Skip to main content

De Joodse begraafplaatsen in Putte Nederlands

 

De Joodse begraafplaatsen te Putte, Nederland

De Joodse begraafplaatsen van de Antwerpse Joodse gemeenten Shomre Hadass, Machsike Hadass en van de Frechie Stichting.

De Joodse Historie van Kalmthout-Heide met de Synagoge en Yeshiva “Etz Chaim”

 

Toegangspoort begraafplaats Frechie Stichting te Putte. Vermoedelijk verwijzen de A en B op de toegangspoort aan welke zijde perk A en B liggen op de begraafplaats.

Het Jodendom kent verschillende namen om een begraafplaats aan te duiden:

       Bet Ha’Chajiem (het Huis van het leven)

       Bet Olam (het Huis van de eeuwigheid)

       Bet Ha’Kevarot (het Huis der graven).

De Antwerpse Joodse begraafplaatsen liggen in Putte. België kan geen ongelimiteerde concessie garanderen voor begraafplaatsen. In Nederland is deze garantie er wel door privaat beheerde begraafplaatsen waarop ongelimiteerde graftijd is. Dit zoals bij alle Joodse begraafplaatsen in Nederland. Putte is een gedeeld dorp van Nederland en van België.

Zo liggen er voornamelijk drie Joodse begraafplaatsen van Antwerpen in Nederlands Putte.

1.      Frechie stichting, voornamelijk Joods Liberaal.

2.      Machsike Hadass, Orthodox tot ultra-Orthodox.

3.      Shomre Hadass, alle richtingen van het Thora getrouwe Jodendom.

Hoe komt het dat in België geen ongelimiteerde concessie gegarandeerd kan worden voor Joodse begraafplaatsen? In het jaar 1879 werd er een beslissing genomen na een eigendomsoorlog, over de begraafplaatsen, tussen Katholieke en Liberalen. Dit besluit van de Belgische overheid stelt voor dat het eigendomsrecht van het beheer van een begraafplaats aan de Belgische gemeentes toegewezen wordt.

Op 20 juli in het jaar 1971 werd de wetgeving omtrent de begraafplaatsen en lijkbezorging tot stand gebracht. Hierbij werden de ongelimiteerde concessies omgezet naar maximum concessies van 50 jaar. Deze concessies van 50 jaar kunnen gratis verlengd worden onder de voorwaarde dat de graven goed onderhouden worden.

In Nederland is de situatie anders, het eigendomsrecht van een begraafplaats is zowel privaat als publiek als begraafplaats beheerd door religieuze instanties. De Nederlandse wetgeving omtrent concessie duur en bedragen verschillen dus van publiek op privaat. Deze regeling is tevens ook te merken in overwegende Christelijk Protestante landen zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. In het Verenigd Koninkrijk is het zelfs ten strengste verboden om graven op te ruimen. Dit om grafschennis te voorkomen en omwille van de volksgezondheid. Deze wetten dateren in het Verenigd Koninkrijk van 1857.

Joodse begraafplaats in het Verenigd Koninkrijk.

Voor de Britten volgen in de toekomst problemen omtrent overbezetting en is er een minderheid geneigd om naar opruiming te grijpen, dit met grote tegenstand. Zo heeft het gemeente bestuur van London een gaatje in de wettekst gevonden om toch te ruimen: het oorspronkelijke graf dieper te begraven en zo hetzelfde graf ter beschikking stellen voor een volgende graf. De Britten vinden dit maar niks, ze spreken over een dubbeldekkergraf.

Deze methode is parallel gelijkaardig als tijdens de middeleeuwen in Praag en in Frankfurt am Main. Zo’n 500 jaar geleden, omtrent het jaar 1600 werden de Joden een begraafplaats toegewezen. Deze was meestal in het midden van de stad en ook daar volgde al snel het probleem van ruimte. De Joden begroeven de doden dan dieper in de grond, waar bovenop de volgende gelegd kan worden. Op deze begraafplaatsen vindt men dan ook een verzameling aan grafstenen op één graf.

Landen die een overwegende Katholieke bevolking hebben zoals Italië, Spanje en Frankrijk kunnen mensen op elke begraafplaats begraven. De toestand in Frankrijk is bizar. Namelijk dat zolang een nabestaande leeft het graf van de overledenen niet geruimd mag worden. Vele Franse Joden opteren om begraven te worden in Israël of alsook in Putte. Op het begraafplaats Père Lachaise, te Parijs, bestaat de mogelijkheid een oud monument voor restauratie te houden, dit met bedoeling het Parijse funeraire erfgoed te behouden.Père Lachaise is vooral bekend voor grote kunstenaars en beroemdheden die daar te rusten liggen.

In hedendaags België (in 2014) is dit een bevoegdheid van de Gewesten; Vlaanderen, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Wallonië. Vlaanderen kent een algemeen graf een minimum van 10 jaar toe. Een algemeen graf is een graf op kosten van de Belgische gemeente. Grafconcessies kunnen voor een maximum termijn van 50 jaar toegekend worden. Enkel bestaande grafconcessie kunnen verlengd worden, een algemeen graf niet. De prijs verschilt naargelang de gemeente.

Joodse graven te Polen

Dezelfde regeling is te vinden in het Brussels en Waals gewest. Daar hanteren zij tevens dezelfde maximum termijn van 50 jaar grafconcessie toe, die ook nog eens verlengd kan worden. Al zijn er, naar gelang de gemeenten, verschillende tussen termijnen die variëren van 15, 20 en 30 jaar. Prijzen hiervoor lopen ook sterk uiteen.

Een graf in Antwerpen voor 25 jaar kost zo’n 500 euro. Verhoudingsgewijs bedraagt de kost in Leuven voor een graf 930 euro. In Schaarbeek kost een graf 620 euro voor een termijn van 15 jaar. Terwijl dit in Anderlecht 743,68 euro bedraagt.Voor in het Waals gewest variëren de prijzen. In Braine L’Alleud kost een graf voor een periode van 30 jaar 400 euro. Vergelijkbaar in Theux kost voor een graf 900 euro.

De criteria voor deze prijzen en concessie-termijnen waarop de verschillende gemeentelijke instanties zich van gebruik maken is niet duidelijk, stelt een rapport uit 2010 van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikers Organisaties vast. Zij roepen op tot duidelijke en transparante criterium, zodat de burger weet waarvoor hij betaald en welke termijn het betreft.

De prijzen van concessie worden beraamd op een basisbedrag dat per vierkantenkilometer oploopt in de gemeente Rochefort. Maar deze berekeningswijze wordt niet gehanteerd in Mons. De Belgische wetgeving is dus niet verenigbaar met de Halacha, waardoor de Joodse gemeenschappen genoodzaakt werden om een oplossing te vinden die compatibel is met de Halacha. De heer Henricus Frechie (18451932) nam het initiatief om een stichting op te richten. De Frechie stichting kocht een lap grond in Nederlands Putte als privaat begraafplaats.

De twee andere Joodse gemeenten van Antwerpen volgden zijn voorbeeld en kochten ook grond. Graven uit Kiel en Hoboken werden dan overgebracht naar de nieuwe begraafplaatsen van de Frechie stichting en Shomre Hadass. De Frechie stichting vraagt dan ook lidgelden van haar ingeschreven leden. Bij de Frechie stichting is dit een jaarlijks standaard bedrag.

Een Jood die Halachisch erkend is, wordt geen graf ontzegt.De steen wordt vrijgegeven als de grafkosten worden geïnd door de gemeente; Machsike Hadass of Shomre Hadass. De gemeenten hanteren dan ook een relatieve prijs die verhoudingsgewijs met het geschatte inkomen wordt berekend. Een rijkere persoon zal meer betalen, dan een armere. Deze sociale financiële politiek van de Joodse gemeentes is te rechtvaardigen voor arme of tragisch getroffen families die niet in staat zijn om het graf zelf te bekostigen. Zo wordt het graf voor de echtgenoot of echtgenote van de weduwe of weduwnaar en of van de arme gratis uitgevoerd. Er is ook de mogelijkheid om het graf op voorhand aan te schaffen.

Joods graf op de militaire begraafplaats in Menen, West-Vlaanderen. Op een militaire begraafplaats is de Belgische wetgeving omtrent graftijd niet van toepassing en dus ongelimiteerd.

Treed er onenigheid op tussen de nabestaande en de Joodse gemeente over de grafprijs, dan zal de gemeente alsnog de overledene onmiddellijk begraven, maar de vrijgave van de steen blokkeren. In het slechtste geval zal na acht jaar de Joodse gemeente op eigen kosten een zeer simpele en zeer goedkope steen plaatsen.

Ook voor de Moslims is het opruimen van een graf tegenstrijdig met de Islamitische voorschriften. Veel Moslims vragen nadrukkelijk eigen geloofsperken aan in bestaande begraafplaatsen van de Belgische gemeenten. Het gemeentebestuur beslist dan of ze dit al dan niet willen doen. Dit wordt in toenemende maten uitgevoerd. De Moslims gaan concessies aan van vijftig jaar en betalen dus voor de kost aan de gemeente. In Nederland is tot dusver maar één privaat Islamitisch begraafplaats, in Almere, ingericht tegenover 249 private Joodse begraafplaatsen.

Reden waarom veel Joden alsnog in Europa begraven worden en niet in Israël heeft vooral met de nabestaande te maken. Het bezoeken van een graf in Israël wordt dan eenmaal een kostelijke onderneming. Men moet dan vrij zijn van werk, een vlucht boeken om de overledene te laten transfereren, de grafkosten, de wettelijke en legale toestemming moet aangevraagd worden, enz. Een bijkomende reden is dat er in Israël ook “dubbeldekker” graven bestaan. Dit is een vrijwillige en goedkope optie en is zeker niet verplicht.

De Frechie stichting, voornamelijk Joods Liberaal

Luchtfoto van het zeer groene bosrijk begraafplaats domein van de Frechie stichting.

Henricus Salomon Frechie werd geboren te Antwerpen op 12 september 1845.Naast sigarenfabrikant was hij ook reisleider, beëdigd tolk en uitbater van een koffiehuis. Hij trouwde met Fanny (Rebecca) Blom in London op 9 september 1868. Helaas bleef het echtpaar kinderloos. Hij was de stichter van de Joodse begraafplaats te Putte.

De Joodse gemeenschap in Antwerpen groeide toen sterk aan, aanvankelijk met immigranten uit Nederland, hoofdzakelijk havenarbeiders, later ook Amsterdams Joodse diamantbewerkers.Veel bazen hadden immers hun bedrijf naar Antwerpen verplaatst en zo volgende ook hun werknemers. Zij kwamen per schip van de "Batavier-lijn", via Rotterdam naar Antwerpen. Rond die tijd woonde in de Hoogstraat van Antwerpen de heer Henri Frechie met zijn familie.

Bekend bij de immigranten was zijn koffiehuis, na hun aankomst werd dit hun eerste ontmoetingsplaats. Financieel hadden deze mensen het niet breed en wanneer er zich een sterfgeval voordeed, was er meestal te weinig geld voor een degelijke Joodse begrafenis. In dergelijk geval werd er in het koffiehuis collecte gehouden om alsnog de begrafenis te kunnen bekostigen.

Links: de heer Henricus FrechieRechts: v.l.n.r. het graf in park B 2 1/2 Henrie Frechi en zijn vrouw Rebbeca Blom.

Zo kwam de heer Henri Frechie samen met enkele andere welgestelden op het idee een begrafenisvereniging te stichten naar Nederlands-Joods voorbeeld. Iedere Joodse familie uit de gemeenschap kon er lid van worden mits een kleine maandelijkse bijdrage, zodat er bij overlijden geen collecte meer hoefde gedaan te worden en op deze wijze een behoorlijke begrafenis kosteloos verzekerd was.

Op 16 maart 1884 werd overgegaan tot de stichting van de "Nederlandse Israëlitische Begrafenisvereniging Antwerpen". De akte van de stichting werd officieel door een notaris ingeschreven, er werd een kantoor gevestigd, waarvan de heer Henricus als voorzitter de vereniging leidde. (Het kantoor is gevestigd op de Cuperusstraat 26 te 2018 Anwerpen.) Oorspronkelijk was de vereniging enkel bedoeld om in de kosten van een begrafenis te voorzien.

Intrede van de begraafplaats met het gebedshuisje met de kiezelsteentjes voor grafbezoek

V.l.n.r.: Salomon M. Frechie, de vader, en Grietje Frechie-Grewel, de moeder van Henri.

Door de grote uitbreiding van de vereniging werd besloten een eigen begraafplaats aan te schaffen. Tot dan werd er begraven op het begraafplaats te Kiel, Antwerpen, waar de grond echter niet ongelimiteerd was. Daarom kwam de gedachte om in Nederland een geschikt terrein te zoeken, dit omdat er wettelijk niet ontruimd mag worden. Op deze wijze kon een ongelimiteerde rustplaats worden gevonden in overeenstemming met de Halacha.

Met toestemming van Putte werd op 3 maart 1910 van de gemeente een stuk grond van 2.469 ha aangekocht om als begraafplaats te dienen. Op 28 juni 1933 werd daar nog een aanpalend stuk grond van 1.160 ha bijgevoegd. Er kwam een gebedshuis om de begrafenisrituelen te kunnen uitvoeren, en eind 1910 werden de eerste begrafenissen uitgevoerd. De begrafenisritten worden uitgevoerd door Shomre Hadass, de begrafenis worden per mail bekend gemaakt.

Ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de vereniging werd in 1924 door de leden op de begraafplaats een ontvangsthuis opgericht. Na de begrafenisplechtigheid wordt daar aan de naaste familieleden een eerste maaltijd aangeboden bestaande uit brood en een ei, symbool dat het leven rond is, het begint en het eindigt. En ook om de eerste blijken van rouwbeklag in ontvangst te kunnen nemen. In navolging van een Liberaal Amsterdams-Joodse traditie wordt aan alle aanwezigen bij een begrafenis koffie en cake aangeboden.

V.l.n.r.: Leeuwen, kandelaar en een hert vergezeld met “Pey” en “Noen” = hier rust.

Ontvangsthuis voor de nabestaande, om na de begrafenis een maal te nuttigen. Met vooraan een zwarte gedenksteen met in Hebreeuws het gebed voor het bezoeken van een begraafplaats.

Op 21 juni 1931 werd de vereniging omgezet in een stichting genaamd “Israëlitische Begrafenis Vereniging Antwerpen – Frechie Stichting”, dit om rechtspersoonlijkheid te verkrijgen. In 1933 werden een aantal van de Kielbegraafplaats opgegraven en opnieuw begraven in de begraafplaats van de Frechie stichting te Putte. Hetzelfde gebeurde gedurende de jaren 1963-1970 voor een aantal uit begraafplaats Hoboken. De overige Joodse graven uit Hoboken werden overgebracht naar de begraafplaats Shomre Hadass. In 1970 werden de doden van de oude Joodse begraafplaats te St. Servais (bij Namen) overgebracht naar de begraafplaats van de Frechie Stichting. Hierbij werd ook een erepark opgericht.

Gemeenschappelijk graf van de overledenen uit St. Servais (bij Namen).

Ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Frechie Stichting werd op 17 juni 1984 een monument opgericht aan de ingang van de begraafplaats van de Frechie-Stichting te Putte. Dit monument herdenkt tevens de slachtoffers van de Shoa.

Herdenkingsmonument 100 jaar bestaan van de Frechie stichting en Shoa slachtoffers.

De leden van de stichting, rijk of arm, worden op dezelfde wijze begraven. Allen krijgen  dezelfde ruwhouten lijkkist en dezelfde doodskleding bestaande uit een wit lijnwaad pak en zo gemaakt dat het met lusjes aan het lichaam wordt vastgeknoopt.De wassing, het aankleden zowel als de kisting wordt gedaan door heel vrome mensen. Deze vrome mensen, de Chevra Kadisha, werken eredienstelijk, zonder Honora, en zijn van de Israëlische gemeente Shomre Hadass. Zij, zowel als het bestuur van de Frechie-Stichting, zijn onbezoldigd en beschouwen hetgeen zij doen als een mitswa van weldadigheid.

Het is toegelaten op de graven levende bloemen neer te leggen, bloempotten en planten mogen niet. Op het graf van een dode mag geen leven bloeien. Ook kunstbloemen zijn verboden.

Vanaf het ontstaan van de stichting is nog steeds een Nederlandse Opperrabbijn de geestelijke raadgever. Ongeveer een week voor het Joodse Nieuwjaar is er een officieel gravenbezoek, men noemt dit ‘de dag dat de doden worden herdenkt’. De geestelijke leider is dan ook aanwezig en houdt een voordracht. Huidig Opperrabbijn Benjamin Jacobs is nu de geestelijke leider. De stichting bied aan haar leden kosteloos vervoer naar Putte.

Machsike Hadass begraafplaats, van Orthodox tot Ultraorthodox

Luchtfoto begraafplaats Machsike Hadass te Putte, Nederland.

Een zeer ingetogen eenvoudige begraafplaats. Er staat geen versiering of bomen en planten. Het opschrift van de grafstenen op deze orthodoxe begraafplaats is in het Ivriet. De begraafplaats is opgedeeld in verschillende perken: een mannenperk, een vrouwenperk, een perk voor koppels, en een perk voor de slachtoffers van de Shoa.

De volgende tekens zijn ook te vinden op een Joodse grafsteen en hebben een betekenis:

       Het Schild van David duidt de Joodse afkomst van de overledene aan, zowel man als vrouw.

       De waterschenkende kruik duidt aan dat hier een Leviet begraven ligt. Levieten waren tijdens de tijd van de tempel verantwoordelijk voor het wassen van de handen van de tempel priester.

       Twee handen waarvan een onderscheid is tussen twee vingers, duiden erop dat hier een Kohen begraven ligt. Kohen of Kahn of Cohen zijn de meest voorkomende vormen van naam. Het is een priesterlijke zegening van de hoge priester Aaron en zijn nakomelingen.

       De half gebroken pilaar of boomstronk wordt aangegeven om een verlies van een jong iemand. Waarvan het leven hem te kort gegund was.

       Een andere symboliek is een Thora rol of boek, wat te kennen geeft dat hier een Rabbijn ligt.

       Een Wolf geeft aan dat er iemand ligt met de naam Wolf, de Beer voor mensen met de naam Dov of Ber.

       De Leeuw van de stam van Judea en het Hert met de naam Naftali symbool van de stam Naftali.

       Het pincet is het symbool voor een dokter.

Links op het graf van een Leviet de waterschenkende kruik.Rechts de priesterlijke gezegende handen van Kohen.

Een Joodse grafsteen begint met de Ivriet-letters Pey en Noen. Deze staan voor “Po Nikbar” wat “Hier ligt begraven” betekent. De steen eindigt met de letter Tav, Noen, Tsadik, Vet en Hay wat staat voor “Tijeh Nisjmato Tseroera Bitsoer Hachajim” en ‘Zijn of haar ziel gebundeld in de bond der zielen van het eeuwige leven’ betekent. Het is gebaseerd op Samuel I hoofdstuk 25, 29. Ook verbrande Thorarollen, door brandstichting of kortsluiting of onleesbare Thorarollen, worden met gedenksteen begraven en liggen in een lemen kruik naast een grote rabbijn.

Links: Joodse grafsteen te begraafplaats Machsike Hadass.Rechts: Portret van voormalig Parijse opperrabbijn Chaim Yaakov Rottenberg.

Op de begraafplaats van Machsike Hadass liggen veel beroemde personen/Rabbijnen begraven:

1.      Romi Benjamin Goldmuntz (1882-1960), diamantair en filantroop waarnaar ook de hoofdsynagoge van Shomre Hadass en gemeenschapscentrum naar werd vernoemd.

2.      Jacob (Jacques) Samuel Eisenmann (1859-1913), geboren te Frankfurt en leerling van Rabbi Samson Raphael Hirsch (1808-1888), verhuisde in 1884 naar Antwerpen en was stichter in 1907 van de Eisenmann-synagoge. Deze synagoge heeft als enige synagoge in Antwerpen de Shoa overleeft.

3.      Rav Noach Zvi Ullman (20e eeuw), eerst aangestelde opperrabbijn van Machsike Hadass.

4.      Rav Jitschak Shalom Sternbeg (20e eeuw), hij was Dayan en werd bekend met het het idee en het oprichten van de Eruv in Antwerpen.

5.      Voormalig opperrabbijn van Parijs, Chaim Yaakov Rottenberg (1909-1990).

6.      Voormalig opperrabbijn van Rotterdam, Bernhard Löbel Ritter (1855-1935).

7.      Rav Shlomo Zalman Lehrer (1921-2011), was voorzitter van Machsike Hadass en hoofd-‘Gabbai’ (belangeloos) van de beroemde ‘Tsedeka’-organisatie ‘Rabbi Meir Baal Haness’.

8.      De Chassidische dynastie Pshevorsk, zij hebben op deze begraafplaats een familiemausoleum. Daar in liggen de volgende Rebbe’s begraven:

       Rebbe Moshe Yitzchak (Reb Itzele of Reb Itzikel) Gevirtzman van Pshevorsk (1881-1976).

       Rebbe Yaakov (Reb Yankele) Leiser van Pshevorsk (1907-1998), schoonzoon van Reb Itzikel.

1.      Hirsch Kleinblatt (vroege 20e eeuw) stichter van de bekendste Koosjere bakkerij Kleinblatt.

2.      Titanic slachtoffer Jakob Birnbaum (gestorven 1912), was een Antwerpse diamanthandelaar.

Graf van Jakob Birnbaum met bovenop het graf een beeltenis van de Titanic.

Links: Jacob Samuel Eisenmann. / Midden: Reb Itzikel / Rechts: Reb Yankele.

Shomre Hadass, algemeen Joodse begraafplaats

Luchtfoto begraafplaats Shomre Hadass te Putte, Nederland.

De Joodse begraafplaats Shomre Hadass heeft geen grote Rabbijnen, daar zij begraven werden in Israël. Er liggen namelijk wel grote verdienstelijke mensen zoals noemenswaardige voorzitters van de gemeente. De begraafplaats is net als bij Machsike Hadass opgedeeld in verschillende perken.

Op een Joodse begraafplaats zowel van de Frechie stichting als van Machsike Hadass en Shomre Hadass is het gesloten op Shabbat en op feestdagen, dragen van een Kippah is verplicht, er is de plicht om de handen te wassen na het bezoek op een begraafplaats en er is een conciërge aanwezig.

Links: de bomenlaan met de schilderde lijnen waarin de levende Kohanim mogen bidden voor de overledenen die langs de randen van het perk liggen.Rechts: het beroemde koppel graf van Rabbijn Judah Loew ben Bezalel (1520-1609) te Praag.

Door midden van de begraafplaats loopt er een laan van bomen en fungeert als hoodfbaan. De grafstenen, tegenover Machsike Hadass, zijn zowel in Ivriet opschrift geschreven alsook in het Nederlands of in het Frans. Graven die oorspronkelijk gelegen waren op de begraafplaats te Kiel zijn naar hier overgebracht. Er is ook een perk voor Shoa overledenen met de asse vanuit Auschwitz en een perk voor de slachtoffers van de Shoa.

Shoa monument met as van Auschwitz aan de inkom. Elke zuil heeft een opschrift in Nederlands, Ivriet en het Frans.

De Chevra Kadisha van Shomre Hadass wassen en kleden de overledenen van de Antwerpse Joodse gemeente Shomre Hadass en overledenen van de Frechie stichting. De Chevra Kadisha van Machsike Hadass verzorgen enkel de overledenen van de eigen gemeente. Chevra Kadisha is een groep van vrome religieuze mensen die de mitzvot uitvoeren van het ritueel reinigen en de overledenen aankleden.

De mitzvot met betrekkingen tot overledenen personen is terug te vinden in de Thora, waarop Hashem opdroeg om niet met de overledene in aanraking te komen omdat deze onrein is. Daarom worden de overledenen onmiddellijk begraven. De Chevra Kadisha van zowel Shomre Hadass als Machsike Hadass voeren de rituele handelingen uit in de Metaheer ruimte van het Middelheim ziekenhuis in Antwerpen.

Lijkwagen van de Frechie Sticthing aan het Tahara paviljoen, voor alle overledenen Antwerpse Joden zonder onderscheid, van het Middelheim ziekenhuis te Antwerpen.

Links: Eerste graf van de begraafplaats Machsike HadassRechts: Toegangspoort tot de begraafplaats Shomre Hadass.

De Joodse geschiedenis van Heide-Kalmthout

Toen België na de korte Hollandse overheersing in 1830 onafhankelijk werd, telde Kalmthout 2.300 inwoners. Door het aanleggen van de spoorlijn Antwerpen – Rotterdam in 1854 trad Kalmthout voorgoed uit het isolement. Door de spoorverbinding ontstond er een intense pendelbeweging van en naar Antwerpen. Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw zien wij langzaam maar zeker de stad bezit nemen van het platteland. Heel wat inwoners van Antwerpen werden aangetrokken door de groene en de landelijke omgeving van heiden en bossen. Dit leidde tot een belangrijke immigratie van stadsmensen. Eerst voor eendaagse toerisme, later kwamen er buitenverblijven en uiteindelijk ook volwaardige woningen.

Men moet zich voorstellen dat een goede honderd jaar geleden de huidige wijk Heide nog echt heide was. De wijk Heide beslaat ongeveer een zesde van de oppervlakte van Kalmthout. Het telt nu ongeveer vijfduizend inwoners. Het heeft hoofdzakelijk een residentieel karakter. Ook erg veel niet-Belgen wonen er. Naar schatting zou circa 10 % van de Heidenaren niet Belg zijn. Heide is trouwens altijd een immigratievestiging geweest.

Aankomst aan het Heide station, opening in 1897.

Ook de Joodse medeburgers, vaak werkzaam in de diamant, werden aangetrokken door het mooie bosrijke omgeving en de hei. Na de eeuwwisseling waren er na Russische en Oostenrijkse staatsburgers, allemaal Amsterdamse Joden. Daarmee staan ook de Joden aan de wieg van het ontstaan van Heide-Kalmthout.

Verder in Heide hebben vijf Amsterdamse Joodse diamantairs elk een villa gebouwd die tot op heden bestaan. Deze vijf villa’s werden gebouwd tussen 1907 en 1911 in de Nieuwstraat. Het werd de “nieuwe” genoemd omdat deze te midden in de hei als vijf enige woningen stonden.

Twee Antwerpse Joodse diamantairs, Bernard Bolle en Paul Lewedow, bouwde in 1904 “’t Hof van Heide”. In de volksmond werd het “Jodenhotel” genoemd. Het stond op de hoek van de Nieuwstraat en de Heibloemlaan, aan de noordkant van de Withoefse Heide. Langs een schilderachtige weg was het verbonden met het station en met zijn speeltuin bood het een bijzondere attractie. De aanzet tot de Joodse inwijking in Heide werd ingeluid met dit hotel. Het hotel brandde jammerlijk af in 1912 en werd niet meer hersteld. Op heden is er wel een straat naar vernoemd.

Het “Jodenhotel” ’t Hof van Heide.

Langsheen de Heidestatiestraat, die kruist met de Kapellensteenweg, werden vele hotels en woningen die kamers ter beschikking stelde, gebouwd. De voornaamste toeristen die in deze hotels, waaronder Meyer, De La Station, De Zwaan, Acacia en Pension Brunner, kamertjes boekten waar voornamelijk Joden uit Antwerpen.

De vijf villa’s in de Nieuwstraat, van links naar rechts nummers 30 tot 22.

Huisje ten einde doodlopende straat Steeg aan de Kapellensteenweg van prof. Nico Gunzburg.

Van 1908 tot 1933 was er een huisje op het einde van de doodlopende Steeg aan de kapellensteenweg eigendom van Bernard Bolle. Na de oorlog werd het eigendom van professor Nico Gunzburg van 1951 tot 1959. Hij was professor aan de rijksuniversiteit te Gent en leverde een grote bijdrage aan de vernederlandsing van de Gentse universiteit. Hij was voorzitter van de Raad van de Joodse Vereniging van België en ook voorzitter van het “Centraal Beheer voor Joodse Weldadigheid en Maatschappelijk Hulpbetoon” gesticht in 1920.

Links: Professor Nico Gunzburg.Rechts: 1947 Koninklijke ontvangenis van de afvaardiging van de Joodse verengingen van België met tweede van rechts Prof. Nico Gunzburg.

Verder hielp hij mee met het voorwerk voor de Nurenberg Processen. Door niemand minder dan de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt in 1945 werd hij hiervoor gevraagd. Verder is deze man actief geweest met het ontvangen en hulp verlenen aan de overlevende van de Shoa.

Joods leven in HeideKalmthout

Synagoge van Heide

  

Links: de huidige toestand binnen op het verdiep van de vrouwengalerij.Rechts: de huidige toestand van de boekenkast van in de synagoge.

Een tijd lang werden gebedsbijeenkomsten gehouden in het huis van Shaul Wachstock in de Thillostraat. Door de toeloop die alsmaar groter werd, groeide de noodzaak naar een synagoge. In 1927 keurde het gemeentebestuur de oprichting van een synagoge goed.

Door de grote inzet van Mendel Kornreich die acht andere mensen in de raad had opgenomen werd de opdracht gegeven een synagoge te bouwen. De architect was de heer Beirens, de aannemer Alexander Nagels. Heel wat mensen hebben er toe bijgedragen dat het gebouw in stijl en afwerking niet moest onderdoen voor de synagogen van t‘ Stad. Het kapitaal werd trouwens in Antwerpen en Heide ingezameld, waarbij Mendel Kornreich één van de grootste geldschieters was. De plaatselijke Joodse gemeenschap stak letterlijk de handen uit de mouwen en hielp bij de bouw. Samuel Spira keek nauwlettend toe hoe de werkzaamheden volgens plan vorderden.

Mendel Kornreich, geboren te Dukla, Polen, woonde samen met zijn vrouw Blima Landy in Heide. Mendel werd tijdens de bezetting gedeporteerd naar Auschwitz waar hij ook stierf. Mendel was actief in de diamantnijverheid en handel. Mendel zorgde voor werkgelegenheid in Heide met de oprichting van diamantslijperijen in Bessemhei en een diamantkloverei in Nieuwmoer. Het was een man met een sterk verantwoordelijkheidgevoel tegenover de gemeenschap. Zo ontving en verleende hij steun aan gevluchte Poolse en Duitse Joden van het Nazisme.

Gemeentelijke goedkeuring voor de bouw van de synagoge.

De gevel van de synagoge verraadt een neo-moorse stijl, maar ook subtiele architecturale elementen uit de twintiger jaren zijn in het gebouw te bespeuren. De plaatselijke glazenier zorgde voor een groot glasraam boven de heilige ark waarin de Davidster prijkt. Er is een ruime galerie voorzien voor de vrouwen. De ramen in het gebouw zorgen voor veel licht en aan de ingang is een kleine consistoriekamer voor de rabbijn en de cantor, met daarboven een kleine woonruimte voor de conciërge.

 

Links: De heer Mendel Kornreich, Rechts een portret van een diamantklover.

Het is de enige synagoge in België gelegen op het platteland . Het is in Heide het eerste gebouw dat diende voor de eredienst. De parochiekerk kwam er als gebouw pas in 1935. De synagoge werd tot enkele jaren geleden nog gebruikt tijdens de zomerperiode. Nu ze niet meer gebruikt wordt, rest er enkel nog een bouwval. En alleen al uit historisch belang van dit gebouw, voor zowel de Joodse geschiedenis van België als voor de erfgoedtraditie in Kalmthout-Heide, is het hoog tijd om de handen in elkaar te slaan om het gebouw te redden.

Ondanks de oorlog bleef de synagoge tamelijk gespaard. Maar de Joodse gemeenschap was gedecimeerd. De overlevenden en de erfgenamen van de rechtmatige eigenaars kwamen nog vele jaren terug naar Heide. Het leven rond de synagoge kreeg weer betekenis. Maar het werd nooit meer zoals het voor de oorlog was. Voor vakanties trok men niet meer naar Heide maar verkende men de wereld buiten België.

Die evolutie raakte ook hier de Joodse gemeenschap. Het gevolg was dat velen hun huis verkochten zodat de hier even herlevende Joodse gemeenschap opnieuw gedecimeerd werd, en er op vandaag geen gemeenschap meer is. De synagoge verloor steeds meer aan betekenis, had steeds minder vaak een Minjan, 10 volwassen Joodse mannen die een openbare godsdienst kunnen uitvoeren. De doodssteek kwam wanneer de laatste conciërge, mevrouw Ytje Barendsen, die jarenlang de zorg voor de synagoge op zich had genomen, kwam te overlijden.

De klein- en achterkleinkinderen van de oorspronkelijke stichters zijn nu met bijna honderd verspreid over de wereld wat het moeilijk maakt om samen tot een oplossing te komen en een juridisch platform te vinden. Het gebouw kan geklasseerd worden maar dat is meestal een uitermate ongunstige oplossing voor de eigenaars. Ook vanuit de gemeente is de goodwill aanwezig om te helpen bij de restauratie van dit waardevolle gebouw. Ook werd er gesuggereerd om er een permanente tentoonstelling en educatief centrum van te maken over de Joodse samenleving in Heide-Kalmthout.

De Kalmthoutse Heide.

Machsike Hadass is de Antwerpse Joodse gemeente waarvan de meeste stichters van de synagoge van Heide – en daardoor ook deeleigenaar – lid waren. Deze gemeente maakt op zich geen bezwaar tegen het idee van een restauratie van het gebouw, maar willen daarbij wel hun eigen voorwaarden stellen. De restauratieplannen – zoals die al lang voorliggen – voorzien in de restauratie van het gebouw waarbij het de functie zou krijgen van educatiecentrum en culturele tentoonstellingsruimte.

De Belgische overheid zou uiteraard het overgrote deel van de restauratiekosten moeten dragen, maar niettemin stelt Machsike Hadass als voorwaarde dat het gebouw ook in de nieuwe bestemming nog als synagoge voor erediensten kan gebruikt worden. Aangezien Machsike Hadass een gemeente is die bij de ultra-Orthodoxie aanleunt betekent dit concreet dat er aan het gebruik van het gebouw een aantal ristricties zouden moeten opgelegd worden. Dit zou bijvoorbeeld concreet kunnen inhouden dat men bezwaar aantekent tegen een concert waar vrouwen zingen, een voorwaarde die uiteraard niet of moeilijk vervuld kan worden door een door de Belgische overheid gesubsidieerde instelling.

Nog daar gelaten het feit dat het moeilijk is om zich voor te stellen dat daar regelmatig een gebedsdienst zou plaats vinden. Er is voorlopig terzake nog geen compromis of akkoord bereikt tussen de relevante overheden, de Joodse gemeente Machsike Hadass en de VZW die opgericht is met als doel de restauratie en herinrichting van het gebouw te realiseren. Het probleem is echter dat de materiële toestand van het gebouw van een zulke precaire aard is dat elk verder uitstel wel eens zou kunnen betekenen dat de gehele kwestie binnenkort academisch wordt, aangezien er geen gebouw meer overeind zal staan om over te discussiëren.

En dan is er nog dat ene, pittige detail. Wie de originele stichtingsakte van de synagoge uit 1927 grondig bestudeert kan lezen dat het oorspronkelijke grondstuk van de stichting 988 vierkante meter betrof, in 2007 vermelde het kadaster echter maar 784 vierkante meter. Naar waar zijn dan ongeveer 200 vierkante meter verdwenen? Een moeilijke te beantwoorden vraag.Het is echter wel bemerkenswaard dat er naast de synagoge twee huizen – gebouwd in de jaren 60 – staan.

Links: De synagoge in Heide vroeger. Rechts: De synagoge in huidige toestand van buiten.

Ter afsluiting van dit excurs over de synagoge van Heide en de huidige perikelen er rond wil ik nog graag uit eigen ervaring aangeven dat er wel degelijk elegante oplossingen mogelijk zijn als alle partijen een minimum aan gezond verstand en zin voor realiteit aan de dag leggen. Ik was zelf tijdens de jaren 80 Hoofdrabbijn van FrankfurtamMain, zoals bekend vóór de Shoa één van de belangrijkste Joodse centra in Europa en in de naoorlogse periode de grootste Joodse gemeente in West-Duitsland.

Het mag gezien dit verleden, geen verbazing wekken dat ik dan ook vaak geconfronteerd werd met zeer gelijkaardige kwesties, met name de vraag wat er moest gebeuren met verlaten en bouwvallige synagogen. Enerzijds is er uiteraard het verlangen deze gebouwen in hun oorspronkelijke functie te bewaren, maar tegelijkertijd was er ook het feit dat de omvang van de Naoorlogse Joodse gemeenschap nog niet in de buurt kwam van de vooroorlogse en dat een zulke politiek dan ook zou leiden tot een groot aantal lege en vergeten synagoges die moeilijk te onderhouden zijn.

Om in deze kwestie een oplossing te vinden heb ik toen meerder Halachischeautoriteiten geconsulteerd. Het compromis dat hier uit voort kwam was doorgaans dat het gebouw gerestaureerd werd met een nieuwe aangepaste functie, maar wel met toevoeging van bepaalde elementen -  zoals bijvoorbeeld informatiepanelen – die gebruikers en bezoekers informeren over de oorspronkelijke functie van het gebouw, haar historiek en – misschien nog het allerbelangrijkste – het lot dat diegenen die er gebeden hebben ten deel is gevallen. Ik begrijp dat het voor velen moeilijk is om te aanvaarden dat een voormalig synagogengebouw – en dan zeker een dat verweesd achtergelaten is omdat de oorspronkelijke gebruikers ofwel omgekomen zijn in de Shoa of ervoor gevlucht zijn  – een andere functie krijgt.

De vraag die we ons echter moeten stellen is hoe we een grotere eer bewijzen aan diegenen die hebben gebeden in deze gebouwen. Het is een vraag die mooi wordt uitgedrukt in de dubbelzinnige betekenis van het hebreeuwse begrip “zecher l’churban”. In de meest letterlijke betekenis wil dit gewoon zeggen: een aandenken aan verwoesting. Wanneer men vis-à-vis de synagoge van Heide in dezelfde halsstarrige en koppige houding blijft volharden zal dat gebouw binnenkort deze letterlijke betekenis gaan incarneren: een ruïne die enkel een aandenken vormt voor de koppigheid van bepaalde mensen.

In overdrachtelijke zin echter kan men “zecher l’churban” ook begrijpen als een aandenken aan de Shoa en zij die er in omgekomen zijn. Wanneer men enig gezond verstand aan de dag legt kan men de synagoge van Heide tot een gedenkteken in deze zin maken. Een memoriaal voor een gemeenschap van mensen met hun eigen religieuze identiteit en een rijk leven dat op brutale en gruwelijke wijze vernietigd is.

Voordeur in de huidige toestand van de synagoge in Heide.

Yeshiva Etz Chaim in Heide

Van grote betekenis voor de joodse aanwezigheid te Heide is de oprichting van de yeshiva “Etz Chajm”, de eerste in België, en opgericht door de heren I. Masel en Burack. De eerste leerlingen kwamen niet uit de welgestelde families. Het waren er amper vijf à zes die aan rabbijn Sapiro werden toevertrouwd. In de vakantietijd kwamen de jongens van de stad naar Heide om voetbal te spelen en ook te leren. Zo is de belangstelling gegroeid.

De Yeshiva is naar de Heidestatiestraat verhuisd en het aantal leerlingen steeg tot 15. Zij verbleven in die tijd in het hotel ‘Meyer’. Later ook in het hotel ‘de la Station’ aan de overzijde. Alles liep er niet van een leien dakje want het gebeurde dat de lessen bij kaarslicht moesten gegeven worden en het eten op de kachel gekookt werd, doordat er niet voldoende geld was voor de gas en elektriciteitsrekening. Om de eetlust van de jongens enigszins te bedaren en het budget te helpen saneren, werd oud-brood gekocht. Soms moesten de grote broden met een zaag bewerkt worden, omdat ze te hard waren voor het mes.

Schoolfoto van de Yeshiva Etz Chaim te Heide in 1938.

Huidig opperrabbijn D. M. Lieberman (14-04-1925, Keulen) van de Antwerpse Joodse gemeente Shomre Hadass was één van de briljantste leerlingen aan de Jesjiva in Heide.

Na het eerste jaar werden de schulden voor de uitgaven van de Yeshiva het grote probleem van de heren Masel en Burack. Masel heeft zijn textielhandel verkocht en het geld voor de Yeshiva gebruikt. Men moet niet vergeten dat toen vele mensen vanwege de wereldcrisis zonder werk zaten. Efraïm Nussbaum zorgde voor het nodige brood. Het aantal jongens steeg onder de leiding van Rabbijn Sjragai Sapiro en Jankel Broner hielp hem bij het lesgeven.

Rabbijn Sjragai Sapiro was als leraar/rector en als mens een voorbeeld van nederigheid, eerlijkheid, goedheid, overgave en verantwoordelijkheid. Hij hield van de jongens en was voor hen als een vader. In 1933 kwamen veel leerlingen uit Duitsland en de Oostbloklanden, vooral Polen. In 1938 telde de instelling tussen 120 en 140 leerlingen. Om de jongens een bestaan te garanderen, werd hen een beroep in de diamantnijverheid aangeleerd.

Auschwitz Birkenau de laatste plaats naar waar de Joden werden vermoord.

Links Rabbijn Sjragai Sapiro rector van de Talmoedhogeschool in HeideRechts Opperrabbijn M. Rottenberg van ‘Machsike Hadass’ van 1912 tot zijn deportatie en vermoord werd door Letten.

In 1936 werd door het schepencollege van Kalmthout een vergunning verleend om een Yeshiva gebouw op te richten tussen de Leopoldstraat en de spoorweg. De eerste steenlegging vond plaats in 1938, doch het gebouw kwam nooit klaar door toedoen van de oorlog. De muren van het gebouw stonden na de oorlog nog min of meer overeind. Nu is deze plaats opgenomen in een nieuwe wijk. De “Yeshiva” zelf bevindt zich sinds 1961 te Wilrijk na enkel jaren vestiging te Kapellen.

Rabbijn Jizchok Dov Kopelman (1905-2011) heeft ondermeer de “Yeshiva” in Kapellen gesticht. Hij is dan verhuisd naar Zwitserland waar hij in Luzern zijn laatste “Yeshiva” stichte. De “Yeshiva” van Kapellen is dan nog verhuisd naar Wilrijk. De “Yeshiva” in Wilrijk wordt volledig geleid en onderricht voor Chassidische leerlingen die de traditionele kledij, baard en krullen dragen van de Chassidim. De hedendaagse “Yeshiva” in Wilrijk heeft nauwelijks nog banden met de oorspronkelijke geest van de “Yeshiva” in Heide. De oorspronkelijke “Yeshiva” in Heide werd geleid in de stijl van de Litouwse Yeshivot en de leerlingen waren Europees gekleed en droegen geen baarden of krullen.

Onder deze leerlingen bevond zich trouwens toen ook de huidige Antwerpse Opperrabbijn van de gemeente Shomre Hadass, Rav David Moshe Liebermann, Shlita die toen nog een jonge, uitmuntende en veel belovende Yeshiva student was. Hij stond toen al als pril genie geboekstaafd met een fotografisch geheugen en een diepe en brede beheersing van de Talmoed en de Halacha. Wij wensen Rabbijn Liebermann, Shlita nog lange jaren van geestelijke frisheid en lichamelijke vitaliteit, Ad Me’a Ve’ Essrim, bis 120, Amen.

Opperrabbijn M. Rottenberg van Machsike Hadass was in 1938 aanwezig bij de eerste steenlegging van de Yeshiva die nooit voltooid geraakt werd. Net als Rabbijn en rector Sjragai Sapiro werd hij ook vermoord na de Nazi deportaties.

Colofon

Geïnitieerd en vervolledigd onder toezicht van Professor Rabbijn Ahron Daum, B.A., M.S., Emeritus-Opperrabijn Frankfurt am Main.

Onderzoek naar informatie en foto’s, alsook Nederlandse bewerking: Hans Weygers

Webmaster: Yitzchak Berger, schoonzoon van Rabbijn Ahron Daum, Shlita, Antwerpen.

Speciale dank aan mevrouw Danielle Schijn, in hoedanigheid van de VZW Synagoge Heide.

Gebruikte naslag werk voor het voltooien van deze essay:

“Het Joodse verleden van Kalmthout” van auteur Marleen Van Landeghem. http://users.telenet.be/marleenvanlandeghem/joodsverleden.pdf

Het rapport van de Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikers Organisaties over de bedragen van de Belgische kerkhoven.

De hoofdwebsite van de Frechie Stichting. http://www.frechie-stichting.org/newfrechie/

Alsook verscheidene Wikipedia artikelen.

  

De meest bezochte historische toeristische Joodse begraafplaats ter wereld te Praag.

 

 

              Pagina 1 van 22

Share this

Counter