om een paar druppels van de  overgebleven drank na het maken van Havdala te gebruiken om de wenkbrouwen te bevochtigen, gebaseerd op het vers uit Psalms 19:9: ‘’ Het gebod van HaSjem is helder, het verlicht de ogen’’. Ook de zakken worden bevochtigd met het overlijfsel van de drank van ‘Havdala’ als een voorteken voor voorspoed en een succesvolle week. Asjkenasiem and Mitnagdiem volgen dit gebruik niet.

Het is een algemeen gebruik om een lied te zingen over de komst van de Profeet Eliyahoe/Elia die ons de Messiach Ben David zal aankondigen, omdat volgens de Talmoed de Messias niet op Sjabbat zal komen, zodat de rust op Sjabbat niet verstoord zal worden.

De eerste gelegenheid dat Eliyahoe de Profeet met Messisach Ben David kan komen is dus aan het einde van Sjabbat.

Veel mensen zeggen verschillende gebeden voor een harmonieuze week. Chassidiem en vrome mannen eten ook een toegevoegde kleine maaltijd, die ‘Melave Malka’ heet (begeleiding van de Koningin Sjabbat). De ‘Sjoelchan Aroech’ prijst dit gebruik en vergelijkt het met met de Mitswa van gastvrijheid. Wij hebben immers de plicht om onze gast(en) te vergezellen wanneer zij weggaan en dus hebben wij vergelijkbaar de plicht om Koningin Sjabbat te vergezellen bij haar vertrek. Gedurende de laatste jaren wordt ‘Melave Malkaop de korte winter-Sjabbatot gebruikt om geld op te halen voor Tora en goede doelen en organisaties. Na afloop van Sjabbat worden mensen uitgenodigd voor een aangename maaltijd in een ruime catering zaal, waar zij een volle maaltijd geserveerd krijgen, terwijl zij kunnen luisteren naar een toespraak van een getalenteerde Rabbijnse spreker. Later worden de aanwezigen gevraagd geld te geven aan een goed doel.

 

Voor het geval dat men vergeet ‘Havdala’ te maken of als het om een of andere reden niet bij het eind van Sjabbat is gemaakt, mogen wij het nog maken tot en op dinsdag (tot de avond).

 

Vrouwen zijn verplicht te luisteren en ook om ‘Havdala’ te maken voor het geval er geen man in de familie is; in dat geval moeten zij het zelf doen. Als er een jongen is boven de leeftijd van ‘Bar Mitswa’ mag hij Havdala maken. Mijn wijlen moeder, ‘Immi Morati’, Rivka Daum (1928-2009 g.j.), s.z.l, was erg ziek gedurende haar laatste levensjaren en mijn dierbare broer, Reb Shlomo Chananel Daum, Shlita maakte elke ‘Motsee Sjabbat’ ‘Havdala’ en mijn moeder luisterde naar de ‘Havdala’ door de telefoon. Dit is beslist een mooi voorbeeld van de Mitswa van het ‘Eerbiedigen van Vader en Moeder’.

Een soort ‘Havdala’ wordt gemaakt wanneer een Festival op Sjabbat en zondag valt. Tijdens de ‘Kiddoesj’ van de tweede nacht (buiten Israël), voegen wij een deel van de ‘Havdala’, genaamd ‘Va’To’di’enoe’ toe aan de ‘Kiddoesj’. Na Jom Tov voeren wij een eenvoudige ‘Havdala’ uit door het zeggen van de tekst van de ‘Havdala’ over een glas wijn.

Wij wensen elkaar na ‘Havdala’: ‘Sjavoea Tov’ en een ‘Goet Woch’ of een ‘Goet Moed’ of ‘Moadim Le’Simcha’.

 

Bij het schrijven over zo een ingewikkeld onderwerp als Sjabbat werd ik in mijn verantwoordelijke taak beïnvloed door de boeken van de voormalige Asjkenasische Opperrabbijn van Israël en huidige Opperrabbijn van Tel Aviv-Yaffo, Rav Y.M. Lau, Shlita, die twee uitstekende Halachische werken heeft geschreven, die de standaardwerken zijn voor de Gijoer voorbereidingen door het Opperrabbinaat in Israël, namelijk namely 1. ‘Practical Halacha’ and 2. ‘Foundations’- One Hundred Concepts in Judaism (ISBN 978-965-482-757-7). Behalve een uitstekend spreker, naar wie ook vandaag nog veel vraag is in alle geledingen en ook bij de Israëlische radio (waar hij spreekt over allerlei Halachische onderwerpen), is hij een uitstekende schrijver. Hij schreef een aantal religieuze boeken , waaronder boeken over Halacha en ook een inspirerende autobiografie, over zijn traumatische jaren tijdens de Sjoa als een klein kind van vijf jaar oud: ‘Do Not Raise a Hand against the Boy’, in het Engels vertaald als Out of the Depth.

In zijn werken betreurt Rav Y.M. Lau het feit dat de meeste niet-religieuze en natuurlijk ook niet-Joden Sjabbat associeren met een serie verboden en dingen die men niet mag doen, bijvoorbeeld: niet autorijden, geen gebruik van de computer, niet koken en niet sporten, zodat een verkeerd beeld onstaat bij veel onwetende Joden, die Sjabbat associeren met passiviteit. Rav Lau geeft een prachtig voorbeeld voor het feit dat Sjabbat niet gekarakteriseerd mag worden als dag van passiviteit: iemand die bij het ingaan van Sjabbat een slaappil inneemt en de hele Sjabbat, voor 25 uur slaapt, heeft volgens Rav Lau geen overtreding begaan, maar hij heeft ook niet de vele positieve Mitswot verbonden met Sjabbat volbracht.

Wij hebben er bewust voor gekozen om ons essay over Sjabbat te beginnen met de positieve Mitswot en met de schoonheid van Sjabbat, het benadrukken van Sjabbat als dag van gelijkheid voor alle deelnemers aan onze maatschappij, inclusief onze bedienden, werkneemers, schoonmaakpersoneel en zelfs als een dag van rust voor onze dieren. De Sjabbat is niet slechts een dag van fysieke rust, maar ook van Heiligheid. Wij besteden een aanzienlijke hoeveelheid tijd aan gebed en Tora-studie. En natuurlijk is Sjabbat de dag van de familie, wanneer de familie samenkomt en Sjabbat viert, zodat wij tijd hebben voor onze kinderen en voor onze kleinkinderen.

Rabbi Samsom Raphael Hirsch (1808-1888 g.j.) s.z.l. brengt een ander aspect naar voren bij het zich onthouden van verboden werk op Sjabbat, namelijk verslaving (een soort slavernij). Een persoon die zich onthoudt van verboden creatieve activiteiten op Sjabbat laat zien dat hij geen slaaf is van de ons tegenwoordig omringende technische vooruitgang. Hij kan weerstand bieden tegen het rijden op Sjabbat, hij kan een dag zonder mobiele telefoon, zonder het gebruik van electriktrische apparaten en zonder al het werk dat de Tora verbiedt; hij is werkelijk een ‘vrije man’. Zo ook de Rabbijnen in de Talmoed, die opmerken dat door het  accepteren van de Tora, wij ware vrijheid (‘Cheroet’) verwerven. Wij kunnen namelijk onze animalistische instincten beheersen en onszelf beheersen. Zo is iedere naleving van Sjabbat een statement dat wij onze instincten en verslavingen beheersen, die vaak eindigen in het worden van een workaholic.

Sjabbat wordt ook in de meeste Joodse bronnen gezien als het terugwinnen van een deel van het verloren Paradijs, dat Adam en Chava kwijtraakten na hun zonde. Sjabbat wordt beschreven als een proeven aan ‘Olam HaBa’ (de toekomende wereld) die wij hopen te beërven. Het is al in deze wereld mogelijk volgens de Talmoed en Midrasj, als wij ons aan de Sjabbat houden, om een stukje te proeven van ‘Gan Eden’ (het Paradijs). En zoals wij het mooi uitdrukken aan het einde van Moesaf: ‘’Sjabbat is een lied van de toekomst die eens zal komen. De dag die ten volle Sjabbat en rust zal zijn in het leven voor de eeuwigheid’’.

Elke Sjabbat heeft ook de Messiaanse gedachte in zich die wij al daadkrachtig in deze voor-Messiaanse tijden kunnen beleven.

 

Avot Melacha

Bij de constructie van het Tabernakel (‘Misjkan’) vinden we het Sjabbat-gebod nogmaals (Sjemot/Exodus 35:1-3): ‘’Zes dagen zal je werken en de zevende dag is voor HaSjem; je mag geen enkel werk uitvoeren ’’. Dan volgt: ‘’je zult geen vuur aansteken in al je bewoonde plaatsen op de Sjabbat-dag’’. Uit dezePasoekkunnen wij 2 dingen afleiden:

1.       De constructie van het Tabernakel/de ’Misjkan’ is wat heiligheid betreft ondergeschikt aan de heiligheid van Sjabbat en wij mogen de Sjabbat niet ontwijden ten behoeve van de bouw van de ‘Misjkan’.

2.       Uit het feit dat de Tora het creatieve werk van vuur noemt, wordt afgeleid dat dit beschouwd wordt als een ‘Binjan Av’ (een voorbeeld van de rest de 38 ‘Avot Melacha’ die nodig zijn voor de constructie of deconstructie van de ‘Misjkan‘).

 

Wij maken onderscheid tussen ‘Melacha’ and ‘Avoda’. De Tora noemt in verband met Sjabbat and Jom TovMelacha’ en de definitie van ‘Melacha’ is:

a.       Creatief werk en verandering van status.

b.       Creatief werk dat denken behelst (‘Melechet Machsjevet’)

c.       Het moet expertise inhouden, iets dat je moet leren om in staat te zijn het uit te voeren.

Alle 39 ‘Avot Melacha’ (hoofdcategorieën van verboden werk op Sjabbat volgens de Tora) sluiten aan bij deze definitie.

In de Tora zelf worden slechts 4 ‘Avot Melacha’ direct benoemd:

1.       Het maken van vuur.

2.       Ploegen.

3.       Oogsten.

4.       Het overbrengen van zaken die niet ‘Moektse’ zijn van het ene domein naar het andere domein.

Alle overige ‘Avot Melacha’ worden in de Misjna en Talmoed (Tractaat Sjabbat, hoofdstuk 7) afgeleid en als Halacha geformuleerd in de ‘Sjoelchan Aroech’ (‘Orach Chajiem, sectie Sjabbat’) en zijn dus ook verboden uit de Tora (‘Melacha D’Oraita’).

Avoda’ is mechanisch, routineus werk, dat niet creatief is en geen denkwerk vereist en dus niet direct op Sjabbat verboden is. Het woord is afgeleid van de ‘Sjoresj’ (stamletters) ‘Eved’, wat slavernij betekent. Tien verdiepingen trappen klimmen is wel een inspanning, maar is niet creatief en daarom toegestaan op Sjabbat, maar men moet het echter niet doen, omdat het niet in overeenstemming is met de geest en sfeer van Sjabbat.

Het dragen van een zware tafel, waarvoor bijvoorbeeld 4 mensen nodig zijn, is toegestaan als je het binnen je eigen privésfeer verplaatst op Sjabbat. Als je een stapel boeken op Sjabbat binnen je apartment moet dragen, is dat ook toegestaan, omdat het geen creatief werk is en geen expertise vereist.

Toledot

Er zijn 39 ‘Avot Melachah’ (eerstegraads), die ook ‘Toledot’  (tweedegraads) omvatten, en zowel de eerstegraads als tweedegraads werkzaamheden zijn in gelijke mate verboden volgens de Tora. Dit zijn geen Rabbijnse bepalingen, maar zij worden direct door de Rabbijnen afgeleid uit de Tora.

De meest bekende Toleda is het gebruik van electriciteit of toetstellen met batterijen op Sjabbat. Bij dit elektrisch gebruik of gebruik van batterijen ontstaat een circuit van elektrische stromen die een vonk veroorzaaken, zowel bij het aan- en uitzetten. Ook als wij een auto starten dan onstaat er een klein vlammetje dat de benzine gebruikt. Als we de motor afzetten dan doven wij een vlammetje. Als wij een mobiele telefoon gebruiken die met elektrische kracht is opgeladen dan veroorzaken wij een licht en natuurlijk verschillende elektronische operaties die het telefoneren mogelijk maken. Als wij dat uitdoen dan doen wij het elektrische licht ook uit en stoppen wij de hele elektronische operatie die de mobiele telefoon mogelijk maakt.

Een ander mooie voorbeeld van een Toleda op Sjabbat is het verbod op het gebruik van een paraplu. Als wij een paraplu openen, scheppen we een soort tent die ons beschermt tegen de regen. Als wij een paraplu dichtklappen dan breken we een soort tent af. Een tent opstellen of afbreken (bijvoorbeeld een circustent) is direct verwant met de Melacha van bouwen of afbreken (vernietigen). Dus is een parapalu door de Rabbijnen ‘Moektse’ verklaard en religieuze mannen gaan met een regenjas en plastic bescherming over de hoed. Vrouwen gaan ook met een regenjas aan en een plastic bescherming over het haar of de pruik.

Een ander mooi voorbeeld van een Toleda betreft bloemen op Sjabbat. Als we bloemen brengen op Sjabbat dan moeten wij die in een vaas met water zetten en dat verooorzaakt een groeiproces en opleving van de bloemen en dit is zo een Toleda van Zore’a (zaaien of planten etc.). Als wij de bloemen uit de vaas halen dan is dat een Toleda van oogsten, d.w.z. dat de bloemen langzamerhand gaan sterven en van hun levenselement, water, beroofd worden. Daarom hebben de Rabbijnen bepaald dat een bos bloemen op SjabbatMoektse’ is. Het is dus niet toepasselijk, zelfs voor een niet-Joodse persoon die bij Joodse mensen uitgenodogd wordt, om een bos bloemen op Sjabbat te brengen.

 

Volgens de ‘Gaon van Vilna’ (1720-1797 g.j.) heeft elke ‘Av Melacha’ 39 Toledot (tweedegraads verboden) die met het hoofdwerkverbod verwant zijn. Dit vermeldt Opperrabbijn Y.M. Lau in zijn Halachisch werk ‘Foundations’ – One Hundred Concepts in the Halacha.

 

Als iemand zonder intentie (‘Sjogeg’), dus per ongeluk, een SjabbatAv Melacha’ (hoofd werkverbod) of een ‘Toleda’ (tweedegraads verbod) overtreden had, moest hij tijdens de Tempelperiode een schuldoffer (‘Korban Chatat’) naar de Tempel  brengen.

Als iemand met opzet (‘Mezied’) tijdens de Tempel-periode Sjabbat ontwijdde door een ‘Av Melacha’ of ‘Toleda’ te doen en als men hem eerst verklaard had dat dit verboden was, met waarschuwingen, en hij had toch publiekelijk (voor 10 volwassen Joodse mensen) de Sjabbat ontwijd, was hij schuldig tijdens de Tempelperiode en hij kreeg de doodstraf door steniging (‘Sekila’).

In de hele Tenach vinden we alleen twee keer de doodstraf door steniging ‘Sekila’:

1.       Voor het hout sprokkelen in de woestijn (Bamidbar/Numeri 15:32-36).

2.       Bij Jehosjoea/Jozua in hoofdstuk 7 met Achan die tegen het verbod in van de buit nam, waarna hij en zijn hele familie werden gestenigd.

 

In de tijd van het Sanhedrin heeft men praktisch geen doodstraffen volstrokken. Rabbi Akiva leert ons dat een Sanhedrin die eenmaal in de 70 jaar een doodstraf voltrekt, als een Sanhedrin van moordernaars wordt beschouwd.

Ook waren de Roemeinen destijds de baas in het land en zij lieten het Sanhedrin geen doodstraffen uitvoeren. (Vanuit dit perspectief is het evident dat de Joden geen enkele aandel hadden in de kruisiging van Jezus. Dit kan men dus alleen op de Romeinen onder stadhouder Pilatus terugvoeren. Bovendien bestaat er in het Jodendom niet zo een afschuwelijke en barbaarse doodstraf als kruisiging.)

 

Tegenwoordig hebben we spijtig genoeg geen Sanhedrin. Voor een overtreding van de Sjabbat-bepalingen bestaat er dan ook alleen een straf door het Hemelse Gerecht, dat volgens de Rabbijnen wel wordt uitgevoerd.

 

Wij hebben gekozen voor de lijst met de meest voorkomende hoofdwerkverboden ‘Av Melachot’, ‘Toledot’ (tweedegraads verboden) en Rabbijnse verboden die in de ‘Kitsoer Sjoelchan Aroech’ – Nederlandse versie – zijn opgenomen (ISBN-13: 978-90-71727-30-6) onder bijlage 10: Tabel van de 39 verboden werkzaamheden van Sjabbat, pagina 1083-1091.(www.nik.nl)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We zijn Heleen en Hendrik van Silfhout dankbaar die de onderstaande lijst voor ons hebben samengesteld.

 

De 39 categorieën van verboden werkzaamheden van Sjabbat zijn onderverdeeld in 4 groepen:

1.      Werkzaamheden die nodig zijn voor het maken van brood.

2.      Werkzaamheden die nodig zijn voor het maken van stoffen.

3.      Werkzaamheden die gelieërd zijn aan het bewerken van leer.

4.      Werkzaamheden die te maken hebben met bouwen.

 

 

 

Een aantal VOORBEELDEN van verboden werkzaamheden:

 

  • AV MELACHA: Ploegen (‘Choresj’), d.w.z. de grond geschikt(er) maken voor zaaien of planten.

              TOLEDOT (verwante activiteiten met hetzelfde doel): de aarde vrij maken van stenen; spitten; een zwaar object over het terrein verslepen waardoor een spoor ontstaat.

              RABBIJNSE VERBODEN: het vegen van de vloer met een harde bezem, waardoor een groef of een spoor ontstaat; zand op de grond strooien.

Het is toegestaan met een babybuggy over zand te lopen als je bedoeling is geen spoor na te laten.

  • AV MELACHA: Zaaien en planten (‘Zorea’), d.w.z. bevorderen of veroorzaken van plantengroei.

TOLEDOT: besproeien van een grasveld; wieden; bloemen of planten water geven.

RABBIJNSE VERBODEN: je handen wassen op plaatsen waar gras of planten groeien; het verversen van het water in een vaas met snijbloemen.

Het is toegestaan om bloemen in de vensterbank te zetten, zolang je geen bedoeling hebt dat knoppen zullen groeien.

  • AV MELACHA: Oogsten (‘Kotsair’), d.w.z. afsnijden van een groeiende plant.

TOLEDOT: plukken van bloemen of afsnijden van een tak. RABBIJNSE VERBODEN: ruiken aan nog vastzittende bloemen (omdat dit zou kunnen leiden tot plukken), in een boom klimmen op Sjabbat of een dier berijden of in een hangmat gaan liggen die je tussen bomen hebt bevestigd (waardoor je mogelijk takken afbreekt).

Het is toegestaan op gras te lopen alleen als er geen ander pad beschikbaar is.

  • AV MELACHA: Schoven maken (Imoer), d.w.z. het bij elkaar brengen van landbouw- of natuurproducten. TOLEDOT: fruit dat op de grond is gevallen, bij elkaar brengen met de bedoeling het te verkopen of te bewaren, of het te rijgen aan een koord.

          RABBIJNS VERBOD: een bos bloemen maken.

  • AV MELACHA: Selecteren (‘Borer’), d.w.z. verbeteren door het verwijderen van afval.

           TOLEDOT: het zeven van meel of van vloeistoffen; het verwijderen van           rotte vruchten uit een mengsel van goede en slechte vruchten om het restant beter geschikt te maken voor consumptie. RABBIJNSE VERBODEN: het  verwijderen van slechte vruchten uit een mengsel van goed en slecht fruit waardoor het goede achterblijft (uitzondering: goede vruchten met de hand afscheiden voor onmiddellijke consumptie mag wèl. Ook is toegestaan: wassen en schillen van fruit en groente voor onmiddellijke consumptie); specifieke boeken of speelgoed uitzoeken om weg te gooien (zonder ze te gebruiken); een insect uit een drank verwijderen (behalve wanneer het wordt gedaan samen met wat vocht); een schuimspaan gebruiken      (die het vaste van het vloeibare scheidt); rotte stukken van een krop afhalen.

De ‘Av Melacha’ van ‘Borer’ is in de Halachische literatuur extensief behandeld en wordt bijna elke keer door het Beet Dien voor Gijoer gevraagd. Het gaat dus in principe om selecteren van het slechte van het goede, in eerste lijn om voedsel. Een populaire vraag is hoe men vis eet met graten. Er zijn twee methodes: (1) het vlees van de visgraten nemen en de graten op het bord laten liggen of (2) een stuk vis met de graten in de mond nemen en de tong de selectie laten doen. In mijn werk Halacha Aktuell schrijf ik dat de beroemde ´gefillte fish’ zijn oorspong heeft in het verboden werk van ‘Borer’ en zo heeft men de vis samen met de graten gemalen en dus het probleem van ‘Borer’ opgelost. ‘Borer’ kan ook betrekking hebben op voorwerpen die geen voedsel zijn. Zo mag je op Sjabbat geen bestek selecteren in drie groepen (messen, vorken en lepels); je mag boeken niet selecteren naar thema’s of kleding niet selecteren op Sjabbat. Het beste is dat je alle kleding aan de kant legt en alleen het gewenste kledingstuk pakt (of de kleding voor de Sjabbat klaarlegt).

  • AV MELACHA: Bakken (Afia), d.w.z. een substantie veranderen d.m.v. warmte om het beter geschikt te maken voor consumptie.

              TOLADOT: koken: verhitten van water tot >45graden; het toevoegen van ingrediënten aan een kokende pan; het roeren van kokend voedsel; het toevoegen van water aan thee extract (tenzij dit extract heet is gehouden op de Sjabbat-warmteplaat).

RABBIJNSE VERBODEN: het toevoegen van koude melk aan hete thee of koffie, tenzij die laatste zich in een “Klie Sjlisjie” bevindt (voorbeeld: de heetwaterketel voor Sjabbat noemen we “Klie Risjon”; brengen we hieruit water over in een theepot dan is de theepot de “Klie Sjenie”, brengen we hieruit thee over in een kopje dan is het kopje de “Klie Sjlisjie”, hieraan mag je koude melk toevoegen).

  • AV MELACHA: Scheren (‘Gozez’).

TOLADOT: haar knippen of nagels knippen.

RABBIJNSE VERBODEN: kammen van het haar met een harde borstel (met een zachte borstel is toegestaan); nagels bijten.

  • AV MELACHA: Malen (‘Tochain’).

TOLADOT: malen van peper of van koffie, malen of fijnstampen in een vijzel.

RABBIJNSE VERBODEN: raspen van bijv. wortels of kaas, verwijderen van opgedroogde klei van bijvoorbeeld schoenen of kleding. An avocado or banaan kan geprakt worden, maar met behulp van een ‘Sjinoei’. Geen gebruik van medicijnen, maar vitaminepillen zijn toegestaan (geen gevaar om ze te verpulveren of te vermalen). Je mag een pil innemen als je veel pijn hebt.

  • AV MELACHA: Schrijven (‘Koteev’).

TOLADOT: schrijven, tekenen, kleuren.

RABBIJNSE VERBODEN: het maken van zakelijke afspraken; een koopovereenkomst afsluiten. Pennen en potloden moeten wij weggelegd hebben voor Sjabbat (“Moektse”).

Het is ons niet toegestaan om ergens een donatie voor te geven op Sjabbat, omdat dat dan gelijk staat met zakendoen. In het zand schrijven of het gebruik van digitale nummers (voor een code) is geaccepteerd. Wegen en meten zijn niet toegestaan, maar het is toegestaan de temperatuur op een thermometer te lezen en om maatbekers te gebruiken. Een cake/taart met een tekening als versiering erop mag je snijden en eten. Met je schoenen op zand lopen is toegestaan.

  • AV MELACHA: Bouwen (‘Bone’).

TOLADOT: inslaan van een spijker; opzetten van een tent. RABBIJNS VERBOD: paraplu openen (het lopen met een paraplu op Sjabbat, ook al is die geopend vòòr Sjabbat is ook niet toegestaan om twee redenen, namelijk vanwege het verbod van dragen op Sjabbat en vanwege het verbod van “Mariet Ajin”); stenen zijn “Moektse” en mogen niet bewogen worden, zelfs als je een plaats nodig hebt.

Het bouwen van zandkastelen of van een sneeuwpop is niet toegestaan. Het is toegestaan opklapbare tafels en stoelen te gebruiken, net als puzzels en Lego. Instrumenten mogen niet worden bespeeld (in verband met de mogelijkheid dat je deze zou kunnen herstellen, wat een 'Melacha’ zou inhouden). Het is toegestaan blikken te openen en ook om 2 soorten yoghurt te mengen. Dansen is toegestaan; zeilen op Sjabbat is echter niet toegestaan (je moet drie dagen voor Sjabbat aan boord gaan).

  • AV MELACHA: Vuur maken (Ma’avier’).

TOLADOT: het aansteken van een vlam; het roken van een sigaret, telefoneren, het starten van een auto, het aandoen van een elektrisch apparaat of licht.

RABBIJNSE VERBODEN: het lezen bij het licht van een olielampje (omdat je de neiging zou kunnen krijgen het zò vast te houden dat je er méér licht van krijgt); het verplaatsen van een brandende lamp of kaars; het lampje van de koelkast aanzetten door de deur te openen. Een auto is “Moektse” (je mag er ook niet tegen leunen), evenals de telefoon, de gsm, de laptop, geld, lucifers, aanstekers, afstandsbedieningen etc. Deze leg je voor Sjabbat weg of je bedekt ze.

  • AV MELACHA: Vuur doven (‘Mechabeh’).

TOLADOT: uitblazen van een kaars om de pit te verbeteren; smeulend hout blussen.

RABBIJNSE VERBODEN: gas uit doen; licht uit doen (behalve bij levensgevaar, of zelfs bij mogelijk levensgevaar: in dat geval is het verplicht een brand te blussen).

  • AV MELACHA: De laatste hamerslag (‘Makke B’Patiesj’), d.w.z. de “finishing touch”.

TOLADOT: repareren van een klok, een machine of instrument; veters in nieuwe schoenen rijgen.

RABBIJNSE VERBODEN: opwinden van een horloge of klok; verzetten van de wijzers; gespecialiseerde handelingen met ingewikkelde of kwetsbare instrumenten (bijvoorbeeld het bijstellen ervan of reparatie; daarom ook géén gebruik maken van muziekinstrumenten).

Je mag niet nieuwe keukenvoorwerpen op Sjabbat naar de ‘Mikwe’ brengen.

 

Een van de bekendste ‘Avot Melacha’ (hoofdwerkverboden op Sjabbat) is ‘Hatmana’ (het insuleren of warm houden van voeding). Het is zo dat men in Talmoedische tijden een speciale oven voor warmhouden gebruikte die op een zeer lage vlam de hele Sjabbat brandde en met een deur werd dichtgehouden om zo geen warmte te verliezen. Op deze manier kon men genieten van warm voedsel op Sjabbat. Dit in tegenstelling tot de Karaïeten, die, zoals we eerder verklaard hebben, het verbod van vuur maken op Sjabbat verkeerd interpreteerden, namelijk dat er geen vuur mag branden op Sjabbat, zelfs als het vuur voor Sjabbat was aangestoken. Als consequentie zaten de Karaïeten in het donker (geen Sjabbat-kaarsen) en aten zij alleen koude gerechten. De Rabbijnen interpreteerden het vuur-verbod alleen als een verbod op het aansteken van het vuur op Sjabbat, maar als wij voor Sjabbat het vuur aangestoken hebben, mogen wij genieten van zowel het licht als van warm voedsel. Naast het aspect van ‘Oneg Sjabbat’ (het genieten van Sjabbat) hebben de Rabbijnen als plicht ingesteld dat wij op Sjabbat warm voedsel zullen eten om te verkomen dat men ervan verdacht wordt een Karaïet te zijn. Dit is alleen toegestaan volgens de Halacha als wij vóór Sjabbat eten op de warmteplaat hebben gezet.

In loop van de generaties en dankzij de techniek hebben wij vandaag Sjabbat warmteplaten die het eten warm houden (insuleren) voor de Sjabbat-dag. Sommigen gebruiken een ‘Blech’ (een stuk aluminium die ze op het fornuis leggen) om de vuurkracht te verminderen, zodat het voedsel niet verbrandt. Er zijn twee soorten van Sjabbat-platen: a) van metaal, meestal afkomstig uit Israël. Hierbij bestaat echter het probleem dat het vuur niet te matigen is. Er bestaat serieus gevaar dat het eten op deze aluminium plaat verbrandt. Twee mogelijke oplossingen voor dit probleem zijn (1) het bedekken van de Sjabbat-plaat met dik aluminiumfolie of (2) het gebruik van een zogenoemde asbest-plaat onder de pannen en b) de Sjabbat- warmteplaat van glas die meestal bij de voornaamste restaurants gebruikt wordt om het eten warm te houden. Deze is drie keer zo duur als de aluminiumplaat, maar heeft het grote voordeel dat het eten altijd gematigd wordt verhit en dus niet verbrandt (Rommelsbacher, verkijgbaar in alle kwaliteitswinkels voor keukenspullen in Duitsland).

 

Wij maken onderscheid tussen twee soorten van voedsel: vast/solide en vloeibaar voedsel. Wat bertreft vast voedsel, zo geldt de Talmoedische regel ‘Een Bisjoel Achar Bisjoel’ wat betekent: er is geen twee keer koken bij vast voedsel mogelijk. De logica hiervan is dat men gekookt voedsel ook koud kan eten, dus kan men zonder probleem koude kip, rijst of schnitzel eten. Dus mag men koud eten met een ‘Sjinoei’ (verandering) op de Sjabbat-plaat leggen. Zo mag men op de potten (met Sjinoei’) een niet zo verse ‘Challa’ leggen om het krokant te maken. Een pot met rijst kun je zetten op andere potten die al op de Sjabbat-plaat staan (metSjinoei’), om door de damp van die potten de pot met rijst te verwarmen. Het is ook toegestaan een gekookte schnitzel in aluminiumfolie verpakt (met Sjinoei’) op de warmteplaat te zetten.

Totaal anders is de situatie van vloeibare voeding, bijvoorbeeld soep, Cholent, goelasj. Hiervoor geldt niet de regel ‘ Een Bisjoel Achar Bisjoel’. Dit is omdat een koude soep of Cholent niet genietbaar is en wij kunnen ervan allleen genieten als ze warm zijn. Dus moeten we de soep of Cholent en andere gerechten voor Sjabbat op de warmteplaat zetten, liefst opgewarmd.

De Halacha onderscheidt drie niveaus van ‘Bisjoel’ in samenhang met ‘Hatmana’ (insuleren) van vloeibare voeding:

 

1.       Klie Risjon (de eerste graad van koken) is als de pan op de warmteplaat staat. In dit geval mag men niet bijvoorbeeld een lepel met soep direct uit de pan nemen en proeven. Men mag ook niet roeren en men mag ook niet de scheplepel tot de rand vullen, om zo te vermijden dat het vloeibare voedsel terugvalt in de pan. Elke handeling die we nu beschreven hebben, geldt als ‘Bisjoel’, omdat de pan direct op de warmteplaat of op het fornuis staat.
Hetzelfde geldt voor een elektrische warm-waterkoker. We mogen ook niet direct uit de waterkoker water scheppen of schenken.

 

Als je de ‘Klie Risjon’ van de warmteplaat verwijdert en die op een tafel of aanrecht zet, mag je de ‘Klie Risjon’ niet meer op de warmteplaat terugzetten. Het feit dat je de ‘Klie Risjon’ op een tafel of aanrecht hebt neergezet, betekent Halachisch dat je niet de intentie hebt om het nog terug te zetten op de warmteplaat.
Alleen als je de pan de hele tijd met je beide handen vasthoudt en niet neerzet, dan laat je weten dat je de intentie hebt de ‘Klie Risjon’ terug te zetten op de warmteplaat en daarom mag je dat op de warmplaat terug zetten en geldt dit niet als ‘Bisjoel’.

 

2.       Klie Sjeni(tweede graad van koken). Volkgens vele Halachische autoriteiten geldt ‘Klie Sjeni’ niet meer als ‘Bisjoel’ (koken) en mag het gebruikt worden. In geval van soep/Cholent enz. ontstaat een ‘Klie Sjeni’ als men de soep/Cholent schept en op een bord legt of in een soupière (glasschaal) giet. ‘Klie Sjeni’ geldt ook als je van de elektrische waterkoker het kraantje opendraait en zo warm water in een glas laat stromen. Het glas met warm water is dan de ‘Klie Sjeni’. Dit mag volgens veel halachische autoriteiten voor soep, Cholent, thee of koffie worden gebruikt. 

 

3.       Klie Sjlisji(derde graad van koken). Dit geldt volgens alle Halachische autoriteiten niet meer als ‘Bisjoel’ en mag ‘Lechatchila’ (a priori) gebruikt worden. In het geval van soep/ Cholent geldt als ‘Klie Sjlisji’ wanneer men vanuit de soupière (‘Klie Sjeni’) in/op een bord schept. Bij een elektrische waterkoker is ‘Klie Sjlisji’ als men het glas met warm water (‘Klie Sjeni’) in een andere glas giet, dan wordt dit glas ‘Klie Sjlisji’. Volgens alle auoriteiten mag dit gebruikt worden voor thee en koffie. Als men theezakjes gebruikt, moet men opletten om het theezakje niet uit te persen.

 

 

Er zijn 3 soorten Rabbinijnse verboden op Sjabbat die een preventitief karakter hebben. De reden voor deze verboden is dat wij niet verleid moeten worden de Sjabbat te ontwijden door het aanraken of dragen van verboden voorwerpen of het verliezen van de sfeer en het karakter van de Sjabbat-dag door het vragen aan niet-Joden om voor ons verboden werk te doen of om betrokken te raken bij activiteiten die ongeschikt zijn en zelfs indruisen tegen het karakter van Sjabbat

1.       Moektse, een Rabbinijnse maatregel om te voorkomen dat wij de Sjabbat overtreden. Er zijn veel types ‘Moektse’, maar wij hebben hier een selectie gemaakt van de 5 meest voorkomende types ‘Moektse’. Voor meer details of informatie, kan men het meest gangbare en complete boek over Sjabbat raadplegen: Shemirat Sjabbat KeHilchata, de laatste herziene editie uit 2010, van Rav Jehoshua Neuwirth, s.z.l. Dit werk is ook beschikbaar in een Engelse vertaling in 3 banden, uitgegeven door Feldheim Publications.

De 5 meest voorkomende types ‘Moektse’ zijn:

a.       Moektse Machmat Goefo’, bijvoorbeeld stenen, zand of handelswaar. Dit type ‘Moektse’ is niet toegestaan te verwijderen, zelfs als je de plaats ervan nodig hebt, bijvoorbeeld om op te zitten of om een schotel op te zetten. Als je op je tafel een steen hebt liggen en je wilt een bord soep eten, mag je de steen niet verwijderen of wegduwen, omdat het voorwerp zelf ‘Moektse’ is.

b.       Moektse’ voorwerpen die wij gewoonlijk gebruiken voor op Sjabbat verboden werkzaamheden, zoals een hamer, spijkers en een zaag. Als bijvoorbeeld een hamer op je stoel ligt en je op die stoel wilt zitten, mag je het verwijderen. Of als je en cocosnoot wilt openen, dan mag je een hamer gebruiken om dat te doen.

c.       Moektsevoorwerpen waarmee een mogelijk verlies aan geld gepaard kan gaan, bijvoorbeeld duur porcelein, een unieke verzameling postzegels of schilderijen.

d.       Moektse’ door een Mitswa die wij op Sjabbat niet mogen uitvoeren, zoals Tefillien, Sjofar, Loelav of Megilla. Als je bijvoorbeeld per ongeluk voor Sjabbat vergat  de Tefillien uit de Talliet-tas te halen, mag je dat op Sjabbat op een snelle manier doen.

e.       Moektse” voorwerpen die een basis zijn voor iets dat verboden is, zoals een tafel waarop kandelaars staan. Je mag zowel de kandelaars als de tafel niet verwijderen, zelfs als er geen brandende kaarsen in de kandelaars staan, omdat het een basis was voor verboden werk.  Tenzij je voor Sjabbat bekend maakt dat je die plaats nodig zal hebben, bijvoorbeeld door het plaatsen van een kleine Challa op het dienblaadje van de kandelaars. Zodoende kan je via de Challa die niet ‘Moektse’ is, het dienblaadje met de uitgebrande  kandelaars verwijderen of zelfs de tafel vervangen mocht dat nodig zijn.

 

2.       Sjevoet’, ‘Marit Ajin en Oevdin D’chol’: deze zijn allemaal verboden ingesteld door de Rabbijnen, uit de bezorgdheid dat als ze zouden zijn toegestaan, wij de atmosfeer en het karakter van Sjabbat zullen verliezen.

 

Sjevoet:

Sjevoet komt erop neer dat je niet toegestaan bent een niet-Jood te vragen om een voor jou verboden werk op Sjabbat te doen. Je mag een niet-Jood niet vragen een licht voor je aan te doen in geval van kortsluiting van de elektriciteit. Echter op een indirecte manier, mag je een niet-Jood vertellen dat het donker is en hopelijk begrijpt hij/zij dan vanzelf wat hij/zij zou kunnen doen.

Je mag niet kort voor Sjabbat de auto naar de automonteur brengen. Dit komt er immers op neer dat hij de auto voor je op Sjabbat moet nakijken/repareren. Het is echter toegestaan de auto vroeg op vrijdag te brengen en dan is het aan de automonteur wanneer hij de auto gaat nakijken/repareren. Hij heeft dan genoeg tijd het op vrijdag te repareren en het is zijn keuze wanneer hij dat doet.

 

De laatste van de 39 verboden werkcategorieën op Sjabbat is ‘Makke B’Patiesj, namelijk de laatste hamerslag of finishing touch van een voorwerp.

In het verbod van “Sjevoet” is in beginsel inbegrepen het verbod om voorwerpen op Sjabbat in het ‘Mikwe’ onder te dompelen, omdat dit de finishing touch (‘Makee B’Patiesj) voor het voorwerp is, zodat wij het erna kunnen gebruiken. Dit is ook begrepen onder het verbod van ‘Sjevoet’.

Het is ons niet toegestaan ‘Teroema’ en ‘Ma’aseer’ te verwijderen op Sjabbat, omdat dit de finishing touch is die de groente of het fruit eetbaar maakt. Dit is een ander voorbeeld van ‘Sjevoet’ op Sjabbat.

 

Het is je toegestaan een niet-Jood te vragen verboden werk te doen voor een ziek persoon, zelfs van iemand die niet in levensgevaar verkeert. Bijvoorbeeld als de zieke niet kan slapen door het licht, mag je de niet-Jood vragen om het uit te doen. In het geval van een snelle en onverwachte klimaatsverandering van warm naar koud of  vice versa, is het je toegestaan om een niet-Jood te vragen om de verwarming uit te doen als dit nodig is, aangezien volgens de Talmoed: ‘alle mensen zijn potentiële kandidaten om ziek te worden in een geval van snelle klimaatsverandering’.

In het geval van een overlijden op Sjabbat is het je toegestaan een niet-Jood te vragen de airconditioning of ventilator aan te doen ter ere van de overledene (Kevod HaMet’) om de disintegratie van het lichaam en een onaangename geur te vermijden.

 

Marit Ajin’:

Het is niet toegestaan om op Sjabbat dingen te doen waardoor andere mensen zouden kunnen denken dat jij de Sjabbat overtreedt.

Indien jouw kleren nat zijn geworden op Sjabbat, is het je niet toegestaan deze buiten op te hangen, omdat mensen zouden kunnen denken dat jij jouw kleren op Sjabbat hebt gewassen.

Het is niet toegestaan een winkel binnen te gaan, zelfs als je niet koopt/consumeert, omdat mensen zouden kunnen denken dat je dat wel hebt gedaan.

Zowel op doordeweekse dagen als op Sjabbat is het niet toegestaan een ‘Treife’ slagerij binnen te gaan en  informatie te vragen, omdat mensen zouden kunnen denken dat je niet-Kosjer vlees consumeert.

Een Israeli die op Jom Tov in Antwerp is, mag iets verbodens voor ons niet voor ons op de tweede dag Jom Tov doen, en mag ook ‘Jom Tov’ in het openbaar niet overtreden, zelfs in een plaats waar er geen Joden zijn, in verband met ‘Marit Ajin’.

Het is niet toegestaan in bepaalde straten waar immorele activiteiten plaatsvinden (rodelichtdistrict) te wandelen, omdat mensen je zouden kunnen verdenken van immoraliteit.

 

Oevdin D’Chol’:

Wij moeten bepaalde activiteiten op Sjabbat vermijden die verlies van de sfeer en het karakter van Sjabbat kunnen veroorzaken.

Wij mogen niet op Sjabbat op ons terras of in de tuin zonnebaden.

Wij mogen niet joggen of rennen op Sjabbat, omdat wij erdoor bezweet raken en er onaangenaam door gaan ruiken, wat niet overeenstemt met de sfeer van Sjabbat.

Wij mogen niet meten op Sjabbat, zelfs privé, omdat het niet hoort tot de sfeer van Sjabbat.

Wij mogen op Sjabbat geen profane boeken lezen, zelfs geen studieboeken, en beslist geen niet-kosjere kranten, omdat dit ‘Oevdin D’Chol’ is.

Jongens mogen op Sjabbat geen voetbal spelen, zelfs als er geen mogelijk inbreuk op de Sjabbat-wetten is, bijvoorbeeld op verharde grond, in verband met ‘Oevdin D’Chol’.

 

 

1.       Eroevien

 

Introductie van ‘Eroevin’:

 

Het was Sjlomo HaMelech (Koning Salomo) die volgens de Talmoed het concept van ‘Eroevien’ introduceerde om het leven voor de religieus Joodse maatschappij op Sjabbat te faciliteren. ‘Eroevien’ is een van de zeven Rabbijnse Mitswot.

Het concept van ‘Eroevien’ wordt uitgelegd in de Misjna, de Talmoed en de Halacha/’Sjoelchan Aroech’. Het moet bestudeerd en uitgevoerd worden in elke plaats met een substantieel aantal ‘Sjomree Sjabbat(Joden die zich houden aan de Mitswot en verboden van Sjabbat), so dat wij het leven op Sjabbat makkelijker kunnen maken en ook overtredingen van de Sjabbat kunnen voorkomen.

 

De meeste tegenstanders tegen het instellen van een ‘Eroev’ rondom een Joodse buurt zijn van mening dat als wij een ‘Eroev’ instellen, mensen de Sjabbat zullen overtreden wanneer zij buiten de grens van de ‘Eroev’ zijn of wanneer zij een plaats zonder ‘Eroev’ bezoeken en daar zullen vergeten dat er geen Eroev is en zullen dragen omdat zij gewend zijn te dragen op Sjabbat.

 

 

 

 

 

Antwerp heeft waarschijnlijk de beste ‘Eroev’ in Europa.  Dayan HaRav Shalom HaKohen Sternberg, Satzal stelde deze  Eroev op in 1902, waardoor het de oudste nog bestaande ‘Eroev’ ter wereld is, en hij ontving goedkeuring, ondersteuning en zegening van alle pre-Sjoa grote Halachische authoriteiten van Oost-Europa, inclusief van de Sochatov Rebbe (1838-1910 g.j.), bekend onder de naam ‘Avnei Nezer’.

Dayan HaRav Shalom Sternberg, Satzal publiceerde alle ontwerpen en plannen in zijn werk ‘Birkat Shalom’ en later heeft Rav Pinchas Kornfeld, Shlita, Algemeen Secretaris van de Machsike Hadas gemeenschap, het in detail beschreven in zijn werk ‘Rechovot Ha’Ir’.

 

 


Rabbi Pinchas Kornfled, Shlita (links), samen met Dokter Gershon Kornfeld van de Joods Orthodoxe Machsike Hadas Gemeente. Rav Pinchas Kornfeld, Shlita schreef een zeer belangrijk werk over de ‘Eroev’ in Antwerpen met de naam ‘Rechovot Ha’Ir’. Rav Pinchas Kornfeld is Voorzitter en de ‘Grijze Eminentie’ van de Machsike Hadas Gemeente. Dokter Gershon Guttfreund, Shlita (rechts) is bestuurdlid van de Executieve, het uitvoerende orgaan van de Gemeente. Hij is een prominente religieuze ‘SjomerTorah OeMitzvot’ arts die veel ‘Chessed’ (liefdadigheid) in onze stad doet en zeer deskundig is op het gebied van Halachisch-medische vragen.

 


De ‘Eroev’ van Antwerpen die algemeen geldt voor de postcodes 2000 en 2018 en een heel klein deel van Berchem.

 

 

Het principe van ‘Eroev’ is dat wij een halachische muur rondom een Joods gebied bouwen, die bestaat uit pillaren, kabels, draden en koorden of natuurlijke afscheidingen. De rivier de Schelde en spoorbruggen rondom de stad vormen een natuurlijk of bebouwd onderdeel van de ‘Eroev’. De ‘Eroev’ wordt beschouwd als een geheel vanaf de Joodse buurten tot aan de Schelde, in feite omvattende het gebied met de postcodes 2000 and 2018.

 

Het herstel van een ‘Eroev’ vereist een diep begrip van Halacha, in het bijzonder van de vrij gecompliceerde  Halachot voor het vaststellen van een ‘Eroev’, en behoort tot het domein van een Beet Dien.

Het vaststellen van een ‘Eroev’ vereist een vergunning van de stedelijke authoriteiten en mogelijk ook van private eigenaren van onroerend goed waar de ‘Eroev’ overheen loopt. Het is een kostbare onderneming en vereist een wekelijkse check-up om te zien of de ‘Eroev’ nog Kosjer is of dat het is beschadigd door mensen of door nauurlijke krachten, zoals sneeuw of stormwinden. 

 

Binnen de grenzen van een ‘Eroev’ van de van de stad is het toegestaan voorwerpen te dragen van privé domein naar het publieke domein en vice versa, behalve natuurlijk van ‘Moektse’-voorwepen.

 

Een publiek domein is vanuit een strict Tora perspectief, een gebied, straat of domein met een dagelijkse circulatie van 600.000 mensen die erdoor lopen of rijden, zoals Oxford Street in London, de Champs d’Elysées in Parijs of Fifth Avenue in New York. Op een dergelijke straat of domein kan geen ‘Eroev’ worden ingesteld. Dergelijke straten staan bekend als ‘Resjoet Harabim D’Orayta’ en dus heeft Rabbi Moshe Feinstein, s.z.l.(1895-1980 g.j.) in zijn beroemde  responsawerk ‘Igrot Moshe’ geschreven dat er geen ‘Eroev’ ingesteld kan worden voor Manhattan, omdat er een ‘Resjoet Harabim D’Orayta’ op Fifth Avenue, Manhattan bestaat.

 


Opperrabbijn Rav Aryeh Ralbag, Shlita (links) samen met Dayan Eliezer Wolff, Shlita (midden) en Dayan Raphael Evers, Shlita (rechts) bekijken de kaart om een ‘Eroev’ om de Joodse buurt van Amsterdam in te richten.

 

Het is historisch interessant om op te merken dat het 25 jaar geleden  Rabbijn Aryeh Ralbag, Shlita, Opperrabbijn van Amsterdam, was die sterk pleitte voor een ‘Eroev’ in Amsterdam. Hij kreeg echter grote weerstand van de Opperrabijn van Nederland, Rabbijn Meir Just (1908-2010 g.j.), s.z.l. de meest prominente Halachische autoriteit van Nederland na de ‘Sjoa’. Als gevolg van dit meningsverschil heeft Opperrabbijn Aryeh Ralbag, Shlita, Amsterdam verlaten en heeft hij een zelfstandige gemeente opgericht in Brooklyn, New York, ‘Young Israel of Avenue K’. Hij beheert een lucratief Kasjroet familiebedrijf bekend als Triangle K. Hij werd in 2008 verkozen na het ontslag van Opperrabbijn Louis die 15 jaar diende als Opperrabbijn van Amsterdam. De Amsterdamse Gemeente heeft een lange geschiedenis van het ontslaan van Rabbijnen, beginnend met Rabbi Tzvi Ashkenazi (1656-1718 g.j.) bekend als Chacham Tzvi, die brutaal werd verdreven uit zijn positie als Opperrabbijn van Amsterdam. Tegenwoordig is zijn portret te vinden op de Rabbinijnse pagina van het NIK op internet. Wat een verandering van gedachten binnen de Amsterdamse Gemeente! Het is opmerkelijk om te vermelden that Rav Aryeh Ralbag, Shlita zowel dient in zijn gemeente in Brooklyn voor zeven weken en een week in zijn tweede gemeente Amsterdam. Een andere plaats waar het zo toegaat is mij onbekend. In Rabbinijnse cirkels wordt vaak naar de positie van een Rabbijn in Amsterdam verwezen als een ‘Halleloeja’ positie door de vele ontslagen van Rabbijnen in Amsterdam.

 

1.       Resjoet Karmeliet’: dit is noch een privaat noch een publiek domein, bijvoorbeeld een strand, winkelcentrum, trap of een natuurgebied. Het is ons niet toegestaan in of uit een ‘Karmeliet’ te dragen volgens de Rabbijnen. Het moet niet verward worden met de kabeltrein van Haifa die de beneden Carmel met de opper Carmel verbind en die bekend staat als de Carmelit.

 

 

2.       Makom Tur’: dit is een erg nauwe ruimte waar nauwelijks een persoon kan staan of zitten. Het is iets tussen 10-20 centimeters in diameter. Dit domein zal geen gevolgen hebben voor overtreding van de Sjabbat, omdat het zo klein is dat het niet beschouwd kan worden als een domein.            

 

3.       Eroev Resjoejot’: Als men zonder nadere aanduiding over ‘Eroev’ spreekt, wordt meestal een ‘Eroev Resjoejot’, bedoeld, wat een ‘Eroev’ van domeinen is (‘Resjoejot’). Het woord ‘Eroev’ wordt meestal gebruikt in de context van een stad, dorp of een substantieel gebied bewoond door Joodse mensen.

 

Eroev Chatserot’ te zien in de Oostenstraat-synagoge van ‘Machsike Hadas’ in Antwerp.

 

4.       Eroev Chatserot’: een Eroev van tuinen of een trappengallerij in een gebouw met appartementen.

Binnen een stad zonder ‘Eroev’ kan een groep Joodse mensen die bij elkaar leven een ‘Eroev Chatserot’, maken. Bijvoorbeeld religieuze Joodse mensen die in hetzelfde gebouw wonen, of vijf religieuze families die naast elkaar wonen in huizen die met elkaar verbonden zijn. Zij moeten allemaal ‘Sjomer Tora oeMitswot’ zijn.

Deze mensen kunnen bijvoorbeeld in het trappenhuis van het appartementencomplex of aan de aan elkaar grenzende tuinen van de huizen een ‘Eroev Chatserot’ maken om te kunnen dragen van de ene tuin naar de andere of in het trappenhuis. 

Deze ‘Eroev’ is gebaseerd op het feit dat alle deelnemers partners zijn in het delen van de kosten van een pak ‘Matsot’ die iedere ‘Erev Pesach’ wordt vernieuwd. Dit pak ‘Matsot’ wordt bewaard op een plaats die voor iedereen toegankelijk is.

Een ‘Eroev Chatserot’ is niet nodig als er eenEroev’ in de stad is.

De reden dat men in de Oostenstraat-synagogue van Antwerp een hermetisch gesloten doos als ‘Eroev Chatzerot’ kan zien, is zodat men zich ervan bewust kan zijn, dat in geval de algemene ‘Eroev’ van de stad niet in orde is, zij een ‘Eroev Chatserot’ moeten instellen als de omstandigheden dit toestaan.

 

 

In de tekening kunt u waarnemen hoe men rond een Joodse wijk tuinen alsEroev Chatserot’ instelt. Rond de Joodse wijk zijn pilaren met kabels opgesteld. Op die manier is de Joodse wijk omringd met een Halachisch ‘denkbeeldige’ muur.
Op de achtergrond ziet u een bord met ‘Eroev Techoemien’, d.w.z. dat tot dit bord men van de stadsgrens nog 2000 ellen mag lopen als men een ‘Eroev Techoemin’ legt.

 

5.       Eroev Techoemien’: de Eroev van de stadsgrens. Men kan zonder beperkingen in de straten lopen zolang dit binnen het bewoonde deel van de stad is. Zodra men het einde van de stad bereikt, is het toegestaan om nog 2000 ellen (ongeveer 1500 meter) in iedere richting te gaan.

Als men een ‘Eroev Techoemien’ voor Sjabbat instelt, is het toegestaan nog 2000 ellen in iedere richting te gaan nadat men de eerste 2000 ellen voorbij is.

Deze ‘Eroev’ bestaat uit een bord met een hardgekookt ei en een stuk ‘Matsa’ of ‘Challa’ die aan het eind van de 2000 ellen voor de ingang van Sjabbat worden geplaatst. Men moet een ‘Beracha’ zeggen en men kan dan een verdere 2000 ellen gaan.

Deze ‘Eroev’ wordt beschouwd als zijn woonplaats en daarom mag hij een verdere 2000 ellen gaan. Deze ‘Eroev’ wordt tegenwoordig zelden gebruikt. In het verleden waren de steden veel kleiner en door het gebruik van deze ‘Eroev’, konden Joodse stadsmensen mensen bezoeken die woonden in dorpen aan de stadsgrens en  vice versa.

De ‘Eroev Techoemien’ wordt tegenwoordig gebruikt om zieke mensen in een ziekenhuis net buiten de stad te bezoeken.

 

Eroev Tavsjilien

 

Het volgende is geschreven door Matthijs (Mattityahu Akiva) Strijker, die zich voorbereidt op Gijoer.

Op Sjabbat mogen wij onder geen omstandigheden koken, bakken, insuleren of vuur van een bestaande brandende vuurbron overbrengen. Op een Jom Tov echter staat de Tora  uitsluitend toe te koken, bakken, insuleren, vuur van een bestaande brandende vuurbron over te brengen en zelfs om te slachten (‘Sjechita’) op Jom Tov, omdat al deze activiteiten nodig zijn om ons in leven te houden. ‘Ochel Nefesj’ (‘voedsel voor de ziel’) is toegestaan op Jom Tov, met een beperking, namelijk dat wij geen nieuw vuur op Jom Tov mogen maken of vuur van een bestaande brandende vuurbron mogen doven. Wij mogen echter gebruik maken van een vuurbron die voor Jom Tov werd aangestoken en die blijft branden gedurende de Jom Tov.

 

Wij mogen op Jom Tov enkel het voedsel koken wat wij voor de eerstkomende maaltijd nodig hebben. Wij mogen dus niet van te voren koken op de eerste dag Jom Tov voor de tweede dag Jom Tov. Of wij mogen in de ochtend voor de lunch koken, maar wij mogen in de ochtend niet voor het avondmaal koken. Wij mogen alleen voor Joodse mensen op Jom Tov koken, omdat de Tora uitdrukkelijk bepaalt ‘Lachem’ (‘voor jullie’) en de Rabbijnen begrijpen ‘voor jullie’, als ‘Bnei Briet’, als Joden en niet voor niet-Joden.

Hoe zit het met mensen die zich voorbereiden voor het Gijoer proces? Mijn Rebbe, Rav Ahron Daum, Shlita vertelde mij dat zijn Rebbe en leraar Rabbi Moshe Botschko (1916-2010 g.j.), s.z.l. van Montreux, Zwitzerland in een ‘Tsjoeva’ (responsa) schreef: mensen die al diep in het proces van Gijoer zitten worden niet als volle ‘Nochriem’ (niet-Joden) beschouwd. Mijn Rebbe, Rav Ahron Daum, Shlita vroeg Dayan Rabbi David Jacob Schmall, Shlita van de ‘Shomre Hadass’ Gemeente en hij vertelde hem dat Dayan Rav Krausz, hoofd van het Manchester Beet Dien hierover een ‘Tesjoeva’ heeft geschreven, waarin hij zich een voorstander toont van een toegeefelijk standpunt en toestaat om op Jom Tov mensen uit te nodigen die in het Gijoerproces bezig zijn en natuurlijk om ook dan voor hen te koken.


Links: Rabbi Moshe Botschko (1916-2010 g.j.) s.z.l.
Midden: Dayan Rabbi Y.D. Schmahl, Shlita     
Rechts: Dayan Rabbi Gavriel Krausz Shlita

Welke situatie doet zich voor als Sjabbat volgt op een Jom Tov? Je hebt bijvoorbeeld op donderdag of vrijdag een Jom Tov gevolgd door Sjabbat. Dit komt meestal voor buiten Eretz Israel, maar het kan ook in Eretz Israel plaatsvinden als Rosj HaSjana op een donderdag of vrijdag valt, zoals dit jaar 5774, omdat Rosj HaSjana wereldwijd voor 2 dagen wordt gevierd. Een andere mogelijkheid bestaat als Jom Tov op vrijdag voor een Sjabbat valt. Hier worden wij steeds met hetzelfde probleem geconfronteerd: is het ons toegestaan op Jom Tov voor  Sjabbat voor te bereiden?

Vanuit het standpunt van de Tora is het ons alleen toegstaan eten voor te bereiden op en voor Jom Tov en niet voor Sjabbat. Rekening houdend met het fiet dat er vroeger geen diepvriezers en koelkasten waren en dat het voedsel meteen moest worden opgegeten en niet voor langere tijd bewaard kon worden betekent dit bij een opeenvolging van 2 dagen Jom Tov op donderdag en vrijdag, gevolgd door een Sjabbat, dat mensen van voedsel versoken zouden blijven op Sjabbat, omdat zij op Jom Tov niet voor de Sjabbat mogen koken.

 

Het concept van ‘Eroev’ is er in het algemeen voor om het leven van getrouwe Joden die zich houden aan Sjabbat te vergemakkelijken. Het wordt aan Koning Salomo toegeschreven dat hij in zijn wijsheid het concept van ‘Eroevien’ introduceerde. En ‘Eroevien’ is inderdaad een van de zeven Rabbijnse Mitswot.

Om dit probleem op te lossen hebben de Rabbijnen het concept van ‘Eroev Tavsjilien’ geïntroduceerd.

Op Erev (de vooravond van) Jom Tov bij die gelegenheden waarbij Sjabbat volgt op de Jom Tov, dus of op woensdag of donderdagavond, zal iedere familie een ‘Eroev Tavsjilin’ maken.

 

De Eroev wordt op Erev Jom Tov en niet op Jom Tov gemaakt. Het kan worden gedaan door de the ‘Ba’al HaBajit’ (de heer des huizes) of de ‘Ba’alat Habajit’ (matriach van het huis).

De Eroev bestaat uit een complete ‘Challa’ of complete ‘Matsa’, wat symbool staat voor het toegestaan zijn om op Jom Tov voor Sjabbat te bakken en een gekookt gerecht, gewoonlijk een hardgekookt ei, wat symboliseert dat het ons is toegestaan te koken vanaf een brandende vuurbron op Jom Tov voor Sjabbat.

Wij plaatsen de twee etenswaren op een bord op een goed beveiligde plaats en zeggen de ‘Beracha al Eroev Tavsjilien’ gevolgd door de declaratie in Aramees voor degenen die Aramees begrijpen of anders in de moedertaal.

Omdat het een verklaring is, moet het begrepen worden door degene die de verklaring maakt.

De verklaring bevat de volgende stelling: ‘’Met deze ‘Eroev’ is het ons toegestaan te koken, bakken, insuleren (warmhouden),  licht over te brengen van een brandende bron aangestoken voor Jom Tov voor ons en voor alle Israëlieten die in deze stad wonen’’.

 

Verklaring:

 

De Talmoed geeft de volgende verklaringen voor ‘Eroev Tavsjilien’:

A. Door het maken van een ‘Eroev Tavsjilien’, is het de bedoeling al het voedsel bereid op Jom Tov ook voor Sjabbat te bereiden. Als het ware is al het voedsel bereid op Jom Tov ‘gemengd’ (‘Eroev’) zowel voor Jom Tov als voor Sjabbat.

B. Door het maken van ‘Eroev Tavsjilien’ maken wij bekend dat het alleen op Jom Tov toegestaan is te koken, maar niet op Sjabbat. Het is ons toegestaan op een Jom Tov die op een vrijdag valt voor Sjabbat te koken, maar het is ons beslist niet toegestaan om vooruit te koken op de donderdag voor de tweede dag Jom Tov en beslist niet voor de Sjabbat.

C. Een andere mogelijke uitleg kan zijn dat door het maken van de ‘Eroev Tavsjilien’ op ‘Erev Jom Tov’ wij al zijn begonnen te koken op ‘Erev Jom Tov’ en wij het voltooien op Jom Tov.

Het is ons niet toegestaan de Eroev te eten voordat wij het koken voor Sjabbat hebben voltooid.

 

Indien de Challa of Matsa verloren raakte of per ongeluk gegeten werd voor de Sjabbat, is het nog steeds toegestaan te koken of insuleren voor Sjabbat, maar als het gerecht, het hardgekookte ei, werd gegeten, mogen wij niet doorgaan met de voedselbereiding voor Sjabbat.

Het is het gebruik om de Matsa of Challa van de Eroev als ‘Lechem Misjne‘ op Sjabbat te eten, zodat wij 2 Mitswot met de Challa doen: “Eroev Tavsjilien” and ‘Lechem Misjne’.

 

Indien iemand is vergeten een ‘Eroev Tavsjilien’ te maken of zich niet bewust was van de verplichting een ‘Eroev Tavsjilien’ te maken (“Sjogeg”) mag hij vertrouwen op de ‘Eroev’ van de Rabbijn of van de bewoners van de stad, omdat in de verklaring van de ‘Eroev’ wij uitdrukkelijk verklaren dat het voor ons en voor alle Joden die in de stad wonen geldt. Op een dusdanig manier wordt de ‘Eroev’ ook ‘Arevoet’, solidariteit met onze mede-Jood. Als men echter opzettelijk (‘Mezied’) geen ‘Eroev Tavsjilien’ heeft gemaakt, is het niet toegestaan op Jom Tov voor Sjabbat voedsel te bereiden.

 


Een poster als versiering uit de vroege negentiende eeuw met de ‘Beracha’ van ‘Eroev Tavsjilien’ en de declaratie die volgt op het wegzetten van de ‘Eroev’ en het zeggen van de ‘Beracha’.

 

Dit is een samenvatting van de Halachot van Eroev Tavshilien in Shemirat Sjabbat KeHilchata.

Epiloog

 

Wij hebben een poging gedaan om in dit beknopte essay alle belangrijke aspecten van Sjabbat samen te brengen, zowel de Joods religieuze visie op Sjabbat als ook de meeste Halachische aspecten van Sjabbat.

Over het thema van Sjabbat zijn letterlijk honderden boeken in het Hebreeuws en andere talen geschreven. Het was voor ons een zeer moeilijke uitdaging om in relatief weinig ruimte een moeilijke thema uitgebreid te behandelen.

De motivatie om dit essay te schrijven komt voort uit de wens vooral twee doelengroepen, de mogelijkheid te geven om zich meer te verdiepen in het thema Sjabbat namelijk, (1) Gijoer-kandidaten en (2) personen die sterk met de gedachte bezig zijn om Joods te worden. Het is onmogelijk alle facetten van het Sjabbat gebod aan bod te laten komen, omdat het in principe een levenslange opdracht is om de taltijke details en diversiteit van het meest centrale gebod in het Jodendom te leren.

We mogen ons de vraag stellen waarom het Sjabbat-gebod de hoogste rang heeft en een van de weinige Mitswot is die uitdrukkelijk door onze Leraren geëist wordt, om aan de potentiële Gijoer-kandidaat grondig te onderwijzen en om er zich aan te houden, zowel in de Talmoed alsook in de ‘Sjoelchan Aroech’.

 

Volgens Rabbi Yehuda Ha’Levi (1075-1141 g.j.), de auteur van ‘Koezari’ (een van de grondwerken van het filosofische Jodendom), is de reden voor de prominente plaats van het Sjabbat-gebod, dat diegene die Sjabbat houdt, toont dat hij gelooft in HaSjem en ook vasthoudt aan het Scheppingswerk van HaSjem en niet de valse ideeën volgt van een eeuwig bestaande wereld.

Rabbi Yehuda Ha’Levi oppert ook het idee dat door het houden van Sjabbat onze ziel geneest en zich reinigt van de last, drukte en onrust tijdens de zes werkdagen.

Rabbi Avraham Ibn Ezra (1089-1164 g.j.), een van de bekendste en orgineelste middeleeuwse exegeten van Tenach, oppert het idee dat de Sjabbat is gegeven om ons meer bezig te houden met het bestuderen van de Tora en geen tijd en aandacht te besteden aan wereldse dingen.

Het was in de tijd van de Profeten een gewoonte om op Sjabbat de Tempel te bezoeken en Tora te leren bij de Geleerden of Profeten.

Nachmanides (1194-1270 g.j.) een van de bekendste Kaballistische exegeten van de Tora, schrijft in zijn Tora-commentaar over het Sjabbat-gebod, dat de Sjabbat-dag de bron is van alle zegeningen en dat de heiligheid van Sjabbat zich reflecteert op de andere zes werkdagen in de week.

Daarom hebben onze Wijzen ons geleerd dat het Sjabbat-gebod even zwaar weegt als alle andere geboden samen. Bij het houden van Sjabbat leggen wij getuigenis af dat we geloven in de Scheppingswerk van HaSjem en als we de Sjabbat ontheiligen, dan ontkennen we dat er een Schepper is van deze wereld. We tellen alle dagen naar de Sjabbat toe, bijvoorbeeld vandaag is de eerste dag tot Sjabbat, vandaag is het de tweede dag tot Sjabbat enz. De niet-Joden vernoemen de dagen naar planeten, de zon en de maan en andere natuurfenomenen of naar afgoden.

Rabbi Don Yitzchak Abrabanel (1437-1508 g.j.), een van de meest opmerkelijk laat-middeleeuwse exegeten van de hele Tenach, schrijft over de Tora Pasoek ‘’neem steeds Mijn Sjabbatot in acht’’ (Wajikra/Leviticus 26:2), als volgt: de Tora spreekt over twee soorten van Sjabbat, namelijk Sjabbat van deze materiële wereld als herinnering aan de Schepping en vernieuwing van deze wereld en Sjabbat als spirituele Sjabbat, als herinnering aan het eeuwige bestaan van de ziel in het hiernamaals na de dood. Dus de Sjabbat reflecteert hier het diepe geloof van het niet verloren gaan van de ziel en haar rust in de toekomstige wereld van de zielen.

 

In de Kaballa vinden we de voorstelling dat de zegen van de Sjabbat erin bestaat dat hoewel de mens niet werkt op Sjabbat, hij materieel niets zal verliezen. ‘’De Eeuwige stuurt Zijn zegen aan diegenen die Zijn wil respecteren’’, schrijft Rabbi Moshe Cordevero (1522-1570 g.j.) in zijn meest bekende Kaballa werk ‘Pardes Rimonim’.

Rabbi Samsom Raphael Hirsch (1808-1888 g.j.) s.z.l., Rabbijn van de Neo-Orthodoxe religieuze gemeenschap van Frankfurt am Main, waar ook ik als Opperrabbijn enige jaren fungeerde, schrijft in zijn beroemde commentaar van de Pentateuch: ‘’Van alle goede geschenken die onze Tora schenkt aan diegenen die de Tora houden, is er geen betere geschenk dan de oeroude Mitswa van Sjabbat. ‘Koningin Sjabbat’ brengt op Sjabbat in het huis van de Joodse mens een nieuwe wereld; er is geen herinnering meer aan de zes werkdagen; geen wereld van zorgen en triestheid, geen verdriet en somberheid.

De Sjabbat tovert een sfeer die volledig goed is en die gekenmerkt wordt als een dag van vrede en harmonie. Zelfs de muren van het huis reflecteren dat het een Sjabbat-dag is, een dag van heiligheid en rust. De Joodse mens neemt het juk van arbeid af, hij stoft de vuilheid van de werkdagen af. De rimpels op zijn voorhoofd verdwijnen op Sjabbat en zijn ziel keert tot haar rust terug. Dit is de heilige Sjabbat van het volk Israël en zo weerspiegelt de Sjabbat-dag zich op de Joodse mens.

 

Sjabbat is de meest spirituele dag van de week. Het verleent ons een spirituele dimensie. De hele week is de mens helemaaal bezig om in zijn levensonderhoud te voorzien, zoals de Tora ons zegt: ‘’zweten zul je voor je brood’’ (Beresjiet/Genenisis 3:19.). Hoe kan de Joodse mens op een dergelijke levensmanier het licht van het Geloof in de wereld verspreiden en hoe kan hij zijn G-ddelijke bestemming bewaren om licht voor de volkeren te worden?

Om deze reden heeft HaSjem ons de Sjabbat-dag gegeven, niet alleen als een dag van fysieke rust, maar vooral als een dag van heiligheid voor ons volk. Het is een dag dat we intensief bezig zijn met heilige belangen. Zo leren wij de wekelijkse Tora- en Profetenlezing, zingen wij de heilige Sjabbat-liederen en luisteren wij naar Tora-voordrachten. Kortom het is een dag die volledig spiritueel is. En daarom begint deze dag met een ‘Kiddoesj’, de verklaring dat Sjabbat een bijzondere en heilige dag is, en eindig met de Havdala om te onderscheiden tussen Sjabbat en de werkdagen.

 

Ten slotte verbinden onze Wijzen het licht van de Sjabbat-kaarsen met het Messiaanse licht dat over Tzion en Jeruzalem zal schijnen. Zo schrijft de ‘Yalkut Shimoni’: ‘’als u de lichten van Sjabbat houdt, zal ik u de lichten over Tzion tonen’. Zoals wij dagelijks in ons ochtengebed zeggen: ‘’een nieuwe licht zult U over Tzion laten stralen en mogen wij allen spoedig in de bevoorrechte positie komen deel te hebben aan Zijn licht’’  Amen.

 

 

Colofoon:

 

Prof. Rabbijn Ahron Daum, B.A., M.S., Emeritus Opperrabbijn van Frankfurt am Main.

25 Kislev (Chanukkah) 5774/27 november 2013

 

Eerste bewerking en foto-mateiaal:

Mattityahu Akiva Strijker

 

Bewerking in het Engels en Nederlands:

Margreet Westbroek, Nederland

 

Bijdrage in het Nederlands:

Heleen en Hendrik van Silfhout, Middelburg, Nederland

 

Photoshop en special effects;

Angelo Prins, Antwerpen

 

Website designer:

Yitzchak Berger, Melbourne, Australië

 

 

 

Share this

Counter